Kikkererwten (1)

We aten kikkererwten, vandaag. Dat zou het vermelden nauwelijks waard zijn geweest, als het me niet op dit stukje had gebracht. Want ik wil het hebben over de etymologie van dat woord, die ons naar zowel Rome als het oude Griekenland brengt.

Kikkererwten

Is kikkererwt dan zo’n oud woord? Nee, helemaal niet. Het duikt in het Nederlands pas vrij recent voor het eerst op, namelijk toen ik eerstejaars klassieke taal- en letterkunde was (en nee, dat is nog niet de hierboven beloofde relatie met de klassieke Oudheid).

Goed, kikkererwten heten dus pas zo sinds het begin van de jaren zeventig. Daarvoor bestonden ze wel, maar heetten ze anders: kekererwten, of kortweg kekers. Dat kekererwten kikkererwten werden, is een mooi voorbeeld van volksetymologie: het onbegrijpelijke keker werd vervangen door een begrip dat wel bekend was. Dat de relatie tussen kikkers en de erwten in kwestie om het zacht uit te drukken niet onmiddellijk evident is – kikkererwten zijn niet eens de groene erwtenvariëteit – is minder belangrijk dan het feit dat het woordje kikker in elk geval wel iets betekent. (Iets soortgelijks gebeurde bijvoorbeeld ook met de aanduiding van een ziekte die in de Middeleeuwen nog scorbutus luidde, wat Latijn en dus onbegrijpelijk was. Het volksetymologisch gevormde scheurbuik was in elk geval begrijpelijk, al sloeg het nergens op.)

Ciceren

Kekererwten, of kekers dus. Nog een stap terug en we zitten, bijvoorbeeld, in 1460. Dan verschijnt de Groten Lancfranck, de vertaling van een handboek van Lanfranc van Milaan (ca. 1245-1306), chirugijn: Alhier beghint dat boek van surgien van Meilanen ende heyt de Grote Lancfranck ende is een blom van surgien. Wat verderop behandelt Lancfrank saphati. Saphati? Jazeker:

Saphati sijn clene puusten de wassen (die groeien) int hovet ende int aensichte der kinderen ende meest van wiven ende van mannen de sijn van verscher natuur ende daer loept uut diverse ettere.

Jeugdpuistjes, zou ik gokken. Maar wat doe je daaraan? Lancfranck adviseert eerst een therapie,

ende ist dat dit niet en helpet, dan salmen maken dese salve: nemet mele van ciceren ende vanden sade van bismalve° getempert mit azine.

Cicermeel met malvezaad, geblust met azijn. De kekers heten hier dus nog ciceren, en daarmee schiet het op.

Cicero

Het enkelvoud cicer is een leenwoord uit het Latijn, waar datzelfde woord ‘erwt’ betekent. Toen de Romeinen dat woord uitleenden spraken ze de combinatie ci– dus nog uit als ki-, en nog niet zoals ze dat vanaf de vijfde eeuw gingen doen: als tji- (meer). Aan de cicer (spreek dus uit: kieker) ontleende de befaamde Romeinse staatsman/redenaar/filosoof Cicero (spreek uit: Kiekero) zijn naam.

Toen Cicero zijn publieke optredens begon en een openbaar ambt wilde bekleden, vonden zijn vrienden dat hij die naam echt moest veranderen. Maar hij antwoordde ad rem dat hij ervoor zou zorgen dat hij zijn naam Erwt beroemder zou maken dan die van bijvoorbeeld Scaurus (‘Gezwollen enkels’) of Catulus (‘Puppy’). Dat schrijft Ploutarchos in zijn Leven van Cicero 1.5.

Indo-Europees?

Nog verder terug loopt het spoor dood. We weten niet of cicer een Indo-Europees woord is, met andere woorden: of het teruggaat op een Proto-Indo-Europese vorm. Het Albanese woord voor linze is mogelijk aan cicer verwant, en het Armeense woord voor ‘kikkererwt’ lijkt er erg op. Maar die oogst is toch te mager om cicer onomstotelijk tot een Indo-Europees woord uit te roepen. Het zou ook best een leenwoord uit een onbekende (en dan waarschijnlijk uitgestorven) taal kunnen zijn.

Non liquet, zeggen we dan. Een uitdrukking die we – daar is ’ie weer – van Cicero hebben, en die werd gebruikt wanneer een aangeklaagde bij gebrek aan bewijs moest worden vrijgesproken: de zaak is niet duidelijk.

[Wordt vervolgd. Omdat ik het in april vrij druk heb, zal ik enkele stukken plaatsen die oorspronkelijk waren gepubliceerd op de beëindigde website Grondslagen.net en die interessant genoeg waren om te bewaren. Dit was een van de bijdragen van Gert Knepper. Dank je wel Gert !]

2 gedachtes over “Kikkererwten (1)

  1. Saskia Sluiter

    Ha, wat een mooi stukje taalpluizerij! En dat geldt ook voor Kikkererwten 2.
    Talen als Dodo’s, die echter nog wat sporen nalieten. Wat zou je daar graag veel meer over willen weten. Maar het doek is neergelaten en meer dan een glimp zit er niet in. Slechts die paar sporen; in de taal, in ons DNA en tastbaar in de bodem nog misschien, van een bestaan dat toen even actueel was als dat van ons nu.

Reacties zijn gesloten.