Overijssel: Springendal

Een deel van de voorwerpen uit Springendal (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.] 

Springendal

Eerder vanavond schreef ik dat de archeoblabla niet moe wordt n’importe welke vondst aan te duiden als schat, terwijl er maar een paar vondsten zijn die werkelijk zo zijn te typeren. Een heel kras voorbeeld is het edelmetaal uit Springendal, in Twente, in het oosten van Nederland: een stuk of honderd gouden munten en nog wat andere edelmetaal. Verschillende mensen hebben daar in de late zesde eeuw en in de zevende eeuw munten achtergelaten op een met palen gemarkeerd kruispunt van wegen. Tot de oudste stukjes edelmetaal behoort het beslag van een riem, mogelijk nog uit de vijfde eeuw.

Het zijn deposities of offers, meervoud, en er is geen sprake van dat dit een schat zou zijn, dus een op één moment in de bodem in veiligheid gebrachte verzameling kostbaarheden. Toen archeologiejournalist Theo Toebosch erover schreef in het NRC Handelsblad, maakte hij dit punt expliciet, maar evengoed kopte de krant dat het ging om een “Twentse muntschat”.

Het achterlaten van munten op markante plaatsen was in de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen gebruikelijk. Het maakte niet uit of degenen die de muntjes achterlieten heidens waren of christelijk, Saksisch of Frankisch. Desondanks was de niet-schat van Springendal een opmerkelijke vondst, omdat zevende-eeuws Nederland niet zo goed bekend is. Er zijn weinig teksten over de noordelijke Lage Landen, terwijl de archeologische vondsten vooral betrekking hebben op grafvelden of het afval van de boerderijen. Cultusplaatsen zijn zeldzaam.

De munten zijn ontdekt door mensen met metaaldetectors en toen kwam de vraag: wie moet ze aankopen? Ik was destijds verbijsterd dat het Rijksmuseum Twenthe geen vinger uitstak voor wat evident belangrijk Twents erfgoed was. De vondsten zijn toen verworven door het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, waarop vanuit Twente de kritiek kwam dat Holland weer eens wegkaapte wat niet van Holland was. Dat vond ik eigenlijk niet minder verbijsterend.

[Dit was het 547e voorwerp in onze reeks museumstukken. Als u deze blog waardeert en wat geld kunt missen voor het dekken van de kosten, dan wordt uw bijdrage gewaardeerd.]

Deel dit:

3 gedachtes over “Overijssel: Springendal

  1. Georges Vande Winkel

    “Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest.” lees ik in een noot, die verklaart hoe er sprake kan zijn van ‘vijftien Nederlandssprekende provincies’, maar hier verwart men nogal wat. Voor Vlaanderen dan, over Holland spreek ik mij niet uit. Vlaanderen kan slaan op het (historische) graafschap Vlaanderen, dat grosso modo overeenkomt met de huidige provincies West- en Oost-Vlaanderen. Datzelfde begrip slaat nu op het de deelstaat Vlaanderen, het gewest (annex cultuurgemeenschap) dat de vijf Nederlandssprekende provincies van België omvat.

    1. Klaas Krab

      En zo ben je beland op “De 17 Provinciën”. Waar kennen we dat ook al weer van: Utrecht? Overigens met andere leden 😉

  2. Het was een interessante reeks, waarbij de meeste discussieachteraf ging over hoe je de gewesten hebt ingedeeld. 😉 Misschien ook een blogje waard.

    In elk geval bedankt voor de reeks!

Reacties zijn gesloten.