Caesar dictator

Marcus Lepidus (British Museum, Londen)

Als ik u zeg dat het ergens in oktober was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar september 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

In zijn Commentaren op de Burgeroorlog vertelt hij het zelf. Hij was vertrokken vanuit Tarraco , waar hij een landdag had voorgezeten, en op weg gegaan richting Marseille. Zijn kolonels Decimus Brutus en Gaius Trebonius waren nog steeds bezig met het beleg van de havenstad. Eenmaal aangekomen

vernam Caesar dat [in Rome] een wetsvoorstel was ingediend om een dictator te benoemen, en dat praetor Marcus Lepidus hem als dictator had aangewezen.

Lees verder “Caesar dictator”

Caesar in Tarragona

De republikeinse stadsmuur van Tarragona

Als ik u zeg dat het van 25 september tot en met 1 oktober was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 23 tot en met 28 augustus 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij kwam aan in Tarraco, het huidige Tarragona, de hoofdstad van de provincie Hispania Citerior. In zijn eigen commentaar heeft hij daarover, in de vertaling van Hetty van Rooijen, het volgende over te melden:

Zelf bereikte hij met de schepen die Marcus Terentius Varro en, op zijn order, de bewoners van Cadiz  hadden gebouwd, in enkele dagen Tarraco. Daar wachtten delegaties van bijna de hele provincie op Caesars komst. Nadat hij er op dezelfde manier persoonlijk en officieel aan enkele gemeenten eer had bewezen, vertrok hij uit Tarraco en begaf zich over land via Narbo naar Massilia.

Lees verder “Caesar in Tarragona”

Caesar en Varro (2)

De brug van Cordoba was er al in de tijd van Caesar en Varro

Varro probeerde, zoals we in het vorige stukje zagen, Hispania Ulterior vanuit Cádiz te verdedigen tegen de naderende legers van Julius Caesar. Dat liep niet goed.

Cordoba sloot de poort voor Varro en even later schreef de gemeenteraad van Cádiz dat Varro er niet welkom was. Vervolgens deserteerde een van Varro’s legioenen. Het trok zich terug in Sevilla. Toen ook Italica, de oudste Romeinse stad in Ulterior, zich tegen Varro keerde, begreep deze het hopeloze van zijn positie. In Cordoba onderwierp hij zich aan Caesar. Daarna ging Caesar naar Cádiz, waar hij twaalf jaar geleden voor het laatst was geweest.

Daar liet hij het geld en de gedenktekens die uit het heiligdom van Hercules naar een particuliere woning waren overgebracht naar de tempel terugbrengen. Hij gaf Quintus Cassius de leiding over de provincie en wees hem vier legioenen toe.

Lees verder “Caesar en Varro (2)”

Caesar en Varro (1)

Portret van een Romein (derde kwart eerste eeuw v.Chr.; Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

Als ik u zeg dat het 17 september was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 15 augustus 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Aankomen in Cádiz.

Twee provincies

De Romeinen bestuurden het Iberische Schiereiland als twee provincies, Hispania Citerior en Hispania Ulterior, ofwel het nabijgelegen en verderop gelegen Spanje. Je kunt het ook opvatten als de gebieden aan weerzijden van de Ebro en de vlakte van de Guadalquivir. Ofwel Catalonië en Andalusië met achterland.

Lees verder “Caesar en Varro (1)”

Curio in Africa

Juba (Louvre, Parijs)

In het eerste stukje schreef ik dat Gaius Scribonius Curio in de zomer van 49 v.Chr. Sicilië verzekerde voor Caesar. Daarna stak hij over naar Afrika met vijfhonderd Gallische ruiters en het Vijftiende en het Zestiende Legioen, twee eenheden die in 53 v.Chr. waren gelicht toen Rome ook het door Ambiorix verslagen Veertiende moest vernieuwen. Het Vijftiende was in Italië gebleven om deel te nemen aan Crassus’ expeditie tegen de Parthen en was meteen naar Caesar overgelopen toen deze de Rubico was overgestoken; over eerdere avonturen van het Zestiende weten we niets. Veel gevechtservaring lijken de mannen echter niet te hebben gehad.

Schermutselingen

Curio landde bij Kaap Bon en rukte in slechts drie dagen op door het achterland van het verwoeste Karthago tot hij aankwam bij de rivier de Medjerda, waar zijn tegenstander op hem wachtte: Publius Attius Varus. Hij verdedige Utica, de hoofdstad van de provincie Africa.

Tijdens de eerste schermutselingen wist Curio een graanvloot te onderscheppen. Nu had hij de middelen voor een rustig beleg van Utica. Inderdaad rukte hij daarheen op, maar hij vergat zijn flank te dekken en werd verrast door een Numidisch leger, gestuurd door koning Juba. De Gallische cavalerie wist de vijandelijk ruiterij echter terug te drijven.

Lees verder “Curio in Africa”

Curio in Italië

Portret van een Romein (eerste eeuw v.Chr.; British Museum)

Als ik u zeg dat het 20 augustus was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 20 juli 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag gisteren 2069 jaar geleden?” Het antwoord is dat we dat niet weten maar dat het de dag was waarop Curio om het leven kwam.

Caesars kolonel

We zijn Gaius Scribonius Curio al een paar keer tegengekomen. Kort nadat Caesar de Rubico was overgetrokken, had hij Curio uitgestuurd naar Gubbio, waar het garnizoen van Senaatstroepen de strijd niet aandurfde en deserteerde. Enkele weken later, toen Caesar in Rome was aangekomen en enkele bestuursmaatregelen nam, wees hij Curio aan als nieuwe gouverneur van Sicilië. Zoals gezegd was het eiland van groot belang, omdat hier een groot deel van het graan van de stad Rome vandaan kwam.

