
Je bent ongeveer zeventien, je zit op het gymnasium en je hebt Latijn in je pakket. Dan ben je vanaf volgende week bezig met de voorbereiding van je eindexamen, en dat betekent dat je een hoop Cicero zult moeten lezen. Ik heb dat lange tijd een vervelende kerel gevonden. Oké, zijn toespraak ter verdediging van Caelius was onderhoudend, ondanks vrouwonvriendelijkheid zelfs grappig, en ik begreep dat zijn filosofische werken voor de West-Europese traditie belangrijk zijn geweest, maar dat was het wel zo’n beetje. Mijn belangstelling voor de wijsbegeerte is niet groot, wat ik weleens rechtvaardig met het gelegenheidsargument dat als je kijkt naar wat filosofen zoal over vrouwen hebben gezegd, je sceptisch wordt over verdere bedenksels. Dat is flauw, en ik doe er de blogs van Kees Alders mee tekort, en bovendien is het onaardig tegenover mijn neef, die al jong goed nadacht en inmiddels – zegt de trotse oom – staat ingeschreven aan Parijs VIII. Maar Cicero’s werken: ik heb ze in de kast staan, maar lange tijd weinig bekeken.
Een Romeinse dood
Te weinig. Mijn oordeel is gaan schuiven. Om te beginnen: Cicero’s dood. Hij had vijanden gemaakt en moordenaars kwamen met hem afrekenen. (Een ervan was ooit nog eens in een rechtszaak door Cicero bijgestaan.) Cicero hoopte in een landhuis bij de zee rust te vinden, ontdekte dat het daar niet veilig was en keerde terug naar het schip waarmee hij was aangekomen. Onderweg zag hij de moordenaars aankomen









Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.