
Gelegen op een boogscheut van het spoorwegstation van Venlo is het Limburgs Museum vermoedelijk het makkelijkst bereikbare museum ter wereld, maar ik kom er desondanks te weinig. Jammer, want de archeologische collectie is interessant en er zijn mooie exposities. Zoals de huidige, “De Zonnekoning en Oranje”, over de Guerre de Hollande ofwel de Hollandse Oorlog ofwel het Rampjaar. De tentoonstelling duurt nog tot 7 januari, dus u hebt niet lang meer.
Rampjaar
Het verhaal is vaker verteld. In 1672 viel Lodewijk XIV, die Frankrijk wilde vergroten tot natuurlijk geachte grenzen, de Republiek aan. Dat ging niet zomaar, want tussen die twee landen lagen de Spaanse Nederlanden. Daardoorheen liep echter het prinsbisdom Luik, dat bestuurlijk was aangewezen op Lodewijks bondgenoot, het aartsbisdom Keulen. Door langs de Maas en door het prinsbisdom op te rukken, konden de Franse legers de Republiek bereiken zonder Spaanse belangen te schenden. Verder verbond Lodewijk zich met bisschop Bernhard von Galen van Münster (“Bommen Berend”) en de koning van Engeland. De Republiek was geïsoleerd. Met recht een rampjaar. In de Republiek werd, nadat de gebroeders De Witt waren gelyncht, prins Willem III benoemd tot stadhouder.

Overijssel en Drenthe gaven zich vrij snel over en de Münsterse troepen werden pas bij Groningen tot staan gebracht – ik blogde er al eens over. Lodewijks Franse leger rukte op tot Utrecht maar stuitte op de Hollandse Waterlinie. Zo stokte de opmars, al zou in het volgende jaar Naarden nog worden geplunderd. De oorlog ter zee verliep voor de Fransen en Engelsen nog ongunstiger. Admiraal De Ruyter wist de vijandelijke vloten van de Hollandse en Zeeuwse kusten te weren in een reeks gevechten waaraan nog menige Nederlandse straatnaam herinnert.
Maastricht belegerd
De oorlog verplaatste zich naar het zuiden. Lodewijk XIV moest zijn aanvoerlijnen veiligstellen en sloeg in juni 1673 het beleg op bij Maastricht. Hij vierde de inname als overwinning zonder weerga, maar dat belette niet dat Willem III zich korte tijd later verbond met de Duitse keizer, waarop de positie van Lodewijks Duitse bondgenoten lastig werd. In april 1674 trokken zij zich uit de oorlog terug. Engeland had een maand eerder de handdoek al in de ring gegooid.

Dat Willem III er in 1676 niet in slaagde Maastricht te heroveren, zal voor Lodewijk XIV een schrale troost zijn geweest, en sowieso wisten de Fransen in de laatste jaren van de oorlog hun positie in de Zuidelijke Nederlanden te versterken. Bij de Vrede van Nijmegen (1679) verwierf Frankrijk onder andere Bavay, Cambrai, Kassel, Sint-Omaars, Valenciennes en de Franche-Comté. Maar Maastricht moest hij afstaan, al bedong hij dat de katholieke eredienst in de stad weer mogelijk werd. Omdat protestanten en katholieken voortaan kerkgebouwen moesten delen, waren jarenlange pesterijen en ruzies de blijvende erfenis van de oorlog.
Grotemannengeschiedenis
De tentoonstelling in Venlo concentreert zich op de twee protagonisten: de katholieke absolute zonnekoning, dromend van Frankrijk als hypermacht, tegen de calvinistische prins in een republikeins bestel, die de politiek voortzette van het machtsevenwicht. Er stond dus wat op het spel.
De twee mannen deelden echter meer eigenschappen dan ze konden toegeven: allebei afstammelingen van Hendrik IV en Maria de’ Medici, allebei opgegroeid zonder vader, allebei gedwongen hun positie te bevechten, allebei met de aristocratische ambitie zich als veldheer te profileren. Ze waren elkaars spiegelbeeld en misschien is het geen toeval dat wie de Venlose tentoonstelling betreedt, een zaal betreedt met spiegelende wanden.
Allerlei voorwerpen documenteren de overeenkomsten. Tegenover een filmpje met Lodewijk XIV die als de zon optreedt in een ballet, ligt bijvoorbeeld de tekst van een ballet aan het hof in Den Haag.
Het ontroerendste voorwerp is het opvoedkundig plan dat Constantijn Huygens voor de jonge Willem III maakte. Uiteraard in het Frans, uiteraard christelijk: “Entre les vertus est la première la crainte de Dieu.”

