Misverstand: Salome, de zwoele verleidster

Danseres (Antikensammlung, München)

Ik zal de eerste zijn om te zeggen dat de podiumkunsten in de eerste plaats kunst zijn, in de tweede plaats kunst, in de derde plaats kunst, vervolgens amusement en pas dan educatie. Wie de Gijsbrecht gaat zien om geschiedenis te leren, heeft gewoon iets niet begrepen. Je zult mij dus niet horen mopperen over pakweg Redbad omdat het historisch niet klopt – al is ook dat zo – maar omdat de film gewoon slecht is als film.

Er is dus weinig reden om het misverstand van de wulpse Salome, te vinden in allerlei toneelstukken en schilderijen, recht te zetten. Behalve dan dat het misverstand zo veel voorkomt.

Dynastieke relaties

Voor wie het even niet paraat heeft: koning Herodes de Grote van Judea (r.40-5/4 v.Chr.) had tien echtgenotes, waaronder twee Mariamnes. Van de jongste Mariamne had hij een zoon die Herodes heette, werd onterfd en in Rome woonde; van de oudste had hij een zoon die Aristoboulos heette, die weer trouwde met een Berenike en van haar een dochter Herodias had. Herodes Junior, vermoedelijk geboren rond 20 v.Chr., trouwde rond 5 v.Chr. met Herodias. Junior kan niet meer dan zeventien zijn geweest, zijn bruid was vermoedelijk nog een meisje. Het ging dan ook niet om biologie, bloemetjes en bijtjes, het ging nog minder om liefde en genegenheid, het ging om het creëren van een lijn voor de troonopvolging.

Lees verder “Misverstand: Salome, de zwoele verleidster”

Geen misverstand: Paardenstaart

Vier paarden (San Marco, Venetië)

Met al die dagelijkse misverstanden – er komen er nog meer – word je misschien wat al te sceptisch. Een week of drie geleden was het de feestdag van de evangelist Marcus, over wiens historiciteit op Sargasso een aardig stuk is verschenen. Iemand vertelde me over de marteldood van de auteur van het oudste evangelie, die in 68 n.Chr. tijdens het festival voor de god Sarapis zou zijn vastgebonden aan de staart van een paard en door de straten van Alexandrië meegesleept.

Er worden meer doodsoorzaken genoemd, wat voldoende is om aan te nemen dat de Alexandrijnen een heilige Marcus kenden, later geen idee meer hadden wie dat was, en er een verhaal bij bedachten. De echte vraag – en dat wat mijn scepsis deed ontwaken – is natuurlijk of paardenstaarten wel sterk genoeg zijn voor evangelistentransport.

Lees verder “Geen misverstand: Paardenstaart”

Synopsis

Iedereen die het Nieuwe Testament heeft gelezen, zal zijn opgevallen dat er nogal wat herhaling in zit. Als je het Matteüs-evangelie uit hebt, lijkt Marcus een uittreksel en Lukas herhaalt dat in wat elegantere zinnen. Pas met evangelie nummer vier, Johannes, merk je dat het allemaal ook anders verteld had kunnen worden. Het is niet zo gek dat een Augustinus aanvankelijk een lage dunk had van de evangeliën. De typering van Marcus als uittreksel van Matteüs schijnt overigens van hem afkomstig te zijn.

De drie eerste evangeliën worden weleens “synoptisch” genoemd omdat ze op het eerste gezicht hetzelfde vertellen. Bij nader inzien is dat niet waar, want Matteüs, Marcus en Lukas hebben drie totaal verschillende perspectieven. Dit nadere inzicht verwerf je door de drie teksten in detail te vergelijken en daarvoor bestaan boeken waarin de evangeliën niet na maar naast elkaar zijn geplaatst. Zo’n boek heet een synopsis. Zie boven voor een willekeurige pagina: drie teksten naast elkaar en onderaan de tekstvarianten.

Lees verder “Synopsis”

Eerste-eeuwse Marcus

meir_mummy_ny
Mummiemasker uit Meir (Metropolitan Museum, New York). Het museum claimt dat deze kartonnage dateert van rond 60 n.Chr., wat opvallend laat is.

Ik had nooit verwacht dat ik veel over papyrologie zou gaan bloggen, en ik had voor vandaag ook een heel ander artikel in gedachten, maar er zijn verwikkelingen in papyrologieland die er niet om liegen.

