
Ik heb me zelden in mijn leven zó in mijn oudheidkundige waanwijsheid betrapt gevoeld als op een grijze decemberdag, nu een jaar of twintig geleden, in Rome. Ik was met twee studenten op het Forum Romanum en we wandelden naar de Palatijn, de heuvel waar ooit de keizerlijke paleizen stonden en waar Romulus de stad zou hebben gesticht. Uiteraard moest ik alles uitleggen en stond ik al in de doceerstand toen een van de studenten (de Lauren van Zoonen die hier ook weleens leuke blogs schrijft) zei dat dit toch wel een magische plek was.
Bam. Dat was ik even vergeten. Maar Rome is natuurlijk niet slechts een plaats waar allerlei oudheidkundig interessants is te zien. Het is ook een plek die je moet ervaren. Er is niets mis met Ruinenlust. Zeker op de Palatijn, waar de overblijfselen van de oude gebouwen zijn opgenomen in een prachtig park, dat zelfs op een grijze decemberdag magisch is.
De IJzertijd
Niet dat er vanuit de doceerstand niets over de Palatijn te vertellen valt. Volgens de Romeinse traditie was de heuvel al in de oudste tijden bewoond. In de keizertijd wees men de vermeende hut van Romulus nog altijd aan. Archeologen hebben inderdaad de resten van eenvoudige boerderijen – geen herdershutten – gevonden. Dat bevestigt overigens niet de traditie dat Rome is gesticht op de Palatijn, want soortgelijke boerderijen stonden ook op andere heuveltoppen.

In elk geval lag in de IJzertijd een kleine nederzetting op het westelijk deel van de Palatijn, de zogeheten Germalus. Of de heuvel destijds al was omgeven door een muur met drie poorten, zoals de antieke auteurs en Italiaanse archeologen beweren, valt niet uit te maken. Feit is wel dat de Palatijnse nederzetting ook zonder omwalling nagenoeg onneembaar was, aangezien de heuvel aan vrijwel alle zijden was omgeven door diepe, drassige dalen. Pas in de vroege zesde eeuw v.Chr. zou een begin worden gemaakt met de drainage.
Republiek
In voorindustriële samenlevingen, zo vervolgt uw docent, waren de hygiënische omstandigheden slecht. Rijke stedelingen vestigden zich het liefst op heuveltoppen, omdat ze daar minder last hadden van de stank van afval en uitwerpselen. Zo ook in Rome.

Uit geschreven bronnen is bekend dat in de republikeinse periode op de Palatijn vooraanstaande Romeinse politici woonden, op loopafstand van het Senaatsgebouw. Hun huizen moeten groot zijn geweest, maar vooralsnog ontbreken archeologische sporen van vóór 90 v.Chr. Uit de daaropvolgende tijd stammen het Huis van Livia (Augustus’ echtgenote) en het Huis van de Griffioenen. Archeologen hebben ook tempels uit de republikeinse periode geïdentificeerd, zoals die van Victoria en Kybele.
Paleisbouw
Keizer Augustus was de eerste die hier grootschalig bouwde, maar een echt paleis was zijn woning op de Germalus niet. Dan zou het immers lijken alsof hij koning was, en dat was uit den boze. Al ten tijde van Tiberius (r.14-37) bleek het Huis van Augustus echter te klein voor alle representatieve functies. Het werd daarom uitgebreid, maar het 150 bij 120 meter grote complex dat tegenwoordig bekendstaat als Domus Tiberiana en waarvan de ruïnes liggen onder de lieflijke Farnesetuinen, is jonger.

Keizer Caligula (r.37-41) verbond de huizen van Augustus, Livia en Tiberius met het Forum en gebruikte, volgens een archeologische bevestigde anekdote, de tempel van Castor en Pollux als entree. Daarna bouwde Nero eerst de Domus Transitoria, een verzameling gebouwen die de diverse paleisachtige constructies moest verbinden. Na de beruchte brand van Rome werden alle gebouwen geïntegreerd in het Gouden Huis. De Domus Tiberiana maakte hier deel van uit.
De diverse bouwfasen zijn door archeologen geïdentificeerd, en uw docent wil er best wel over praten, maar veel is nog onduidelijk. Alle gebouwen zijn namelijk aan het eind van de eerste eeuw na Chr. weer geïntegreerd in de paleizen die architect Rabirius ontwierp voor keizer Domitianus (r.81-96): de representatieve Domus Flavia en de residentiële Domus Augustana. (De namen zijn bedacht door moderne geleerden.) Deze residentie werd voltooid in 92. Met een oppervlak van ruim een vierkante kilometer domineren deze gebouwen – of beter: de ruïnes ervan – de heuvel tot op de huidige dag.

