De roeping van de eerste leerlingen (2)

Het Meer van Gennesaret

Als we kijken naar de tekst die ik zojuist plaatste, valt meteen op dat Lukas het verhaal van Jezus’ roeping van de eerste leerlingen, oorspronkelijk verteld door Marcus, veel sterker aanpast dan Matteüs. Lukas’ versie bevat niet alleen een wonderbaarlijke visvangst extra, maar hij verschuift ook informatie (het slotzinnetje duikt op in een ander hoofdstuk) en past de geografische informatie aan. Ik heb geen idee waarom hij Marcus’ naam “Meer van Galilea” verandert in “Meer van Gennesaret”. Meestal doet Lukas moeite om de topografie duidelijk te zijn voor zijn publiek, dat het land van Israël niet kende, maar dit keer verandert hij de naam van een vrij bekende landstreek in die van een obscuur vissersdorp. Wie een verklaring weet, mag het zeggen.

Vispartij

Dan is er de vispartij. Hier maakt Lukas een buiging naar een van oorsprong niet joods publiek. De heidense wereld kende het concept van de theios anêr, de goddelijke man. Dat is een sterveling met eigenschappen die hem boven de rest van de mensheid uittillen; tot de voorbeelden behoren de Siciliaanse slavenopstandeling Eunus, een Babylonische profeet die beweerde de uitverkorene van Nanaia te zijn, de charismatische wonderdoener Apollonios van Tyana, een filosoof die zich Peregrinus Proteus noemde en een zekere Alexander, die de slangengod Glykon introduceerde. Maar ook vorsten behoorden tot deze categorie. Dit soort mannen – volgens mij altijd mannen – hadden een lijntje met het hogere en verrichtten wonderen waarmee ze heel concreet heil bewerkstelligden. Apollonios kon een schat opsporen, keizer Vespasianus verrichtte genezingen, Jezus zorgde voor wonderbaarlijke visvangsten. Dit was een concept dat heidenen herkenden en waaraan Lukas appelleerde.

Lees verder “De roeping van de eerste leerlingen (2)”

De roeping van de eerste leerlingen (1)

De “Jezusboot” in Ginosar

Kijk, het zit zo. Je wil je medemens in nood natuurlijk helpen, en dat geldt ook voor mensen in grote geestelijke nood, maar er zijn grenzen. Pelgrims die betalen om, net zoals de eerste leerlingen van Jezus van Nazaret, netten te mogen uitwerpen in het Meer van Galilea, hebben hun recht op humanitaire hulpverlening verspeeld. Vandaar dat je in Ginosar, het antieke Gennesaret, een scheepswrak kunt bekijken dat al sinds jaar en dag wordt gehypet als de boot van Jezus. Het is niet uit te sluiten dat Jezus het bootje heeft gezien, maar er is een koolstofdatering uit 40 v.Chr. ± 80, zodat er fors meer kans is dat het scheepje al is vergaan voordat Jezus zich vestigde in Kafarnaüm. Kortom: over de rug van mensen die ook echt niet beter verdienen maakt de archeologie, de scheepvaartarcheologie in dit geval, zichzelf weer eens ondergeschikt aan andere doeleinden dan het delen van inzicht.

Omdat dat niets nieuws is, gaan we snel naar het Bijbelverhaal in kwestie, dat gaat over de roeping van de eerste leerlingen. Middenin het origineel, links en rechts leest u hoe Matteüs en Lukas het hebben aangepast. De Nederlandse versie is de Nieuwe Bijbelvertaling.

Lees verder “De roeping van de eerste leerlingen (1)”

De beproeving in de woestijn (1)

Bij de evangelist Marcus zijn het twee zinnetjes, die meteen volgen op Jezus’ doop door Johannes de Doper. In de Nieuwe Bijbelvertaling:

Meteen daarna dreef de Geest hem de woestijn in. Veertig dagen bleef hij in de woestijn, waar hij door Satan op de proef werd gesteld. Hij leefde er te midden van de wilde dieren, en engelen zorgden voor hem. (Marcus 1.12-13)

Voor Matteüs en Lukas was deze passage de aanleiding om een twistgesprek in te lassen. Ze citeren allebei uit de Q-bron.

Lees verder “De beproeving in de woestijn (1)”

Johannes de Doper en het christendom

Bethanië, waar Johannes de Doper Jezus zou hebben gedoopt

Ik heb de afgelopen tijd de teksten over Johannes de Doper doorgenomen: de aankondiging van zijn geboorte, zijn prediking en het bericht van Jezus aan zijn leermeester. Verder blogde ik over de joodse rituele baden, een gebruik dat Johannes overnam en aanpaste tot een eenmalige handeling om aan geven dat iemand tot inkeer was gekomen en klaar was voor de Jongste Dag. Al eerder had ik geschreven over twee aspecten van Johannes’ executie: dat Salome niet de zwoele verleidster van de westerse traditie was en dat  speculator een interessant latinisme is. Vandaag: wat er na Johannes’ dood gebeurde.

