Exorcisme

Genezing van een blinde (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

Ooit dineerde ik in Griekenland bij een familie thuis en toen het tijd werd af te ruimen, nam ik het tafellaken om het vanaf het balkon uit te kloppen. Mijn gastvrouw kwam ietwat lacherig op me af: “Dat hoeft niet, kruimels in de tuin trekken boze geesten aan”. Het was mijn eerste kennismaking met het Mediterrane volksgeloof in geesten. Een geloof dat ook in de oude wereld is gedocumenteerd. Bisschop Synesios van Kyrene, een heel geleerd en rationeel man, was er zeker van dat een moordenaar zich het beste kon aangeven om zich te laten executeren, opdat zijn geest niet zou blijven rondspoken. Ik neem zonder bewijs aan dat het geloof in geesten sinds de Oudheid via de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd continu aanwezig is geweest.

Alledaags antiek exorcisme

Dat ook Jezus boze geesten uitdreef, lijkt me een feit. Wat daarbij de empirische werkelijkheid is geweest, is niet belangrijk. Ik wil u best wel trakteren op wat obligaat gegemeenplaats over dat geesten niet bestaan en dat mensen met een geestelijke ziekte wellicht rust vonden bij Jezus’ charismatische persoonlijkheid, en wie weet is dat waar, maar aangezien de betrokkenen al een millennium of twee dood zijn, is het opstellen van een medische status nogal lastig. Ik laat die vraag, even onbeantwoordbaar als oninteressant, verder onbesproken. Wat te weten valt, is alleen dat zijn tijdgenoten dachten dat Jezus geesten kon uitdrijven.

Lees verder “Exorcisme”

De genezing van de verlamde (1)

Reconstructie van een antiek huis met een plat dak (Museumpark Orientalis, Berg en Dal)

Ik heb al vaker aangegeven dat het Nieuwe Testament is geschreven in een wereld met een ander waarheidsbegrip. Waar wij van een bewering vaststellen of ze waar is door te kijken of ze correspondeert met de feiten, keek men in de Oudheid of ze leek op soortgelijke beweringen. In voorindustriële samenlevingen heeft men immers de middelen niet om beweringen te toetsen. In het antieke wereldbeeld deden bijzondere mensen bijzondere dingen, want dat bleek uit elk bekend verhaal. Men vertelde dus dat de Romeinse keizer lammen kon laten lopen en blinden kon laten zien (vgl. Suetonius, Vespasianus 7.2). En het Nieuwe Testament vertelt zulks dus over Jezus.

Ik heb ook al vaker aangegeven hoe we zo’n anekdote moeten bekijken. Eén, we kijken hoe ze is overgeleverd. Twee, er zijn authenticiteitscriteria waarmee we voorbij de overlevering kijken naar wat er feitelijk gebeurd kan zijn.

De synoptici

De anekdote is twee keer overgeleverd: één keer door de evangelist Johannes, één keer door de drie andere evangelisten (de synoptici). De laatsten zullen we als eersten behandelen.

Lees verder “De genezing van de verlamde (1)”

Het voorhangsel in de tempel

Een cherub uit Tell Halaf (Louvre, Parijs)

In mijn zondagse reeks over het Nieuwe Testament vandaag een bekende scène uit het Lijdensverhaal.

Jezus slaakte een luide kreet en blies de laatste adem uit. En het voorhangsel van de tempel scheurde van boven tot onder in tweeën. (15.37-38; NBV21)

De parallelpassage in Matteüs (27.51-53) voegt nog een aardbeving en de opstanding van de rechtvaardigen toe, terwijl Lukas een zonsverduistering vermeldt (23.44-45). Ik laat de natuurwonderen wat ze zijn; het gaat me om het voorhangsel. Uit Exodus 26 weten we dat het binnen de tabernakel – en, naar men aanneemt, binnen de tempel – hing en diende om het Heilige te scheiden van het Heilige der Heiligen. Het was gemaakt van karmozijnrode, blauw- en roodpurperen wol, voorzien van een patroon van cherubs. Dat zijn de traditionele, gevleugelde wachters van allerlei goddelijke zaken. Zie boven voor een voorbeeld.

Lees verder “Het voorhangsel in de tempel”

De Syro-Fenicische vrouw

Maaltijd met hond (Nationaal Museum van Bosnië, Sarajevo)

Iedereen wel eens een antieke bron leest, ontwikkelt voorkeuren. Sommige auteurs blijven je boeien, sommige verhalen blijven je intrigeren. Zoals deze passage uit het Evangelie van Marcus 7.24-30 (NBV21).

