Circus

(foto Needpix)

Het televisieprogramma Het Klokhuis zou eind maart in het Amsterdamse museum Nemo een vragendag hebben georganiseerd, waarbij wetenschappers kindervragen zouden hebben beantwoord. Mijn vriendinnetje E. had inderdaad een vraag: waarom is de letter C in het woord “circus” de ene keer een /s/ en de andere keer een /k/? De redactie vond het leuk genoeg om E. en haar moeder uit te nodigen die vraag in de uitzending te komen stellen.

Door de corona is die uitzending niet doorgegaan maar omdat ik wilde dat E. een antwoord kreeg, ben ik het zelf gaan uitzoeken. Kinderen die nieuwsgierig genoeg zijn om vragen te stellen verdienen serieuze uitleg.

“Circus” is een heel oud woord. Het komt uit het Latijn, de taal van de oude Romeinen. In hun tijd betekenden de letters niet hetzelfde als nu. De letter C was toen niet óf de /s/ óf de /k/, maar alleen de /k/. De letter I was een /ie/ en de letter U was een /oe/. Dus de Romeinen schreven circus maar zeiden kierkoes.

De mensen zijn daarna de letters anders gaan uitspreken, dus kierkoes werd sirkus. Zulke veranderingen zijn heel normaal. Taal verandert de hele tijd door, ook als mensen de woorden hetzelfde blijven schrijven. Dus als een /k/ verandert in een /s/, is dat niet gek.

Wat ik zelf echter wel gek vond, is dat het soms wel gebeurt en soms niet. De Romeinen zeiden aan het begin van kierkoes eerst kier en maakten daar later sir van. Maar ze deden het niet met de koes aan het einde van kirkoes. Dus de ene k in kirkoes veranderde wel en de andere veranderde niet.

Ik ben het gaan vragen aan de universiteit. Marc van Oostendorp richtte zich rechtstreeks tot E. en legde het zo uit:

***

Woorden maak je met je mond. Soms doe je je mond open: dan maak je klinkers zoals /a/, /e/, /o/ en /ie/ en soms doe je je mond helemaal of gedeeltelijk dicht, en dan maak je medeklinkers zoals /k/, /p/, /m/ of /l/. Praten gaat heel snel: je tong beweegt razendsnel door je mond om al die klinkers en medeklinkers te maken. Je moet voor praten soepeler spieren hebben dan om piano te spelen.

Omdat het zo razendsnel moet, zet je je tong, terwijl je nog een medeklinker aan het zeggen bent, alvast in de stand van de volgende klinker. Let maar eens op als je voor jezelf hardop eerst kier zegt en dan koes. De /k/ in kier maak je meer met de voorkant van je tong, de /k/ in koes meer met de achterkant. De klanken lijken wel op elkaar maar zijn toch anders. Dat komt doordat je bij de uitspraak van de ie de voorkant van je tong optilt, en bij de uitspraak van de oe de achterkant. Doordat je je tong al begint op te tillen als je de /k/ nog aan het uitspreken bent, klinkt die in kier en in koes verschillend.

Omdat de Romeinen net zulke tongen hadden als wij en net zo snel praatten, klonken in het woord kierkoes de twee letters /k/ niet hetzelfde. In de loop van heel veel jaren, waarschijnlijk wel een paar honderd jaar, groeiden de twee klanken nog verder uit elkaar: de /k/ aan het begin kwam steeds meer naar voren, en dan krijg je een /s/. Dus daarom werd de eerste /k/ wel een /s/ en de tweede niet.

Wat met /k/ voor de /ie/ gebeurde, gebeurde ook met de /k/ voor de /e/. Daarom zeggen we nu cent hoewel dat ook een Romeins woord is dat begint met een C die ze uitspraken als /k/. Het gebeurt in heel veel talen. Als mensen over vijfhonderd jaar nog Nederlands spreken, zeggen ze misschien ook wel sier in plaats van kier.

***

Voor de grote mensen: het verschijnsel staat bekend als palatalisering. Voor de credits: ik heb niet alleen advies gekregen van Marc van Oostendorp, maar ook van Vincent Hunink en Nicoline van der Sijs. En om uw vraag te beantwoorden: begreep E. het ook? Via haar moeder hoorde ik dat ze het voor een deel had begrepen maar dat ze ook had gezegd dat ze nog maar kleine hersens had.

Dan is er nog de vraag waarom het woord circus ongewijzigd gespeld is gebleven, terwijl andere woordspellingen wel zijn aangepast. Ik vermoed dat dit samenhangt met het prestige dat het Latijn eeuwenlang heeft gehad. Het was simpelweg de belangrijkste schrijftaal en klerken hielden vast aan de vertrouwde spelling.