Al tijdens Johannes’ leven verkondigde Jezus dezelfde boodschap: de eindtijd brak aan, God zelf zou de wereld persoonlijk regeren, de mensen moesten tot inkeer komen en geloof hechten aan dat goede nieuws. Anders dan zijn mentor liet Jezus de mensen niet naar de Jordaan komen, maar trok hij het land in. Een verschil was dat voor Jezus nogal wat “hoge” titels in omloop waren: “Mensenzoon” en “zoon van God” gaan vrijwel zeker op Jezus’ eigen tijd terug, en dat geldt vermoedelijk ook voor messias. Nadat ook Jezus was geëxecuteerd zetten zijn leerlingen het doopritueel voort. En nu deed zich een probleem voor.

Lees verder “Johannes de Doper en het christendom”

Johannes de Doper en de mikvaot

Een ritueel bad in Jeruzalem, vlakbij de tempel; het hekje middenin moest mensen die ritueel nog niet rein waren gescheiden houden van degenen die al hadden gebaad.

Het is verleidelijk naar Johannes de Doper te kijken als voorloper van Jezus van Nazareth, maar dan lopen we – en ik bedoel dit niet negatief – in een christelijke val. Het zijn de evangeliën die de Doper zo presenteren, maar Johannes was geen christen. Zijn wereld was die van het Tempeljodendom, waarin hij een eigen positie had. Ik heb al enkele keren over deze fascinerende figuur geblogd (historische accuratesse, zwoele verleidster, James Bond) en zal het nu wat systematischer doen.

Bronnen

Er zijn diverse bronnen. Om te beginnen het Marcus-evangelie: Marcus 1.2-9, waarover ik vandaag blog, en 6.14-29 (de executie), met daarbij Lukas 1.5-25 (de hoorn der redding) en 39-80. Uit de bron Q zijn er de prediking die bekendstaat als “first Baptist block” (Matteüs 3.7-12 || Lukas 3.7-9, 15-18) en Jezus’ oordeel over Johannes in het “second Baptist block” (Lukas 7.18-35 || Matteüs 11.2-19). Dan zijn er nog een korte eigen traditie van Lukas (3.10-14) en een verhaal over de betrekkingen tussen Jezus’ en Johannes’ leerlingen in Handelingen 19.1-7. In het evangelie van Johannes doopt Johannes de Doper niet (Johannes 1.19-42). Flavius Josephus vermeldt de Doper eveneens (Joodse Oudheden 18.116-119).

Lees verder “Johannes de Doper en de mikvaot”

De Rechte Weg

De Rechte Weg in Damascus

Eind vorig jaar ben ik begonnen aan een reeks waarin ik het Nieuwe Testament doorneem zonder me al teveel te bekreunen om latere christelijke interpretaties, terwijl ik wel probeer uit te vissen wat een Joodse lezer ervan zou hebben gedacht. Ik heb geen idee welke kant die reeks op gaat, maar zolang het denkbaar is dat een oudhistoricus in een boek over Petrus wél de westerse tradities bekijkt maar niet de Aramese uitleg of de joodse context, staat de zin van mijn exercitie buiten kijf. Omdat ik de proloog van het Johannesevangelie, het kerstverhaal volgens Lukas en het begin van het Matteüsevangelie al heb behandeld, vandaag Marcus.

Het tweede en eerste evangelie

In uw Bijbel is Marcus het tweede evangelie, omdat de kerkvader Augustinus meende dat het een uittreksel was van Matteüs, het eerste evangelie. In feite is dit het oudste evangelie. Amerikaanse onderzoekers plaatsen het meestal kort na 70 n.Chr. omdat er een voorspelling in staat van de val van Jeruzalem en correcte voorspellingen doorgaans ná de gebeurtenissen worden opgeschreven; Europese onderzoekers denken eerder dat iedereen die de krant las de gebeurtenis kon zien aankomen en plaatsen het evangelie kort voor 70.

Lees verder “De Rechte Weg”

Misverstand: Salome, de zwoele verleidster

Danseres (Antikensammlung, München)

Ik zal de eerste zijn om te zeggen dat de podiumkunsten in de eerste plaats kunst zijn, in de tweede plaats kunst, in de derde plaats kunst, vervolgens amusement en pas dan educatie. Wie de Gijsbrecht gaat zien om geschiedenis te leren, heeft gewoon iets niet begrepen. Je zult mij dus niet horen mopperen over pakweg Redbad omdat het historisch niet klopt – al is ook dat zo – maar omdat de film gewoon slecht is als film.