Exorcisme

Jezus vertrok naar de omgeving van Tyrus. Daar nam hij zijn intrek in een huis, en hoewel hij niet wilde dat iemand dat te weten zou komen, lukte het hem niet onopgemerkt te blijven. Integendeel, er kwam al meteen een vrouw die over hem gehoord had naar hem toe, en zij viel voor zijn voeten neer. Ze had een dochter die door een onreine geest bezeten was. Deze vrouw was van Syro-Fenicische afkomst en geen Jodin; ze smeekte hem om bij haar dochter de demon uit te drijven. Hij zei tegen haar: “Eerst moeten de kinderen genoeg te eten krijgen; het is niet goed om het brood voor de kinderen aan de honden te voeren.”

De vrouw antwoordde: “Heer, de honden onder de tafel eten toch de kruimels op die de kinderen laten vallen.”

Hij zei tegen haar: “Omdat u dit zegt … Ga naar huis, de demon heeft uw dochter al verlaten.”

En toen ze thuiskwam, lag haar kind op bed en bleek de demon verdwenen te zijn.

Lees verder “De Syro-Fenicische vrouw”

Kon Jezus lezen en schrijven? (2)

Joodse geleerde met boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus)

In het eerste stukje legde ik uit dat de evangeliën weinig beslissends zeggen over de vraag of Jezus kon lezen en schrijven. We zullen deze teksten verder laten rusten. Een andere aanpak is te kijken naar Jezus’ wereld en dan zijn er wel meer dingen te zeggen.

Een vrome timmerman

Het eerste is: Jezus kwam uit een religieus milieu. Dat weten we omdat zowel hijzelf als zijn familieleden heel sprekende namen hebben: een moeder Maria, een vader Jozef, een broer Jakobus, een broer Judas, en een verdere verwant Simon. Ik blogde er al eens over dat dit namen zijn met goede antecedenten in de eerste boeken van de Bijbel, waar u ze tegenkomt als Miriam, Jozef, Jakob, Juda, Simeon. De naam die wij weergeven als Jezus is dezelfde als die van de strijder Jozua.

In vrome kringen als deze was het gebruikelijk minimaal de oudste zoon naar school te sturen. De geletterdheid van de Joden was in de Oudheid spreekwoordelijk. Romeinse soldaten wisten daarom heel goed dat als je een Jood wilde pesten, je zijn boeken kapot moest maken. Dode-Zee-rollen met zwaardhouwen en reparaties bewijzen hoe gehecht Joden eraan waren.

Lees verder “Kon Jezus lezen en schrijven? (2)”

Kon Jezus lezen en schrijven? (1)

Palestijnse synagoge (Museumpark Orientalis)

Afgelopen week kreeg ik van collega Marcel Hulspas de vraag voorgelegd of Jezus analfabeet was. Anders gezegd: kon Jezus lezen en schrijven? Dat is een interessante kwestie, die raakt aan allerlei aspecten van de uitleg van het Nieuwe Testament. Al levert de tekst zélf niet zoveel op.

Schrijven in het zand

Er is één passage waarin duidelijk sprake is van een schrijvende Jezus en dat is Johannes 8.6. De farizeeën en schriftgeleerden leiden een overspelige vrouw – in de middeleeuwse traditie ten onrechte geassocieerd met Maria Magdalena – aan Jezus voor. Ze vragen of hij vindt dat steniging gepast is. Hij schrijft wat in het zand. Als de aanklagers aandringen, merkt hij alleen op dat wie nooit een fout maakte de eerste steen maar moet werpen. De mannen druipen af.

Een mooi verhaal, maar het bewijst weinig. Eén: er staat εγραφεν εις την γην, wat je inderdaad kunt vertalen als “schreef hij in het zand”. Het betekent echter ook “tekende hij in het zand”. Jezus laat zijn minachting blijken door een doodle te tekenen.

Lees verder “Kon Jezus lezen en schrijven? (1)”

De roeping van Matteüs

Caravaggio, “De roeping van Matteüs”

Toen ik onlangs het prachtige schilderij van Caravaggio in een stukje benutte, schoot me te binnen dat ik nog nooit had geblogd over het vergeten mirakel van de wonderbaarlijke naamsverandering. Ik begin even bij Lukas 5, gebaseerd op Marcus 2.14, en hier gepresenteerd in de Nieuwe Bijbelvertaling.