De gewone man
Hoewel de nadruk ligt op de twee aanvoerders, komt ook het lot van de soldaten en de gewone mensen aan bod. Uit de toelichting:
Tienduizenden soldaten laten diepe sporen na in het gebied. Inwoners moeten bedenken waar hun loyaliteit ligt, hoe ze buiten schot kunnen blijven en of ze misschien zelfs kunnen profiteren. De oorlog dringt door in hun dagelijks leven, in hun huis, hun kerk en in hun portemonnee. De last van de oorlog blijft tot ver na het vredesverdrag van 1678 op de schouders van de Limburgers drukken.
Ik was onder de indruk van de officiële beschermbrieven waarmee een dorp plundering kon afkopen. Zeg maar dat de slachtoffers hun vijand alvast afstonden wat deze bij plundering zou hebben bemachtigd, zodat de dorpelingen zich de mishandelingen en de soldaten zich de moeite van de plundering konden besparen. Andere documenten waren een lijst met de schade te Kessel en een brief over gedwongen arbeid aan de stadswallen van Maastricht. Er was een paardengraf en ik zag ook wapens en het kookgerei van de soldaten. Wat ik mistte, was aandacht voor de iets wijdere regio. De brand van Tongeren, waarbij alleen het Begijnhof gespaard bleef, komt er nu wat bekaaid van af. Ook de mooie maquette van Maastricht in het Palais des Beaux-Arts in Rijsel had ik wel willen zien.

De nasleep
De Venlose expositie gaat ook in op de nasleep van de Guerre de Hollande. Om te beginnen toont ze het huwelijk, nog tijdens de oorlog, tussen Willem III en Maria Stuart. Deze verbintenis zou de protestantse stadhouder enkele jaren later helpen om de Engelse troon op te eisen. De laatste weerstand tegen deze machtsovername (of staatsgreep) wist Willem te onderdrukken in de Slag aan de Boyne, die nog altijd met Oranjemarsen wordt herdacht.

De samenwerking van Engeland en de Republiek verbeterde Willems kansen als tegenspeler van Lodewijk XIV, zoals tijdens de Negenjarige Oorlog en de Spaanse Successieoorlog. Uiteindelijk won het idee van het machtsevenwicht het van het idee van een hypermacht. Dat was de blijvende erfenis. Voor de Republiek liep de Gouden Eeuw nu echter ten einde en voor de Spaanse Nederlanden gold weer eens dat het zuiden verduurde.
***
De tentoonstelling “De Zonnekoning en Oranje” is nog tot 7 januari.
Zelfde tijdvak
Licht in de duisternismei 13, 2014
Tweemaal de Gouden Eeuwseptember 14, 2019
Michiel de Roverjanuari 29, 2015

Willem III was al tot stadhouder van Holland en Zeeland benoemt vóór de moord op de gebroeders De Witt (20 augustus 1672).
Klopt, 4 juli (Holland) en 16 juli (Zeeland).
Pas in 1674 werd hij benoemd tot erfelijk stadhouder van Utrecht en in 1675 ook van Gelderland en Overijssel (einde van het Eerste Stadhouderloze Tijdperk).
Het is maar de vraag of zo’n brief veel indruk maakte op een hongerige of begerige soldaat.
Die brief ging niet naar de soldaten (huurlingen die waarschijnlijk toch niet konden lezen) maar naar hun commandanten (niet zelden ‘heren van adel’). Of de overgave ook garanties tegen moord, verkrachting en plundering bood stond natuurlijk te bezien.
In dit geval is Grote Mannen Geschiedenis voor een keertje leerzaam. Van
https://www.atlascontact.nl/boek/oranje-tegen-de-zonnekoning/
heb ik veel opgestoken.
Archeologiemuseum Het Huis van Hilde is slechts 70 meter lopen van het Station Castricum.
Touché.
En niet te vergeten het Groninger Museum dat pal tegenover het Hoofdstation zit.
Dat had ik verdrongen. Het gebouw verveelt zo vreselijk snel. Het is het Chagall van de museumarchitectuur.
Dat Frans Haks een natuurlijke dood is gestorven en niet is gelyncht, bewijst dat Groningers ondanks alles beschaafde mensen zijn gebleven.
ach, het enige dat je weggooit is de verpakking. Nu en dan hebben ze best leuke exposities.
Ze zijn nog altijd het enige grote museum (op het Spoorwegmuseum na) dat ooit iets heeft georganiseerd voor modelbouwliefhebbers zoals ik. Al ging het overzicht van het werk van de broertjes Chapman (2002) nooit als zodanig de geschiedenis in… de gezamenlijke kunstcritici hadden kennelijk niet door dat die twee gewoon uiterst bedreven zijn in het bouwen van militaire diorama’s schaal 1:35 en daarbij slechts een beetje perverser te werk gaan dan de gemiddelde hobbyist…
Interactie tussen verschillende disciplines was toch ook jouw stokpaardje?
Of voor Rolling Stones fans zoals ik. En de buitenkant, ach ja, daar merk je weinig van als je binnen bent en als je naar buiten loopt zeg je gewoon I will walk before they make me run.
Dat is het! Ik vraag me al jaren af wat er mis is met het museum in Groningen (afgezien van de zoveelste gesloten archeologische collectie): het gebouw verveelt inderdaad.
Och, er is in die omgeving heel wat meer te zien. Als ik van het station naar het centrum loop heb ik nooit tijd om naar dat gebouw te kijken.
Dat is de enige manier om Groningen te bereiken zonder dat je humeur is verpest.
Is D’ Artagnan niet voor de muren van Maastricht gesneuveld?
Klopt, daar besteedt de expositie in Venlo enige aandacht aan.