F3 | Fakhr-ad-Din in Italië

Portret van Cosimo II, de gastheer van Fakhr-ad-Din

[Derde blogje in een vijfdelige reeks over Fakhr-ad-Din Ma’n (1572-1635), de Druzische krijgsheer die een tijd woonde in Italië en de Levant zou hebben kunnen moderniseren. Het eerste blogje was hier.]

Fakhr-ad-Din in Florence

Een van onze voornaamste bronnen is het Leven van Fakhr-ad-Din van een geleerde dichter genaamd Achmad al-Khalidi van Safed. Hij baseert zich voor de gebeurtenissen in Toscane op een ooggetuigenverslag dat door de emir lijkt te zijn geautoriseerd. Khalidi vermeldt de hierboven genoemde ergernissen, en meer. Een Druzische krijgsheer ging te paard, niet opgesloten in een rijdende kist. De koets die de Toscaanse hovelingen hadden voorgereden, bleef dus ongebruikt.

Het Druzische gezelschap woonde aanvankelijk in de Palazzo Vecchio in Florence. Het paleis zal hun zijn bevallen. Weinig inkijk, wel een besloten binnenplaats. Fakhr-ad-Din zou het later in Beiroet laten nabouwen op een plek achterin de huidige Jardin de Pardon.

Ondertussen observeerde de emir dat het groothertogdom goed georganiseerd was. Alles leek gereguleerd in wetboeken. Er bestond in Italië iets dat drukpers heette en ook hadden ze er banken. Het trof hem dat de Toscaanse heerser zijn eigen dynastieke opvolging kon regelen, terwijl in de Ottomaanse wereld altijd instemming was vereist van de sultan. Fakhr-ad-Din stelde ook vast dat de vorst meedeed aan het carnaval, wat iets heel anders was dan de afstandelijke waardigheid die een emir moest uitstralen.

Ondertussen zocht Fakhr-ad-Din steun. Militaire steun. Hij hamerde op de zwakte van het Ottomaanse Rijk en bleef zijn eigen zwakte bagatelliseren. Groothertog Cosimo zond dus een verkenningsmissie naar Sidon, die bevestigde dat waarnemend emir Yunus de teugels stevig in handen had. De Ottomaanse troepen lieten hem met rust. Dat was echter omdat Yunus voor Constantinopel acceptabel was, niet omdat hij zo sterk stond. Maar dat schaadde de plannen voor een kruistocht niet.

Palermo en Napels

Desondanks kwam die er niet. Dus besloot Fakhr-ad-Din zijn geluk elders te beproeven. Het lijkt erop dat hij langzaam heeft moeten ontdekken dat de westelijke christenheid niet de eenheid was die hij dacht dat het was. Jeruzalem viel moeiteloos te veroveren, meende hij nog steeds, maar hij voegde nu toe “als de Europese machten eensgezind waren”. Een stil verwijt. De paus had nog steeds niet opgeroepen tot een kruistocht. Hij had bovendien ontdekt dat Toscane alleen te zwak was. De Spaanse gewesten in Italië leken sterker. Bovendien lagen Palermo en Napels in de frontlijn met het Ottomaanse Rijk. In die steden zou men de urgentie beter begrijpen dan in Florence. En dus nam hij in de zomer van 1615 afscheid van de Medici en voer hij naar Messina.

Hij was nog maar net vertrokken toen in Toscane een brief aankwam uit Constantinopel. Grootvizier Nasuh Pasha, de aartsvijand van Fakhr-ad-Din, was ervan beschuldigd staatsgeheimen te hebben gelekt naar de Perzen en was gearresteerd. Een Ali Pasha – we weten niet welke – liet Fakhr-ad-Din weten dat hij hem graag zag terugkeren. Helaas was de Druzische krijgsheer inmiddels op Sicilië. Het hof in Constantinopel zou nooit vergeten dat hij was overgelopen naar een machtige vijand.

Het voormalige Druzische kasteel bij de bronnen van de Jordaan

Erger nog: terwijl Fakhr-ad-Din in Spaans Italië verbleef, brokkelde de positie van zijn broer Yunus in Libanon af. Sji’itische groepen hadden bijvoorbeeld het Druzische kasteel bij de bronnen van de Jordaan gesloopt en bedreigden Safed in het noorden van wat nu Israël is. De Sayfa-familie, waarmee Fakhr-ad-Din aan het begin van zijn carrière had afgerekend, was bezig met een come-back.

Dus keerde Fakhr-ad-Din in de zomer van 1618 terug. Hij was op het nippertje ontsnapt aan de verdrinkingsdood toen een storm zijn schip bijna had doen kapseizen; mastloos en stuurloos strandde het bij Akko. De emir wist dat zijn vijanden zijn territoria bedreigden en dat hij, doordat een cruciale brief te laat was aangekomen, persona non grata was gebleven in Constantinopel. Hoewel de nieuwe grootvizier Ahmet Pasha hem goed gezind was, was het doodsvonnis van Fakhr-ad-Din feitelijk getekend. Het zou echter nog jaren duren voordat de beul het voltrok.

[Wordt om 12:00 vervolgd]

Deel dit: