Het voorhangsel in de tempel

Een cherub uit Tell Halaf (Louvre, Parijs)

In mijn zondagse reeks over het Nieuwe Testament vandaag een bekende scène uit het Lijdensverhaal.

Jezus slaakte een luide kreet en blies de laatste adem uit. En het voorhangsel van de tempel scheurde van boven tot onder in tweeën. (15.37-38; NBV21)

De parallelpassage in Matteüs (27.51-53) voegt nog een aardbeving en de opstanding van de rechtvaardigen toe, terwijl Lukas een zonsverduistering vermeldt (23.44-45). Ik laat de natuurwonderen wat ze zijn; het gaat me om het voorhangsel. Uit Exodus 26 weten we dat het binnen de tabernakel – en, naar men aanneemt, binnen de tempel – hing en diende om het Heilige te scheiden van het Heilige der Heiligen. Het was gemaakt van karmozijnrode, blauw- en roodpurperen wol, voorzien van een patroon van cherubs. Dat zijn de traditionele, gevleugelde wachters van allerlei goddelijke zaken. Zie boven voor een voorbeeld.

Van Jeruzalem naar Rome

Achter het voorhangsel was dus het Heilige der Heiligen, waar de hogepriester op Grote Verzoendag het zoenoffer bracht. Na 70 na Chr., toen de Romeinen de tempel verwoestten, belandde het voorhangsel in Rome. Dat schrijft Flavius Josephus, die ook de boekrollen van de Wet vermeldt. Later, vanaf keizer Domitianus, hing het voorhangsel in een van de keizerlijke paleizen op de Palatijn. Dat moet in de troonzaal zijn geweest, want dat was de enige zaal die er groot genoeg voor was. Het idee dat aan weerszijden van Domitianus, die goddelijke eerbewijzen eiste, cherubijnen te zien waren, is aantrekkelijk.

Schoon was het doek overigens niet. Rabbi Eleazar ben Yose, die een bezoek bracht aan Marcus Aurelius, zei: “Ik heb het voorhangsel gezien en er zaten veel vlekken in van het bloed van de os en de bok van Grote Verzoendag.” (Tosefta, Yoma 57a)

Een scheur en een interpretatie

Niet alleen Marcus weet van een scheur in het voorhangsel. Ook de auteur van Hebreeën weet ervan. In Hebreeën 9 legt hij de beschadiging uit als bewijs dat, na de bloedige kruisdood van Jezus, het ultieme zoenoffer was gebracht. Gewone mensen hadden weer toegang tot het goddelijke. Dat past goed bij de opvattingen over “brokerless kingdom” die op het platteland moeten hebben bestaan.

Er is nog een derde bron die de schade aan het voorhangsel vermeldt: Flavius Josephus. Als hij het heeft over de verwoesting van Jeruzalem, vermeldt hij dat de schatbewaarder van de tempel, een zekere Pinehas, allerlei zaken aan de Romeinen geeft. Het gaat om de priesterlijke gewaden, kaneel, geurstoffen, tempelversieringen en “purper en scharlaken bestemd voor reparaties aan het voorhangsel”.

Zo hebben we drie bronnen, alle drie geschreven rond of na 70, die melding maken van een beschadigd voorhangsel. Dat christelijke auteurs daar een eigen draai aan gaven, was alleen maar te verwachten.

Tot slot

Uit de joodse mystieke literatuur kennen we ook een voorhangsel. Het wordt genoemd in 3 Henoch 45 en vormt de grens tussen dat wat de mysticus bereiken kan en het goddelijke, analoog aan het voorhangsel tussen het Heilige en het Heilige der Heiligen. De auteur van 3 Henoch zegt dat hierop de gehele heilsgeschiedenis was afgebeeld. Er volgt een supergedetailleerde beschrijving van wat er allemaal te zien is. Het is wat we noemen een ekfrasis, een uitgebreide beschrijving die het mogelijk maakt dat de lezer iets voor zich gaat zien.

