Romeins Heerlen

Romeins Limburg (uit: Roman Bathing in Coriovallum)

Een paar maanden geleden blogde ik over een drietal stammen die in de Lage Landen moeten hebben gewoond en die we niet goed op de landkaart kunnen intekenen. Ik noemde de Frisiavonen, die door Nederlandse archeologen vaak worden geplaatst in Zeeland, waar Vlaamse archeologen de Menapiërs plaatsen. Ook noemde ik de Baetasi, waarvan we weten dat hun gebied zich bevond binnen dat van de latere gemeente Xanten. Tot slot noemde ik de Sunuci. Over hen is weleens gezegd dat dat ze nog zijn aan te wijzen in Zuid-Limburgse plaatsnamen als Sinnich, Schin op Geul, Schimmert en Schinnen. Tot slot nam ik een suggestie over van Karen Jeneson, de conservator van het Thermenmuseum, dat Heerlen – bepaald geen dorp – weleens de hoofdstad zou kunnen zijn geweest van een van die stammen. Het taalkundige bewijsmateriaal deed mij denken aan de Sunuci.

Nu de resultaten van drie jaar onderzoek naar Romeins Heerlen zijn gepubliceerd in een boek dat Roman Bathing in Coriovallum. The thermae of Heerlen revisited heet, wilde ik toch eens weten of dat klopte.

Het leger lijkt, net als in Nijmegen en Xanten, een belangrijke rol te hebben gespeeld bij de totstandkoming van Coriovallum, zoals Heerlen destijds heette. Er waren al grote huizen. Een meer civiele periode brak aan tegen het einde van de eerste eeuw. Archeologen leggen vaak een verband met het feit dat keizer Domitianus de toenmalige militaire zone zou hebben omgevormd tot een provincie; zelf heb ik altijd wat aarzelingen of dat wel zo’n ingrijpende gebeurtenis is geweest, maar dat Heerlen minder militair van aard werd, staat vast. Het staat eveneens vast dat toen keizer Trajanus rond het jaar 98 n.Chr. de stad Xanten de rang gaf van colonia, in feite een mini-Rome, hij het gebied rond Heerlen aan die gemeente toevoegde.

Maar waartoe behoorde Heerlen vóór die gemeentelijke herindeling? Dát het de hoofdstad was van een civitas lijkt onweerlegbaar. (Het woord civitas kan zowel stam als gemeente betekenen en dat illustreert de ambiguïteit die aanvankelijk zal hebben bestaan.) Er waren grote openbare gebouwen – niet alleen het badhuis maar even verderop stond er nog een, waarvan de aard onduidelijk is – en er was een bloeiende pottenbakkernijverheid. Er waren vier grafvelden waarvan er twee minimaal een halve kilometer lang waren. Dat is echt veel.

De onderzoekers opperen nu dat het de voornaamste nederzetting was van de Baetasii terwijl Aken dat was voor de Sunuci. Zie het landkaartje hierboven. Het probleem is dat Sinnich, Schin op Geul, Schimmert en Schinnen min of meer op een lijn van noord naar zuid liggen, ruwweg evenwijdig aan de Maas. Dat past niet bij de oost-west-oriëntatie die de opgravers in gedachten hebben. Begrijp me niet verkeerd: ik zeg niet dat ze het verkeerd zien maar ik snap het gewoon niet. Het is niet heel belangrijk of Heerlen de voornaamste nederzetting was van de Sunuci of Baetasii, maar een weerlegging van het taalkundig bewijs zou het verhaal overtuigender maken. De historische taalkunde is immers een vrij hard vak.

Dat alles gezegd zijnde, het is indrukwekkend te zien hoeveel de laatste jaren is bereikt in Heerlen. Het museum is vernieuwd, restauratieatelier Restaura en het Limburgs Provinciaal Depot zijn in Heerlen gevestigd en nu is er dus een synthese waarin het onderzoek van de laatste jaren is samengevat. Ik ben geen kritiekloze fan van Zuid-Limburg – zie hier en daar – maar het is wel een van de allerinteressantste plekken voor wie belangstelling heeft voor de Lage Landen in de Romeinse tijd.

