Ptolemaïsche tempels

“Philosophers’ Court”, Saqqara

Het hellenisme is weleens getypeerd als mengcultuur van Griekse en andere vormen, maar dat is nogal ongenuanceerd. De diverse culturen konden op allerlei manieren met elkaar in wisselwerking treden. In hellenistisch Babylonië bestond apartheid. Je had daar voor de diverse talen papierschrijvers en tabletschrijvers, terwijl in de kunst de artistieke tradities lang gescheiden bleven. Toch zien we daar later combinaties ontstaan, mengvormen. In Ai Khanum wisselden de bewoners voortdurend van rol: je sprak Grieks en gedroeg je als Griek op de ene plek en was Baktriër op de andere. Ook Jeruzalem kende dubbele identiteiten: mensen die in de ene context Jason heetten en in een andere Jozua. Alles was mogelijk.

Hoe zat dat in Egypte? Ik sprak er onlangs over met Geert Ham, die werkt aan een proefschrift over de manieren waarop Griekse en Egyptische kunst en architectuur zich tot elkaar verhielden in tempels in hellenistisch Egypte. Zoals bekend was in dat land een Griekssprekende dynastie aan de macht, de Ptolemaiën, die zich ook graag presenteerde als Grieks. Er was daarnaast een vitale Egyptische traditie die door de Ptolemaïsche en Romeinse tijd heen nog invloed had op de Koptische christenen. In de derde en tweede eeuw v.Chr. stonden deze twee tradities naast, tegenover, bij elkaar, in steeds andere combinaties en wisselwerkingen. Ham is momenteel bezig met het opstellen van een inventaris over vier heiligdommen, waarvan de informatie vooralsnog verspreid ligt.

Zo die informatie er überhaupt is. Van een rond 1950 opgegraven standbeeld van een zittende vrouw, dat in het museum in Alexandrië zou moeten zijn, hebben we slechts twee foto’s. Jammer, want het zou zijn gemaakt van marmer, dat in Egypte moet zijn geïmporteerd vanuit Griekenland.

Het Serapeion in Alexandrië

Het eerste heiligdom is ook het beroemdste: de tempel van Serapis in Alexandrië. De stad is in 332 v.Chr. gesticht door Alexander, de verering van de godheid is gepropageerd door Ptolemaios I Soter (r.306-282) en de tempel is gebouwd door Ptolemaios III Euergetes (r.246-222). Dat laatste weten we zeker, want de bouwinscriptie is bekend. Het heiligdom is ook georiënteerd op het schaakbordpatroon van de hellenistische stad. Bovendien staat het op een heuvel, wat kenmerkend is voor Griekse tempels. Egyptische heiligdommen stonden meer bij de rivier.

Er is echter iets wonderlijks aan de hand met het Alexandrijnse Serapeion. Er zijn altaren gevonden die dateren van kort vóór Ptolemaios III. Ook waren er twee granieten sfinxen die typologisch vrijwel identiek zijn andere Egyptische portretten van Ptolemaios II Filadelfos. Ze dateren dus mogelijk van vóór de bouw van de tempel van Ptolemaios III. Ze kunnen natuurlijk van elders zijn overgebracht, maar het is duidelijk dat hier twee artistieke tradities samenkomen.

Het Serapeion van Saqqara

Wie vanaf Memfis naar het heiligdom van de dode Apissen in Saqqara kwam, zou eerst een tempel hebben gezien voor Anubis, een van de goden van het dodenrijk. Vervolgens was er een laan langs vele tientallen sfinxen, tussen de 370 en 380 in getal. Zo’n laan wordt dromos genoemd, wat weliswaar Grieks is maar een element aanduidt uit de Egyptische architectuur.

Aan het einde van deze laan lag een tempel van Bes uit de tijd van de Dertigste Dynastie, de koninklijke familie die over Egypte had geregeerd voordat de Perzische koning Artaxerxes III Ochos in 343 v.Chr. het gebied had heroverd. Hier was een wonderlijk Grieks monument dat bekendstaat als de Philosophers’ Court: standbeelden die misschien Plato, Herakleitos, Thales, Homeros, Hesiodos, Demetrios van Faleron en Pindaros voorstellen of misschien ook niet. In elk geval Grieks. Hier begon de zogeheten Kleine Dromos, met een flinke hoeveelheid sculptuur, gewijd aan Dionysos: panters, de god als baby en ook Kerberos. Aan het einde van de Kleine Dromos stonden, bij de ingang tot het tempelcomplex, nog twee kleine tempeltjes: één in Griekse en één in Egyptische stijl.

Kortom, de route naar de begraafplaats van de Osiris-geworden-Apissen (“Serapissen” dus) was een vrolijk mengsel van Griekse en Egyptische elementen. Interessant is hierbij dat dit een grote processieweg waar mensen samen kwamen kijken.