Eén: even wat eerstejaarsstof. Een papyrus is, zolang je antiek materiaal koopt op eBay en het recept gebruikt van antieke inkt, en zolang je het juiste schrijfmateriaal hanteert, zó te vervalsen dat het in een laboratorium niet valt te ontdekken. Een papyrus waarvan de herkomst onbekend is – die geen geldige provenance heeft, in jargon – kan dus niet dienen als wetenschappelijk bewijs omdat het kan gaan om een vervalsing (zie bijv. het Evangelie van de Vrouw van Jezus, de Artemidorospapyrus of de vijf Dode-Zee-rol-snippers van oktober j.l.). Onderzoekers hoeven gelukkig ook niets met unprovenanced papyri te doen aangezien er nog eeuwen werk is met het uitgegeven van de wel provenanced papyri in de museumdepots.

Lees verder “Eerste-eeuwse Marcus”

De paasdatum in het jaar 30 (2)

Bij gebrek aan paas-ikoon geef ik u een ikoon die goede vrijdag voorstelt. Heilig Kruis-klooster, Omodos.
Bij gebrek aan paas-ikoon geef ik u een ikoon die goede vrijdag voorstelt. Heilig Kruis-klooster, Omodos.

Zoals ik al beschreef, kampen we met elkaar tegensprekende bronnen. Zoals altijd in de oudheidkunde. Dat is de gewoonste zaak ter wereld. We kennen ook twee elkaar uitsluitende verhalen over de Atheense tyrannendoders, we weten de namen van diverse verraders die de Perzen de weg om Thermopylai zouden hebben gewezen, we bezitten vier of vijf beschrijvingen van het visioen van Constantijn (al tijdens zijn leven), we beschikken over elkaar tegensprekende beschrijvingen van de slag bij Kadesj, we kennen uit de Griekse literatuur twee sterfdata voor Alexander de Grote (die allebei onjuist bleken) en zo voort en zo verder. Zoals bijna altijd is een beredeneerde hypothese in de oudheidkunde het hoogst haalbare.

In dit geval zijn er vooral praktische bezwaren tegen het verhaal van Marcus. Het is bijvoorbeeld niet bijster aannemelijk, denken we te weten, dat de Joodse leiders iemand konden arresteren, getuigen tegen hem konden oproepen, een verhoor konden organiseren en de gearresteerde konden uitleveren in de nacht waarop iedereen Pesach vierde. En denk eens aan die wonderlijke episode dat Pilatus de gewoonte heeft een gevangene vrij te laten en dat het volk kiest voor Barabbas. Als zo’n gebruik heeft bestaan – er is discussie over – had het uitsluitend zin zo’n kerel vrij te laten om hem in staat te stellen het paasmaal te gebruiken. Dat pleit toch echt meer voor Johannes dan voor Marcus.

Lees verder “De paasdatum in het jaar 30 (2)”

De paasdatum in het jaar 30 (1)

Romeinse soldaten bespotten Jezus (Catacomben van Praetextatus, Rome; tweede eeuw)
Romeinse soldaten bespotten Jezus (Catacomben van Praetextatus, Rome; tweede eeuw)

Al tijden ligt er op mijn bureau een aantekening dat ik een fout moet herstellen die ik een tijdje geleden heb gemaakt. Ik ben er een paar keer op gewezen, moest er even rustig voor zitten om te doorgronden hoe het ook alweer zat en vervolgens vond ik die rust niet werkelijk. (Zo liggen er ook nog vier interviews te wachten en ruim honderd mailtjes.) Nu ik ziek ben, heb ik het betreffende blogstukje aangepast en dat was weleens tijd ook, want het ging om een fout die ik vorig jaar met Pasen heb gemaakt en die ik dus een jaar heb laten liggen.

Ik had destijds een reeks stukjes over het Lijdensverhaal en stelde in dit deel de vraag op welke datum Jezus stief. Was dat:

  • zoals de eerste drie evangeliën beweren, op Pesach (dus op vrijdag 15 nisan)?
  • zoals Johannesevangelie stelt, op de voorbereidingsdag voor Pesach (dus op vrijdag 14 nisan)?

Er zijn nog wat slagen om de arm, maar die zal ik u besparen. In het gewraakte stukje had ik het verkeerd uitgelegd. Nu dan even goed.

Lees verder “De paasdatum in het jaar 30 (1)”

Het evangelie van Marcus

De leeuw: het symbool van de evangelist Marcus én het wapen van Venetië. Gevelsteentje in Amsterdam (Stromarkt 7).

De “Markus-Passion”, zo kopte het Handelsblad zaterdag, “blijft iets voor fijnproevers”. Ik neem voetstoots aan dat de beoordeling van Bachs gedeeltelijk verloren gegane oratorium correct is. Maar het slot is raar.

