Cornelis de Bruijn (8) Rusland

Peter de Grote, gastheer van Cornelis de Bruijn

Dit is het achtste van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Oorlog

Cornelis de Bruijn keerde naar Amsterdam terug in 1708 en publiceerde drie jaar later Reizen over Moskovie, door Persie en Indie. Dit ambitieuze boek vormt onze belangrijkste bron voor De Bruijns tweede reis. Het deel over Rusland is in 1996 als apart boek opnieuw uitgegeven. Ik heb mijn exemplaar niet langer omdat ik het heb afgestaan voor een digitaliseringsproject. Het is daarbij kapot gesneden, maar nu kunnen duizenden mensen het lezen.

Sinds de planning van De Bruijns tweede reis was begonnen, was de politieke situatie drastisch veranderd. In de voorgaande eeuw had Zweden zijn macht gestaag uitgebreid, maar in 1700 hadden Denemarken, Litouwen, Saksen en Polen besloten de Zweedse bezittingen ten zuiden en oosten van de Oostzee aan te vallen. Wellicht konden ze heroveren wat ze ooit hadden verloren. Dit was het begin van de Grote Noordse Oorlog. Tsaar Peter de Grote sloot zich bij de agressors aan, omdat hij een zeehaven wilde hebben om Rusland een “venster op Europa” te geven.

Lees verder “Cornelis de Bruijn (8) Rusland”

Cornelis de Bruijn (1) Jeugd

Cornelis de Bruijn (portret door Godfrey Kneller)

In de week rond kerst probeer ik meestal wat leesvoer voor u neer te zetten, zoals een verhaal over de Trojaanse Oorlog of over het Ardennenoffensief (dat immers ook met kerstmis was). Dit jaar trakteer ik u op de Nederlandse ontdekkingsreiziger Cornelis de Bruijn (ca.1652-1727), naar wie eigenlijk eens een straat in Den Haag, een brug in Amsterdam of een plantsoen in Utrecht zou moeten worden vernoemd. De Bruijn maakte niet alleen de eerste tekeningen van de binnenkant van een piramide en van de ruïnes van Persepolis, maar experimenteerde ook met kleurendruk. En hij is volkomen vergeten. Vandaag behandel ik zijn achtergrond, de komende dagen gaan we met hem op reis.

***

De Republiek

Toen Cornelis de Bruijn werd geboren, waarschijnlijk in 1652, beleefde de Republiek zijn Gouden Eeuw. Een Gouden Eeuw die, zoals bekend, ook nogal wat kopergeld kende, maar toch: met de Vrede van Westfalen was een einde gekomen aan de godsdienstoorlogen en de handel bloeide. De koopmansnatie profiteerde. Nederlandse schepen bevoeren alle zeven zeeën en kooplieden uit Holland en Zeeland maakten enorme winsten. Overal waren koloniën: Batavia in Oost-Indië, Nieuw Amsterdam in Noord-Amerika. In Zuid-Afrika werd Kaapstad gesticht in De Bruijns geboortejaar.

Lees verder “Cornelis de Bruijn (1) Jeugd”

Willem III vs Lodewijk XIV

Lodewijk XIV met achter hem Maastricht

Gelegen op een boogscheut van het spoorwegstation van Venlo is het Limburgs Museum vermoedelijk het makkelijkst bereikbare museum ter wereld, maar ik kom er desondanks te weinig. Jammer, want de archeologische collectie is interessant en er zijn mooie exposities. Zoals de huidige, “De Zonnekoning en Oranje”, over de Guerre de Hollande ofwel de Hollandse Oorlog ofwel het Rampjaar. De tentoonstelling duurt nog tot 7 januari, dus u hebt niet lang meer.

Rampjaar

Het verhaal is vaker verteld. In 1672 viel Lodewijk XIV, die Frankrijk wilde vergroten tot natuurlijk geachte grenzen, de Republiek aan. Dat ging niet zomaar, want tussen die twee landen lagen de Spaanse Nederlanden. Daardoorheen liep echter het prinsbisdom Luik, dat bestuurlijk was aangewezen op Lodewijks bondgenoot, het aartsbisdom Keulen. Door langs de Maas en door het prinsbisdom op te rukken, konden de Franse legers de Republiek bereiken zonder Spaanse belangen te schenden. Verder verbond Lodewijk zich met bisschop Bernhard von Galen van Münster (“Bommen Berend”) en de koning van Engeland. De Republiek was geïsoleerd. Met recht een rampjaar. In de Republiek werd, nadat de gebroeders De Witt waren gelyncht, prins Willem III benoemd tot stadhouder.

Lees verder “Willem III vs Lodewijk XIV”

Carl von Rabenhaupt

Carl von Rabenhaupt

De bovenstaande buste van Carl von Rabenhaupt is te zien op een van de buitenmuren van het Groningse Goudkantoor, ooit het kantoor van de ontvanger van de provinciale belastingen. Het besnorde heerschap was in de zeventiende eeuw een van de commandanten van het Staatse leger. Meer precies: hij verdedigde Groningen tijdens het Rampjaar.

Rampjaar

In 1672 vielen Frankrijk en Engeland de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden aan. Dat vormde het begin van wat tijdens mijn studie nog de Guerre de Hollande heette en inmiddels, zo zie ik op de Wikipedia, de Hollandse Oorlog. Eigenlijk kwam de oorlog vrij onverwacht. Dat de Franse koning Lodewijk XIV de noordelijke gewesten haatte, was bekend, maar dat Engeland zich liet verleiden tot een bondgenootschap, was onlogisch. Het was geen Brits belang dat de Fransen de Vlaamse en Hollandse kusten zouden beheersen. Een Britse diplomaat met ervaring in Den Haag, William Temple, oordeelde dat zelfs een donderslag op een wolkeloze winterdag de wereld niet meer had kunnen verbazen dan het uitbreken van de Derde Engels-Nederlandse Oorlog.