Hermopolis

Hermopolis, “stad van Hermes”, was de Griekse naam van een stad die was gewijd aan de Egyptische god Thoth. Die had hier ten tijde van, opnieuw, de Dertigste Dynastie een gigantisch nieuw tempelcomplex gekregen, dat pas door Alexander de Grote en zijn opvolger Filippos III Arridaios is afgerond. De mensen uit de hellenistische tijd zochten hierbij bewust aansluiting. Opvallend is een grote weg die leidt naar het heiligdom, maar niet via de onlangs door een koning van de Dertigste Dynastie gebouwde grote toegangspoort: de Ptolemaïsche bouwmeesters maakten een nieuwe doorgang, even verderop, in de muur rond het heiligdom. Vlak voor de nieuwe doorgang bouwde Ptolemaios III een nieuw heiligdom in Griekse stijl, dat wellicht een rol speelde in de hellenistische heerserscultus.

Deze tempel is nog lang in gebruik geweest. Toen de christenen er rond 400 een kerk bouwden, gebruikten ze onderdelen van het heiligdom in de fundering. Die waren nog vers beschilderd, wat erop duidt dat de tempel nog werd onderhouden toen ze werd gesloopt.

Narmouthis

Tot slot is er de stad Narmouthis, die tegenwoordig bekendstaat als Medinet Madi. Dit was een oude maar verlaten nederzetting, die in de hellenistische tijd weer in gebruik werd genomen. Tempels als die voor de Egyptische cobragodin Renenutet (Grieks: Isis-Thermouthis) werden gerenoveerd.

Waar in de drie voorgaande voorbeelden Griekse en Egyptische elementen op vooralsnog onduidelijke wijze zijn gecombineerd, was hier geen sprake van gemengde architectuur. Dit was en bleef Egyptisch. In de tweede eeuw kwam er een nieuwe dromos met standbeelden in een gemengde Egyptisch-Griekse stijl. Zo hebben de sfinxen typisch Griekse kapsels en zien we ergens een koning in Egyptische stijl maar met krulhaar.

Misschien is de verklaring dat dit heiligdom wat jonger is. Na 200 v.Chr. zagen de Ptolemaïsche vorsten, die inmiddels hun gebieden in Azië (“Hol Syrië”) en rond de Egeïsche Zee waren kwijtgeraakt, zich vermoedelijk minder als universeel heerser dan als koning van Egypte. Wellicht verdween om die reden de Griekse beeldentaal wat naar de achtergrond en lagen puur-Egyptische architectuur en sculptuur wat meer voor de hand. Het laatste woord is hierover nog niet gezegd.

Het wetenschap, dus het laatste woord zal sowieso nooit worden gezegd. In elk geval is duidelijk dat er beeldtradities waren die zowel destijds als nu te scheiden zijn. Het zijn echter geen absolute tegenpolen en het zijn zeker geen etnische tegenstellingen, zelfs al gebruiken wij labels als “Egyptisch” en “Grieks”. Zoals mensen tweetalig konden zijn, zo stonden ze ook in twee artistieke tradities. Die wisselwerkingen zijn boeiend en maken het onderzoek van Geert Ham zo leuk. De promotieplechtigheid is nog niet gepland maar ongetwijfeld komt er nog een vervolg op dit blogje.

PS

Dit was het 6000e stukje op deze blog.

Deel dit:

6 gedachtes over “Ptolemaïsche tempels

  1. Jeroen

    “Apartheid” wordt toch doorgaans niet alleen geassocieerd met het simpelweg bestaan van verschillende bevolkingsgroepen, maar toch vooral ook met een bevoorrechte positie van een of meerdere van die groepen (danwel benadeling van een andere).
    Is het hier niet beter om van een “smeltkroes” te spreken?

    1. Ik weet het zo net niet. Een muur door een stad om gepriviligeerde Griekssprekenden-met-burgerrecht te scheiden van de Babylonische bevolking, lijkt me wel een vorm van apartheid, toch?

    2. FrankB

      Jazeker. Maar dat is pas sinds ongeveer 80 jaar. Het vervelende van oa de Oudheid is dat we begrippen moeten gebruiken die destijds niet precies hetzelfde betekenden of konden betekenen dan tegenwoordig.
      “Smeltkroes” is zo ongeveer het tegenovergestelde van “apartheid”. Dus tenzij (ik weet het niet) de Babylonische samenleving heel anders in elkaar zat dan JonaL suggereert lijkt me dat geen goede suggestie. Dat gezegd hebbende had hij van mij wel mogen verduidelijken wat hij bedoelde met “In hellenistisch Babylonië bestond apartheid”. Dus uw vraag lijkt me volkomen terecht.

Reacties zijn gesloten.