Antieke woorden voor “lezen”

Een Romein zit te lezen (Landesmuseum, Trier)

Onlangs verscheen op deze plek een stukje over het al dan niet stil lezen in de Oudheid. Ik legde daarin uit dat de negentiende-eeuwse theorie dat men in de Oudheid vrijwel uitsluitend hardop las, inmiddels is verlaten: we weten inmiddels dat er wel degelijk ook stil werd gelezen – al moest je die vaardigheid dan natuurlijk wel beheersen. De voordelen van stil lezen zijn, en dat besefte men in de Oudheid ook, dat het sneller gaat en je je beter op de tekst kunt concentreren. De Griekse astronoom Claudius Ptolemaeus (87 – na 150 n.C.) schrijft bijvoorbeeld:

Als we ons bij het lezen moeten concentreren, lezen we in stilte. (Judic. 5.2)

Lees verder “Antieke woorden voor “lezen””

Vragen rond de jaarwisseling (2)

Een Romeinse dodecaëder (Archeologisch Museum, Zagreb)

Ik nodigde u onlangs uit om vragen te stellen voor het lijstje “Vragen rond de jaarwisseling” van 2024. De eerste zes vragen beantwoordde ik daar; hier zijn er nog eens zes.

7. Is er meer bekend over hoe bijv. Caesar een grote troepenmacht met alle ondersteuning over grote (zee) afstanden kon sturen?

Ik denk dat u dit stuk moet lezen.

8. Was er in de oude wereld een sociale status vereist om deel te nemen aan de eredienst? Kijkend naar de meest populaire godheden in de antieke culturen, zie ik elitaire prioriteiten zoals autoriteit, oorlog en wijsheid. Verraadt dat een bepaalde maatschappelijke structuur?

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (2)”

Faits divers (27)

Obligaat Andalusisch plaatje

Een nieuwe aflevering in de reeks faits divers, met deze keer – nou ja, faits divers dus.

Papyrologie

Dit is dus gewoon leuk: in Egypte is in 2022 bij de opgraving van de antieke stad Filadelfeia (in de Fayyum) een papyrus gevonden met achtennegentig regels van twee tragedies van Euripides, Polyeidos en Ino. Meer informatie hier.

Of dit belangrijk nieuws is, is een kwestie van smaak. Het is dataverwerving, en dat is geen nieuws. Astronomen melden het ook niet als ze een ster hebben ontdekt. Dataverwerving is slechts een voorwaarde voor wetenschap. Dankzij deze achtennegentig zinnen zullen wel nieuwe inzichten ontstaan maar geen nieuwe soorten inzicht. Dit is normale, gestaag voortgaande wetenschap, geen nieuwe wetenschap.

Lees verder “Faits divers (27)”

Kikkererwten (2)

Ik had u in het vorige stukje het oude Griekenland beloofd, dus dat komt nu. Want hoe zit het met het woordje erwt? En waar komt die rare w daarin eigenlijk vandaan? Dit wordt een ingewikkelde reis.

Proto-Germaanse erwten

Hij begint nog eenvoudig, want in de Middeleeuwen heet een erwt gewoon nog erwete, dus veel is er sindsdien niet veranderd. We kunnen zelfs een Proto-Germaanse vorm reconstrueren, waarvan erwete en ook de soortgelijke woorden in andere Germaanse talen zijn afgeleid: *arwai-t-. (Het sterretje betekent dat de vorm is gereconstrueerd, maar niet is overgeleverd.) De w van erwt zit er dus al heel lang in. Maar hoe verder?

Lees verder “Kikkererwten (2)”

Kikkererwten (1)

We aten kikkererwten, vandaag. Dat zou het vermelden nauwelijks waard zijn geweest, als het me niet op dit stukje had gebracht. Want ik wil het hebben over de etymologie van dat woord, die ons naar zowel Rome als het oude Griekenland brengt.

Kikkererwten

Is kikkererwt dan zo’n oud woord? Nee, helemaal niet. Het duikt in het Nederlands pas vrij recent voor het eerst op, namelijk toen ik eerstejaars klassieke taal- en letterkunde was (en nee, dat is nog niet de hierboven beloofde relatie met de klassieke Oudheid).

Lees verder “Kikkererwten (1)”

Waar komt het woord “religie” vandaan?

Zomaar wat goden: een deel van de Elgin Marbles (British Museum, Londen)

Het Nederlandse woord religie komt direct van het Latijnse woord religio, maar wat betekent dat eigenlijk? Uit de Oudheid zijn ons twee etymologieën van het woord religio overgeleverd: een bij de christelijke auteur Lactantius, die het afleidt van een werkwoord dat ‘binden’ betekent, en een bij de politicus Cicero, die het afleidt van een werkwoord dat ‘lezen’ betekent. Welke van de twee is juist? Of hebben ze allebei ongelijk?

Lactantius: ‘binden’?

Het idee dat het woord religio is afgeleid van het werkwoord religare ‘binden’ wordt voor het eerst genoemd door Lactantius (ca. 250-325 na Chr.). Hij was een christelijke schrijver met een duidelijke politieke agenda. Bovendien leefde hij eeuwen na het ontstaan van het Latijn. Het is alsof men van een hedendaagse theoloog een uitspraak zou verwachten over de etymologie van een moeilijk oud Nederlands woord. Een ‘band met God’ klonk Lactantius erg goed in de oren, net zoals het dat waarschijnlijk voor veel gelovigen vandaag de dag nog doet. In de Oudheid had men echter veel fantasie bij het herleiden van woorden. En geen enkele Latijnse schrijver vóór hem vermeldt dit idee, dat is ook al zeer verdacht.