23 gedachtes over “Romeins Heerlen

  1. Rudmer Koopal

    “Ook noemde ik de Baetasi, waarvan we weten dat hun gebied zich bevond binnen dat van de latere gemeente Xanten. ” Dit snap ik even niet. Was dat voor de Cugerni er kwamen wonen? Of loopt het territorium van de Baetasi zo ver naar het noorden?
    Staat dat in het boek Roman bathing in Coriovallum?

    1. De Cugerni zijn – zo lijkt het – een restant van een stam die door Tiberius uit het Overrijnse in het gebied rond Xanten zijn geplaatst. Later is hun gebied gefuseerd met dat rond Heerlen en Aken. Vermoedelijk woonden in die contreien dus de Sunuci en Baetasi.

      1. Rudmer Koopal

        Dat de Cugerni van later zijn is bekend. Maar om nu automatisch maar aan te nemen dat het gebied bij Xanten dan maar bewoond is geweest door Sununici en/of Baetasi lijkt me iets te voorbarig. Er zijn genoeg voorbeelden in de eerste eeuwen na Christus (en ook voor Christus) van hele stukken gebied in de lage Landen en Duitsland die niet bewoond zijn en niet toebehoren aan een stam of ontvolkt zijn.
        Archeologisch bewijs van bewoning (door Germanen en/of Kelten) voor de Curgerni is mij niet bekend. Of weet jij meer?

        1. Dat is niet het punt, geloof ik, dat de archeologen uit Heerlen maken. Ze claimen – als ik het goed begrijp – dat rond 100 de Sunuci (Aken) en Baetasi (Heerlen) met de Cugerni (Xanten) samen zijn gevoegd tot één nieuwe gemeente met de rang van colonia.

          Dat de Cugerni in de voorafgaande eerste eeuw al woonden rond Xanten is epigrafisch bewezen en valt ook op te maken uit Cassius Dio.

          1. Rudmer Koopal

            Dat kan wel kloppen van die Colonia. Colonia Ulpia Traiana ( Xanten) is in 98/ 99 na Chr. gesticht. En daar woonden Baetasi veteranen uit het Romeins leger in de stad
            Zie https://books.google.com/books?id=fM_cmuhmSbIC&pg=PA262
            Auteurs stelden in 2009 al dat er sprake was van een civile identiteit naast een tribale identiteit.
            Maar het gebied van de stam van de Baetasi ligt er niet. Het concept van stam met teritoria was wellicht toen (100 na Chr.) al achterhaald.

      2. Roger Van Bever

        …Ook noemde ik de Baetasi, waarvan we weten dat hun gebied zich bevond binnen dat van de latere gemeente Xanten…

        The Betasii (or Baetasii) was the name Germanic tribal grouping within the Roman province of Germania Inferior, which later became Germania Secunda. Their exact location is still unknown, although two proposals are, first, that it might be the source of the name of the Belgian village of Geetbets, and second, that it might be further east, nearer to the Sunuci with whom they interacted in the Batavian revolt, and to the Cugerni who lived at Xanten. The area of Gennep, Goch and Geldern has been proposed for example. (bron: Engelse Wikipedia die zich weliswaar baseert op een ouder Nederlands werk van A.W. Bijvanck: Nederland in Den Romeinschen Tijd, Deel 1. Zie: https://books.google.nl/books?id=MdcUAAAAIAAJ&pg=PA201&redir_esc=y#v=onepage&q&f=false ).

        Toentertijd werden er dus drie claims gelegd op de locatie van de Baetasii. Bijvanck zegt dat we het dus eigenlijk niet weten. Is er inmiddels meer ‘bewijs’? Of is het grondgebied van Xanten in de loop der tijden uitgebreid? Op dit mooie kaartje lijken de Baetasii geen al te groot grondgebied te hebben. Ik heb het boek niet. Is het een aanrader, Jona?

