De tweede zeeslag bij Marseille

Afgietsel van een reliëf met twee oorlogsschepen uit Napels (Museum für antike Schifffahrt, Mainz)

Als ik u zeg dat het de derde was van de maand sextilis, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 3 juli 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Nou, het zou best kunnen zijn dat Caesar in Ilerda, waar hij zojuist de troepen van de Senaat had verslagen, bericht kreeg over de gebeurtenissen in Marseille, enkele dagen eerder, op de laatste dag van de Romeinse maand quinctilis (ofwel onze 30 juni). Volgens dit mooie programma deed een ijlbode te paard een kleine drie dagen over de 716 kilometer van Marseille naar Ilerda. En het nieuws dat de bode uit Marseille aan Caesar kwam brengen was goed: voor de tweede keer was er een zeeslag geweest en de aanhangers van Caesar hadden gezegevierd.

Nasidius arriveert

Daar was wel wat aan voorafgegaan, waar Caesar nu pas voor het eerst van hoorde. De aanvoerder van de senatoriële troepen, Pompeius, had vernomen dat Caesars Zeventiende, Achttiende en Negentiende Legioen het beleg hadden opgeslagen voor Marseille en had Lucius Nasidius met versterkingen gestuurd. Zestien schepen waren vanuit Griekenland over de Ionische Zee naar Sicilië gevaren en hadden de Straat van Messina bereikt. Ze waren doodleuk voor anker gegaan in de haven van Messina, een belangrijke vlootbasis voor Caesars adjudant Curio, en hadden daar de werven in brand gestoken en enkele schepen meegenomen. Vervolgens waren ze naar Taurois gevaren, het huidige Saint-Cyr-sur-Mer, en hadden daarvandaan de bewoners van Marseille verwittigd over hun komst.

De Massiliërs hadden na hun eerdere verlies aan schepen eenzelfde aantal oude schepen van hun werven getrokken, gerepareerd en met onvermoeide ijver uitgerust – er was een grote hoeveelheid roeiers en stuurlui beschikbaar. Ze hadden er vissersschepen aan toegevoegd, van een dek voorzien om de roeiers tegen projectielen te beveiligen, en er boogschutters en geschut op geplaatst. Toen de vloot zo uitgerust was gingen ze aan boord, met evenveel moed en zelfvertrouwen als bij het eerste gevecht, aangevuurd door de smeekbeden en tranen van alle oudere mannen, moeders en meisjes om hun stad in deze nood te hulp te komen. (Burgeroorlogen 2.4)

Decimus Brutus

Aldus Caesar, in de vertaling van Hetty van Rooijen. Deze vloot wist uit de haven van Marseille uit te breken en voer snel naar Saint-Cyr, gevolgd door de schepen van Caesars kolonel Decimus Brutus. Die beschikte over de schepen die eerder in Arles waren gebouwd en zes schepen die waren bemachtigd tijdens de eerdere zeeslag.

Toen de strijd begon liet de moed van de Massiliërs niets te wensen over. Denkend aan de opdrachten die ze zojuist van hun stadgenoten hadden gekregen, vochten ze met een strijdlust waaruit bleek dat ze dit als hun laatste kans beschouwden, en geloofden dat hun levensgevaar in de strijd snel gevolgd zou worden door dat van de andere burgers, die na de inname van de stad hetzelfde oorlogslot zouden moeten verduren. (Burgeroorlogen 2.6)

De Massiliërs streden als leeuwen en slaagden er bijna in het schip van Decimus Brutus van twee kanten tegelijk te rammen. Deze bleek echter nét iets te snel, zodat de twee vijandelijke schepen hem misten en op volle kracht elkaar ramden.

Nasidius vlucht

Nasidius’ schepen waren intussen van geen enkel nut en trokken zich snel terug uit de strijd. Zij werden immers niet door de aanblik van hun vaderstad of door aansporingen van verwanten gedwongen hun leven op het spel te zetten. Daarom ging geen van die schepen verloren. Van de vloot van de Massiliërs werden er vijf tot zinken gebracht, vier gekaapt, en één schip vluchtte met de schepen van Nasidius mee. (Burgeroorlogen 2.8)

Nasidius’ schepen voeren naar Spanje, want de opvarenden wisten nog niet dat Caesar daar aan de winnende hand was. Caesar zelf zal tevreden zijn geweest toen hij hoorde dat de blokkade van Marseille gewoon door ging. De uitbraak was mislukt, de stad zou vroeg of laat vallen. Hij besloot zelf verder Spanje in te trekken en gaf Curio, zijn kolonel op Sicilië, toestemming te beginnen aan een operatie in wat wij nu Tunesië noemen.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

3 gedachtes over “De tweede zeeslag bij Marseille

  1. FrankB

    Volgens mij hebben sommigen hier nog een kater van de Slag bij de Isara van gisteravond. Het legioen der kleine mannetjes, met hun typisch Romeinse discipline, velde de reuzen Lukakix en Bruinix. Zelfs hulp uit Tubantia in de persoon van Chadlix mocht niet helpen. Lukakix kon zich maar even, middels een schattig ritueel dansje, van de Vloek van Bonuccius bevrijden. De Belgae mogen met opgeheven hoofden naar hun dorpen terugkeren.

    1. Dirk Zwysen

      Vele Belgae vreesden dat de Romeinen zich na de eerste overwinning zouden terugtrekken en naar het voorbeeld van Cunctator de strijd zouden vermijden. Ze hebben echter de hele campagne de agressiviteit en snelheid van Caesar aan de dag gelegd, waar de Belgae nog moeilijker een antwoord op vonden. Een verdiende Romeinse zege, een onbetwiste Belgische nederlaag. Nu de Germanen ook al niet meer meedoen, vervel ik vlot tot Gallo-Romein en wens ik de zonen van Romulus toe dat Mancinus zijn gelaat rood mag verven en ze het grote mengvat in triomf over de Via Sacra dragen.

Reacties zijn gesloten.