Magische plek
In de tweede eeuw liet keizer Hadrianus (r.117-138) op verschillende plaatsen werkzaamheden uitvoeren, en een ruime halve eeuw later begonnen de Severische keizers weer nieuwe gebouwen toe te voegen. Keizer Septimius Severus (r.193-211) bouwde in de zuidhoek onder meer een badhuis en het zogeheten Septizodium. Dat was een sierlijke muur die vooral diende om de lelijke onderbouw van het badhuis aan het zicht te onttrekken voor wie over de Via Appia de stad binnen kwam.

Keizer Heliogabalus – over hem binnenkort meer op deze blog – sierde de heuvel met een tempel voor zijn god, de Syrische Elagabal. De volgende keizer, Severus Alexander (r.222-235), wilde een imposante toegang toevoegen in de buurt van het Septizodium, maar de voortekens waren steeds ongunstig, zodat het project nooit werd voltooid. Daarmee kwam een einde aan de keizerlijke bouwactiviteit op de Palatijn. De keizers waren steeds minder vaak in Rome. Zeker na de Crisis van de Derde Eeuw dienden andere steden als residentie.
Maar het was een magische plek, met belangrijke tempels, met Domitianus’ goed gebouwde paleis, en met herinneringen aan het oudste Rome en Romes eerste keizer. In de vijfde eeuw keerden de keizers terug en waren er reparaties. Ook Theodorik, die rond 500 regeerde over Italië, liet de gebouwen opknappen. Een magische plek dus, waarvan de naam voortleeft in ons woord “paleis”.
Zelfde tijdvak
Voorislamitisch Iran (1): Cyrusaugustus 9, 2011
Het Rijk van Toulouse (1)juli 16, 2025
Klassieke literatuur (10): de antieke romanfebruari 28, 2020

Ruinenlust zou, als mijn gezin niet ook wat in de pap te brokken had, mijn reizen dicteren. Opvallend dat het vaak Duitsers zijn die voor deze specifieke gevoelens een woord hebben uitgevonden, hoewel bijvoorbeeld de Britse eilanden bepaald niet gespeend zijn van ruïnes.
Voor mensen die lijden aan/gezegend zijn met Ruinenlust, is dit boekje een godsgeschenk:
https://wildthingspublishing.com/product/wild-ruins-book/
Beperkt je interesse zich tot de oudheid, dan is er https://wildthingspublishing.com/product/wild-ruins-bc-book/
Een onmogelijk exhaustieve lijst (uitnodigend geïllustreerd) van ruïnes in het VK, vele afgelegen en vrij toegankelijk en daardoor vaak romantisch eenzaam, weg van het massatoerisme. Ik bedenk me dan soms triest dat deze ruïnes in België afgesloten of betalend zouden zijn, maar dat klopt niet helemaal. Bent u ooit in Henegouwen, bezoek dan zowel gratis de verzorgde ruïnes van een Romeinse villa in Treignes als de middeleeuwse burcht Haute Roche in het nabijgelegen Dourbes. Ik was er telkens helemaal alleen.
De Palatijn is mijn lievelingsplek in Rome: hoewel toeristisch voelt het er nooit echt druk aan.
Prachtige plek, en veel te groot om ook maar in een dag in je op te nemen.
Die paleizen werden uiteraard onderhouden door een staand leger van bedienden, ook wanneer de hofhouding elders was, wat steeds vaker voorkwam dan dat de keizer in het paleis verbleef. Maar dan moet er ook en moment geweest zijn dat het huis verlaten werd en dat de laatste de deur achter zich dicht trok. In onze tijd zou zo’n gebouw dan omgeven worden met ijzeren hekken en misschien nog enige tijd bewaakt door een beveiligingsfirma, maar al snel wordt het een speeltuin voor urban explorers. Kort na het einde van de bewoning maar voor de vernietiging door de tijd en Romeinen op zoek naar goedkoop bouwmateriaal, had ik eens graag door de lege gangen en hol klinkende zalen gedwaald.
Mooie reconstructie ook op het plaatje. Heel levendig door de invallende zon, wat vaak ontbreekt in getekende reconstructies.
Mooi. En zó wil ik alle zeven heuvels leren kennen.