Ekfraseis zijn niet zeldzaam, maar het gaat doorgaans om kunstvoorwerpen of landschappen. Een ekfrasis van de heilsgeschiedenis, dat is iets nieuws. Ik moest denken aan het schild van Aeneas in de Aeneïs, maar dat is dan ook de enige parallel die ik kan bedenken.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

15 gedachtes over “Het voorhangsel in de tempel

  1. Ik vermoed dat het relaas van Eleazar ben Yose over zijn reis naar Rome (waar hij de afschaffing van de ant-joodse wetten ging bepleiten) niet in de Talmoed staat, maar in de Tosefta (die natuurlijk wel dezelfde indeling in traktaten heeft als de Mishna).*

        1. Vrijwel zeker. Het conflict is interessant genoeg omdat de twee betrokken eenheden ons redelijk goed bekend zijn. Het nadeel is wel dat je het al snel gaat lezen als een “clash of civilizations” – waarmee je in feite loopt in de val die Tertullianus heeft gezet. Veel auteurs bezwijken voor die verleiding; ik ga niet vrijuit.

          1. Ben Spaans

            Als je op een gegeven moment niets anders meer met je grieven kan dan opstandigheid…
            Agrippa II echt zijn vader Agrippa I laten opvolgen had misschien een hoop problemen kunnen voorkomen.
            Maar hij werd als te jong gezien en Claudius besloot anders.

  2. Gert M. Knepper

    Mag ik de voorhangselkwestie even problematiseren?
    De titel van je blog is ‘het voorhangsel in de tempel’, maar Markus schrijft: het voorhangsel “van” de tempel. Hebben jullie beiden het over hetzelfde voorhangsel? Dat zou zo zijn als er bij of in de tempel maar één voorhangsel was. Het probleem is: er waren er twee. Het ene hing, zoals jij beschrijft, tussen het Heilige en het Allerheiligste, en je verwijst terecht naar Exodus 26(:31). Maar er was er dus nóg een voorhangsel, en ook dat was al beschreven in Exodus 26(:36). Dit voorhangsel vormde de ingang naar het tempelgebouw vanaf het tempelplein. Josephus beschrijft beide voorhangsels; volgens hem (Joodse Oorlog 5.212 en 219) was het buitenste voorhangsel een Babylonisch tapijt waarvan de kleuren de hemel, de aarde en de zee voorstelden.
    Welke bedoelde Marcus? Ik denk dat er reden is om aan te nemen dat hij het buitenste voorhangsel op het oog had. Marcus schrijft: “[Jezus] blies de laatste adem uit. En het voorhangsel van de tempel scheurde van boven tot onder in tweeën. Toen de centurio die tegenover hem stond, hem zo zijn laatste adem zag uitblazen, zei hij: ‘Werkelijk, deze mens was Gods zoon’.
    Het woordje “zo” is voor mijn interpretatie cruciaal. Wat de centurio ziet, brengt hem tot de overtuiging dat Jezus Gods zoon was. Maar wat anders heeft de centurio gezien dan het scheuren van het voorhangsel? Dat is waarnaar m.i. dat woordje ”zo” verwijst: naar die bijzondere manier van overlijden waarbij een tempelgordijn doormidden scheurt. Dat is sowieso het enig bijzondere dat er te zien was, maar dan ook meteen zó bijzonder dat het de centurio tot zijn nieuwe opvatting over Jezus bracht. Maar dan kan Marcus ook alleen maar voorhangsel nr. 2 bedoelen, want voorhangsel nr. 1 was van buitenaf niet zichtbaar.
    Het klopt dat de – anonieme -auteur van de Hebreeënbrief een hele verhandeling houdt over de symboliek van voorhangsel nr. 1. Maar die auteur houdt er een volkomen andere theologie op na dan Markus, en er is geen reden beide theologieën niet rustig naast elkaar laten (be)staan.
    Maar als Markus dan niet het voorhangsel IN de tempel, maar dat VAN de tempel bedoelde: wat wilde hij dan met die symboliek duidelijk maken? Ik zou zeggen: hij bedoelde het allereerst als verwijzing naar de aanstaande verwoesting van de tempel, zoals Jezus die volgens Markus meermalen had voorzegd (bijv. in 13.2): die aangekondigde verwoesting was met Jezus dood op niet te missen wijze ingezet. Je kunt datzewlfde ook zó uitdrukken: door het wegvallen van het buitenste gordijn was er nu geen scheiding meer tussen de tempel en de buitenwereld, waarmee die tempel dus overbodig was geworden. En dan zijn we toch nog aangekomen bij dat ‘brokerless kingdom’ van jou.