En tot slot: het is jammer dat Klokhuis dit onderwerp niet heeft kunnen aanpakken, want drie wetenschappers en een blogger hebben het doel dus maar voor een deel bereikt. Ik had graag geleerd hoe Klokhuis meer succes had.

Naschrift

Voor een beschrijving van wanneer de Laat-Latijnse klankverandering in het Proto-Romaanse dialectgebied, die niet overal op hetzelfde moment optrad, zie het recente proefschrift van Peter Alexander Kerkhof, Language, Law and Loanwords in early medieval Gaul.

21 gedachtes over “Circus

  1. Volgens mij een niet erg bevredigend antwoord. Om een in klank aan circus heel gelijkaardige naam als Kirkuk er maar bij te halen; die plaats heet al vele eeuwen zo, en daar is die klankverschuiving niet opgetreden. Terwijl bij mijn weten Koerden ook dezelfde tong als wij hebben, en bovendien waarschijnlijk nog rapper spreken dan wij…

    1. FrankB

      We hebben hier niet met een natuurwet te maken als kracht veroorzaakt versnelling. Het antwoord houdt niet dat de klankverschuiving overal en altijd moet optreden, alleen maar dat het mogelijk is. Waarom de Romeinen het wel deden en de Koerden niet, geen idee. U wel?

    2. Robert

      Kirkuk lijkt gelijkwaardig maar is het niet. Oudere versies zijn Gamarkan en Karkha, beide met een -g- klank erin.
      Ik vind het dan wel weer interessant dat de huidige naam in de zeer van elkaar verschillende talen (Arabisch, Perzisch en Turks) toch zo vergelijkbaar blijft: (Arabisch: Kirkuk كركوك), Koerdisch: Kerkûk کەرکووک‎, en Turks: Kerkük).

  2. FrankB

    Wil je je vriendinnetje E. namens mij hartelijk bedanken? Want ook ik heb me dit jarenlang afgevraagd, maar om de één of andere reden me nooit uitgesproken.
    Wil je haar vragen om het door Marc van O gesuggereerde experiment uit te voeren? We kunnen de k inderdaad achter in de keel vormen en geleidelijk naar voren brengen. Het is nog een leuk spelletje ook, ik heb het zojuist een keer of tien geprobeerd. Bij mij ontstaat tussen de laatste k (dwz. zover mogelijk naar voren) en de echte s een rare sisklank.

    1. @Aanklacht

      Leuk onderwerp.

      Ik moet denken aan een woord als wreed. De meeste mensen zeggen iets dat lijkt op vreet. Aangezien dat woord al bestaat met zijn eigen betekenis, zal de toekomstige schrijfwijze vreed kunnen worden. Maar dat maken wij niet mee.

  3. Martin

    Je hoort wel eens mensen (bv politici) zeggen dat ze over iets septisch zijn, terwijl ze bedoelen skeptisch, dat komt doordat ze het woord als “sceptisch” schrijven. Maar “septisch” betekent iets geheel anders.

    1. Willem Vermeer

      Inderdaad. Toen ik klein was, kwam ik alleen “septisch” tegen en zei het zelf ook. Tot ik in de gaten kreeg dat het dubbelzinnig was en op een gegeven moment “skeptisch” ging zeggen. Maar toen werd ik uitgelachen want “skeptisch” werd door mijn gesprekspartners ervaren als iets waardoor je je laat kennen als ongeletterd, zoals “groter als”, of als niet behorend tot de enig juiste maatschappelijke laag, zoals koelkast en dat soort dingen (“non-U”). (De precieze bron heb ik nooit nagegaan.) Ik sluit niet uit dat dat meespeelt bij die politici die “septisch” zeggen.

  4. Willem Vermeer

    Mooie uitleg. 🙂

    Het is zo’n gebeurtenis die makkelijk kan plaatsvinden, maar niemand kan voorspellen wanneer. Zoals biologen kunnen uitleggen dat een Corona-achtig virus de mogelijkheid kan krijgen om over te springen naar de mens, en veel inzicht hebben in het daarvoor noodzakelijke mechanisme, maar toch niet kunnen voorspellen wanneer zo iets gebeurt, al was het maar omdat je er niet bij kan zijn.