Jezus zag bij het tolhuis een tollenaar zitten die Levi heette. Hij zei tegen hem: “Volg mij!” Levi stond op, liet alles achter en volgde hem. Hij richtte in zijn huis een groot feestmaal voor hem aan, waarop een groot aantal tollenaars en anderen samen met Jezus aanwezig waren.

Lees verder “De roeping van Matteüs”

De roeping van de eerste leerlingen (2)

Het Meer van Gennesaret

Als we kijken naar de tekst die ik zojuist plaatste, valt meteen op dat Lukas het verhaal van Jezus’ roeping van de eerste leerlingen, oorspronkelijk verteld door Marcus, veel sterker aanpast dan Matteüs. Lukas’ versie bevat niet alleen een wonderbaarlijke visvangst extra, maar hij verschuift ook informatie (het slotzinnetje duikt op in een ander hoofdstuk) en past de geografische informatie aan. Ik heb geen idee waarom hij Marcus’ naam “Meer van Galilea” verandert in “Meer van Gennesaret”. Meestal doet Lukas moeite om de topografie duidelijk te zijn voor zijn publiek, dat het land van Israël niet kende, maar dit keer verandert hij de naam van een vrij bekende landstreek in die van een obscuur vissersdorp. Wie een verklaring weet, mag het zeggen.

Vispartij

Dan is er de vispartij. Hier maakt Lukas een buiging naar een van oorsprong niet joods publiek. De heidense wereld kende het concept van de theios anêr, de goddelijke man. Dat is een sterveling met eigenschappen die hem boven de rest van de mensheid uittillen; tot de voorbeelden behoren de Siciliaanse slavenopstandeling Eunus, een Babylonische profeet die beweerde de uitverkorene van Nanaia te zijn, de charismatische wonderdoener Apollonios van Tyana, een filosoof die zich Peregrinus Proteus noemde en een zekere Alexander, die de slangengod Glykon introduceerde. Maar ook vorsten behoorden tot deze categorie. Dit soort mannen – volgens mij altijd mannen – hadden een lijntje met het hogere en verrichtten wonderen waarmee ze heel concreet heil bewerkstelligden. Apollonios kon een schat opsporen, keizer Vespasianus verrichtte genezingen, Jezus zorgde voor wonderbaarlijke visvangsten. Dit was een concept dat heidenen herkenden en waaraan Lukas appelleerde.

Lees verder “De roeping van de eerste leerlingen (2)”

De roeping van de eerste leerlingen (1)

De “Jezusboot” in Ginosar

Kijk, het zit zo. Je wil je medemens in nood natuurlijk helpen, en dat geldt ook voor mensen in grote geestelijke nood, maar er zijn grenzen. Pelgrims die betalen om, net zoals de eerste leerlingen van Jezus van Nazaret, netten te mogen uitwerpen in het Meer van Galilea, hebben hun recht op humanitaire hulpverlening verspeeld. Vandaar dat je in Ginosar, het antieke Gennesaret, een scheepswrak kunt bekijken dat al sinds jaar en dag wordt gehypet als de boot van Jezus. Het is niet uit te sluiten dat Jezus het bootje heeft gezien, maar er is een koolstofdatering uit 40 v.Chr. ± 80, zodat er fors meer kans is dat het scheepje al is vergaan voordat Jezus zich vestigde in Kafarnaüm. Kortom: over de rug van mensen die ook echt niet beter verdienen maakt de archeologie, de scheepvaartarcheologie in dit geval, zichzelf weer eens ondergeschikt aan andere doeleinden dan het delen van inzicht.

Omdat dat niets nieuws is, gaan we snel naar het Bijbelverhaal in kwestie, dat gaat over de roeping van de eerste leerlingen. Middenin het origineel, links en rechts leest u hoe Matteüs en Lukas het hebben aangepast. De Nederlandse versie is de Nieuwe Bijbelvertaling.

Lees verder “De roeping van de eerste leerlingen (1)”

De beproeving in de woestijn (1)

Bij de evangelist Marcus zijn het twee zinnetjes, die meteen volgen op Jezus’ doop door Johannes de Doper. In de Nieuwe Bijbelvertaling:

Meteen daarna dreef de Geest hem de woestijn in. Veertig dagen bleef hij in de woestijn, waar hij door Satan op de proef werd gesteld. Hij leefde er te midden van de wilde dieren, en engelen zorgden voor hem. (Marcus 1.12-13)

Voor Matteüs en Lukas was deze passage de aanleiding om een twistgesprek in te lassen. Ze citeren allebei uit de Q-bron.

Lees verder “De beproeving in de woestijn (1)”