Domitianus en de christenen

Domitianus (Italica)

Twee weken geleden schreef ik over de Fiscus Judaicus, de door keizer Vespasianus ingevoerde en door zijn zoon Domitianus meedogenloos toegepaste belasting voor al wie joods was. Zeggen dat je geen jood meer was en andere goden aanbad was geen uitweg, wat betekende dat de verering van Jezus als godheid je geen belastingvrijstelling opleverde. Ook problematisch: als niet-jood de Werken der Wet volbrengen. Deed je dat zonder de belasting te betalen, dan volgde executie. Dat ervoer Flavius Clemens. Net als de joden hebben de christenen de jaren van Domitianus ervaren als vervolging.

Ik gaf vorige week aan dat Domitianus tegelijk probeerde het jodendom te her-vormen, waarbij mannen als Gamaliël II een rol speelden. Zij moesten ook niets hebben van messianisme – wat na het geweld van 66-70 niet zo vreemd is. Los daarvan waren er voor de joden, aangezien christenen verdacht waren, voldoende redenen om zich van hen te distantiëren.

Lees verder “Domitianus en de christenen”

Domitianus en de joden

Domitianus (Kunsthistorisch museum, Boedapest)

Ik had het vorige week over de rol van keizer Domitianus (r.81-96) bij het schisma tussen christendom en rabbijns jodendom. Het beleid, zo wilde ik aannemelijk maken, was gericht op geforceerde integratie van de Joden in het Romeinse Rijk. Doordat de gelden voor de tempel in Jeruzalem voortaan ten goede kwamen aan de Jupitertempel in Rome, moesten joden de Romeinse oppergod gelijkstellen aan de hunne.

De maatregel was grievend en was vermoedelijk ook zo bedoeld. Er is althans een parallel voor die dat suggereert: Domitianus sloeg nog in het jaar 93 munten van het type Judaea Capta, dat de overwinning op de Joden herdacht. Een kleine kwart eeuw na de gebeurtenissen is dat alleen uit te leggen als trap na. Dat joden het ook zo hebben uitgelegd, is gedocumenteerd in de rabbijnse literatuur. De tekst die bekendstaat als Deuteronomium Rabbah schuift Domitianus het voornemen in de schoenen Rome te ontdoen van Joodse bewoners.

Lees verder “Domitianus en de joden”

Domitianus en de Fiscus Judaicus

Domitianus (Capitolijnse Musea, Rome)

Op zondag blog ik meestal over het Nieuwe Testament en ik was blijven steken bij de Bergrede. Ineens realiseerde ik me dat in mijn reeks iets ontbreekt. Ik neem steeds aan dat u weet dat de evangeliën zijn geschreven tussen pakweg 65 en 95 n.Chr. Over de datering van het Marcusevangelie is overigens wat discussie. Volgens Europese geleerden kort voor de verwoesting van de tempel in 70, volgens Amerikaanse geleerden kort daarna. De evangeliën van Matteüs, Lukas en Johannes ontstonden ergens in de jaren tachtig of negentig. Ze zijn geschreven tegen de achtergrond van de regering van keizer Domitianus, die in 81 onverwacht aan de macht kwam en vijftien jaar later werd vermoord.

Zijn regering markeert het scheiden der wegen (the parting of ways) van christendom en rabbijns jodendom. Een misleidende naam overigens, aangezien er ook veel is geweest dat de twee bleef verbinden. Het valt echter niet te ontkennen dat eind eerste eeuw het Joodse volk transformeerde in twee gescheiden religies. Enerzijds waren er Joden die het leiderschap aanvaardden van in Yavne opgeleide rabbijnen, die (onder meer) de farizese traditie voorzetten; anderzijds waren er volgers van een christelijk leiderschap, waarvan het karakter niet helemaal duidelijk is. Over de Twaalf horen we niets meer en de apostelen waren zo niet dood dan toch oud en der dagen zat.

Lees verder “Domitianus en de Fiscus Judaicus”

Domitianus in Nijmegen

De splitsing van Waal en Rijn (of eigenlijk: het Pannerdens Kanaal)

De inscriptie schijnt gigantische afmetingen te hebben gehad. Ze stond ooit bij de Sint-Jan van Lateranen in Rome en is daar gezien door de veertiende-eeuwse geleerde Francesco Petrarca. Ook andere humanisten hebben de inscriptie beschreven, maar hij is verloren gegaan. Meestal wordt aangenomen dat de ik-figuur keizer Domitianus is, die van 81 tot 96 regeerde en oorlog heeft gevoerd aan de Rijn en het Rijnland herorganiseerde en later streed aan de Donau. Het gedichtje heeft de vorm die “elegisch distichon” heet, wat wil zeggen dat zesvoetige en vijfvoetige regels elkaar afwisselen. Die vorm werd geschikt geacht voor korte gedichtjes die tot nadenken hoorden aan te zetten.

Progressus victor usque ad divortia Rheni
pervasi hostiles depopulator agros.
Dum tibi bella foris aeternaque sudo trophea
Hister pacatis lenior ibit aquis.

