De Odyssee, trauma en mythologie

Odysseus en Polyfemos (Eleusis)

The Guardian wilde inhaken op de aandacht voor de Griekse mythologie die momenteel wordt opgestookt door Christopher Nolans verfilming van de Odyssee. Daarom publiceerde de Britse krant een lijst van twintig verfilmingen van mythen. Ik heb er redelijk wat van gezien en de simpele waarheid is: driekwart van die films is onverdraaglijke kitsch.

Dat geldt ook voor boeken die de aloude verhalen navertellen. Het eindresultaat is eigenlijk altijd een mislukking. De reden is, vermoedelijk, dat de verhalen worden aangepast aan onze eigen tijd. In de woordkeuze wordt een uitleg gesuggereerd,  inconsistenties worden weggemoffeld, details weggelaten. Ik bladerde laatst door Stephen Frys navertelling van de Odyssee en ik kan, omdat het me weinig interesseerde, slordig hebben gekeken, maar volgens mij sloeg Fry Telemachos’ mensonterende – dus: moedwillig een mens onterende – executie van twaalf krijgsgevangen vrouwen over. Nu is dat naar onze smaak inderdaad een weerzinwekkende scène, maar het is vermoedelijk wel de beknoptste samenvatting van het ethos dat Homeros wilde schetsen.

Benieuwd hoe Nolan die bungelende vrouwen verfilmt.

De onvermijdelijke bewerking

Ik denk dat je mythen sowieso niet moet aanpassen, al realiseer ik me dat bewerking onvermijdelijk is. De meeste mensen hebben een vertaling nodig, maar zelfs degenen die ze kunnen lezen in het Grieks (of een andere oude taal), staan al op achterstand: ze lezen iets wat mondeling doorverteld is geweest en dat groeide in de wisselwerking tussen de verteller en de luisteraars. Vergelijk het met een les op school: de leraar behandelt dezelfde stof elk jaar opnieuw, en heeft daarbij enkele vaste punten, maar vertelt het in iedere klas anders. Dankzij het publiek wordt elk verhaal interactief. Zo zijn de mythen ontstaan en toen ze werden opgetekend, viel de interactie al weg.

Tussen haakjes: dit is een van de redenen waarom het Epos van Gilgameš zo interessant is. De stof heeft zich over anderhalf millennium ontwikkeld en we hebben zicht op diverse optekeningen.

Verouderende navertellingen

De interactiviteit van de verhaalcultuur werd in de oude wereld al opgegeven toen men de mythen opschreef, en het resultaat is vervolgens in onze tijd vertaald naar een moderne taal. Dat zijn twee bewerkingen van de informatie. En de zo tot stand gekomen materie wordt dan door de Stephens Fry dezer wereld naverteld en weer verder aangepast, of door de Christophers Nolan aangepast tot film. Het eindresultaat komt tegemoet aan de smaak van het moment en is al snel verouderd. Niemand zal anno vandaag genieten van de ooit razend populaire navertellingen door Gustav Schwab, met bijvoorbeeld zijn opzichtige parallel tussen Herakles en Christus. Schwabs Griekse mythen en sagen is in het Nederlands minstens veertig keer gedrukt, maar is naar ons idee totaal verouderd.

Maar wat zo bijzonder is: de oorspronkelijke verhalen, ook al zijn ze ontdaan van de interactie en overgeleverd in vertaling, blijven staan als een huis. Juist omdat er geen concessies zijn aan een onmiddellijk publiek. Naar ons idee zijn de verhalen niet logisch (zoals wanneer Hefaistos, die jonger is dan Athena, aanwezig is als zij opspringt uit Zeus’ hoofd), maar ze documenteren iets dat dieper in onze geest zit dan logica.

Hefaistos bij de verschijning van Athena (Nationaal Museum, Kopenhagen)

Trauma

Misschien is een vergelijking met psychisch trauma verhelderend. Iemand heeft iets meegemaakt dat hem of haar dwong tot een heel primaire reactie; zeg maar een reactie uit het rijtje vluchten, vechten, bevriezen. Dit is zó reflexmatig, zó primair, zó subliminaal dat we het niet rationeel bevatten: we kunnen er geen verbaal verhaal van maken en het blijft onbegrepen in onze geest aanwezig – klaar om opnieuw pijn te doen als iets ons eraan herinnert, soms vele jaren later.

