Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers. Ik probeer altijd wat eenheid aan te brengen, wat soms lukt en soms niet, maar dit keer zijn de faits divers echt heel divers.
Egypte in Leiden
Eerst wat nieuws uit eigen land, namelijk uit ons eigen Leidse Rijksmuseum van Oudheden: de mooie expositie over het ontdekken van het oude Egypte is tot 3 mei verlengd. “Wegens succes geprolongeerd”, heet zoiets, en de tentoonstelling is inderdaad heel goed bezocht, zonder dat het onprettig druk is. Gaat dat zien dus.
In eerdere afleveringen van de onregelmatig verschijnende rubriek faits divers lukte het me nog weleens om verwante onderwerpen te presenteren, maar vandaag zijn de faits wel heel divers.
Paul Veyne
Eerste berichtje: een van mijn vaste correspondenten attendeerde me erop dat de Franse oudhistoricus Paul Veyne anderhalf jaar geleden is overleden. Dat was me ontgaan. Zijn belangrijkste werk, Le pain et le cirque (1976), ging over de wijze waarop rijke mensen in de Grieks-Romeinse wereld zich presenteerden als weldoeners. Zulk évergetisme diende niet om verkiezingen te winnen of macht te verwerven, want macht hadden die rijke mensen al. Het was ook geen liefdadigheid, want ze gaven niet aan de armen maar aan de burgers. Het ging erom de maatschappelijke positie te bestendigen en herinnerd te blijven worden.
Reliëf van elf goden, een heros en keizer Theodosius uit Efese (Archeologisch Museum, Selçuk)
Eigenlijk wilde ik, nu mijn blog gaat jubileren, niet mopperen. Maar toch. Twee publicitaire missers in vierentwintig uur. We staan er weer gekleurd op.
Misser één. De Amerikaanse onderzoeker Douglas Boin kondigde onlangs een ontdekking aan in een antieke tempel in Italië. Die oudheidkundige, die kende ik. Ik las ooit Boins boek over Alarik, waarin de war lord werd gepresenteerd als slachtoffer van een hard Romeins grensbeleid dat talentvolle mensen schoffeerde. Boins schets van de Goten leek me geïdealiseerd, maar vooral: het boek leek meer op een bijdrage aan de politieke discussie over de grens tussen Texas en Mexico dan op geschiedschrijving. Ik heb het hier maar niet besproken.
En nu dus “a major announcement”. Er is geen wetenschappelijke publicatie, want archeologen zoeken de publiciteit het liefst vóór de claim controleerbaar wordt. Het komt er echter op neer dat de bewoners van Spello in Italië een (al bekende) tempel hebben gebouwd voor de familie van keizer Constantijn de Grote, en dat er nu drie muren zijn gevonden die bij die tempel zouden kunnen horen. Die muren, zo claimen de opgravers, bieden “zeer intrigerend potentieel voor een belangrijke ontdekking voor de keizercultus tijdens een christelijke heerser”.
Kwitantie van de Fiscus Judaicus (Thermenmuseum, Heerlen)
Het zat me niet helemaal lekker dat ik vanmorgen de tekst niet kon geven van dat Heerlense ontvangstbewijs van de Fiscus Judaicus. Vanmiddag kreeg ik van diverse kanten hulp aangeboden, en omdat de zoom-vergadering die ik vanavond had prettig snel was afgelopen, kan ik nu al het een en ander toevoegen. Laten we eens een “diplomatieke uitgave” doen: een uitgave waarbij we eerst tonen wat er feitelijk staat en daarna een op leesgemak aangepaste reconstructie.
Hier is eerst de feitelijke tekst (die niet in alle browsers goed leesbaar zal zijn).
In een echte diplomatieke uitgave zouden de letters die ik nu heb doorgehaald, zijn aangegeven met een puntje eronder. Het betekent dat die letter niet scherp zichtbaar is. Ik kan dat hier niet namaken. Hier passen we de tekst aan op leesgemak, dus met uitgeschreven afkortingen en wat interpunctie.
Sambathion, ook bekend als Jezus, de zoon van Papios,
voor de Fiscus Judaicus. Jaar 6 van Trajanus
onze heer. 4 drachmen. Jaar 6, 29 Pachon.
Die laatste datum is om te rekenen naar 24 mei 103.
De scherf komt uit Edfu en staat bekend als O. Heerlen BL 345, waarbij de O natuurlijk staat voor ostrakon. Sambathion is ook bekend van enkele andere ostraka; in Heerlen is bijvoorbeeld ook een kwitantie te zien dat hij de bodembelasting heeft betaald.
En verder vergiste ik me: de Kaufmann van wie Diepen de collectie overnam, was niet de Hongaarse geleerde, maar Karl Kaufmann.
Kwitantie van de Fiscus Judaicus, 103 na Chr. (Thermenmuseum, Heerlen)
Eerst nog even iets over de Fiscus Judaicus. Ik gaf al aan dat keizer Domitianus deze alleen door joden te betalen belasting zó toepaste dat de wegen van joden en christenen uit elkaar gingen. Wie de joodse belasting betaalde, beleed een erkende vorm van monotheïsme; wie monotheïst wilde zijn zonder te betalen, riep problemen op. De synagogen hadden redenen om zich te distantiëren van de volgelingen van Jezus. De rest is geschiedenis.