Lees verder “Domitianus in Nijmegen”

Legionairs uit Mainz

Een van de Kästrich-sokkels: twee legionairs in actie

Nou heet deze blog de Mainzer Beobachter, maar over Mainz, het antieke Mogontiacum, heb ik nog maar weinig geschreven. Oké, ik heb weleens wat grafschriften besproken, maar erg veel meer is er nog niet uit mijn pen gekomen. Tijd om daar eens verandering in te brengen en te schrijven over het kunstwerk hierboven.

Dit is één reliëf uit een serie van tien, twee keer vijf. Ze zijn gevonden op de heuvel die bekendstaat als Kästrich: in feite de citadel van de oude stad. Hier lag een legioenbasis die tijdens de Bataafse Opstand enkele aanvallen weerstond – de burgerlijke nederzetting in de richting van de Rijn werd wel gebrandschat – en daarna door legionairs van I Adiutrix en XIV Gemina werd herbouwd. De reliëfs dateren uit die tijd, het laatste kwart van de eerste eeuw. Het zijn de sokkels van pilaren in een poort of een tempeltje.

Lees verder “Legionairs uit Mainz”

Velius Rufus

Inscriptie ter ere van Gaius Velius Rufus

Ik ontmoette Gaius Velius Rufus op 8 april 2012. Mijn zakenpartner en zijn echtgenote, met wie ik in Baalbek was, zagen hem als eerste en riepen me dat ik snel moest komen kijken. Hierboven ziet u de overdonderende inscriptie, die ergens rond het jaar 100 n.Chr. is opgericht door een zekere Marcus Alfius Olympiacus, de standaarddrager van het Vijftiende Legioen Apollinaris. De tekst is lang – u vindt hem hier – en boordevol informatie.

Eerst maar even zijn naam: zijn vader heette Salvius, een naam die in de eerste eeuw vooral voorkwam in de Abruzzen (hoewel de bekendste drager van deze naam, keizer Marcus Salvius Otho, afkomstig was uit een stadje in het wat noordelijkere Etrurië). Misschien kwam Gaius Velius Rufus dus uit het midden van Italië voordat hij centurio werd in het Twaalfde Legioen Fulminata, dat was gestationeerd in Syrië. Deze positie is meteen een interessant gegeven, want zoals ik al eens heb verteld had deze eenheid zich oneervol gedragen door in de winter van 62/63 in een oorlog met het Parthische Rijk te capituleren. Drie jaar later ging het opnieuw mis: toen in 66 de Joden in opstand kwamen, leed het Twaalfde een nieuwe nederlaag en verloor daarbij zelfs zijn adelaarsstandaard. Het is niet uit te sluiten dat Velius Rufus behoorde tot een nieuwe lichting officieren die het legioen weer op orde moest brengen.

Lees verder “Velius Rufus”

Hercules en Dionysus

Dionysus en Hercules (Parma)
Bacchus en Hercules (Parma)

Het moet 2001 zijn geweest toen ik met mijn vaste reisgenoot naar Parma ging. We sliepen in een hotel bij het station waarvan ik me alleen herinner dat er een vrouw was die, toen wij onze auto uit de garage kwamen halen, met een gele Lamborghini naar buiten kwam stuiven. Wat ik me ook van Parma herinner zijn bovenstaande twee kolossale beelden uit de Galleria Nazionale. Het zijn de halfbroers Bacchus en Hercules.

Ze zijn gemaakt van een basaltachtige, Egyptische steensoort die bekendstaat als “bekhen” en een groenige, ietwat metaalachtige kleur heeft. Ze dateren uit de laatste jaren van de eerste eeuw n.Chr. en stonden ooit in Rome in de Aula Regia, de troonzaal van de Romeinse keizers op de Palatijn.

Lees verder “Hercules en Dionysus”

Tacitus’ Germanen (4)

Tacitus’ grafsteen (Thermenmuseum, Rome)

[Onder de onheilspellende titel In moerassen en donkere wouden heeft de Nijmeegse classicus Vincent Hunink vertalingen samengebracht van alle teksten die de Romeinse historicus Tacitus wijdde aan de Germanen.

Daarover valt een hoop te zeggen. Dit is het vierde van zeven à acht stukjes, waarmee ik u wil verleiden dat boek te lezen. Het is namelijk echt interessante materie. En nee, ik krijg voor deze blogstukjes – net als voor mijn reeksen over de Historia Augusta en Het leven van Apollonius – geen commissie.]

Publius Cornelius Tacitus – over zijn voornaam bestaat onduidelijkheid – stamde uit een rijke familie, misschien uit het zuiden van Frankrijk. Hij werd geboren rond 55 n.Chr. en ontving de scholing die destijds paste bij iemand van zijn stand: een redenaarsopleiding. Een heer nam zijn verantwoordelijkheid voor de gemeenschap en speelde een rol in het bestuur van zijn stad of provincie, en moest dus kunnen spreken in het openbaar, zeker als hij hogerop ging en een positie kreeg in het rijksbestuur. De beste scholen waren in Rome en misschien heeft de jonge Tacitus, zo’n veertien jaar oud, het Vierkeizerjaar meegemaakt in de hoofdstad, zodat hij uit ervaring wist wat het betekent als het overheidsgezag instort.

Lees verder “Tacitus’ Germanen (4)”