De Fiscus Judaicus: een vergeten ostrakon

Kwitantie van de Fiscus Judaicus, 103 na Chr. (Thermenmuseum, Heerlen)

Eerst nog even iets over de Fiscus Judaicus. Ik gaf al aan dat keizer Domitianus deze alleen door joden te betalen belasting zó toepaste dat de wegen van joden en christenen uit elkaar gingen. Wie de joodse belasting betaalde, beleed een erkende vorm van monotheïsme; wie monotheïst wilde zijn zonder te betalen, riep problemen op. De synagogen hadden redenen om zich te distantiëren van de volgelingen van Jezus. De rest is geschiedenis.

Nu ik uw kennis van de Fiscus Judaicus heb opgefrist, kunnen we het hebben over bovenstaand ostrakon (beschreven scherf) uit 103 na Chr. Dit is een kwitantie die documenteert dat iemand de Fiscus Judaicus heeft betaald. Er zijn eenenzeventig van zulke scherven bekend, allemaal afkomstig uit het Egyptische Edfu en daterend uit de tweede eeuw. Het aardige is nu: het voorwerpje wordt bewaard in het Thermenmuseum in Heerlen. Hoe is het daar gekomen?

Catacomben in Valkenburg

Het is een aankoop van Jan Diepen (1872-1930), een Tilburger die rijk was geworden in de textielindustrie en besloot iets zinvols met zijn kapitaal te doen. Het was de tijd waarin de eerste oudheidkundige openluchtmusea ontstonden. De Duitsers hadden al een Saalburg, de Fransen hadden de Kérylos-villa, in Nijmegen waren plannen voor de Heilig-Land-Stichting en Diepen liet in Valkenburg de catacomben van Rome nabouwen. Het was geen goedkoop hobbyisme, zoals dat paleis Soestdijk in Eindhoven. De Romeinse Katakomben waren (en zijn) een serieus project met een wetenschappelijke begeleidingscommissie.

Diepen legde ook een verzameling oudheden aan. Die verwierf hij bij het PIAC (het Pauselijk Instituut voor de Archeologie van het Christendom) of via de leden van zijn adviescommissie. Zo nu en dan kocht hij ook materiaal aan bij antiquairs en dat zal ook de weg zijn geweest waarlangs een deel van de collectie-Kaufmann in Diepens bezit kwam.

Kaufmann

David Kaufmann (1852-1899) had judaica gedoceerd in Boedapest en was een van de grote organisatoren van dit vakgebied. Hij correspondeerde met iedereen die er ook maar een beetje toe deed en beijverde zich ervoor dat informatie niet bij deze of gene geleerde op tafel bleef liggen, maar breed werd gedeeld (“Kaufmanns Nachrichtendienst”). Toen zijn weduwe in 1905 overleed, werd de collectie die haar man vanuit zijn vele contacten had verworven, ontbonden. Zo’n zeshonderd manuscripten kwamen in handen van de K.u.K. Akademie der Wissenschaften en zijn nog steeds in Hongarije, maar andere oudheden lijken te zijn geveild. In elk geval: Diepen verwierf ze.

Via hem kwamen ze in de collectie van de Romeinse Katakomben in Valkenburg. Als ik het me goed herinner, zijn enkele voorwerpen nog te zien in het gebouwtje waar je een kaartje koopt, maar een ander deel is ter bewaring overgebracht naar het Thermenmuseum, dat betere faciliteiten heeft. Bij het Romeinse badhuis zijn ze natuurlijk een beetje een vreemde eend in de bijt, want het museum richt zich vooral op de Euregio in de Romeinse tijd. Het scherfje wordt dus zorgvuldig bewaard in het depot maar past niet bij wat men kan exposeren.

Het voorwerp verdient echter wat aandacht. Het documenteert immers het ontstaan van de scheiding tussen joden en christenen. Ik zal niet snel meehuilen met de wolven in het bos die beweren dat in de Oudheid dingen zijn gebeurd die ons nog altijd beïnvloeden, want zulke claims zijn, zeker als het gaat om ideologie, altijd makkelijker gedaan dan bewezen. Het scheiden der wegen vormt echter een uitzondering. Het scherfje verdient wat meer bekendheid.

PS

Nu ik het toch over musea heb: komend weekend begint in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden de expositie over keizer Domitianus. De Romeinse Katakomben bij Valkenburg verdienen uw bezoek: ga erheen als u toch op weg gaat naar het vernieuwde Thermenmuseum. Het laatste nieuws over dat museum is dat in 2023 een begin wordt gemaakt met de nieuwbouw.

[Dit was het 413e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

Naschrift

En de vertaling is hier.

10 gedachtes over “De Fiscus Judaicus: een vergeten ostrakon

  1. Rob Alberts

    Ook met deze blogpost,

    Respect en bewondering voor jouw gedetailleerde kennis en blik voor het grote overzicht.

    Vriendelijke groet,

  2. Huibert Schijf

    Off topic, maar een leuk nieuwtje in de Berliner Zeitung van vandaag. Vlak bij Berlin zijn gouden munten van de Kelten gevonden die in het bezit waren van Germanen. ”Was macht den Schatz so wertvoll? „Er wurde weit entfernt vom Siedlungsraum der Kelten gefunden“, sagt der Archäologe Schoppe. Ein solcher Fund in einer solchen Größe sei äußerst ungewöhnlich. In ganz Brandenburg wurde gerade mal eine weitere Kelten-Münze gefunden.”

      1. Huibert Schijf

        Daar is de archeologie zich van bewust: “Die Münzen stammen wohl aus dem hessischen oder rheinland-pfälzischen Raum.“ Het bijzondere volgens haar is dat ze in Brandenburg zijn gevonden. Er waren ongetwijfeld handelsrelaties.

  3. Saskia Sluiter

    De link naar villa Kérylos werkt niet goed. Daar is kennelijk iets mis. En dat is jammer, want het is een gedenkwaardig bouwwerk. Het speelt een rol in ‘Letters to Camondo’ van Edmund de Waal. Gedenkwaardig boek ook.

    1. Huibert Schijf

      Bij mij ook niet. Edmund de Waals Letters to Camondo is een prachtig en soms ontroerend boek. Een mooi vervolg op zijn The hare with the amber eyes. (zie mijn bespreking als geliefd boek). Het helpt overigens als men ooit de villa van de Camondos bij Parc Monceau (verreweg het leukste park van Parijs) hebt bezocht. Nu een museum. Een rijk boek met overlappende verhalen en afbeeldingen is door James McAuley, The House of Fragile Things (2021) geschreven.

    1. Ik vermoed uit Edfu. De scherf is op zich niet onbekend: ze is tentoongesteld geweest in Assen en staat beschreven in het proefschrift van Heemstra. Alleen: ik heb de tentoonstellingscatalogus en het proefschrift allebei uitgeleend. Dus ik kan het even niet controleren.

Reacties zijn gesloten.