De viervoudige triomf van Julius Caesar

Een triomf, niet die van Caesar (Vaticaanse musea, Rome)

Als ik u zeg dat het sextilis was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar juni 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat ik vandaag blog over de vraag wat Julius Caesar zo’n 2069 jaar geleden deed.

Triomferen. Vier keer. Het grote feest waarin een Romeinse aristocraat glorieerde en voor één dag als een koning van weleer was verheven boven de andere senatoren. Het grote feest ook waarbij men een onderworpen volk aan de Romeinen presenteerde, liefst zo exotisch mogelijk. De bekendste beschrijving is die van Caesars biograaf Suetonius, die ook de vijfde triomftocht vermeldt. De Spaanse triomf was echter pas een jaar later.

De eerste en schitterendste triomftocht die hij hield was de Gallische, dan kwam de Alexandrijnse, daarna de Pontische, vervolgens de Afrikaanse en ten slotte de Spaanse. Bij elke triomftocht was het gebruikte materiaal en de presentatie weer anders.noot Suetonius, Caesar 37; vert. Daan den Hengst.

Lees verder “De viervoudige triomf van Julius Caesar”

Caesar op geldjacht

Munt van Caesar (Neues Museum, Berlijn)

Als ik schrijf dat het de idus van juni was in het jaar waarin Caesar en Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar 15 april 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u dit weer een blogje zal zijn in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij verliet Afrika. Het was lente en de zee was weer bevaarbaar. In Utica scheepte hij in. De hele Afrikaanse expeditie had een half jaar geduurd en hoewel hij belangrijke vijanden had verslagen én een flink stuk Numidië had geannexeerd, had hij redenen om ontevreden te zijn. Enkele vijanden waren ontsnapt: zijn medestrijder uit de Gallische Oorlog Titus Labienus, de oud-gouverneur van Afrika Publius Attius Varus en Pompeius’ zonen Gnaeus en Sextus. Ze waren gevlucht naar Andalusië, waar het al een tijdje onrustig was. Er zou nóg een ronde gevechten zijn in de Tweede Burgeroorlog. En dat was niet wat Caesar wilde. Wie een staatsgreep succesvol afrondt, wil kunnen regeren en de eindeloos voortslepende oorlog verhinderde dat.

Lees verder “Caesar op geldjacht”

Het einde van Juba I

Juba I (Louvre, Parijs)

Als ik schrijf dat het 5 mei was, als ik toevoeg dat het was tijdens het derde consulaat van Gaius Julius Caesar, dat hij deelde met Marcus Aemilius Lepidus, en als ik deze datum omreken naar 7 maart 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuw blogje, gewijd aan de vraag wat Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden heeft gedaan. Voor het antwoord moeten we even een paar stappen terug.

Zoals we eind november zagen, bestond noordelijk Afrika uit de Romeinse provincie Africa, en lag ten westen daarvan het Numidische koninkrijk van Juba I, met Zama en Cirta als hoofdsteden. In het noordwesten van het huidige Algerije lag het rijk van zijn neef Masinissa II; in Marokko heersten Bochus en Bogud. Laatstgenoemden woonden te ver om een rol te spelen in de Tweede Romeinse Burgeroorlog, maar waren aangevallen door Gnaeus Pompeius Junior. Nadat die was verslagen, waren Bochus en Bogud naar het oosten opgerukt. Dat was belangrijk, want terwijl koning Juba hulp bood aan Metellus Scipio in zijn strijd tegen Caesar, moest hij ook denken aan wat thuis gebeurde. Na de slag bij Thapsus was Juba op de vlucht. In zijn gezelschap was Marcus Petreius, die bij Ilerda in Catalonië nog tegen Caesar had gestreden.

Lees verder “Het einde van Juba I”

Caesar in Utica

Utica

Als ik schrijf dat het 17 april was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Caesar en Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat voor u omreken naar “onze” 18 februari 46 v.Chr., dan weet u dat dit een blogje is in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Caesar in Utica

Hij was aangekomen in Utica. Garnizoenscommandant Cato de Jongere had zelfmoord gepleegd en was door de bewoners van de stad begraven; Caesars felste tegenstanders waren weggevaren; Lucius Julius Caesar had de capitulatie aangeboden en had genade voor de stad verworven. Dat wil niet zeggen dat alles koek en ei was. Door de zelfmoord van Cato was het einde van de Tweede Burgeroorlog opnieuw uitgesteld en Caesar lijkt daarover gefrustreerd te zijn geweest.

Lees verder “Caesar in Utica”

Cato de Jongere in actie

Cato de Jongere deelde borden als deze uit aan potentiële kiezers. Wie het eten op had, las op wie hij moest stemmen. (Museo nazionale delle terme, Rome)

Als ik u zeg dat het was in het voorjaar waaraan Quintus Fufius Calenus en Publius Vatinius enkele maanden later als consuls hun naam zouden geven, en als ik die vage datering voor u omreken naar eind februari 47 v.Chr. op onze kalender, dan weet u: het is tijd voor een blogje in een vandaag inaccuraat “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” genoemde reeks. Inaccuraat, want we gaan het hebben over Cato de Jongere.

Cato de Jongere

Marcus Porcius Cato, een afstammeling van de Cato die anderhalve eeuw eerder had gepleit voor het behoud van traditionele waarden, was een conservatieve senator. Anders dan zijn voorvader, die weinig moest hebben van de Griekse filosofie, was de jongere geïnteresseerd in de Stoa. Hij leefde dan ook opzichtig sober, zoals een wijsgeer betaamde. Als magistraat zou hij onkreukbaar zijn geweest: hij trachtte de belastingdienst te saneren, liet valse documenten verwijderen uit de staatsarchieven en probeerde al vroeg de opkomst van de populaire Caesar te beletten. Hoewel Cato begreep dat hervorming van het republikeinse staatsbestel noodzakelijk was, bleef hij een conservatieve verdediger van de belangen van de Senaat.

Lees verder “Cato de Jongere in actie”

Caesar zegeviert in Ilerda

Caesar (Museum van Sparta)

Als ik u zeg dat het 2 sextilis was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 2 juli 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Een paar dagen geleden beschreef ik hoe een einde was gekomen aan de impasse die was ontstaan te Ilerda, waar Caesar en zijn tegenstanders Afranius en Petreius wekenlang tegenover elkaar hadden gelegen aan een rivier. Uiteindelijk had Caesar zijn troepen weten over te zetten, waarop Afranius en Petreius waren begonnen met de aftocht richting Ebro, 45 kilometer verderop. Dat had Caesar voor een dilemma geplaatst:

  • Hij moest óf hen volgen terwijl zijn aanvoerlijnen niet veilig waren, omdat hij Marseille niet in handen had,
  • óf de achtervolging staken en zijn vijanden toestaan zich elders in Iberië te versterken, waar hun bondgenoot Varro hun hulp kon bieden.

Caesar moest vooral snel een keuze maken, want zijn tegenstanders trokken weg over betrekkelijk vlak terrein dat later zou overgaan in heuvelland. Als ze eenmaal in de heuvels waren, konden ze de weg blokkeren en kon Caesar de oversteek van de Ebro niet meer beletten.

Lees verder “Caesar zegeviert in Ilerda”