
Ieder mens heeft in het leven een zekere mate van pech en geluk, en daarin ben ik niet anders dan u. Beroepshalve leg ik de Oudheid uit, maar voor ik aan het werk kan gaan, moet ik helaas geld verdienen. Dat doe ik als journalist, als reisleider – ik heb nog een leuke reis naar Tunesië in de aanbieding en durf zachtjes weer te dromen van Jordanië en Libanon – en als docent. In die laatste categorie kwam zo’n anderhalf jaar geleden een verzoek iets te vertellen over de Skythen, terwijl nog onlangs mensen informeerden of ik de Avaren wilde behandelen. Oost-Europa staat immers in brand en als historicus kon ik wellicht licht werpen op de zaak.
Helaas nee. De vraag is op zich niet raar. Als je de eenentwintigste eeuw wil begrijpen, is kennis van de negentiende en twintigste eeuw zinvol. Meer onderwijs over de nieuwste tijd kan bepaald geen kwaad. Maar we hoeven en kunnen voor begrip van onze eigen tijd zelden terug te gaan naar Oudheid.
De Oudheid kan geen relevantie hebben
Om te beginnen: de Oudheid kan niet relevant zijn. Immers, er is dataschaarste. Ik schrijf dat op deze blog elke week wel eens, zoals hier, zoals daar. De Oudheid is het tijdvak waarover we te weinig informatie hebben. Natuurlijk, na 3000 v.Chr. beschikken we niet langer uitsluitend over archeologisch materiaal en hebben we tevens geschreven bronnen, maar dat zijn er erg weinig. Pas zo rond 650 na Chr. hebben we wel voldoende geschreven teksten en dan is per definitie de Oudheid voorbij.
Als we over de Oudheid onvoldoende weten, weten we dus ook te weinig om er lessen uit te trekken. We kunnen wél vaststellen dát iets het geval is geweest of niet: in de Oudheid hadden ze ook populisten, in de Oudheid hadden ze ook klimaatcrises, I.D.O.H.Z.O. fake news, I.D.O.H.Z.O. pandemieën. Maar meer zit er niet in. De schaarse en ambigue data staan niet toe vast te stellen of het weinige dat we wel weten kunnen, representatief is. Er zijn geen conclusies op te baseren die voldoende robuust zijn om in onze tijd bruikbaar te zijn. De Oudheid is niet relevant.
Bovendien: voor zover we iets weten over het verre verleden, is het in de meeste gevallen te ver weg om betekenis voor ons te hebben. Het huidige Oost-Europa is een geïndustrialiseerde samenleving, geen maatschappij van steppenomaden zoals de Skythen en Avaren. Hun wereld is onvergelijkbaar anders dan de onze.
Relevantie hoeft ook niet
Je moet de Oudheid ook niet relevant willen maken. Als je er gaat zoeken naar antwoorden op vragen uit het heden, plaats je het tijdvak in een procrustesbed en doe je het te kort. De Oudheid is interessant omdat het de Oudheid is en niet omdat ze antwoord geeft op onze vragen. Streven naar relevantie is de vijand van het verre verleden.
De Oudheid heeft iets anders te bieden dan relevantie. Namelijk genot. Het is gewoon leuk te ontdekken dat de mensen vroeger anders leefden. Zoals ik wel vaker zeg: wie zich bezighoudt met de Oudheid, heeft als beloning dat er om elke hoek iets verbluffends klaar ligt om te worden ontdekt. Dat is meer dan voldoende.
Ik houd niet van de vraag naar de relevantie van de Oudheid. De implicatie is namelijk dat je een Oudheidliefde zou moeten rechtvaardigen. Maar dat is niet zo. Mijn vriendin en ik hebben onlangs kaarten gekocht voor een concert van Taylor Swift. Niemand vraagt naar de relevantie van muziek. Ook vraagt niemand naar de relevantie van een fietstocht of het bezoek aan een museum met moderne kunst. Je mag van mooie dingen gewoon genieten. Wat geldt voor muziek, fietstochtjes en museumbezoek, geldt ook voor de Oudheid.
Zo simpel is het. Het is niet dat ik niet wil schrijven over de Skythen (hier) en geen lezing wil verzorgen over de Avaren (daar). Het zijn boeiende onderwerpen. Ze zijn leuk om kennis van te nemen. Maar ik wil niet pretenderen dat kennis van die volken helpt om het heden te begrijpen. Er zijn te weinig data om harde uitspraken te doen; zelfs als dat zou kunnen, is het te lang geleden om nog belangrijk te zijn; en de Oudheid is op een andere manier waardevol. Ze is in al haar nutteloosheid mooi.
[De oudheidkundige wetenschappen zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect, vindt u daar.]

