Romeins Zuid-Limburg

Grafsteen van een Romeins echtpaar (Thermenmuseum, Heerlen)

De provincie Limburg – voor Vlaamse lezers: de Nederlandse helft van het oude hertogdom – was zo vriendelijk me een exemplaar te sturen van een reisgids voor Romeins Zuid-Limburg: Via Belgica. Romeins Zuid-Limburg. Het was hoog tijd dat zo’n gids er kwam, want ’s Neêrlands antieke verleden wordt steeds verder gereduceerd tot de limes. Een bizar voorbeeld van die verschraling is dit stuk in De Volkskrant, waarin een journalist zonder kritiek reproduceert dat in Nederland zichtbare Romeinse monumenten ontbreken. Hier is óf het badhuis van Heerlen (een van de grotere ruïnes benoorden de Alpen) weggereduceerd uit ons antieke verleden óf Limburg weggereduceerd uit Nederland. Ik stoor me weleens aan Limburgers die van alles wat vies en voos is de schuld geven aan de rest van Nederland, maar in dit geval hebben ze volkomen gelijk. Nu mogen die Limburgers ook zelf weleens de trom roeren om te verhinderen dat ze uit Nederlands Romeinse verleden worden weggeschreven, en gelukkig is er nu de reisgids.

Een andere vraag is of die zijn doel bereikt en daar kun je op twee manieren naar kijken: trekt dit mensen naar Limburg of trekt het mensen naar Romeins Limburg? Het eerste gaat beter dan het tweede.

Lees verder “Romeins Zuid-Limburg”

Herlevingswonderen

O.L.V. Sterre der Zee, Maastricht

Eén van de wetenschapsjournalisten met wie ik vrijdag in Maastricht werd rondgeleid, was Herman Clerinx, wiens boek Een paleis voor de doden ik een maand of twee geleden heb gelezen. Het was een leuk toeval kennis met hem te kunnen maken, zo kort nadat ik zijn boek had besproken in het NRC Handelsblad. Hij vertelde me dat hij nu bezig was met een boek over de Kelten en attendeerde me op een andere publicatie van zijn hand, een artikel over “herlevingswonderen”.

Daar had ik nog nooit van gehoord, maar het gaat om een intens-menselijk stukje van de rooms-katholieke traditie. In de voorindustriële tijd, toen gezonde voeding en goede hygiëne niet vanzelfsprekend waren, was de zuigelingensterfte immens – ik zal er binnenkort over bloggen – en werden ook veel kinderen dood geboren. Was dat al verschrikkelijk voor de ouders, het werd nog erger doordat de kerk verbood ongedoopte kinderen te begraven in gewijde aarde. De baby werd dan bijgezet te midden van moordenaars en andere mensen die hun plaats in het Koninkrijk hadden verspeeld. Niet bepaald troostrijk.

Lees verder “Herlevingswonderen”

Hoe vind of verzin ik een Romeinse boerderij?

Een stuk bewerkte natuursteen in de crypte van de Sint-Servaasbasiliek in Maastricht.

Een stuk steen als hierboven, daar loop ik doorgaans aan voorbij zonder er veel acht op te slaan. Zeker als die steen ligt in de crypte van een kerk, in dit geval de Sint-Servaas in Maastricht, waar sculptuur ligt uit vroege bouwfasen van de kerk. Meestal zit middeleeuws beeldhouwwerk hoog in een portaal, in het timpaan boven de eigenlijke toegang, en kun je vooral genieten van de compositie als geheel, maar hier lag het op ooghoogte en kun je kijken naar het eigenlijke beeldhouwwerk.

Genoeg te zien dus om niet te letten op het blok grauwe, harde kalksteen, maar gelukkig was ik er met archeoloog Eric Wetzels, die afgelopen vrijdag enkele wetenschapsjournalisten rondleidde door zijn stad. Hij wees me op een interessant detail: de slijtsporen aan de rand hieronder. Dit is niet zomaar slijtage, die ontstaat als een steen door middel van wat stukken touw wordt versleept. Hier zijn lange tijd touwen doorheen gegaan, misschien wel eeuwenlang. Alleen zo slijt je er zulke diepe groeven in.

Lees verder “Hoe vind of verzin ik een Romeinse boerderij?”

#Romeinenweek: stedelijke rechten

Agrippa omstreeks 20 v.Chr. (Louvre)

Ik had er eigenlijk niet over willen bloggen, maar het onderwerp dook in vier dagen drie keer op: wat is de oudste stad van Nederland? Die vraag leeft nogal in Maastricht, dat ooit toeristen lokte met de slagzin “Maastricht staat op zijn Romeinse verleden” en in Nijmegen, dat elke decennium een ander stichtingsjaar lijkt te hebben.

Als ik het goed zie – en ik wil niet beweren dat ik álles heb gelezen – is het in feite een negentiende-eeuws discussie. Zoals de trouwe lezers van deze kleine blog weten, is er te weinig informatie over de oude wereld en spelen de vooronderstellingen van de oudheidkundige bij de interpretatie van de schaarse data een belangrijke rol. Dat is de aard van het vak, maar als je niet oppast neem je de vooronderstellingen van je voorgangers over. En dat lijkt hier te zijn gebeurd: in de negentiende eeuw ging men ervan uit dat er zoiets was geweest als Romeinse stadsrecht, zoals dat in de Middeleeuwen ook had bestaan.

Lees verder “#Romeinenweek: stedelijke rechten”