Nu ik uw kennis van de Fiscus Judaicus heb opgefrist, kunnen we het hebben over bovenstaand ostrakon (beschreven scherf) uit 103 na Chr. Dit is een kwitantie die documenteert dat iemand de Fiscus Judaicus heeft betaald. Er zijn eenenzeventig van zulke scherven bekend, allemaal afkomstig uit het Egyptische Edfu en daterend uit de tweede eeuw. Het aardige is nu: het voorwerpje wordt bewaard in het Thermenmuseum in Heerlen. Hoe is het daar gekomen?
Twee antieke grafstenen met een animatie van een crematie op een grafveld
Voor wie het Thermenmuseum in Heerlen nog niet mocht kennen: het is gewijd aan een van de grootste Romeinse ruïnes benoorden de Alpen. Coriovallum, zoals Heerlen destijds heette, was aanvankelijk de voornaamste nederzetting van een lokale stam. Fijne klei in de beekdalen zorgde ervoor dat hier veel pottenbakkers kwamen wonen. (Ik blogde vorige week over Lucius en Amaka.) Een Romeinse weg, vanouds aangeduid als Chaussée Brunehaut, verbond het stadje met Bavay en Keulen en met de rest van de wereld, terwijl een andere weg leidde naar het noorden en naar Aken. Ergens in het midden van de eerste eeuw na Chr. verrees hier ook een badhuis. Voor reizigers, voor soldaten, voor pottenbakkers en voor iedereen die verlost wilde zijn van het stof en zweet. En voor iedereen die gewoon behoefte had aan een babbel.
Kortom, Coriovallum was een van de vroegste centra van de romanisering in de Lage Landen. Een van de laatste ook. Nog in de vijfde eeuw na Chr., toen andere nederzettingen allang waren opgegeven, woonden hier soldaten die zich identificeerden met het Romeinse Rijk. Het badhuis lijkt nog altijd te hebben gefunctioneerd. De opgraving documenteert dus een periode van een half millennium – het eerste kwart van de geschiedenis van de Lage Landen.
Op een dag in de niet zo verre toekomst zal de rijksarchivaris het embargo opheffen dat ligt op de notulen van het beraad van het Derde Kabinet Rutte. Als ik dan nog leef zou ik wel willen weten hoe de vergadering heeft plaatsgevonden waarbij de ministers besloten dat de musea dicht moesten. We weten inmiddels dat een deel van de aanwezigen strenge coronamaatregelen wilde, dat een ander deel meende dat de maatregelen té streng konden zijn, dat het kabinet toch daadkracht wilde uitstralen en dat dus maar werd besloten dat de culturele sector op slot moest.
De minister van Cultuur schijnt niet bij de beraadslagingen aanwezig te zijn geweest. Waarom ze niet is opgestapt toen ze moest vernemen dat anderen beslissingen namen over wat toch haar beleidsterrein was, is me niet duidelijk. Vandaar dat ik zo benieuwd ben naar de vergaderstukken.
Het kruikje van Lucius in het Thermenmuseum (Heerlen
Voor mij, ga ik u eens lekker inwrijven, gaan de deuren open die voor u onlangs gesloten werden. Een kleine twee weken geleden, op de eerste dag waarop de musea geen publiek meer mochten ontvangen, mocht ik rondwandelen door het Thermenmuseum in Heerlen. Het was verder verlaten, afgezien van conservator Karen Jeneson en mijn geliefde, die wilde genieten van een stil museum.
Privileges verplichten, dus binnenkort doe ik verslag van de laatste fase bij de vernieuwing van dat mooie museum. Het zal het eerste stukje zijn als de groepsblog online gaat. Ik mik op donderdag.
Maar eerst: een van de beroemdste archeologische vondsten uit Nederland. Niet het badhuis zelf, maar het kruikje hierboven.
Bestond het persbericht van het Thermenmuseum dan louter uit die ene zin? Ik neem aan van niet. Waarschijnlijk is een pakkende zin gekozen, en wordt het vervolgens nader toegelicht (zoals dus inderdaad zo blijkt te zijn).
Antwoord: die nadere toelichting zat verscholen op een ontoegankelijke plek, in een rapport dat even indrukwekkend als Engelstalig was en ergens moest worden gedownload.
Drie stappen
Laat ik het anders zeggen. Het punt is dit. Je draagt informatie over in drie stappen. Eerst trek je de aandacht; daarna is er de boodschap; vervolgens is er de verdieping.
“Hé!”
“Ga weg daar!”
“Je staat te dicht bij de spoorbaan en er komt een trein aan.”
Het gaat om het tweede maar het derde is cruciaal.
Een tijdje geleden liet het Thermenmuseum in Heerlen in een hijgerig persbericht weten dat was vastgesteld dat het beroemde Romeinse badhuis het oudste gebouw was van Nederland. De bewering is waar, mits je een heel specifieke definitie van gebouw hanteert. De Heerlenaren konden echter redelijkerwijs verwachten dat die nuance in de media zou wegvallen. Ik blogde er destijds over dat ik het een vreemde gang van zaken vond.
Een hype die niet nodig was
Nu ik het rapport Roman Bathing in Coriovallum lees, weet ik het zeker. De hype was nergens voor nodig. De onderzoeksresultaten waren interessant genoeg om te presenteren zonder overdrijving. Je kunt namelijk prima de puzzel tonen. Als voorbeeld neem ik de manier waarop museumconservator Karen Jeneson aantoont hoe oud het badhuis is.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.