Druzen en Maronieten (2)

Christelijke vluchtelingen

In 1860 brak een grootschalige burgeroorlog uit tussen de Druzen en de Maronieten in het Libanongebergte. Het conflict hing al een tijd in de lucht en zou uiteindelijk ook Damascus treffen. Er zijn allerlei verslagen van de verschrikkingen uit deze dagen, die uiteindelijk leidde tot een Franse interventie. Een van de ooggetuigen was de Britse consul in Beiroet, Charles Churchill, die was getrouwd met een Libanese en in het land woonde. Hun dochters zouden trouwen met Druzische prinsen.

Zijn verslag van de eerste gevechten, te vinden in The Druzes and the Maronites under the Turkish Rule from 1840 to 1860 (1862), is verward en op allerlei punten onjuist. Hij maakt echter duidelijk dat de Ottomaanse autoriteiten, die aanvankelijk nog het gezag hadden om een conflict te temperen, uiteindelijk de situatie niet meer controleerden. Het boek eindigt met een Havelaar-achtig appel aan de Europese vorsten om te interveniëren.

***

Op 3 augustus 1859 vond er een ernstig incident plaats tussen de Druzen en de Maronieten in het dorp Beit Mery, op drie uur afstand, in de bergen, van Beiroet. De aanleiding was een ruzie tussen een Druzische en een christelijke jongen.

Lees verder “Druzen en Maronieten (2)”

Benjamin van Tudela in Libanon

Het verzwolgen Tyrus, dat ook Benjamin van Tudela zag.

In 1160 vertrok Benjamin van Tudela, niet ver van Pamplona, voor een lange reis naar het oosten. Op weg naar Jeruzalem bezocht hij ook de Libanese havensteden; op de terugreis bezocht hij ook Irak, Jemen en Egypte. Na zijn terugkeer in 1173 gaf hij een soort interview, wat leidde tot een niet door hem geschreven, maar wel in de eerste persoon verteld reisverslag.

Hij heeft veel aandacht voor het joodse leven in de door hem bezochte steden en identificeert allerlei moderne plaatsen met plekken uit de Bijbel. Dat doet hij, naar huidige inzichten, niet altijd accuraat.

Lees verder “Benjamin van Tudela in Libanon”

Druzen en Maronieten (1)

De Maronieten ten strijde

De Fransman Gérard de Nerval (1808-1855), die eigenlijk Gérard Labrunie heette, was een veelzijdig man: dichter, republikein bloemlezer, toneelschrijver, vandaal, journalist, reiziger. In 1843 bezocht hij het Ottomaanse Rijk, waarover hij een geromantiseerd verslag schreef: Voyage en Orient (1851). Het is bepaald niet vrij van vooroordelen, zoals wel blijkt uit het volgende verslag van een conflict tussen de twee belangrijkste bevolkingsgroepen van het huidige Libanon: de Druzen en de Maronieten.

Doorgaans konden die het redelijk met elkaar vinden. Nog kort daarvoor had de lokale leider Bashir Shihab II, een bestuurder die meer luisterde naar Muhamad Ali in Egypte dan naar de sultan in Constantinopel, geregeerd over beide groepen. De Britten en Oostenrijkers hadden echter de sultan gesteund in zijn pogingen het Ottomaanse gezag te herstellen, en Bashir was in 1840/1841 in ballingschap gegaan. Het was dus onrustig toen De Nerval door Libanon trok.

Lees verder “Druzen en Maronieten (1)”

Gustave Flaubert in de Libanon

De weg waarover Flaubert over de Libanon kwam

De Franse schrijver Gustave Flaubert, wiens Salammbô u lezen moet als u geïnteresseerd bent in de Oudheid en ook als u daar niet in bent geïnteresseerd, maakte in 1849/1851 een lange reis door het Midden-Oosten. Hij bezocht ook Baalbek en stak daarvandaan de Libanon over naar de Qadishavallei, de heilige vallei van de maronieten. Voyage en Orient bevat zijn aantekeningen, die nooit voor publicatie bestemd zijn geweest. Het boek is postuum verschenen.