    1. Dat is dus mijn probleem. Ik denk dat vier plaatsnamen, vroeg geattesteerd, in de juiste regio een sterk bewijs vormen. Dat hoeft het laatste woord niet te vormen.

      De crux is: het negeert in Heerlen negeert het gewoon. Men heeft aanwijzingen voor de Baetasii en misschien zijn die juist, maar men lijkt domweg het bewijs dat ertegen pleit, niet onderzocht. Dat is geen wetenschap.

      Het is wel symptomatisch voor de Nederlandse oudheidkunde: de onderzoekers zijn te beperkt opgeleid, kunnen het relevante bewijsmateriaal niet evalueren en denken dat wetenschap datgene is wat zij en hun allernaaste collega’s doen. Aangezien archeologen archeologen controleren (en oudhistorici oudhistorici en classici classici) kan dit doorgaan en worden de wetenschappelijke beschrijvingen van de oude wereld er niet beter op.

      Voor het goede begrip: ik ben wel overtuigd van de goede bedoelingen van Heerlen, en misschien zie ik iets over het hoofd. Maar het lijkt erop dat ze het bewijs tegen hun stelling hebben genegeerd.

      1. Jeff

        In verband met de stamnaam Baetasii en de plaatsnamen Sinnich, Schin op Geul, Schimmert en Schinnen:

        “[…] maar een weerlegging van het taalkundig bewijs zou het verhaal overtuigender maken.”

        Is hier dan wel sprake van taalkundig bewijs? Of heeft ooit iemand maar eens iets geroepen?

        Als er echt een taalkundig onderzoek is gedaan naar een mogelijk verband tussen de naam Baetasii en die plaatsnamen, dan geef ik je gelijk. Dan hadden ze dat niet mogen negeren.
        Maar als dat onderzoek er niet is, dan valt hen op dit punt volgens mij niets te verwijten.
        De spreekwoordelijke ‘bal’ ligt dan bij degenen die ooit de suggestie gedaan hebben.
        ———-

        Iets dat mij snel opviel en waar ik me aan stoorde is het gebruik van de namen Aquae Granni voor Aken en Trajectum ad Mosam voor Maastricht.
        Twee namen die niet in Romeinse bronnen voorkomen. Aken wordt pas voor het eerst als Aquis geattesteerd in de achtste eeuw. Voor het Romeinse Aken is geen naam overgeleverd.
        Wanneer de toevoeging ‘ad Mosam’ voor het eerst bij ‘Traiectum’ verschijnt weet ik niet precies, maar dat is zeker op z’n vroegst pas ergens in de late middeleeuwen.

          1. Jeff

            Ik ‘zeur’ nog even lekker door …

            In mijn aantekeningen kwam ik de volgende publicatie tegen:
            Ruud Offermans 2015 De Sunici

            Kennelijk begonnen als een uitgave in eigen beheer, want ik vond het in 2017 op mijnbestseller.nl
            Daar kan ik het nu niet meer vinden, maar het staat ook (‘niet leverbaar’) bij Bol, waar je ook enkele pagina’s kunt inzien. Bol geeft als uitgever Limburger.nl/Mijnboek

            https://www.bol.com/nl/p/de-sunici/9200000046772839/

            De auteur is een Limburger die al meer boeken gepubliceerd heeft (ook novellen, romans en dichtbundels). Hij is (was?) cultuurhistoricus bij de provincie Limburg met een academische opleiding in de fysische geografie. In hoeverre hij enige deskundigheid heeft op het gebied van de naamkunde is me niet duidelijk. Hij durft er kennelijk wel over te schrijven.

            Ik heb geen idee wat hij precies schrijft over Sunici en de bewuste plaatsnamen en of dit een degelijk naamkundig onderzoek genoemd mag worden. Het kan ook zijn dat hij alleen maar een vermelding doet over het bestaan van de theorie.

            Hoe kom je er nu achter of iemand naamkundig onderzoek gedaan heeft naar het een of ander?

        1. Roger Van Bever

          … Voor het Romeinse Aken is geen naam overgeleverd….