    Dit soort dingen gebeuren bij het overnemen van de taal door nieuwe sprekers, dwz. kinderen. Die weten niet van te voren hoe dat klanksysteem in elkaar zit en vroeg of laat komen ze uit bij iets wat verschilt van hun oudere omgeving. In het Nederlands is het gaande bij de -l aan het eind van een lettergreep. Bij mijn dochter (opgegroeid in Amsterdam, geb. in 1981) rijmde tot haar 16e “heel” op “eeuw”, maar vanaf ong. dat moment was er een verschil. Eén keer heb ik een studente gehad (geb. rond 1970, afkomstig uit Rotterdam) die ook als volwassene “heeuw” zei, maar dat was de enige. Dat soort dingen gaan vaak langzaam. Van school herinner ik me dat voor veel van ons het verschil tussen “vernield” en “vernieuwd” niet te spellen was want kennelijk konden we niet op onze eigen uitspraak afgaan. En op een gegeven moment was het er toch, nu kan ik het me niet meer voorstellen.

    Volgens de boekjes heb je op Sardinië nog dorpen waar de ouderen “kentu” zeggen in de betekenis ‘100’, dus met een k.

  5. Dat een bepaalde klankverandering (bv. k wordt tsj voor voorklinkers) verklaarbaar is vanuit de fysiologie van het spraakorgaan betekent niet deze klankverandering per se op moet treden.

    We kunnen alleen post-hoc vaststellen dat een fonologische klankverandering daadwerkelijk plaatsgehad heeft. En wanneer dat zo is, is deze klankverandering door het hele lexicon gegaan, slechts beperkt door drie factoren; ze is beperkt tot één specifieke fonetische conditionering in één specifieke taalvariëteit in één specifieke periode.

    De details van de boven besproken Laat-Latijnse/Vroeg-Romaanse klankverandering van /k/ tot /tsj/ tot /s/ vindt u overigens in hoofdstuk 3 van mijn proefschrift over de ontwikkeling van het Latijn tot het Frans en het taalcontact met het Oudnederlands.

    https://openaccess.leidenuniv.nl/handle/1887/66116

  6. Dirk

    De vraag vloeit voor uit spelling. Schreven we sirkus, dan zou E. zich die vraag niet stellen.

    Spelling is afspraak, en daar kan dus over gediscussieerd worden. Gaan we de uitspraak volgen, of kiezen we voor een etymologische spelling waarbij de oorsprong van het woord duidelijker herkenbaar is?

    1. Robert

      “Spelling is afspraak, en daar kan dus over gediscussieerd worden. Gaan we de uitspraak volgen, of kiezen we voor een etymologische spelling [..]”

      Als we de uitspraak gaan volgen, wiens uitspraak volgen we dan? De alternatieve schrijfwijze uit de jaren 70-80 (?) is voor mij persoonlijk net zo erg als de vermaledijde ‘voorkeurspelling’ van het ‘groene boekje’: iemand anders bepaalt hoe jij moet schrijven, volgens regels die ofwel niet aanwezig lijken of overdreven worden benadrukt. Ik schrijf nog steeds pannekoek en geen pannenkoek. Ondanks het zeikerige rode streepje dat nu onder het eerste van die twee verschijnt.

      Is het raadszaal of raadzaal? Het antwoord is verrassend.
      Waarom is het burgemeester en geen burgermeester?
      Wist u dat tactiek tot in de 19e eeuw als taktiek werd geschreven?

  7. Bert van der Spek

    Een mooi voorbeeld is kelder. Is overgenomen van cella toen het nog als kella klonk. Cel is ook een overname maar van veel latere tijd. Cancer werd kanker in het Nederlands, maar cancer (kenser) in het Engels. We hebben het ook in andere talen: Kindvall wordt uitgesproken als Tsjindval. En kerk = Church in het Engels.

  8. Robert

    “En kerk = Church in het Engels.”

    Behalve in Schotland, daar is het kirk. Inderdaad, zoals in Captain James T.

  9. jacob krekel

    Wat mij altijd heeft geïntrigeerd is de vraag waarom talen vroeger kennelijk zo veel ingewikkelder werden uitgesproken dan nu. De mens spreekt al vele tienduizenden jaren, maakt waarschijnlijk al een paar honderdduizend jaar talige klanken. Waarom is men dan niet meteen op een kennelijk simpeler manier gaan praten. Een vergelijkbare vraag geldt overigens de grammatica, met steeds minder vervoegingen en verbuigingen (tenminste in de romaansen en germaansen talen).
    Waarom is men met al die verbuigingen begonnen als het veel simpeler kan. En wat is aan die verbuigingen vooraf gegaan.
    Ik krijg overigens die palatisering niet voor elkaar. De k blijft helemaal achter in de mond, en de s helemaal voorin.

Reacties zijn gesloten.