Caesar zegeviert in Ilerda

Portret van Caesar uit Nijmegen (nu in het Rijksmuseum van Oudheden)

Als ik u zeg dat het 2 sextilis was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 2 juli 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Een paar dagen geleden beschreef ik hoe een einde was gekomen aan de impasse die was ontstaan te Ilerda, waar Caesar en zijn tegenstanders Afranius en Petreius wekenlang tegenover elkaar hadden gelegen aan een rivier. Uiteindelijk had Caesar zijn troepen weten over te zetten, waarop Afranius en Petreius waren begonnen met de aftocht richting Ebro, 45 kilometer verderop. Dat had Caesar voor een dilemma geplaatst:

  • Hij moest óf hen volgen terwijl zijn aanvoerlijnen niet veilig waren, omdat hij Marseille niet in handen had,
  • óf de achtervolging staken en zijn vijanden toestaan zich elders in Iberië te versterken, waar hun bondgenoot Varro hun hulp kon bieden.

Caesar moest vooral snel een keuze maken, want zijn tegenstanders trokken weg over betrekkelijk vlak terrein dat later zou overgaan in heuvelland. Als ze eenmaal in de heuvels waren, konden ze de weg blokkeren en kon Caesar de oversteek van de Ebro niet meer beletten.

De aftocht

Hij beschikte over goede ruiterij, mogelijk Germanen die hij tijdens de Gallische Oorlog had gerekruteerd. Die bleef de achterhoede van zijn tegenstanders achtervolgen, zodat zij zich steeds moesten verdedigen en almaar niet verder kwamen. Hun aftocht was dus traag en dat bood Caesar de mogelijkheid de achtervolging in te zetten met zijn eigen infanterie. De vijand moest op de vlakte kamp maken, in het zicht van de heuvels, en Caesar liet eveneens bivak maken. Het leek te gaan aankomen op een open veldslag. Caesar schrijft (in de vertaling van Hetty van Rooijen):

Rond middernacht kregen Caesars ruiters vijandelijke waterhalers in handen die zich te ver van hun legerkamp hadden verwijderd. Van hen hoorde Caesar dat de aanvoerders van de tegenpartij in stilte bezig waren hun troepen het legerkamp uit te voeren. Op dit bericht liet hij het signaal geven en op de gebruikelijke manier oproepen tot vertrek. De anderen hoorden de oproep. Uit vrees dat ze in de nacht, gehinderd door hun bepakking, tot een gevecht zouden worden gedwongen of door Caesars ruiterij in de passen zouden worden vastgehouden, staakten ze hun aftocht en hielden hun troepen in het kamp (Burgeroorlogen 1.66).

Caesar beschrijft verder hoe Afranius en Petreius overlegden en hijzelf besloot met zijn leger weg te trekken, alsof hij te weinig voedsel bij zich had voor de verdere campagne, en vervolgens een draai maakte naar de heuvels. Zijn tegenstanders begrepen dat ze afgesneden dreigden te worden en haastten zich nu ook naar de heuvels, maar werden voortdurend gehinderd door Caesars ruiterij. Het was onmogelijk de heuvels te bereiken en Caesar bezette de pas.

Clementie

Caesars officieren en manschappen drongen aan op een veldslag, maar hun generaal meende dat het mogelijk was de strijd zonder geweld tot een goed einde te brengen. Zijn tegenstanders hadden weinig te eten en zouden zich moeten overgeven. Inderdaad zat er voor Afranius en Petreius weinig anders op dan terug te keren naar Ilerda, terwijl hun leger langzaam desintegreerde. In deze situatie lieten Afranius en Petreius hun krijgsgevangenen doden, terwijl Caesar zijn krijgsgevangenen juist ongedeerd liet en een kans gaf voortaan te dienen in zijn leger.

En zo liep de oorlog rond Ilerda ten einde. Het was 2 sextilis, een dies ater op de Romeinse kalender, ofwel 2 juli op onze kalender, dat Petreius en Afranius de handdoek in de ring gooiden. Ze werden begenadigd en mochten vertrekken, hun manschappen werden in Caesars leger ogenomen.

Kortom

Caesar had gewonnen. De situatie was echter nog steeds complex omdat Caesars kolonels niet alleen in Marseille oorlog voerden, maar ook actief waren in Illyrië, om daar de landweg naar Griekenland veilig te stellen. Op de Povlakte en in Italië werden troepen gerekruteerd en Curio, die Sicilië had gepacificeerd, maakte zich op om over te steken naar het huidige Tunesië, om daar te strijden tegen Cato. En ergens in het oosten was Pompeius bezig een leger te bouwen. Caesar zou de komende dagen gemengde berichten krijgen.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]