Kon Jezus lezen en schrijven? (2)

Joodse geleerde met boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus)

In het eerste stukje legde ik uit dat de evangeliën weinig beslissends zeggen over de vraag of Jezus kon lezen en schrijven. We zullen deze teksten verder laten rusten. Een andere aanpak is te kijken naar Jezus’ wereld en dan zijn er wel meer dingen te zeggen.

Een vrome timmerman

Het eerste is: Jezus kwam uit een religieus milieu. Dat weten we omdat zowel hijzelf als zijn familieleden heel sprekende namen hebben: een moeder Maria, een vader Jozef, een broer Jakobus, een broer Judas, en een verdere verwant Simon. Ik blogde er al eens over dat dit namen zijn met goede antecedenten in de eerste boeken van de Bijbel, waar u ze tegenkomt als Miriam, Jozef, Jakob, Juda, Simeon. De naam die wij weergeven als Jezus is dezelfde als die van de strijder Jozua.

In vrome kringen als deze was het gebruikelijk minimaal de oudste zoon naar school te sturen. De geletterdheid van de Joden was in de Oudheid spreekwoordelijk. Romeinse soldaten wisten daarom heel goed dat als je een Jood wilde pesten, je zijn boeken kapot moest maken. Dode-Zee-rollen met zwaardhouwen en reparaties bewijzen hoe gehecht Joden eraan waren.

Lees verder “Kon Jezus lezen en schrijven? (2)”

Kon Jezus lezen en schrijven? (1)

Reconstructie van een antieke synagoge (Museumpark Orientalis)

Afgelopen week kreeg ik van collega Marcel Hulspas de vraag voorgelegd of Jezus analfabeet was. Anders gezegd: kon Jezus lezen en schrijven? Dat is een interessante kwestie, die raakt aan allerlei aspecten van de uitleg van het Nieuwe Testament. Al levert de tekst zélf niet zoveel op.

Schrijven in het zand

Er is één passage waarin duidelijk sprake is van een schrijvende Jezus en dat is Johannes 8.6. De farizeeën en schriftgeleerden leiden een overspelige vrouw – in de middeleeuwse traditie ten onrechte geassocieerd met Maria Magdalena – aan Jezus voor. Ze vragen of hij vindt dat steniging gepast is. Hij schrijft wat in het zand. Als de aanklagers aandringen, merkt hij alleen op dat wie nooit een fout maakte de eerste steen maar moet werpen. De mannen druipen af.

Een mooi verhaal, maar het bewijst weinig. Eén: er staat εγραφεν εις την γην, wat je inderdaad kunt vertalen als “schreef hij in het zand”. Het betekent echter ook “tekende hij in het zand”. Jezus laat zijn minachting blijken door een doodle te tekenen.

Lees verder “Kon Jezus lezen en schrijven? (1)”

De roeping van Mattheüs

Caravaggio, “De roeping van Matteüs”

Toen ik onlangs het prachtige schilderij van Caravaggio in een stukje benutte, schoot me te binnen dat ik nog nooit had geblogd over het vergeten mirakel van de wonderbaarlijke naamsverandering. Ik begin even bij Lukas 5, gebaseerd op Marcus 2.14, en hier gepresenteerd in de Nieuwe Bijbelvertaling.

Jezus zag bij het tolhuis een tollenaar zitten die Levi heette. Hij zei tegen hem: “Volg mij!” Levi stond op, liet alles achter en volgde hem. Hij richtte in zijn huis een groot feestmaal voor hem aan, waarop een groot aantal tollenaars en anderen samen met Jezus aanwezig waren.

Lees verder “De roeping van Mattheüs”

De roeping van de eerste leerlingen (2)

Het Meer van Gennesaret

Als we kijken naar de tekst die ik zojuist plaatste, valt meteen op dat Lukas het verhaal van Jezus’ roeping van de eerste leerlingen, oorspronkelijk verteld door Marcus, veel sterker aanpast dan Matteüs. Lukas’ versie bevat niet alleen een wonderbaarlijke visvangst extra, maar hij verschuift ook informatie (het slotzinnetje duikt op in een ander hoofdstuk) en past de geografische informatie aan. Ik heb geen idee waarom hij Marcus’ naam “Meer van Galilea” verandert in “Meer van Gennesaret”. Meestal doet Lukas moeite om de topografie duidelijk te zijn voor zijn publiek, dat het land van Israël niet kende, maar dit keer verandert hij de naam van een vrij bekende landstreek in die van een obscuur vissersdorp. Wie een verklaring weet, mag het zeggen.