***

De Libanon

Vertrokken uit Baalbek. Dinsdag rond 10 uur ’s ochtends verlieten we onze witgebaarde gastheer, die ons na de veertig piasters die we hem gaven overlaadde met zegeningen. Rechtstreeks op weg naar Deir el-Ahmar. We deden er drie uur over om de vlakte over te steken. Niets bijzonders gezien, behalve de Libanon tegenover ons: groen tot het midden van de hellingen, daarboven helemaal grijs. Vrouwen met grauwe gezichten en witte sluiers op hun hoofd, die tarwe maaien in het droge vlakke grasland. Ze stopten allemaal en staarden ons smachtend en verbaasd aan, met de sikkel in de hand.

Lees verder “Gustave Flaubert in de Libanon”

Asmahan, geheim agent

Asmahan

Hoe Asmahan als geheim agent is gerekruteerd, en door wie, is niet helemaal duidelijk. Haar contactpersoon heette Napier, maar het is onbekend of die in dienst was van de Britse MI6 of het Franse BCRA. Vast staat dat ze eind mei 1941 spoorslags afreisde naar Jeruzalem, waar ze verbleef in het King David Hotel. De kranten in Caïro schreven over het onverwachte vertrek van de grote ster. Vervolgens reisde ze naar Transjordanië, stak de grens met Vichy-Syrië over en ontmoette daar haar ex Hassan al-Atrash.

Het staat vast dat ze hem ervan overtuigde dat hij partij moest kiezen voor de Britten en dat ze later terugkeerde met adviezen over de route die de Geallieerden in juni 1941 inderdaad volgden. Mogelijk om Asmahans reis geloofwaardig te laten lijken, hertrouwden de twee. De bruiloft werd groots gevierd, met allerlei internationale gasten – de geheime missie was hidden in plain sight. Een soort Gino Bartali.

Lees verder “Asmahan, geheim agent”

Asmahan, prinses en zangeres

Asmahan

Vandaag is het tachtig jaar geleden dat de Arabische zangeres Asmahan overleed. Of werd vermoord. We zullen nooit weten of het een echt ongeluk was, of eerwraak, of een afrekening met een spionne. Maar daarover straks. Eerst: wie was Asmahan?

Asmahan was een artiestennaam. Ze heette eigenlijk Amal al-Atrash en kwam uit een familie van Syrische druzen. Niet zomaar een familie: de Al-Atrash-clan vormde feitelijk hoge adel en we kunnen haar beschouwen als prinses. Haar vader bekleedde dan ook een voorname bestuursfunctie in het Ottomaanse Rijk en Amal, geboren in 1912, groeide op in weelde. Maar ook in vooraanstaande families gaan weleens dingen verkeerd en Amals moeder zag zich in 1922 gedwongen haar man te verlaten. Het kwam niet alleen door een slecht huwelijk, maar ook doordat de Al-Atrash-clan een belangrijke rol speelde in het verzet tegen de Fransen, die na de Eerste Wereldoorlog Syrië als mandaatgebied hadden gekregen. De druzen streefden naar onafhankelijkheid, de Al-Atrash-clan kreeg het hard voor de kiezen en Amals moeder onttrok zich aan die stress.

Lees verder “Asmahan, prinses en zangeres”

F5 | Murad IV versus Fakhr-ad-Din

Fakhr-ad-Din Ma’n

[Laatste blogje in een vijfdelige reeks over Fakhr-ad-Din Ma’n (1572-1635), de Druzische krijgsheer die een tijd woonde in Italië en de Levant zou hebben kunnen moderniseren. Het eerste blogje was hier.]

Sultan Murad IV

De bloei van het rijk van Fakhr-ad-Din was mogelijk doordat het Ottomaanse Rijk bezig was met oorlog tegen de Perzen en Russen. Bovendien waren de sultans niet bijster competent, terwijl grootviziers en andere bestuurders elkaar zo snel afwisselden dat zelden sprake was van consistent beleid. In 1623 trad echter een sultan aan die uit ander hout was gesneden: Murad IV. Hij stuurde al snel een vloot om de al te autonome emir tot de orde te roepen, maar Fakhr-ad-Din zorgde dat hij ergens in het binnenland verbleef en tipte de admiraal dat er christelijke piraten in de buurt waren. De admiraal ging er achteraan, zijn ondergang tegemoet. Fakhr-ad-Din had namelijk ook de piraten gewaarschuwd en die onthaalden de Ottomaanse vloot met dodelijke efficiëntie.

