MoM | De Vondst, Heerlen

Archeologisch depot

Heerlen is van alle gemeentes in Nederland de meest Romeinse. Hier is een Romeins badhuis te zien, een van de grootste ruïnes benoorden de Alpen; hier is het bijbehorende Thermenmuseum, dat de geschiedenis van Romeins Limburg documenteert; hier in de buurt liggen de Romeinse Katakomben van Valkenburg, waar ze u een van de belangrijkste antieke erfenissen tonen; op fietsafstand liggen Jülich en Aken, waar Karel de Grote een nieuwe Romeinse keizer wilde zijn, en Maastricht en Tongeren. En sinds een tijdje zijn hier ook het Archeologisch Depot van de provincie Limburg en het restauratie-atelier Restaura. Beide zijn ondergebracht in één gebouw, dat door het leven gaat als De Vondst.

Er is ook een ArcheoHotspot, wat u het beste kunt beschouwen als een archeologisch spreekuur. Als u eens iets wil weten, kunnen vrijwilligers u daar meer vertellen. U kunt er ook heen gaan als u zelf eens iets hebt gevonden en wil weten wat het is, maar er zijn ook altijd vrijwilligers van de AWN te vinden die bezig zijn scherven te determineren of zeefmonsters te sorteren.

Lees verder “MoM | De Vondst, Heerlen”

Drie stammen

Romeinse ruiterij (Institut archéologique du Luxembourg, Arlon)

Het zijn zomaar de namen van drie van de vele etnische groepen die worden genoemd in de Griekse en Romeinse bronnen: de Sunuci, de Frisiavonen en de Baetasii. De oudere Plinius noemt ze één keer. Achter de Schelde, zo schrijft hij, wonen de Catoslugi, de Atrebaten (in Artesië), de Nerviërs (in Henegouwen), de Vermandui (rond Noyon), de Suaeuconen, Suessiones (rond Soissons), de Ulmanectes, de Tungri (rond Tongeren), de Sunuci, de Frisiavones (Nederlandse archeologen zoeken die, om redenen die ik niet ken, in Zeeland), de Baetasi, de Leuci (in Lotharingen), de Treveri (rond Trier), de Lingones (bij Langres), de Remers (rond Reims), de Mediomatrici (rond Metz), de Sequanen (in de Jura), de Raurici (achter Bazel) en de Helvetiërs (langs de Boven-Rijn).

Waar alle groepen uit deze grotendeels systeemloze lijst woonden, is een van de vele geografische puzzels uit de Oudheid, waarbij onderzoekers hypothese op hypothese stapelen. Als de Ulmanectes een schrijffout zijn voor Sulbanetes, dan leefden ze rond Senlis, waar een inscriptie die naam vermeldt. Als, als, als. We zullen vandaag eens speculeren over de Sunuci, Baetasi en Frisiavones.

Lees verder “Drie stammen”

Heerlen, Maankwartier

Hoofdingang van het nieuwe station Heerlen

Je hebt in Nederland een paar echte steden en een heleboel kleine steden met een gemeentebestuur dat denkt aan het hoofd te staan van een grote stad. Er zou een boek te schrijven zijn – het is ongetwijfeld al gedaan – over de daaruit voortvloeiende ongelukjes en ongelukken. Bedrijfsterreinen zonder huurders. Wegen naar nergens. Woonwijken waar de loop niet in komt. De voetbalclub die naar de eredivisie moet en via allerlei semilegale constructies aan geld wordt geholpen. Leegstaande kantoren. Bij mij in het dorp heeft de gemeente voor veel geld een haven gegraven waar nauwelijks schepen komen. De zeesluis is trouwens ook niet groot genoeg.

Dit alles gebeurt zó vaak dat het hekelen van bestuurlijke overmoed een eigen journalistiek genre is. Dat is ook goed. Bestuurders kunnen beter een keer te vaak dan een keer te weinig worden bekritiseerd. Maar soms lijkt het hekelen een doel in zichzelf en een voorbeeld is het Maankwartier in Heerlen.

Lees verder “Heerlen, Maankwartier”

Rond de Vaalserberg

De Geul in Moresnet

Gemmenich, waar ik momenteel verblijf, is maar een klein dorpje. Het enige monument is een kerk. Er is een bakker, er is een slager, er is een café, er is een friterie du village en er is een niet geweldig geoutilleerde avondwinkel. Omdat er geen supermarkt is ben ik voor inkopen aangewezen op het echtpaar dat me dit huisje verhuurt en voor wie geen moeite te veel is. Het alternatief is dat ik over de westelijke helling van de Vaalserberg fiets naar Vaals, maar het is een vervelende klim als je naar het noorden gaat en een nauwelijks minder vervelende klim als je naar het zuiden terugkomt.