Vispartij

Dan is er de vispartij. Hier maakt Lukas een buiging naar een van oorsprong niet joods publiek. De heidense wereld kende het concept van de theios anêr, de goddelijke man. Dat is een sterveling met eigenschappen die hem boven de rest van de mensheid uittillen; tot de voorbeelden behoren de Siciliaanse slavenopstandeling Eunus, een Babylonische profeet die beweerde de uitverkorene van Nanaia te zijn, de charismatische wonderdoener Apollonios van Tyana, een filosoof die zich Peregrinus Proteus noemde en een zekere Alexander, die de slangengod Glykon introduceerde. Maar ook vorsten behoorden tot deze categorie. Dit soort mannen – volgens mij altijd mannen – hadden een lijntje met het hogere en verrichtten wonderen waarmee ze heel concreet heil bewerkstelligden. Apollonios kon een schat opsporen, keizer Vespasianus verrichtte genezingen, Jezus zorgde voor wonderbaarlijke visvangsten. Dit was een concept dat heidenen herkenden en waaraan Lukas appelleerde.

Lees verder “De roeping van de eerste leerlingen (2)”

De roeping van de eerste leerlingen (1)

De “Jezusboot” in Ginosar

Kijk, het zit zo. Je wil je medemens in nood natuurlijk helpen, en dat geldt ook voor mensen in grote geestelijke nood, maar er zijn grenzen. Pelgrims die betalen om, net zoals de eerste leerlingen van Jezus van Nazaret, netten te mogen uitwerpen in het Meer van Galilea, hebben hun recht op humanitaire hulpverlening verspeeld. Vandaar dat je in Ginosar, het antieke Gennesaret, een scheepswrak kunt bekijken dat al sinds jaar en dag wordt gehypet als de boot van Jezus. Het is niet uit te sluiten dat Jezus het bootje heeft gezien, maar er is een koolstofdatering uit 40 v.Chr. ± 80, zodat er fors meer kans is dat het scheepje al is vergaan voordat Jezus zich vestigde in Kafarnaüm. Kortom: over de rug van mensen die ook echt niet beter verdienen maakt de archeologie, de scheepvaartarcheologie in dit geval, zichzelf weer eens ondergeschikt aan andere doeleinden dan het delen van inzicht.

Omdat dat niets nieuws is, gaan we snel naar het Bijbelverhaal in kwestie, dat gaat over de roeping van de eerste leerlingen. Middenin het origineel, links en rechts leest u hoe Matteüs en Lukas het hebben aangepast. De Nederlandse versie is de Nieuwe Bijbelvertaling.

Lees verder “De roeping van de eerste leerlingen (1)”

De beproeving in de woestijn (1)

Bij de evangelist Marcus zijn het twee zinnetjes, die meteen volgen op Jezus’ doop door Johannes de Doper. In de Nieuwe Bijbelvertaling:

Meteen daarna dreef de Geest hem de woestijn in. Veertig dagen bleef hij in de woestijn, waar hij door Satan op de proef werd gesteld. Hij leefde er te midden van de wilde dieren, en engelen zorgden voor hem. (Marcus 1.12-13)

Voor Matteüs en Lukas was deze passage de aanleiding om een twistgesprek in te lassen. Ze citeren allebei uit de Q-bron.

Lees verder “De beproeving in de woestijn (1)”

Johannes de Doper en het christendom

Bethanië, waar Johannes de Doper Jezus zou hebben gedoopt

Ik heb de afgelopen tijd de teksten over Johannes de Doper doorgenomen: de aankondiging van zijn geboorte, zijn prediking en het bericht van Jezus aan zijn leermeester. Verder blogde ik over de joodse rituele baden, een gebruik dat Johannes overnam en aanpaste tot een eenmalige handeling om aan geven dat iemand tot inkeer was gekomen en klaar was voor de Jongste Dag. Al eerder had ik geschreven over twee aspecten van Johannes’ executie: dat Salome niet de zwoele verleidster van de westerse traditie was en dat  speculator een interessant latinisme is. Vandaag: wat er na Johannes’ dood gebeurde.

Al tijdens Johannes’ leven verkondigde Jezus dezelfde boodschap: de eindtijd brak aan, God zelf zou de wereld persoonlijk regeren, de mensen moesten tot inkeer komen en geloof hechten aan dat goede nieuws. Anders dan zijn mentor liet Jezus de mensen niet naar de Jordaan komen, maar trok hij het land in. Een verschil was dat voor Jezus nogal wat “hoge” titels in omloop waren: “Mensenzoon” en “zoon van God” gaan vrijwel zeker op Jezus’ eigen tijd terug, en dat geldt vermoedelijk ook voor messias. Nadat ook Jezus was geëxecuteerd zetten zijn leerlingen het doopritueel voort. En nu deed zich een probleem voor.

Lees verder “Johannes de Doper en het christendom”

Johannes de Doper en de mikvaot

Een ritueel bad in Jeruzalem, vlakbij de tempel; het hekje middenin moest mensen die ritueel nog niet rein waren gescheiden houden van degenen die al hadden gebaad.