Ik denk dat mythologie “werkt” op dit primaire, voor-rationele niveau. De vertellingen gaan niet toevallig over allerlei traumatiserende zaken. Er zijn allerlei mythen over ouders die hun kinderen opeten of als maaltijd serveren. Of ze gaan over bestraffingen die niet alleen afschuwelijk zijn maar ook eeuwig duren. Er zijn verhalen over moeders die hun kinderen doden. We horen over castratie, monsters, incest, mensendodende bacchanten, verkrachtingen. Niobe die haar kinderen gedood ziet worden. Aktaion die stomtoevallig een godin ziet en onschuldig wordt bestraft en gedood. Het verhaal van Melinoë zul je zelden in een bundel navertellingen aantreffen. De familierelaties zijn te stuitend.

Zoals ik het zie, documenteert mythologie iets dat dieper in onze geest zit dan onze logica. Rationeel bezien kunnen we er weinig mee, maar dat wil niet zeggen dat mythen geen onderdeel zijn van wie we zijn. Dat ze blijven aanspreken terwijl navertellingen verouderen, bewijst dat ze iets in ons raken. Het beste is daarom: ze zoveel mogelijk laten zoals ze zijn. Wie ze navertelt of verfilmt, produceert niet alleen snel verouderende kitsch, maar vooral: hij rationaliseert iets dat voor-rationeel is en geeft daarmee iets weg van onze humaniteit.

Deel dit:

29 gedachtes over “De Odyssee, trauma en mythologie

  1. FrankB

    “Rationeel bezien kunnen we er weinig mee”
    Wie mythes rationeel probeert te lezen begrijpt er niets van en is gedoemd te falen. Dat zag ik als jonge tiener al.
    Het is net als met de trein van Londen naar Zweinstein. Het is misplaatst om je af te vragen hoe het zit met spoorwegovergangen.
    Daarom ben ik het er niet mee eens dat verfilmingen gedoemd zijn te mislukken. De verfilming van Baron von Münchhausen is op zijn minst heel amusant. De regisseur was dan ook Terry Gilliam, die als lid van Monty Python niets gaf om rationalisme.

  2. Beste Jona, volgens mij geef je hier een glasheldere uitleg van waar (bijbelse) theologie over moet gaan. Dus bijvoorbeeld niet over de vraag of iemand op water kan lopen. Natuurlijk niet, maar dat gaat het verhaal niet over. Of de volstrekt zinloze discussies over ‘schepping of evolutie’. Waarbij dan beide niet worden begrepen. Men “rationaliseert iets dat voor-rationeel is en geeft daarmee iets weg van onze humaniteit”.

    1. Egbert B.

      Nou ja, die bijbel is zelf ook zo’n kreupele navertelling zoals Jona hier bedoelt. Gilgamesj en zo. Met, inderdaad, die verminkingen. In dit geval: die hedendaagse god moest er in gerommeld worden.

  3. Jos Houtsma

    Twaalf
    I
    Athene heeft zich als een zwaluw in
    de spanten van Odysseus’ huis gezet
    om toe te kijken bij het doden van
    de vrijers. Ook twaalf meisjes, twaalf slavinnen,
    die met de vrijers sliepen moeten sterven.

    Als lijsters, schrijft Homerus, of als duifjes,
    op weg naar hun nest in een strik gevlogen –
    twaalf kopjes in een strik, en twaalf paar voetjes
    spartelen nog wel even maar niet lang.

    II
    Meisjes die nauwelijks een notie hebben
    van wat de wereld van hen wil.
    Slavinnetjes. Hoe konden ze bedenken
    dat het een misdaad was om zich te lenen
    voor de begeerte van de vrijers! Waren
    de vrijers niet de vrijers? En begeerden
    ze niet hen te bezwangeren en was
    dat niet zoals het zijn moest, bevend vlees
    dat zich in bevend vlees een weg zoekt, tot
    de siddering waarmee het wordt bevrucht…

    Moesten ze daarom sterven? Duifjes, lijsters,
    op weg naar hun nest in een strik gevlogen –
    twaalf kopjes in een strik, en twaalf paar voetjes,
    nog even spartelend, maar niet heel lang.

  4. Karel van Nimwegen

    Sarcastisch als ik ben wacht ik op de reactie dat mythenboekjes en kinderbijbels “toch nuttig zijn om belangstelling te wekken”.

    Wat is bedoeld is dat de Bruna op het station boeken van Fry verkopen kan en vertalingen niet. En dat de gymnasiumleraar liever iets vertelt dat goed in het gehoor ligt dan iets waar de ouders vragen over zouden kunnen komen stellen.

  5. Jos Houtsma

    Natuurlijk, eerlijk winstbejag zal een belangrijke rol hebben gespeeld. Maar denk je niet dat mensen als Fry en Graves en ook Schwab eerlijk geboeid waren door deze mythen en probeerden ze te begrijpen?

    1. Karel van Nimwegen

      Van de oprechtheid van Schwab ben ik overtuigd. Hij was predikant en werkte vanuit de zielzorg. Geen primair geldelijk motief vermoedelijk.

