De slag bij Sentinum (2)

De slag bij Sentinum

[Tweede deel van een driedelige reeks over de slag bij Sentinum. Het eerste deel was hier.]

295 v.Chr. zou het jaar zijn werd beslist over de toekomst van Italië. In het voorjaar vernamen de Romeinen dat de Etrusken en Samnieten van plan waren hen met twee legers in de tang te nemen. Ze waren zich in het noorden al aan het verzamelen. De Romeinen stuurden er vier legioenen op af, gecommandeerd door de consuls Quintus Fabius Rullianus en Publius Decius Mus. Tegelijk moest een leger van twee legioenen in het zuidoosten beletten dat nieuwe Samnitische troepen zich bij hun hoofdmacht voegden. Nog eens twee legioenen rukten op naar het stadje Camerinum in Umbrië om de Etrusken en Umbriërs daarheen te lokken. Door deze maatregelen konden de consuls zich bij Sentinum concentreren op hun gevaarlijkste tegenstanders, de Samnieten en Senonen. Het gevecht dat daar plaatsvond, is het eerste uit de Romeinse geschiedenis dat zich enigszins laat reconstrueren.

Ten strijde

Het slagveld ligt ten noorden van het huidige Sassoferrato, waar zich een vlakte uitstrekt aan weerszijden van de Sanguerone, de beek waarlangs de Romeinen op 13 april hun vijanden tegemoet trokken. (De datum op de Romeinse kalender laat zich niet omrekenen naar onze kalender.) Op de linkervleugel stonden consul Decius met het vijfde en zesde legioen tegenover de Senonen, terwijl op de andere oever Fabius’ derde en eerste legioen de aanval van de Samnieten afwachtten. Daarnaast waren er Latijnse eenheden en ruiters, die op de vleugels geposteerd waren. In totaal moet het Romeinse leger bij Sentinum hebben bestaan uit zo’n 32.000 man.

Consul Fabius gaf zijn manschappen opdracht zich rustig te verdedigen tegen de Samnitische aanval. Hun vijanden hadden, anders dan de Romeinen, niet de mogelijkheid tijdens de strijd de linies te wisselen. Als gevolg daarvan raakten ze na verloop van tijd vermoeid. De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius vertelt:

Toen het krijgsgeschreeuw van de vijanden, hun aanvallen en de geworpen speren niet meer dezelfde kracht schenen te hebben, beval Fabius de ruitercommandanten hun eskadrons buitenom naar de vleugel van de Samnieten te brengen, om die dan op een gegeven teken zo krachtig mogelijk van opzij aan te vallen. Zijn eigen soldaten gaf hij order gaandeweg meer druk uit te oefenen en de vijand tot wijken te brengen. Toen hij zag dat de Samnieten geen weerstand boden en duidelijk vermoeid waren, verzamelde hij alle troepen die hij tot dat ogenblik had achtergehouden, spoorde de legioenen tot actie aan en gaf ook de ruiters het sein om een charge te ondernemen. De Samnieten waren niet tegen deze aanval bestand en renden in volle vaart voorbij de linie van de Galliërs naar hun kamp; hun bondgenoten lieten ze achter in de strijd.

Strijdwagens

Aan de andere zijde rukte Decius enthousiast op en ging de strijd gelijk op. Maar toen zetten de Galliërs strijdwagens in, een wapen waarmee de Romeinse ruiters geen ervaring hadden.

Staande op hun wagens kwamen gewapende vijanden onder een oorverdovend gedaver en geratel van paarden en wielen aanstormen en joegen de rijdieren van de Romeinen, die dit geraas niet kenden, schrik aan. Zo werd de ruiterij in waanzinnige paniek uit elkaar gedreven. In hun blinde vlucht sloegen ruiters en paarden tegen de grond. Als gevolg daarvan raakten ook de standaards van de legioenen in verwarring en werden veel mannen van de voorhoede door de dwars door hun gelederen stormende paarden en wagens onder de voet gelopen. En nauwelijks hadden de Gallische infanteristen gemerkt hoezeer hun vijanden in paniek verkeerden, of ze zetten hen na, zonder hun de gelegenheid te geven om op adem te komen en zich te herstellen.

Decius schreeuwde: “Waar gaan jullie heen? Wat verwachten jullie van een vlucht?” en trachtte de mannen die hun post verlieten tot staan te brengen en de vluchtenden terug te roepen.

Nu zag het er slecht uit voor de Romeinen en Latijnen op de linkervleugel en de consul besloot tot een wanhopig ritueel.

[De citaten uit Livius 10.28-29 zijn vertaald door mevrouw Van Katwijk-Knapp en Hetty van Rooijen. Het verhaal over de slag bij Sentinum wordt morgen vervolgd.]

2 gedachtes over “De slag bij Sentinum (2)

  1. Jacob Krekel

    Die aantallen verbazen mij iedere keer weer. 32000 soldaten. Ter vergelijking: in de slag bij Pavia tussen Frans I en Karel V beschikte Frans over 25.000 man en Karel over 23.000.

  2. Ben Spaans

    Misschien…bij Pavia waren het huurlingenlegers of resterende feodale lichtingen (levies- Engels klinkt soms beter). Waarschijnlijk veel duurder (artillerie was er ook al, er vochten nog ridders mee met in de meest ‘sophisticated’ harnassen) dan Romeinse boerendienstplichtigen en bondgenoten. Het zou kunnen qua aantallen.
    Zomaar een gedachte.

Reacties zijn gesloten.