6. Uit de fuik?

Herodotos veranderde mijn leven (Agora Museum, Athene)

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter tien jaar en daarom maak ik een persoonlijke balans op. De trouwe lezers van de blog zullen weinig nieuws tegenkomen, maar het is goed eens te kijken of mijn ambities overeenkomen met de praktijk. Dit is het zesde van twaalf stukjes; het eerste was hier.]

In 1993 solliciteerde ik naar een OiO-positie. Hoewel mijn Leidse leermeester H.W. Pleket tegelijkertijd ontslag nam uit protest tegen de oprichting van de onderzoeksscholen, stond hij achter mijn plan. De beoordeling daarvan gebeurde door één hoogleraar, die het voorstel afwees. Als doctorandus 1 had ik daarvoor begrip.

Die berusting verdween toen ik leerde dat de succesvolle sollicitant eveneens doctorandus 1 was én de kandidaat van de hoogleraar die de aanvragen had beoordeeld. Het was beter geweest te zijn afgewezen na een integere beoordeling, want dan had ik geweten wat ik intellectueel waard was. Ik ben van nature onzeker en die onzekerheid is hierdoor verergerd.

Ik kampte met een depressie, die duurde tot Hein van Dolen me vroeg mee te werken aan zijn vertaling van Herodotos. Sindsdien houd ik me beroepshalve bezig met het uitleggen van de Oudheid. Historicus, docent, reisleider, publicist, wetenschapscommunicator, journalist – ik heb het werk op allerlei manieren gedaan. Ik schreef boeken, bouwde websites, maakte een nieuwsbrief, verzorgde cursussen, blog vandaag tien jaar elke dag, heb reizigers rondgeleid, adviseer journalisten, heb gesproken op de radio, hielp een tijdschrift oprichten, ben bestuurslid van de VWN en beantwoord dertig vragen per dag, tienduizend per jaar. Dit kan ik doen doordat mijn vennoot Marco Prins wat regulierdere inkomsten heeft en ervoor zorgt dat er ook in mindere perioden brood op mijn plank blijft.

Ik viel met de neus in de boter, want het internet veranderde de aard van de wetenschapscommunicatie. Simpel samengevat was voorlichting tot in de jaren tachtig het beruchte populariseren, dat wil zeggen dat een universiteit optrad als “zender” en het publiek werd geacht de “ontvanger” te zijn. Popularisering gold destijds al als te simpele visie op kennisdeling en werd dat dankzij het wereldwijde web nog meer.

Kortom, er was werk aan de winkel. Er was iets te winnen. Ooit had ik gehoopt een bijdrage te kunnen leveren aan de groei van de kennis. Nu zou ik een bijdrage leveren aan de verspreiding ervan. Ik was uit de fuik. Dacht ik.

[Vandaag bestaat mijn blog tien jaar. Ik maak een persoonlijke balans op. Dit stuk wordt vandaag nog zes keer vervolgd.]

6 gedachtes over “6. Uit de fuik?

  1. Klaas Hielkema

    Wat je ook verder gaat zeggen, Jona, voor ons ben je helemaal niet in welke fuik dan ook.
    Je levert een eminente bijdrage, wees daar zeker van.
    Fijn dat het Hein van Dôme was die je uit de narigheid hielp. Heerlijke vertaling, fantastische reisleider.

  2. Anna Minis

    Ja, zo gaat het soms in de academische wereld. Gelukkig haalde Hein van Dolen u uit de depressie. Daar bent u aardig ged boven op gekomen!

  3. Anna Minis

    Ja, zo gaat het soms in de academische wereld. Gelukkig haalde Hein van Dolen u uit de depressie. Daar bent u aardig goed boven op gekomen!

  4. FrankB

    “k heb het werk op allerlei manieren gedaan”
    Je moet inderdaad wel onzeker zijn als je er toch aan twijfelt dat je goed en nuttig werk hebt verricht. UIt je opsomming blijkt dat je behoorlijk wat voor elkaar hebt gekregen.

Reacties zijn gesloten.