Dierendag

Reliëf van een everzwijn en een hond (Keulen, Römisch-Germanisches Museum)

1.

Ik was onlangs even in het Römisch-Germanisches Museum in Keulen. Mocht u het niet kennen: haast u, want het sluit op 31 december de deuren voor een vermoedelijk lange verbouwing. Eén van de voorwerpen in de collectie ziet u hierboven: een derde-eeuws Romeins reliëf van een everzwijn en een niet al te grote hond. Het is gevonden in het westen van de stad.

Misschien is dit alles wat er over dit reliëf te zeggen valt: gewoon een mooi stuk beeldhouwwerk, goed uitgevoerd, levensecht, door een maker die wist hoe honden en zwijnen eruitzagen. Iemand die de bomen in de achtergrond handig benutte om het linker van de twee kijvende dieren bijna de helft van het beeldveld te geven en het rechter nog wat kleiner te laten lijken, terugwijkend bovendien, maar wél stevig op de grond.

Lees verder “Dierendag”

Het jaar 117

BOhetjaar127def.indd

Ik ken Tom Buijtendorp persoonlijk. Hij bood me de afgelopen zomer aan zijn boek Het jaar 117, dat vanmiddag wordt gepresenteerd in de Amsterdamse Athenaeumboekhandel, mee te lezen. Daar ben ik niet aan toegekomen en pas een week of twee geleden ben ik aan het boek begonnen. Ik heb mijn kans kritiek te leveren dus laten lopen en het zou nu wel heel onsportief zijn als ik me in dit stukje negatief zou uitlaten over Het jaar 117.

Gelukkig is er ook geen aanleiding voor scepsis of kritiek. Buijtendorp beschrijft puntgaaf hoe keizer Trajanus in 98 aan de macht kwam en hoe hij enkele bestuursmaatregelen nam in de provincie Germania Inferior. Daarbij maakt Buijtendorp duidelijk hoe dat het noordwesten van het Romeinse Rijk belangrijker was dan we geneigd zijn aan te nemen. Na enkele hoofdstukken over de verdere regering van Trajanus, vertelt hij over de troonsbestijging van Hadrianus in het jaar 117. Dat is een markant jaar, want Hadrianus besloot af te zien van verdere veroveringen. Enkele gebieden ten oosten van de Eufraat, die zeer kort bezet waren geweest door de Romeinen, werden opgegeven. Latere vorsten hebben nog wel wat toegevoegd, maar het imperium sine fine waarvan de Romeinen ooit hadden gedroomd, had plaatsgemaakt voor een wereldrijk met bestuurders die een evenwicht zochten tussen inkomsten en uitgaven.

Lees verder “Het jaar 117”

Dardanus

Zo zou Dardanus eruit gezien kunnen hebben.

[In de aanloop van de Romeinenweek (toelichting) stel ik u negen keer voor aan mensen die in de Romeinse tijd hebben gewoond in de Lage Landen. De teksten zijn aangeleverd door RomeinenNU, de stichting die de Romeinenweek organiseert. De Romeinenweek begint op zaterdag 29 april.]

Romanus, zoon van Attius, was een Dardaanse ruiter in dienst van het Romeinse leger. Zijn familie kwam waarschijnlijk uit Moesia Superior, het moderne Servië en Macedonië. Romanus werd gerekruteerd door de Ala Afrorum, een ruitereenheid die door de Romeinen was opgezet in Noord-Afrika. Keizer Vespasianus stuurde de Ala Afrorum rond het jaar 70 n.Chr. naar de Lage Landen om te helpen de Bataafse Opstand neer te slaan. Bij troepen die van ver kwamen, was de kans immers klein dat ze zouden overlopen naar de kant van de vijand.

Lees verder “Dardanus”

De Bataafse Opstand (slot)

De Romeinen herstellen orde op zaken (landkaart uit "Edge of Empire")
De Romeinen herstellen orde op zaken (landkaart uit “Edge of Empire”)

Korte inhoud van het voorafgaande: de Bataven zijn in opstand gekomen en boeken succes na succes. De steden in Gallië verklaren zich onafhankelijk. In Rome is men echter klaar om de orde te herstellen. Het feuilleton in deze Romeinenweek is gebaseerd op mijn boek De randen van de aarde (2000) en Edge of Empire (2012, met Arjen Bosman; de vertaling van de Tacitusfragmenten is van Vincent Hunink).

***

Inmiddels had Rome het onverslaanbaar grote leger op de been gebracht waarvan de komst sinds Civilis’ aanval op Xanten viel te verwachten. De generaal, Cerialis, was niet alleen familie van Vespasianus, maar had bovendien in Brittannië gestreden in het leger waartoe ook de nieuwe keizer en Julius Civilis hadden behoord. Tacitus portretteert Cerialis als een ietwat excentrieke maar efficiënte ijzervreter. Onder zijn leiding stonden het Eenentwintigste Legioen Rapax, onderafdelingen van de Rijnlegioenen die met Vitellius naar Italië waren getrokken, en tot slot het door Vespasianus opgerichte Tweede Adiutrix (“helpster”). Met hen rukte Cerialis op naar Mainz.

Lees verder “De Bataafse Opstand (slot)”

De Bataafse Opstand (7)

Munt van het Gallische keizerrijk ter herdenking van het overlopen van XVI Gallica (Ashmolean Museum, Oxford)
Munt van het Gallische keizerrijk ter herdenking van het overlopen van XVI Gallica (Ashmolean Museum, Oxford)

Korte inhoud van het voorafgaande: Rome verkeert in crisis. De Bataven profiteren ervan door in opstand te komen, hebben in het najaar van 69 hun eerste successen geboekt en belegeren nu de Romeinse basis in Xanten. Het feuilleton in deze Romeinenweek is gebaseerd op mijn boek De randen van de aarde (2000) en Edge of Empire (2012, met Arjen Bosman; de vertaling van de Tacitusfragmenten is van Vincent Hunink; landkaart hier).

***

In Italië begon het jaar 70 veelbelovend. De burgeroorlog was voorbij en er werden plannen gemaakt om de Rijnlegers te versterken. De grote vraag was of de versterkingen snel genoeg de winterse Alpen konden oversteken om de opstand een halt toe te roepen. Al snel bleek dat ze te laat waren.

Lees verder “De Bataafse Opstand (7)”

Archeologisch non-nieuws

Praetorium, Keulen

Archeologen graven in de regel slechts sporen van resten van overblijfselen op. Het vergt veel uitleg om dat begrijpelijk te maken. Tegelijk gaan er honderdduizenden om in de archeologie. Dat leidt nogal eens tot klachten. In de Belgische gemeente Lier kon men laatst uitleggen hoe een miljoen euro was uitgegeven voor een onderzoek dat eigenlijk alleen één interessante munt had opgeleverd. De verplichting tot onderzoek staat steeds vaker op gespannen voet met het maatschappelijk draagvlak.

De oplossing is dat je het belang van je vondsten schromelijk overdrijft. Als je onderzoek doet in het onbekende Qasr al-Hir al-Sharqi, breng je naar buiten dat je graaft in het legendarische Palmyra, dat tenslotte slechts honderd kilometer verderop ligt; als je een standbeeld van Caligula aantreft, beweer je dat je zijn graf hebt gevonden; als je een boot in het meer van Galilea vindt, beweer je dat die uit de tijd van Jezus komt en huil je krokodillentranen als de pers vervolgens – geheel naar verwachting – schrijft dat het scheepje van Jezus was.

Lees verder “Archeologisch non-nieuws”