      Fry is daarentegen de zoveelste beroemdheid die aan zijn beroemdheid verplicht is om elk half jaar iets af te leveren om in de schijnwerpers te blijven. En dat is hem weer eens gelukt.

    2. Sara

      Ik denk dat u Sir Stephen Fry hogelijk onderschat en hem bovendien verdenkt van winstbejag wanneer hij over Griekse mythologie schrijft (alsof hem dat ook maar iets oplevert vergeleken bij zijn andere activiteiten).
      Fry studeerde aan het Queens College, Cambridge, en heeft daarnaast verschillende eredoctoraten, o.a. van de Universiteit van Leuven.
      Daarnaast is hij een veelzijdig artiest (toneel, film), schrijver en documentairemaker.
      Voor zijn werk op het terrein van geestelijke gezondheid, milieu en velerlei liefdadigheden is hij koninklijk onderscheiden.
      Iets meer respect graag.

  6. Frans Buijs

    Iedere navertelling geeft er een eigen draai aan, maar een beetje respect voor de originele mythe en cultuur zou wel mooi zijn. Geef Odysseus niet zo’n belachelijke helm, laat hem niet rondvaren in een Vikingschip, laat Helena er Grieks uitzien en maak je er als je dat allemaal niet doet, niet vanaf met smoesjes als “het is fictie”.

  7. Kees Voorburg

    Ben het geheel met Marien eens: een voortreffelijke blog die me uit het hart is gegrepen! De passage “1 dag voor God is als 1000 voor de mens en vv” betekent mijns inziens dat tijdsaanduidingen een louter religieuze betekenis hebben en je niet zo debiel moet zijn het OT als een geschiedenisboek te zien. En – heel leuk – soms stuit je op iets dat op een residu uit oudere kampvuurtijden lijkt. Neem David bijvoorbeeld, die op de vlucht voor de razernij van zijn schoonpapa (Koning Saul), eerst naar zijn tent (!!!) holt en aldaar zijn huisgoden (meervoud!!!) bij elkaar graait om mee te nemen op zijn vlucht…

    Over mythes: ik prakkeseer me vaak een ongeluk over welke factoren maakten dat het ene kampvuurverhaal wel en het andere (de meesten?) de tand des tijds niet overleefde. Dat er een soort ‘survival of the fittest’ evolutie gaande is geweest, lijkt me een veilige aanname. Een ontwikkeling in een verhalende vorm gieten zal die overlevingskans naar ik vermoed hebben vergroot, zeker wanneer die lijn is aangelengd met een toefje drama, wat bovennatuurlijke toestanden en op smaak gebracht met een stukje geslachtsgemeenschap.

    Die verhalende lijn is nog immer van belang: je verkoopt je nieuwsprogramma ook nu nog beter wanneer je het in een Popeye-verhaallijn propt (Servië=Brutus, multicultureel Bosnië=Olijfje, Popeye=Kroatië en wat niet past=fait divers
    .
    (Was toentertijd bevriend met een Joegoslaaf. Met één Sloveense en één Kosovaarse oma en opa’s uit Kroatië resp. Bosnië, maar geboren en getogen in Belgrado, duidde hij zijn etniciteit als “Joegoslaaf”. Deze op 2 na grootste etnische groep paste echter niet in het Popeye-scenario en daar was hij boos over).

    Joseph Heller’s ‘God Knows’ (God zal het weten) is een nadrukkelijke uitzondering op Jona’s kitch-regel. Ik beveel het boek dan ook van harte aan.

  8. Ben je hier niet te streng? Uiteindelijk doen die navertellers toch hetzelfde als wat die navertellers uit de oudheid ook deden: een verhaal steeds opnieuw vertellen en aanpassen en zo op twee manieren levend houden – ten eerste door ze steeds te hervertellen en ten tweede door ze steeds een beetje te veranderen?

    De Orpheus van Plato kijkt niet om naar Eurydice, en de Orpheus van Virgilius kijkt weer met andere motieven om dan die van Ovidius, en waar Ilja Leonard Pfeijffer hem om weer een andere reden laat omkijken geeft Fry daar ook weer zijn eigen draai aan. En zo zal het in volgende generaties steeds verder gaan. De een maakt een belachelijk aangepaste versie voor kinderen, de andere een ingenieus aangepaste versie voor een pretentieuze toneelgroep (of andersom), en de volgende gaat weer op een andere manier met het verhaal heen. En telkens ontstaat er toch weer nieuwsgierigheid naar de vorige versies, zeker als mensen met twee verschillende ‘moderne’ versies geconfronteerd worden: wat is het nu? De conclusie is dat er eigenlijk geen ‘echte’ versie is, en dat is juist het mooie ervan.