Lees verder “Waar komt het woord “religie” vandaan?”

Corona en kraaienzang

Het coronavirus dankt zijn naam aan de krans (in het Latijn: corona) rond de virusdeeltjes. Die informatie heb ik van Wikipedia dus als het niet klopt verspreid ik hierbij fake news. Erg veel wijzer word je van die omschrijving trouwens ook niet, want waar is de krans dan van gemaakt? Maar dit wordt geen medisch of biologisch verhaal, want het gaat me nu alleen om dat Latijnse woordje corona. Dat betekende in de Oudheid inderdaad ‘krans’, de hoofdtooi die bijvoorbeeld priesters  bij het offeren droegen. Pas in het middeleeuws Latijn ging corona ‘kroon’ betekenen, en veel Europese talen hebben dat woord toen in die betekenis geleend.

Korônê

Maar we kunnen ook een stap terug in de tijd zetten. Want waar hadden de Romeinen hun corona vandaan? Die hadden het uit het Grieks, waar korônê al een oeroud woord was. Een enkele keer komt het daar ook voor in de betekenis ‘krans’, en in die betekenis hebben de Romeinen het woord dus overgenomen.

Lees verder “Corona en kraaienzang”

Door berg en dal met Hannibal: de Tricastijnen

Even afgezien van het feit dat de vraag waar Hannibal de Alpen overstak totaal irrelevant is en niet beantwoord kan worden: de kwestie is nuttig om uit te leggen hoe veelkleurig de oudheidkunde is. Het begint met een analyse van wat er nu feitelijk in de bronnen staat, vervolgens probeer je te doorgronden hoe de bronnen zich tot elkaar verhouden, en zo stel je vast welke informatie je nu feitelijk hebt. Daarna ga je kijken welke Alpenpassen en routes aan die informatie voldoen.

We hebben twee bronnen, Polybios en Livius. Als je ze leest – ik ga het nu niet uitleggen, u bestelt mijn in januari te verschijnen boek Hannibal in de Alpen maar – zie je dat de verschillen vallen in drie groepen: herformuleringen, kleine verschillen en de inlassingen. Herformuleringen zijn precies dat: Livius vertelt hetzelfde als Polybios maar zet het vaak wat dik aan. De kleine verschillen bieden vier aanwijzingen dat Livius niet Polybios overschrijft maar dat zijn informatie (vermoedelijk via een tussenschakel) teruggaat op een gedeelde bron. Livius is dus niet elimineerbaar. Tot slot zijn er inlassen en een daarvan is een kort zinnetje.

Lees verder “Door berg en dal met Hannibal: de Tricastijnen”

Hoornvlies, gele vlek en pupil

Omdat familieleden mijn huis in Amsterdam gebruiken, zit ik momenteel op het Groningse platteland. Nogal een overgang vanuit de stad, maar afgezien van een zwerm muggen die me uit mijn slaap houdt, is het hier prettig toeven. Mijn gastheer houdt er erg van om alles wat hij gelezen en vernomen heeft met me te delen. Nog voordat we woensdagmorgen onze begroetingen hadden uitgewisseld, verrijkte hij me al met uitleg over het ontstaan van de weegschaal. Dinsdagmorgen leerde ik dat Psyche, de Griekse personificatie van de ziel, op antieke grafreliëfs wordt afgebeeld met vlindervleugels omdat de ziel, analoog aan een vlinder wordende rups, een andere levensfase ingaat. Ik word altijd erg blij van zulke weetjes.

Nog meer interessante dingen: het hoornvlies op ons oog heet zo omdat het na de dood verhardt. Het is dus niet zo’n beste naam. Maar ja, de eerste anatomen moesten hun werk nog doen met misdadigerslijken en konden het hoornvlies nooit bestuderen in levende staat. Dat geldt ook voor de gele vlek, die pas geel wordt nadat de eigenaar is overleden. Het grappige is dat we, hoewel onze woorden de werkelijkheid niet zo goed typeren, er toch prima mee communiceren.

Lees verder “Hoornvlies, gele vlek en pupil”

Isidorus’ Etymologieën: de hond

Beeld van een hond uit Volubilis (Museum van Rabat)

Isidorus van Sevilla (ca. 560-636) is weliswaar al ruim 400 jaar heilig, maar dat hij het in 2000 nog tot officiële beschermheilige van het Internet zou brengen had hij toch waarschijnlijk niet voorvoeld. Die functie heeft hij overigens te danken aan de twintigdelige encyclopedie die hij onder de titel Etymologieën publiceerde. Die naam is echt veel te beperkt, want Etymologieën is een heuse encyclopedie, waarin Isidorus over duizenden onderwerpen zijn licht laat schijnen. Maar van de meeste onderwerpen geeft hij inderdaad ook de etymologie.

Nou ja: hij geeft wat men in de Oudheid onder etymologie verstond. Want het element etymo– betekent zoveel als ‘waar, echt’. In de Oudheid ging de etymologie op zoek naar de echte betekenis van een woord, en die kon je vaak, zo meende men, opsporen door de vorm van dat woord te analyseren. Anders gezegd: de vorm van een woord is de sleutel tot zijn ware betekenis. Waarom luidt het Latijnse woord voor vriend amicus? Omdat een ware vriend een animi custos is, een ‘bewaker van je hart’. Waarom heet een raam fenestra? Omdat het fert extra: ‘(ons) naar buiten brengt’. En mijn persoonlijke favoriet: waarom noemen we een canis (hond) eigenlijk canis? ‘Canis a non canendo’, weet Isidorus: een hond heet canis omdat het beest ten diepste ‘niet zingt’.

Lees verder “Isidorus’ Etymologieën: de hond”