Er is dus weinig reden om het misverstand van de wulpse Salome, te vinden in allerlei toneelstukken en schilderijen, recht te zetten. Behalve dan dat het misverstand zo veel voorkomt.

Dynastieke relaties

Voor wie het even niet paraat heeft: koning Herodes de Grote van Judea (r.40-5/4 v.Chr.) had tien echtgenotes, waaronder twee Mariamnes. Van de jongste Mariamne had hij een zoon die Herodes heette, werd onterfd en in Rome woonde; van de oudste had hij een zoon die Aristoboulos heette, die weer trouwde met een Berenike en van haar een dochter Herodias had. Herodes Junior, vermoedelijk geboren rond 20 v.Chr., trouwde rond 5 v.Chr. met Herodias. Junior kan niet meer dan zeventien zijn geweest, zijn bruid was vermoedelijk nog een meisje. Het ging dan ook niet om biologie, bloemetjes en bijtjes, het ging nog minder om liefde en genegenheid, het ging om het creëren van een lijn voor de troonopvolging.

Lees verder “Misverstand: Salome, de zwoele verleidster”

Geen misverstand: Paardenstaart

Vier paarden (San Marco, Venetië)

Met al die dagelijkse misverstanden – er komen er nog meer – word je misschien wat al te sceptisch. Een week of drie geleden was het de feestdag van de evangelist Marcus, over wiens historiciteit op Sargasso een aardig stuk is verschenen. Iemand vertelde me over de marteldood van de auteur van het oudste evangelie, die in 68 n.Chr. tijdens het festival voor de god Sarapis zou zijn vastgebonden aan de staart van een paard en door de straten van Alexandrië meegesleept.

Er worden meer doodsoorzaken genoemd, wat voldoende is om aan te nemen dat de Alexandrijnen een heilige Marcus kenden, later geen idee meer hadden wie dat was, en er een verhaal bij bedachten. De echte vraag – en dat wat mijn scepsis deed ontwaken – is natuurlijk of paardenstaarten wel sterk genoeg zijn voor evangelistentransport.

Lees verder “Geen misverstand: Paardenstaart”

Synopsis

Iedereen die het Nieuwe Testament heeft gelezen, zal zijn opgevallen dat er nogal wat herhaling in zit. Als je het Matteüs-evangelie uit hebt, lijkt Marcus een uittreksel en Lukas herhaalt dat in wat elegantere zinnen. Pas met evangelie nummer vier, Johannes, merk je dat het allemaal ook anders verteld had kunnen worden. Het is niet zo gek dat een Augustinus aanvankelijk een lage dunk had van de evangeliën. De typering van Marcus als uittreksel van Matteüs schijnt overigens van hem afkomstig te zijn.

De drie eerste evangeliën worden weleens “synoptisch” genoemd omdat ze op het eerste gezicht hetzelfde vertellen. Bij nader inzien is dat niet waar, want Matteüs, Marcus en Lukas hebben drie totaal verschillende perspectieven. Dit nadere inzicht verwerf je door de drie teksten in detail te vergelijken en daarvoor bestaan boeken waarin de evangeliën niet na maar naast elkaar zijn geplaatst. Zo’n boek heet een synopsis. Zie boven voor een willekeurige pagina: drie teksten naast elkaar en onderaan de tekstvarianten.

Lees verder “Synopsis”

Eerste-eeuwse Marcus

meir_mummy_ny
Mummiemasker uit Meir (Metropolitan Museum, New York). Het museum claimt dat deze kartonnage dateert van rond 60 n.Chr., wat opvallend laat is.

Ik had nooit verwacht dat ik veel over papyrologie zou gaan bloggen, en ik had voor vandaag ook een heel ander artikel in gedachten, maar er zijn verwikkelingen in papyrologieland die er niet om liegen.

Eén: even wat eerstejaarsstof. Een papyrus is, zolang je antiek materiaal koopt op eBay en het recept gebruikt van antieke inkt, en zolang je het juiste schrijfmateriaal hanteert, zó te vervalsen dat het in een laboratorium niet valt te ontdekken. Een papyrus waarvan de herkomst onbekend is – die geen geldige provenance heeft, in jargon – kan dus niet dienen als wetenschappelijk bewijs omdat het kan gaan om een vervalsing (zie bijv. het Evangelie van de Vrouw van Jezus, de Artemidorospapyrus of de vijf Dode-Zee-rol-snippers van oktober j.l.). Onderzoekers hoeven gelukkig ook niets met unprovenanced papyri te doen aangezien er nog eeuwen werk is met het uitgegeven van de wel provenanced papyri in de museumdepots.

Lees verder “Eerste-eeuwse Marcus”