Het stuk zelf mist het meeslepende drama van zijn grote broers Matthäus en Johannes. De koren en aria’s blijven nogal liturgisch en afstandelijk. Nergens kruipt het verhaal echt onder de huid. De Markus-Passion zal – zal zoals het evangelie zelf – wel iets voor fijnproevers blijven.

Wat kan muziekrecensent Joost Galema bedoelen met zijn bewering dat het evangelie van Marcus iets voor fijnproevers is? Ik schrijf dit zonder ironie of sarcasme, ik snap het gewoon werkelijk niet. Het Marcus-evangelie is namelijk een van de toegankelijkste teksten uit de oude wereld.

Lees verder “Het evangelie van Marcus”

Transparantie

Zo ben je evangelist, zo ben je de inzet van wetenschapsfraude. Arme Marcus.

Ik zit op een hotelkamer in Vlorë, ben te vroeg wakker en lees dit. Het komt erop neer dat het eerste-eeuwse fragment van het Evangelie van Marcus dat een tijd geleden is opgedoken, nu wordt uitgegeven. Dat is op zich aardig nieuws, maar er lijkt een bommetje te zijn verborgen. Ik schrijf “lijkt” want ik kan het hier, op een hotelkamer dus, niet zo snel controleren.

Waarom is dat bijzonder? Omdat het papyrusfragment waar het om gaat, ooit met veel bombarie uit een kartonnage is gehaald. Een kartonnage is het papier-maché-deel van een mummie; de methode om zo portretten aan te brengen, kwam aan het begin van de jaartelling ten einde. Degenen die de kartonnage destijds “disassembleerden” toonden het op film en vertelden dat het geen probleem was omdat ze het voorwerp hadden gekocht. Het probleem is nu dat een Marcus-fragment nooit voor het jaar 70 n.Chr. (de datering van dat evangelie) kan zijn geschreven. Een eerste-eeuws Marcusfragment is dus niet alleen verschrikkelijk oud (en reden tot vreugde voor evangelische christenen) maar vormt tevens bewijs dat de gewoonte mummies te voorzien van kartonnages langer heeft bestaan dan we wisten. De evangelische christenen hadden onvervangbare egyptologische data vernietigd.

Lees verder “Transparantie”

Lachende Jezus

Deze Jezus is veel te serieus (Begijnhof, Amsterdam)

Een vraag die dit weekend toevallig op mijn radar kwam: speelt humor een rol in het vroege christendom? In elk geval dit denk ik te weten: humor heeft in het christelijke geloof nooit de ontregelende rol gespeeld die hij speelt in bijvoorbeeld het boeddhisme. De verkoper die het (overigens dunne) boekje Wisdom of the Dalai Lama bij de Amsterdamse boekhandel Waterstone’s neerzette in de kast met humor, had met zijn plagerijtje wellicht meer gelijk dan hij besefte.

Desondanks: bevat het Nieuwe Testament grappen? Is het waar, zoals Umberto Eco insinueert in De naam van de roos, dat er in de Middeleeuwen discussies zijn gevoerd over een nooit lachende Christus? Het antwoord op de tweede vraag krijgt u straks, maar ik kan op de eerste vraag meteen een antwoord geven: ja. Althans, de evangelisten schrijven komische opmerkingen aan Jezus toe, veroorloven zich grappen ten koste van de Romeinen en bouwen een zekere ironie in hun teksten.

Lees verder “Lachende Jezus”

Een oud Marcusfragment?

Voorbeeld van een mummie-kartonnage. Deze werd vanmorgen aangeboden op eBay.
Voorbeeld van een mummie-kartonnage. Deze werd vanmorgen aangeboden op eBay.

Een jaar of twee geleden kondigde de Amerikaanse geleerde Craig Evans, hoogleraar nieuwtestamentische studies, aan dat hij een fragment van het evangelie van Marcus had gevonden dat dateerde uit het laatste kwart van de eerste eeuw n.Chr. Dat was bepaald een sensatie, want dit evangelie wordt gedateerd tussen 65 en 75. Een tekst uit het laatste kwart van de eerste eeuw staat dus zeer dicht bij het manuscript van de auteur.

De vondst werd op een bijzondere wijze bekend gemaakt: met een filmpje waarin een vriendelijke heer uitlegt hoe hij een mummie-kartonnage (zeg maar het papier-maché-gedeelte van een mummie) heeft losgeweekt en de Griekse teksten had bemachtigd. “Dat mogen we doen,” zo voegde hij toe, “want dit is ons eigendom.” Hier vindt u meer van dat fraais.

Lees verder “Een oud Marcusfragment?”