Het is verleidelijk naar Johannes de Doper te kijken als voorloper van Jezus van Nazareth, maar dan lopen we – en ik bedoel dit niet negatief – in een christelijke val. Het zijn de evangeliën die de Doper zo presenteren, maar Johannes was geen christen. Zijn wereld was die van het Tempeljodendom, waarin hij een eigen positie had. Ik heb al enkele keren over deze fascinerende figuur geblogd (historische accuratesse, zwoele verleidster, James Bond) en zal het nu wat systematischer doen.

Bronnen

Er zijn diverse bronnen. Om te beginnen het Marcus-evangelie: Marcus 1.2-9, waarover ik vandaag blog, en 6.14-29 (de executie), met daarbij Lukas 1.5-25 (de hoorn der redding) en 39-80. Uit de bron Q zijn er de prediking die bekendstaat als “first Baptist block” (Matteüs 3.7-12 || Lukas 3.7-9, 15-18) en Jezus’ oordeel over Johannes in het “second Baptist block” (Lukas 7.18-35 || Matteüs 11.2-19). Dan zijn er nog een korte eigen traditie van Lukas (3.10-14) en een verhaal over de betrekkingen tussen Jezus’ en Johannes’ leerlingen in Handelingen 19.1-7. In het evangelie van Johannes doopt Johannes de Doper niet (Johannes 1.19-42). Flavius Josephus vermeldt de Doper eveneens (Joodse Oudheden 18.116-119).

Lees verder “Johannes de Doper en de mikvaot”

De Rechte Weg

De Rechte Weg in Damascus

Eind vorig jaar ben ik begonnen aan een reeks waarin ik het Nieuwe Testament doorneem zonder me al teveel te bekreunen om latere christelijke interpretaties, terwijl ik wel probeer uit te vissen wat een Joodse lezer ervan zou hebben gedacht. Ik heb geen idee welke kant die reeks op gaat, maar zolang het denkbaar is dat een oudhistoricus in een boek over Petrus wél de westerse tradities bekijkt maar niet de Aramese uitleg of de joodse context, staat de zin van mijn exercitie buiten kijf. Omdat ik de proloog van het Johannesevangelie, het kerstverhaal volgens Lukas en het begin van het Matteüsevangelie al heb behandeld, vandaag Marcus.

Het tweede en eerste evangelie

In uw Bijbel is Marcus het tweede evangelie, omdat de kerkvader Augustinus meende dat het een uittreksel was van Matteüs, het eerste evangelie. In feite is dit het oudste evangelie. Amerikaanse onderzoekers plaatsen het meestal kort na 70 n.Chr. omdat er een voorspelling in staat van de val van Jeruzalem en correcte voorspellingen doorgaans ná de gebeurtenissen worden opgeschreven; Europese onderzoekers denken eerder dat iedereen die de krant las de gebeurtenis kon zien aankomen en plaatsen het evangelie kort voor 70.

Lees verder “De Rechte Weg”

Misverstand: Salome, de zwoele verleidster

Danseres (Antikensammlung, München)

Ik zal de eerste zijn om te zeggen dat de podiumkunsten in de eerste plaats kunst zijn, in de tweede plaats kunst, in de derde plaats kunst, vervolgens amusement en pas dan educatie. Wie de Gijsbrecht gaat zien om geschiedenis te leren, heeft gewoon iets niet begrepen. Je zult mij dus niet horen mopperen over pakweg Redbad omdat het historisch niet klopt – al is ook dat zo – maar omdat de film gewoon slecht is als film.

Er is dus weinig reden om het misverstand van de wulpse Salome, te vinden in allerlei toneelstukken en schilderijen, recht te zetten. Behalve dan dat het misverstand zo veel voorkomt.

Dynastieke relaties

Voor wie het even niet paraat heeft: koning Herodes de Grote van Judea (r.40-5/4 v.Chr.) had tien echtgenotes, waaronder twee Mariamnes. Van de jongste Mariamne had hij een zoon die Herodes heette, werd onterfd en in Rome woonde; van de oudste had hij een zoon die Aristoboulos heette, die weer trouwde met een Berenike en van haar een dochter Herodias had. Herodes Junior, vermoedelijk geboren rond 20 v.Chr., trouwde rond 5 v.Chr. met Herodias. Junior kan niet meer dan zeventien zijn geweest, zijn bruid was vermoedelijk nog een meisje. Het ging dan ook niet om biologie, bloemetjes en bijtjes, het ging nog minder om liefde en genegenheid, het ging om het creëren van een lijn voor de troonopvolging.

Lees verder “Misverstand: Salome, de zwoele verleidster”