Kerstmis bij Vergilius?

Vergilius Pius (“de vrome Vergilius”) in de Walburgiskerk in Zutphen

Graag sluit ik aan bij de interessante bijdrage van Wim RavenMidden in de winternacht”, die aangaf waarom de Koran geen beschrijving van Kerstmis bevatte. Er is nog een beroemde tekst waarvan eveneens ten onrechte is beweerd dat er een verwijzing naar het kerstfeest in zat: de Vierde Ecloga of Herderszang van Vergilius.

In deze tekst, opgedragen aan Gaius Asinius Pollio, wordt de geboorte voorspeld van een Kind van goddelijke afkomst tijdens Pollios’s aanstaande consulaat (40 v.Chr.). Tijdens het leven van dit Kind zal het “Gouden Tijdperk” geleidelijk terugkeren. Over de identiteit van het Kind is veel gespeculeerd: de verwachte zonen van Pollio, van Marcus Antonius en van Octavianus komen allen in aanmerking, maar de tekst geeft geen uitsluitsel

De mythe van de ‘Gouden Tijd’ is in veel culturen bekend. In de traditionele versie in de Grieks-Romeinse wereld is het “paradijs” voor altijd verloren gegaan, evenals in het Oude Testament. De versie van Vergilius in de Vierde Ecloga is dan ook zeer uitzonderlijk: na de afloop van de magnus annus, een cyclus van tien eeuwen waarna het universum in zijn oorspronkelijke stand is teruggekeerd, keert nu opnieuw de “Gouden Tijd” terug.

Christelijke uitleg

De kerkvaders interpreteerden dit gedicht als een profetische aankondiging van de Messias, hierin gesteund door de visionaire toon en formuleringen die soms aan de profeet Jesaja herinneren. Van enorme betekenis onder de vele pogingen om Vergilius’ gedicht te incorporeren in een interpretatio christiana is de redevoering van keizer Constantijn de Grote tot een kerkelijke vergadering, Oratio ad Sanctorum Coetum, die misschien plaatsvond in de aanloop naar het Concilie van Nicaea (325). Deze tekst is in de Griekse versie overgeleverd bij de kerkhistoricus Eusebius (263-340), in de Appendix bij zijn biografie van Constantijn. Daarin lezen we de selectief vertaalde tekst van Vergilius’ Ecloga voorzien van uitvoerig commentaar. Dit commentaar vertoont propagandistische trekken en schrikt er niet voor terug de beoogde overeenkomst tussen “Kind” en Christus met valse argumenten te construeren.

Het duidelijkste voorbeeld hiervan levert de toelichting op “de Maagd” in vers 6: de virgo is in Vergilius’ tijd overduidelijk de godin van het recht, Astraea ofwel Justitia, die in de traditionele mythologie als laatste van de goden de aarde had verlaten, waarna het misdadige “IJzeren tijdperk” begon. De terugkeer van Vrouwe Justitia kondigt dan ook bij Vergilius overduidelijk het begin van het nieuwe “Gouden Tijdperk” aan. Wie deze ‘maagd’ in de Christelijke interpretatie is geworden moge duidelijk zijn.

Kerkelijke uitleg

Door de interpretaties van “het Kind” als Jezus en het “nieuwe geslacht” als de christenen is Vergilius door de Kerk altijd hoog gewaardeerd, zij het niet in het Paradijs opgenomen. Vergilius was immers vóór Christus geboren en kon dus niet gedoopt zijn. Om die reden heeft hij bij Dante Alighieri wel een ereplaats als leidsman in Inferno, maar geen toegang tot het Paradiso. Dankzij de Vierde Ecloga is Vergilius’ Sibylle in gezelschap van de oudtestamentische profeten aanwezig in kathedralen zoals die in Siena, in de Sixtijnse kapel en in de Walburgiskerk in Zutphen.

Ik wens u, lezer. een mooi Kerstfeest.

***

Een gastbijdrage van Hans Smolenaars, die onlangs over de dichter Vergilius een boek publiceerde: Vergilius: De Toekomst Voltooid (2023).

Deel dit:

Een gedachte over “Kerstmis bij Vergilius?

  1. A. den Teuling

    Leuk verhaal. Alleen is Virgilius in Zutphen niet pius, maar PHS met een afkortingsstreep door de H: Philosophus (zie het Lexicon van Cappelli). De tekstband boven zijn hoofd citeert de ecloga: iam nova progenies celo dimittitur alto.

Reacties zijn gesloten.