          Klopt! Dit las ik in de Franse, Engelse en Duitse Wikipedia:

          L’étymologie de Aix-la-Chapelle vient du latin aquis (ablatif pluriel de « eau »), pour Aix, et capella (désignant le manteau de saint Martin) pour Chapelle, la relique étant conservée dans l’édifice homonyme construit par Charlemagne de 787 à 797 (d’où il contrôlait son empire).
          Le roi franc Pépin le Bref bâtit un château à Aix. Le premier document écrit sur la ville (765) la mentionne comme Aquis villa. Aix-la-Chapelle à la fin du VIIIe siècle était une station thermale antique fondée par les Romains. Selon Éginhard (qui a écrit le livre Vie de Charlemagne), Charlemagne la découvrit lors d’une partie de chasse. Comme il aimait la natation, il fit creuser une piscine où 100 personnes pouvaient se baigner à la fois (Franse Wikiwand)

          Der lateinische Name Aquis Granni ist erst seit dem Frühmittelalter bekannt. Im Jahre 765 wird unter dem Frankenkönig Pippin der Jüngere erstmals der Name Aquis („bei den Wassern“) für das heutige Aachen genannt. Sein Sohn Karl der Große feierte hier im Jahr 768 in der Villa Aquis das Weihnachtsfest.[1] Der Name hat seinen Ursprung in den zahlreichen Aachener Thermalquellen an diesem Ort. Als Badeort und wegen der heißen Quellen, die in Thermen gefasst waren, war die Gegend schon bei den römischen Legionären sehr beliebt. Der Namenszusatz Granni geht auf den keltischen Wasser- und Bädergott Grannus zurück; Quellen aus der Antike zur Verwendung des Begriffes während der Römerzeit liegen nicht vor. (Duitse Wikiwand: men lette vooral op de laatste zin).

          Aquis (abl. mv) : is meer dan waarschijnlijk een locativus. In het gallo-romeinse volkslatijn werd dit ‘aix’ (Aix-les-Bains)of soms ‘aigue’ (denk aan Aigues-Mortes).

          Er is zoals bekend nog de leuke Franse stad met Aix in de naam, Aix-en-Provence, gesticht in 123 of 122 v.Chr. door consul Sextius Calvinus, vanwege de verschillende bronnen van warm en koud water. Deze plaats kreeg wel een naam in de Geographia van Claudius Ptolemaeus : Aquae Sextiae Colonia.

          Uit Jona’s column leid ik af dat dit voor de Romeinen een belangrijke plaats geweest moet zijn (colonia).

        2. “Is hier dan wel sprake van taalkundig bewijs?”

          Dat zou ik dus ook graag weten, wat nu, volgens de archeologen uit Heerlen (die ik hoog aansla), een oudheidkundig bewijs vormt. Ik denk zelf dat het negeren van een complete klasse bewijsmateriaal niet heel wetenschappelijk is.

        1. Als het alleen maar haantjesgedrag zou zijn, was het zo erg niet. Het erge is dat mensen verouderde concepten hanteren. Maar waarvoor hadden we ook alweer geesteswetenschappen? Was dat niet om onze eigen denkbeelden, ideeën, definities te doorgronden?

  2. jan kroeze

    Langs rivieren worden veel potten gebakt (en gebroken, neem ik aan) Ik heb Limburgs aardewerk van ik meen zo’n 100 jaar geleden op een kast staan. In de buurt waar ik woon had je Velser aardewerk, met veel groen, oranje en geel. Verder werden series, bruin gekleurd gefabriceerd. Museum Kennemerland in Beverwijk is in het bezit van een aardige collectie Velser aardewerk.

    1. Ik weet het werkelijk niet. Het is gewoon een kwestie, hoe je de verschillende soorten bewijsmateriaal weegt. Als ik dat zou kunnen, schreef ik wel geleerde wetenschappelijke artikelen. Het enige wat ik weet is dat het negeren van informatie die pleit tegen je stelling, geen wetenschap is.

Reacties zijn gesloten.