    Ik zelf heb trouwens een eigenzinnige eigen interpretatie van dat Orpheus-verhaal: hij vertrouwt háár niet, en wie zijn geliefde niet vertrouwt, zal haar verliezen. Bij classici vertrouw ik nu op een zeer geërgerd geschuifel, maar het zou het geen mooi toneelstuk op kunnen leveren?

    1. Dirk Zwysen

      Eens. Verhalen werden verteld en aangepast rond het kampvuur. Niet alleen een veranderende samenleving maar ook elk nieuw medium (muziek en verfijnder metrum, schrift, film, internet…) biedt nieuwe kansen en bepetlingen. Het staat iedereen vrij om met het erfgoed aan de slag te gaan. Blijkbaar verwacht onze tijd verklaringen en consistentie in een verhaal. Daarmee zeggen hedendaagse interpretaties iets over ons.
      De enige relevante vraag is of het een goede film is.

  9. Theo de Graaff

    Ik denk ook dat de verhalen steeds werden aangepast. Niet waar het gaat om de kern, het eigenlijke verhaal, maar in de details.
    En soms lieten ze heb ik begrepen ook delen weg want er zijn verschillende versies.
    Wat Stephen Fry doet is het navertellen zoals hij denkt dat ze in deze tijd moeten worden verteld. Ik vond het verfrissend om te lezen, het boeide van begin tot het eind. In her Engels, dat wel, ik weet niet wat de vertaling doet.
    Het past ook bij de dingen die hij heeft gedaan.

  10. Christo Thanos

    De nieuwe film zal een miljoenenpubliek trekken, meer dan alle tentoonstellingen over de klassieke oudheid wereldwijd. Ja, ook zullen er zaken in de film niet historisch kloppen, het is namelijk een film voor een groot publiek en gericht op het verdienen van geld.
    In plaats van kritiek leveren op de film, kun je ook kijken hoe je mee kunt liften op de aandacht over de aandacht voor de reis van Odysseus. Ik zie al een tentoonstelling voor me met bijvoorbeeld een filmfragment enerzijds en een mooie oude vaas met het een afbeelding anderzijds en de uitleg hoe het vroeger werkelijk aan toe ging.
    Bij de Amerikaanse luchtmacht zag men een enorme toename van aanmeldingen na het verschijnen van de films Top Gun deel 1 en 2. Als de film van Nolan leidt tot meer aanmeldingen bij Klassieke Talen of oudheidkunde, heeft de film meer bereikt dan die vakgroepen zelf.
    Onlangs las ik een leuk artikel over een docent middeleeuwse talen die veel voorbeelden gebruikte uit de (verfilmde) boeken van Tolkien. Dat was heel inspirerend. Zo kan het ook.
    Mijn vraag: gaan de specialisten over de oudheid langs de zijlijn alleen klagen wat er mis is met de film of kijken ze hoe ze met dit succes mee kunnen meeliften?

    1. Ik ben het met je eens en met je oneens. Ik ben het met je eens in de zin dat oudheidkundigen ervoor moeten waken dat ze niet als brompot overkomen. Ik heb vanmorgen een aanbod afgeslagen om commentaar te leveren: ik heb geen zin om te zeggen dat deze of gene wapenrusting “niet klopt” of dat “de geest van Homeros” (wat dat ook moge zijn, afgezien van de projectie van de lezer) wel/niet is getroffen. Historici moeten praten over oorzaken, over processen, over structuren, over wetenschap; het journalistieke format “historicus praat over film” draagt bij aan de zelftrivialisering van de geesteswetenschappen.

      Ik ben het – en dat zal je na het bovenstaande niet verbazen – met je oneens dat dit een kans is voor het vak. Het zou zo kunnen zijn, zoals je noemt voor de mediëvistiek en voor Top Gun. Maar dan moet je wel iets te bieden hebben. Een film over de Odyssee zou mensen kunnen brengen naar een studie klassieke talen, maar wat hebben de classici momenteel te bieden om aan mensen uit te leggen wat ze doen? De tussenstap ontbreekt, het middenniveau tussen de eerste kennismaking (Nolan, Fry) en de wetenschappelijke opleiding.

      Het enige dat ik kan noemen als tussenstap is mijn boek “Oudheidkunde is een wetenschap”. Dat lijkt me onvoldoende. Als ik mensen moet uitleggen hoe classici een tekst interpreteren, moet ik doorverwijzen naar “Tussen tekst en lezer” van theoloog Arie Zwiep. Classici hebben geen tweede lijn.

Reageren is alleen mogelijk voor site‑leden.
Log in met je uitgenodigde account of vraag lidmaatschap aan bij de redactie.