Om die reden besloot ik het eens ten zuiden van Gemmenich te zoeken, waar dorpjes liggen met namen als Völkerich en Plombières. Dat laatste dorp heet in het Duits Bleiberg en in het lokale dialect Blieberg. Wat ik maar zeggen wil: je merkt hier goed hoe bizar het idee van een taalgrens is, want het loopt dwars door elkaar heen en ik hoor dezelfde mensen diverse talen spreken. Ik moest ook nog naar Aken, waar boeken en fotokopieën van een tijdschriftartikel voor me klaarlagen, dus na de koffie ging ik op pad.

Lees verder “Rond de Vaalserberg”

Een Romeinse haan

Een Romeins haantje uit Buchten (Limburgs Museum, Venlo)
Een Romeins haantje uit Buchten (Limburgs Museum, Venlo)

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, vind ik fietsen leuk maar heb ik een voorkeur voor lange vlakke stukken. Ik wil lekker in cadans komen. Hoewel ik de Alpen, de Apennijnen, de Abruzzen en de Pindos heb overgestoken, vind ik bergen maar niks en om die reden houd ik ook niet heel erg van het zuiden van Limburg, hoe graag ik ook in Heerlen en Maastricht kom. Dat gezegd zijnde, de rest van Limburg is heerlijk. Langs de Maas kun je schitterend rijden en je passeert plaatsen als Susteren, Roermond, Venlo, Arcen en Gennep. Ik zou ook Meerssen hebben willen noemen, ware het niet dat je daarna een rotbult krijgt naar het plateau met vliegveld Beek.

Venlo is voor mij een late ontdekking geweest. Toen ik er een jaar of drie geleden vanuit Nijmegen naartoe kwam fietsen ontdekte ik dat het een leukere stad is dan ik had gedacht. Ik ben er sindsdien verschillende keren teruggekeerd. Een ritje naar Eindhoven, een tochtje via Reuver en Steyl vanuit Roermond, of gewoon om het Limburgs Museum te bezoeken.

Lees verder “Een Romeinse haan”

Caesar in Zuid-Limburg

Een van de twee nieuw-ontdekte schatten (© Vrije Universiteit)

Ik was vanmorgen bij een persconferentie in het Limburgs Museum in Venlo. Wat daar werd aangekondigd was echt leuk: de ontdekking van twee Keltische muntschatten in de buurt van de rivier de Maas, ter hoogte van Sittard. Op de foto hierboven ziet u een van die schatten en u leest er op de website van het Handelsblad meer over.

De dubbele schatvondst is niet de eerst ontdekte muntschat uit deze periode. We kenden er al negen uit België en Nederland en ook nog één uit Duitsland. Het wonderlijke is dat ze allemaal dateren van pakweg 60-50 v.Chr. Daarnaast zijn er uit dit decennium ook nog ruim 130 losse muntvondsten bekend, die dus niet tot een schat worden gerekend. Ter vergelijking: uit de voorafgaande eeuw kennen we slechts twee muntschatten. Na het midden van de eerste eeuw v.Chr. neemt het aantal munt- en schatvondsten dan weer drastisch af. Er is dus een even scherpe toe- als afname en die piek kan geen toeval zijn. Archeoloog Nico Roymans van de VU legt een verband met de veldtochten van Julius Caesar.

Lees verder “Caesar in Zuid-Limburg”

Het vernieuwde Thermenmuseum

Het Thermenmuseum

Het economische zwaartepunt van de Lage Landen lag in de Romeinse tijd in het zuiden van die Lage Landen, bij de villa’s op de lössgronden. In Nederland telde eigenlijk alleen Zuid-Limburg een beetje mee. Noordelijker waren er de arme Kempen, nog wat noordelijker waren de forten van het rivierenlandschap (de limes dus), nog noordelijker waren de gebieden waar de Limburgse boeren hun vee naartoe lieten verweiden en helemaal in het noorden waren de terpen en wierden. Omdat het zuiden het zwaartepunt vormde, is het Thermenmuseum in Heerlen eigenlijk hét centrum van Romeins Nederland, zeker nu ook het Limburgs archeologisch provinciaal depot hier wordt gevestigd en er een belangrijk restauratieatelier is. Als u eens een fijn weekendje weg wil, combineer Heerlen dan met Tongeren. Aken en Maastricht zijn ook wel aardig, trouwens.

Het Thermenmuseum heeft een geweldige collectie, prachtig ontsloten ook, en je ziet er een van de grootste ruïnes uit de Benelux: een Romeins badhuis. Beter hebben we het in Nederland niet.

Lees verder “Het vernieuwde Thermenmuseum”