En daarom kom ik elke dag naar deze blog. Om te genieten. Ook van de commentaren en aanvullingen van de reaguurders.
Hoe ben je trouwens aan kaarten voor Taylor Swift gekomen?! (Er is hier in huis een swiftie van 17 die er een moord voor zou doen, dus pas op.)
Ik vind het een mooi stuk, maar ik ben het er toch niet helemaal mee eens. Relevant is b.v. de notie dat wat wij doen helemaal niet vanzelfsprekend uit de menselijke natuur voortvloeit, omdat het best anders kan. Je moet van de studie van de oudheid (of van de anthropologie, want daar vind je nog een heleboel anders anders) geen panklare recepten verwachten, maar het kan – en zal – je blik scherpen op onze eigen omstandigheden.
Het woord waar het om draait is ‘relevant’. Er is een onderscheid te maken tussen contrete relevantie en vergelijkende relevantie. Als ik het goed begrijp gebruikt JonaL concrete relevantie als kritiek. De oudheid is relevant voor het begrijpen van het heden. Dat is zeer discutabel. Maar de oudheid als voor voorbeeld van een andere wereld dan de onze is wel relevant. Daarbij is de oudheid overigens niet uniek. Bijvoorbeeld het oude China of de de wereld van Incas bieden andere vergelijkingen. Wetenschap draait om vergelijken en dat wordt door wetenschappers ook leuk gevonden
Ik zou zeggen: de oudheid is niet relevant (te onkenbaar, te lang geleden) maar de vergelijking tussen het gereconstrueerde toen en het kenbare nu is dat wel. De Skythen hebben in elk geval niets te maken met Poetin, maar zijn op zichzelf boeiend genoeg.
Volgens mij bedoel je hetzelfde als Bert en dat is ook wat ik bedoel. Het antieke verleden is te onkenbaar en te ver om vreselijk belangrijk te zijn. Er zijn wat uitzonderingen waar vormende werking van uitgaat, zoals de Fiscus Judaicus, maar het is makkelijker geclaimd dan bewezen.
Wat wel zo is, is dat de vergelijking tussen toen (voor zoverre kenbaar) en nu (goed kenbaar) weleens inzicht oplevert in ons eigen denken. Ook hebben de oudheidkundige methoden het heden veranderd (denk aan het hedendaagse nationalisme, dat op taalkunde teruggaat). Je zou dit een toegekende relevantie kunnen noemen.
Veel meer dan leuk of mooi is de Oudheid mateloos boeiend.
Dit is een punt waar wij toch een fundamenteel meningsverschil hebben. Op een professionele en respectvolle manier, uiteraard 🙂
O, er is wel iets te zeggen over dingen die in het verleden zijn ontstaan en nog invloed hebben. En archeologen kunnen daar iets over zeggen. Maar archeologen zeggen het zo weinig.
Ik zou dolgraag een expositie willen over de Bronstijd, over de verspreiding van de Indo-Europese talen, over de wijze waarop het nationalisme van de negentiende eeuw dat oppikte en hoe een land als België daar de klappen van heeft gekregen. Of een expositie over, heel simpel, de groei van de materiële welvaart en de daardoor geschapen mogelijkheid nieuwe morele keuzes te maken. Maar geen archeoloog die het vertelt… Denk ook aan het zwijgen der archeologen toen Halbe Zijlstra zijn beruchte sneer maakte.
Dit zijn de twee archeologische voorbeelden die ik ken. Er zal meer zijn, maar ik zie het niet meteen.
Ja je noemt een aantal zaken, maar ik denk dat er veel meer ideeen (en uiteindelijk zijn het de ideeen die een effect hebben op de geschiedenis) zijn die relevant zijn voor nu. Echter niet alleen ideeen, ook probleemsituaties. Geschiedenis of archeologie kunnen nooit voorspellend zijn omdat de toekomst afhangt van nieuwe ideeen, maar we kunnen er wel mee begrijpen en we kunnen ook zien welke ideeen doorwerken in het nu. Het nu is immers ook niet gisteren ontstaan. Het wordt relevant bij de juiste vraag. En de Oudheid is dus ook relevant omdat men toen begon (voor zover bekend, ja) met het stellen van vragen waar wij nog steeds mee kampen.
Niet relevant om te legitimeren, nee. Fundamenteel onderzoek zou dat niet nodig moeten hebben omdat het stellen van elk soort vraag in een verlichte samenleving zou moeten kunnen en de nieuwe kennis, van welke aard dan ook, welkom zou moeten zijn. Dat staat onder druk, ik weet het.