  3. Merit

    Voorhangsel?

    Deuren, poorten en pylonen gaven toegang tot heilige plaatsen in het Oude Egypte.
    Maar gordijnen ken ik niet.

    1. Ja, dat klopt, maar de aanname is doorgaans dat de tempel is gemodelleerd op de tabernakel (of andersom) en dat is niet heel onwaarschijnlijk. Al zijn er nogal wat uiteenlopende beschrijvingen van het heiligdom in Jeruzalem.

  4. Bert van der Spek

    Opmerkelijk dat het voorhangsel (welk dat ook was; dank Gert) gemaakt was van Babylonisch textiel (kan slaan op de manier van bewerken en hoeft geen import te zijn, maar Babylonia was millennia lang exporteur van textiel). Hier wat info daarover:

    BABYLONIAN TEXTILES

    Josephus, veil of the temple of Babylonian textile: Bellum Judaicum V 212.
    “but before these doors there was a veil of equal largeness with the doors. It was a Babylonian curtain, embroidered with blue, and fine linen, and scarlet, and purple, and of a contexture that was truly wonderful. Nor was this mixture of colors without its mystical interpretation, but was a kind of image of the universe”.

    Pliny, Natural History, VIII 74.196: colores diversos picturae intexere Babylon maxime celebravit et nomen inposuit
    “Babylon was very famous for making embroidery in different colours, and hence stuffs of this kind have obtained the name of Babylonian.”

    Plautus, Stich. A. ii. s. 2, 1. 54, speaks of “Babylonica peristromata, consuta tapetia,” “Babylonian hangings, and embroidered tapestry;” and Martial, B. viii. Ep. 28, 1. 17, 18, of “Babylonica texta,” “Babylonian textures.”

    Asinaeus and Anilaeus (Jews in Parthian Babylonia) were weavers. “Since they had lost their father, their mother apprenticed them to learn the weaving trade, for it is not considered indignified by the inhabitants of that country for men to spin wool” Jos, AJ XVIII 314.

    Pausanias, Description of Greece, 5.12.4
    « In Olympia there is a woollen curtain, adorned with Assyrian weaving and Phoenician purple, which was dedicated by Antiochus who also gave as offerings the golden aegis with the Gorgon on it above the theater at Athens. This curtain is not drawn upwards to the roof as is that in the temple of Artemis at Ephesus, but it is let down to the ground by cords. »

    See: P. Foldvari and B. van Leeuwen, ‘Market Performance in early economies’, in: R.J. van der Spek et al., A History of Market Performance from Ancient Babylonia to the Modern World, London-New York 2014: 19-44; esp. 26-7.

    1. Gert M. Knepper

      Het zal dus wel niet toevallig zijn dat de eindredactie van het boek Exodus (met fleurige gordijnen bij de tabernakel) plaatsvond tijdens de Babylonische ballingschap.

    2. “Nor was this mixture of colors without its mystical interpretation, but was a kind of image of the universe.”

      Dat maakt de parallel met tussen Jeruzalem en Henoch nog intrigender.

Reacties zijn gesloten.