Met niet minder dan vier legioenen en duizend man Gallische cavalerie slaagde Curio erin de eerdere gouverneur, Cato, te verdrijven. Deze vluchtte naar de provincie Africa, het huidige Tunesië, en Curio kreeg na Caesars overwinning te Ilerda toestemming of opdracht Cato te achtervolgen. De operatie moet zijn voorbereid, want je schudt niet zomaar even een vloot van 112 schepen uit de mouw.

Lees verder “Curio in Italië”

De tweede zeeslag bij Marseille

Afgietsel van een reliëf met twee oorlogsschepen uit Napels (Museum für antike Schifffahrt, Mainz)

Als ik u zeg dat het de derde was van de maand sextilis, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 3 juli 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Nou, het zou best kunnen zijn dat Caesar in Ilerda, waar hij zojuist de troepen van de Senaat had verslagen, bericht kreeg over de gebeurtenissen in Marseille, enkele dagen eerder, op de laatste dag van de Romeinse maand quinctilis (ofwel onze 30 juni). Volgens dit mooie programma deed een ijlbode te paard een kleine drie dagen over de 716 kilometer van Marseille naar Ilerda. En het nieuws dat de bode uit Marseille aan Caesar kwam brengen was goed: voor de tweede keer was er een zeeslag geweest en de aanhangers van Caesar hadden gezegevierd.

Lees verder “De tweede zeeslag bij Marseille”

Caesar zegeviert in Ilerda

Portret van Caesar uit Nijmegen (nu in het Rijksmuseum van Oudheden)

Als ik u zeg dat het 2 sextilis was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 2 juli 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Een paar dagen geleden beschreef ik hoe een einde was gekomen aan de impasse die was ontstaan te Ilerda, waar Caesar en zijn tegenstanders Afranius en Petreius wekenlang tegenover elkaar hadden gelegen aan een rivier. Uiteindelijk had Caesar zijn troepen weten over te zetten, waarop Afranius en Petreius waren begonnen met de aftocht richting Ebro, 45 kilometer verderop. Dat had Caesar voor een dilemma geplaatst:

  • Hij moest óf hen volgen terwijl zijn aanvoerlijnen niet veilig waren, omdat hij Marseille niet in handen had,
  • óf de achtervolging staken en zijn vijanden toestaan zich elders in Iberië te versterken, waar hun bondgenoot Varro hun hulp kon bieden.

Caesar moest vooral snel een keuze maken, want zijn tegenstanders trokken weg over betrekkelijk vlak terrein dat later zou overgaan in heuvelland. Als ze eenmaal in de heuvels waren, konden ze de weg blokkeren en kon Caesar de oversteek van de Ebro niet meer beletten.

Lees verder “Caesar zegeviert in Ilerda”

Caesars diplomatieke zege bij Ilerda

Caesar (Altes Museum, Berlijn)

Als ik u zeg dat het 25 quinctilis was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 24 juni 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” We hadden Caesar met het onvoltallige Zesde, het onvoltallige Zevende, het onvoltallige Negende, het onvoltallige Tiende, het onvoltallige Elfde en het onvoltallige Veertiende Legioen achtergelaten in Ilerda, het huidige Lérida of Lleida in Catalonië, waar hij oorlog voerde tegen vijf legioenen van Pompeius, gecommandeerd door Lucius Afranius en Marcus Petreius.

In het vorige stukje behandelde ik een verwarde reeks gevechten, waarin Caesar probeerde de weg tussen Ilerda en het kamp van zijn tegenstanders in handen te krijgen. Ondanks heldhaftig optreden van het Negende Legioen, dat misschien in deze tijd zijn bijnaam Hispana kreeg, was dat niet gelukt. Toen heftige regens vervolgens een brug wegsloegen, werd verdere strijd vrijwel onmogelijk en beide partijen bleven tegenover elkaar liggen: Caesar aan de ene zijde van de rivier, Afranius en Petreius op de andere.

Lees verder “Caesars diplomatieke zege bij Ilerda”

De eerste zeeslag bij Marseille

Reliëf van een antieke zeeslag (Vaticaanse Musea, Rome)

Als ik u zeg dat het 27 juni was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 28 mei 49 v.Chr. op onze kalender, dan vindt u dat een wat flauw intro. Ik kondigde immers gisteren al aan dat u vandaag zou belanden in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En dit keer gaat het eigenlijk niet over Caesar, maar vooral over het beleg van Marseille.

U herinnert zich dat Caesar deze stad voor zich had willen winnen om zijn aanvoerlijnen richting Iberië veilig te stellen. Tijdens de onderhandelingen was Lucius Domitius Ahenobarbus, een generaal in dienst van de Senaat, naar de stad gekomen en hij had alles in staat van verdediging had gebracht. De belegering was begin april begonnen en duurde dus alweer een week of zeven toen de verdedigers een uitval deden. Caesars kolonels, die de belegering voortzetten terwijl hun generaal op weg was gegaan naar Spanje, hadden schepen laten bouwen om te verhinderen dat de belegerden overzee zouden uitbreken. Caesar zelf vertelt, in de vertaling van Hetty van Rooijen:

Lees verder “De eerste zeeslag bij Marseille”