De zoektocht naar kennis is iets dan mensen leuk vinden, maar geschiedenis en archeologie zijn niet alleen een kunst. Tenzij men zegt dat ook kunst een manier is om iets over waarheid te zeggen…
Mag ik met u van mening verschillen? Volgens mij is kennis van de oudheid relevant om een aantal zaken in het heden te begrijpen. Het christendom om maar met een open deur te beginnen. Wat te denken van kunstgeschiedenis, zonder de vormentaal, de Griekse en Romeinse mythen, valt de kunstgeschiedenis van de laatste vijftienhonderd jaar evenmin te duiden. Het recht, in de middeleeuwen was het Romeins recht een van de peilers van de rechtsvinding. Ook hebben politici de laatste millennia keer op keer hun daden en voorbeelden gebaseerd op hun Griekse en Romeinse voorgangers. Over de literatuur zal ik het maar niet hebben. Mijn punt is, soms is kennis van de oudheid best wel handig om zaken in het heden te begrijpen.
Ik begrijp uw redenering, maar het christendom heeft zich steeds aangepast aan de samenleving waarin het verkeert. Het wordt gevormd en vormt niet of nauwelijks.
Artistieke vormen zijn niet de onderliggende structuren en instituties. Het Concertgebouw heeft een klassieke façade maar is een modern gebouw met een staalconstructie, dat een moderne functie heeft.
Politici spiegelen zich, zeker, maar dat is hun keuze, gemaakt in het heden. Het verleden dwingt hen er niet toe.
Het onderscheid tussen invloed en inspiratie is hier belangrijk.
“Wat te denken van kunstgeschiedenis, zonder de vormentaal, de Griekse en Romeinse mythen, valt de kunstgeschiedenis van de laatste vijftienhonderd jaar evenmin te duiden. ” Welnee, wie naar de kunstgeschiedenis van India, China of Japan kijkt heeft die kennis niet nodig, maar wel heel andere kennis.
In de stukjes over het jaar 1000 werd gezegd dat men zich toen voor het eerst realiseerde dat het Romeinse Rijk echt voorbij was. En je zou kunnen zeggen dat men er sindsdien inspiratie aan heeft ontleend. Eerst met het vertalen van Aristoteles en alle andere Griekse filosofen in de 12e eeuw en in de 16e eeuw met de herontdekking van de Griekse kunst. De herinnering aan de oudheid is dus nooit helemaal verloren gegaan en misschien is dat wel de relevantie: mensen willen zich er heel graag aan spiegelen.
Je hebt het vaker over bronnenschaarste. Maar mij is verteld dat er enorm veel kleitabletten met spijkerschrift bestaan die nog niet gelezen zijn, juist vanwege de hoeveelheid. Dat valt toch ook binnen oudheidkunde.
Zelfs als die kleitabletten allemaal ontsloten zijn zal er nog steeds bronnenschaarste ervaren worden hoogstwaarschijnlijk.
Het is allemaal lang geleden, dat speelt ook.
Wanneer iets uit het verleden wel of niet relevant wordt voor het heden is ook niet in een systeem te vangen of zo.
Net als anderen hier ben ik het oneens met (de scherpe formulering van) je stelling. Ik begrijp dat het je ergert als de Oudheid alleen maar in het nieuws komt om een moderne toestand te duiden. Het is dus goed dat je een tegengewicht biedt. Maar dat betekent niet dat de Oudheid NOOIT de moderne toestand kan of mag duiden. In extremis is er religie en mythologie, waaraan we refereren als we een waardeoordeel uitspreken. Belangrijke of tot de verbeelding sprekende gebeurtenissen, met variabele waarachtigheid, vertakken de mythologische boom. Een vadermoord kunnen we terugvoeren op Oedipus maar ook op Brutus. Hoe strategische vriendschappen uitmonden in verraad, kunnen we duiden metde triumviraten. De Oudheid is dus niet alleen boeiend omwille van zichzelf, maar ook als referentiekader. Je mag de moderne mens niet ontzeggen zijn geestesverruiming of waarheidsbevinding ook in het verleden te zoeken. Je mag wel oproepen tot voorzichtigheid. En je mag blijven roepen dat er meer is dan dat, namelijk de oudheid zelf.
Verder heb ik het altijd moeilijk met mensen of strekkingen die én ervoor pleiten dat een activiteit financieel moet ondersteund worden door de maatschappij én het maatschappelijk belang relativeren. Dan denk ik altijd, jamaar, gamen is ook leuk. Märklin treintjes doen rijden, sjoelbkakken, puzzelen … er zijn zoveel vormen van tijdverdrijf die sommige mensen leuk vinden maar misschien niet per se bezoldigd moeten worden. Waarom de Oudheid wél, als ze even relevant is voor de maatschappij als de kunst van aquariumonderhoud? Ik weet het, er gaat verschrikkelijk veel geld naar het nutteloze voetbal, maar dat beschouw ik als een anomalie. Nut mag best een criterium zijn.