Lees verder “F5 | Murad IV versus Fakhr-ad-Din”

F4 | Het rijk van Fakhr-ad-Din

De nooit door Fakhr-ad-Din ingenomen Krak des chevaliers

[Voorlaatste blogje in een vijfdelige reeks over Fakhr-ad-Din Ma’n (1572-1635), de Druzische krijgsheer die een tijd woonde in Italië en de Levant zou hebben kunnen moderniseren. Het eerste blogje was hier.]

Staat in de staat

Dankzij de sympathie van Ahmet Pasha kon Fakhr-ad-Dins tweede regeringsperiode succesvol beginnen. Druzische groepen die zich tegen zijn broer Yunus hadden gekeerd, verontschuldigden zich. De sji’ieten verleenden hem steun in de oorlog tegen de Sayfa’s in het noorden, die al snel niet meer bezaten dan de Krak des Chevaliers. Dat hij die burcht niet kon innemen, is een van de weinige tegenslagen die Fakhr-ad-Din in deze jaren moest verduren. De havens van de Sayfa’s, zoals Byblos en Batroun, vielen wel in zijn handen, terwijl de noordelijk van Tripoli gelegen kuststrook in handen kwam van een van zijn bondgenoten.

Lees verder “F4 | Het rijk van Fakhr-ad-Din”

F3 | Fakhr-ad-Din in Italië

Fakhr-ad-Din

[Derde blogje in een vijfdelige reeks over Fakhr-ad-Din Ma’n (1572-1635), de Druzische krijgsheer die een tijd woonde in Italië en de Levant zou hebben kunnen moderniseren. Het eerste blogje was hier.]

Fakhr-ad-Din in Florence

Een van onze voornaamste bronnen is het Leven van Fakhr-ad-Din van een geleerde dichter genaamd Achmad al-Khalidi van Safed. Hij baseert zich voor de gebeurtenissen in Toscane op een ooggetuigenverslag dat door de emir lijkt te zijn geautoriseerd. Khalidi vermeldt de hierboven genoemde ergernissen, en meer. Een Druzische krijgsheer ging te paard, niet opgesloten in een rijdende kist. De koets die de Toscaanse hovelingen hadden voorgereden, bleef dus ongebruikt.

Het Druzische gezelschap woonde aanvankelijk in de Palazzo Vecchio in Florence. Het paleis zal hun zijn bevallen. Weinig inkijk, wel een besloten binnenplaats. Fakhr-ad-Din zou het later in Beiroet laten nabouwen op een plek achterin de huidige Jardin de Pardon.

Lees verder “F3 | Fakhr-ad-Din in Italië”

F2 | Fakhr-ad-Din op de vlucht

Fakhr-ad-Din

[Tweede blogje in een vijfdelige reeks over Fakhr-ad-Din Ma’n (1572-1635), de Druzische krijgsheer die een tijd woonde in Italië en de Levant zou hebben kunnen moderniseren. Het eerste blogje was hier.]

Fakhr-ad-Din op de vlucht

De Tiende Kruistocht is er nooit gekomen. Na de mislukte opstand van Janbulad had groothertog Ferdinand geen zin in militaire avonturen. We kunnen slechts speculeren over wat Fakhr-ad-Din ervan dacht. Feit is wel dat hij tot zijn dood op de plannen is blijven terugkomen. We kunnen ook slechts speculeren naar de oprechtheid van zijn voornemen zich te bekeren. Het is niet ondenkbaar: Druzen lieten zich destijds weleens dopen. Bovendien zijn de religieuze grenzen in het Midden-Oosten vaak onscherp. Waarom, immers, zou iemand slechts één godsdienst mogen hebben?

Het blijvende resultaat van het verdrag was dat de handelsbetrekkingen tussen Toscane en de Druzen bloeiden als nooit tevoren. In de kwart eeuw na het verdrag was er in Libanon altijd emplooi voor westerse bezoekers. Die namen van alles mee, zoals artillerie, medicijnen en de kennis om watermolens te bouwen. De troonsbestijging van een nieuwe Toscaanse groothertog, Cosimo, veranderde daaraan niets.

Lees verder “F2 | Fakhr-ad-Din op de vlucht”