Prehistorisch Roemenië

Olltenita, godin di een pot draagt (Gurnelniţa-cultuur, 4600-3900 v.Chr.)

Le Grand Curtius – dit voor de Nederlandse lezers van deze blog – is het historische museum van de Waalse stad Luik. Afgelopen zomer ben ik er een kijkje wezen nemen en hoewel de archeologische collectie me, om de waarheid te zeggen, ietwat tegenviel, wist ik wel dat dit een plek was om nog eens terug te komen. Men probeert het publiek echt iets mee te geven, zoals wel blijkt uit de seriatie van bijlen waarover ik ooit eens heb geblogd. Gisteren was ik er opnieuw, voor de expositie “Racines, les civilisations du Bas-Danube”. Anders dan de titel suggereert, gaat het alleen om prehistorische voorwerpen uit Roemenië en niet uit Bulgarije, hoewel ook dat land toch aan de Beneden-Donau ligt.

De tentoonstelling bestaat uit twee delen. Op de bovenste verdieping liggen de vondsten uit het Neolithicum waarover ik het vandaag wil hebben, daaronder de vondsten uit de Brons- en IJzertijd. (Elke archeoloog zal glimlachen: het is namelijk niet zo gebruikelijk als voorwerpen uit de Bronstijd liggen onder die uit het Neolithicum.) Het betekent dat de afdeling boven wat ruimer van opzet is en de afdeling beneden wat krapper, maar de verdeling is logisch, aangezien de Vroege Bronstijd in Roemenië opvallend slecht is gedocumenteerd.

Lees verder “Prehistorisch Roemenië”

Notger van Luik

Evangeliarium van Notger van Luik (Grand Curtius Museum, Luik)

“Luik, je hebt Christus te bedanken voor Notger,” schrijft Notgers anonieme biograaf, “en je hebt Notger te bedanken voor al het overige.” Daarmee zei de auteur van de Vita Notgeri geen woord teveel. Keizer Otto I had de monnik uit Sankt-Gallen in 971 benoemd tot bisschop van Luik en hoewel deze zijn keizer en daarna diens opvolger Otto II, vervolgens regentes Theophanu en tot slot de jonge Otto III altijd loyaal heeft gediend, was hij niet blind voor de belangen van zijn bisdom. In de jaren na de dood van Otto II steunde hij Theophanu door dik en dun, maar wat hij voor haar veroverde, voegde hij vaak toe aan zijn eigen gebieden, zoals Hoei en een deel van de Haspengouw. Hiermee werd hij de grondlegger van wat later het prinsbisdom Luik zou zijn. In zijn hoofdstad bouwde hij diverse kerken, een paleis en een omwalling.

De man was creatief. Een mooi verhaal – ik sta niet in voor de betrouwbaarheid – is dat over de belegering van het bergfort Chèvremont (bij Chaudfontaine), waar hij zijn tegenstanders een gevechtspauze toestond in verband met een bevalling. De volgende dag vroegen die tegenstanders hem of hij dan de doop wilde komen verzorgen, want ze erkenden weliswaar zijn wereldlijke gezag niet, maar hij was wel de hoogste aanwezige geestelijke. Notker stemde in en toog naar de burcht met een grote groep monniken, die bij nader inzien soldaten bleken te zijn, waarmee hij het garnizoen al snel had overmeesterd.

Lees verder “Notger van Luik”

Fort Battice

Battice

Luik is niet alleen Luik. Wie vanaf Maastricht langs de Maas naar de grote Waalse stad reist, rijdt eigenlijk al vanaf de grens langs de eindeloze industrieterreinen en bedrijvenparken. Dit is een van de grootste economische knooppunten van Noordwest-Europa. Dat was al zo in de negentiende eeuw en om er zeker van te zijn dat de strategisch belangrijke zone in oorlogstijd Belgisch zou blijven, kreeg Luik na 1887 een gordel van twaalf forten, die de stad moesten beschermen als Duitsland en Frankrijk ooit nog eens ten oorlog zouden gaan en de neutraliteit van België zouden negeren.

Toen het er in 1914 op aankwam, bleken de Duitsers de zwakten van de reeks te kennen. Ze vielen langs verschillende kanten aan, kenden het gat in de reeks (langs de Maas) en op 7 augustus, drie dagen na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, capituleerde Luik. Daarna werden de forten van binnenuit de cirkel aangevallen. Daar waren ze niet op ontworpen, maar de forten hielden het desondanks nog zes dagen uit, ondanks de inzet van het allerzwaarste veldgeschut dat de wereld tot dan toe had gezien, de Dikke Bertha.

Lees verder “Fort Battice”