Engeland was echter niet de enige bondgenoot van de Fransen. Ook het prinsbisdom Münster, dat zich langs de Eems uitstrekte tot aan de Dollard, was van de partij. En het was tegen deze laatste tegenstander, bisschop Bernhard von Galen van Münster, dat Von Rabenhaupt zich bewees.

Lees verder “Carl von Rabenhaupt”

Michiel de Ruyter in Algiers

De Ruyters schip De Liefde voor Algiers

Van de Barbarijse kapers wist ik weinig meer dan dat Michiel de Ruyter

’t er niet bij wou laten
en Salé heeft geveld,
waarna de Heren Staten
hem hebben aangesteld als held.

Verder wist ik dat het gebied werd bestuurd door lokale leiders, zoals die van Salé, de Bey van Tunis en de emir van “het eiland” ofwel Al-Jezira ofwel de Dey van Algiers. Die laatste stad zal wel voor eeuwig met Barbarossa, “roodbaard”, worden geassocieerd, een geduchte zestiende-eeuwse kaper die vanuit Algiers diverse vloten uitstuurde tegen de Spanjaarden, ondertussen de sultan in Constantinopel erkennend als soeverein.

Slavenhandel

Het beeld van de barbarijse piraten is in hoge mate bepaald geweest door wat Europese gevangenen – Cervantes is de bekendste – hebben verteld over hun verblijf in Algiers. Omdat zij christelijk waren en vaak werden vrijgekocht door christelijke organisaties, is om te beginnen het idee ontstaan dat de barbarijse kapers religieus gemotiveerd waren en dat er sprake was van een soort religieuze oorlog. Hoewel het beeld niet helemaal onjuist is – de gevangenen en de kapers hadden verschillende religies – was religie eigenlijk maar een bijzaak. De plaatselijke leiders waren geen religieuze scherpslijpers (of althans niet altijd) en Algiers had in 1492 ruimhartig asiel gegeven aan de uit Spanje verdreven joden.

Lees verder “Michiel de Ruyter in Algiers”

Michiel de Rover

Michiel de Ruyter (Zeeuws Museum, Middelburg)

En hup, daar draait de historische mallemolen weer: dit keer dankzij de actiegroep “Michiel de Rover”, die protesteert tegen de speelfilm over Michiel de Ruyter, waarin een “koloniale zeeschurk” zou worden verheerlijkt. Het probleem is natuurlijk dat de admiraal bij vriend én vijand – voor één keer is het cliché terecht – bekendstond als een nette kerel. “The good enemy”, zoals de Engelsen hem noemden. En zij konden het weten. Een zeeschurk was hij niet.

Koloniaal dan? De Ruyter heeft niet uitzonderlijk veel met slavenhandel van doen gehad. Eigenlijk vooral indirect, zoals iedereen in het zeventiende-eeuwse Holland. De actiegroep vindt echter dat daaraan aandacht had moeten worden besteed. “Onze geschiedenis wordt daar niet in verteld, over slavernij wordt niet gepraat,” zo klaagt een van de actievoerders.

Lees verder “Michiel de Rover”

Sicilië

Je ziet veel marionetten op Sicilië

Momenteel ben ik voor mijn werk op Sicilië. Ik denk dat u nu jaloers bent, want u weet dat het Mediterrane eiland is gezegend met een overweldigende natuur – de Etna, de zee, de groene heuvels in het binnenland – en dat zo’n beetje iedereen die er in de geschiedenis iets toe heeft gedaan, op Sicilië is geweest. Michiel de Ruyter is hier gesneuveld, Patton vocht zich een weg van Licata via Palermo naar Messina, de Hautevilles hielden hof in Palermo en dan heb ik het nog niet gehad over de Feniciërs, Grieken, Karthagers, Romeinen, Byzantijnen en Saracenen. Het eiland heeft een verfijnde keuken, het marionettenspel is werelderfgoed en wie (zoals ik) houdt van mozaïeken, is in Sicilië in het paradijs.

Geen gebied ter wereld is geschikter om toeristen te ontvangen, te verleiden en te verrijken. Desondanks bedraagt het percentage terugkerende toeristen slechts 6%. U wijt dat aan de georganiseerde misdaad, maar zo eenvoudig is het niet. In Romeinse restaurants komt de rekening ook nooit overeen met wat u feitelijk hebt genuttigd, de handel in drugs is een groter kwaad in Amsterdam en geweld is een serieuzer probleem in Caïro. Toch ligt het percentage toeristen dat terugkeert naar Rome, Amsterdam en Caïro hoger dan voor Sicilië.

Lees verder “Sicilië”

De tocht naar Chatham

Michiel de Ruyter (Prins Hendrikkade 131, Amsterdam)

Jaren geleden was ik in National Maritime Museum in Greenwich. Ik wilde de H4 zien, de eerste klok die zó betrouwbaar was dat de lengte op ze ermee kon worden bepaald. Het voorwerp viel me wat tegen, maar ik beleefde veel plezier aan een expositie over de Britse zeestrijdkrachten. Grappig genoeg ging die deels over eerste en derde Engels-Nederlandse oorlogen, maar werd de tweede overgeslagen. Geen aandacht dus voor de Tocht naar Chatham. Nu kunnen daar uitstekende museale redenen voor zijn geweest, maar ik heb vaker gemerkt dat Britten op dit punt lijden aan een (alleszins te billijken) geheugenverlies.

Lees verder “De tocht naar Chatham”