
Op een steenworp afstand van de Toren van Pisa wordt een opmerkelijke, roerende Latijnse inscriptie bewaard. De grote marmeren plaat van ruim twee meter breed en een meter hoog moet eens een flink grafmonument hebben getooid aan een doorgaande weg ergens in Toscane, voordat het via allerlei wisselingen van eigenaar terecht kwam op zijn huidige plek in de Campo Santo.
Dodensteden
Het opschrift komt hoe dan ook niet uit Pisa zelf. Volgens een oude Romeinse wet mochten de stoffelijke resten van overledenen niet worden begraven in wat we nu de bebouwde kom zouden noemen. Als gevolg daarvan ontstonden er aan stedelijke uitvalswegen kilometerslange rijen grafmonumenten in allerlei soorten en maten. Wie tussen de steden der levenden reisde, kwam onvermijdelijk door deze lintvormige ‘dodensteden’ heen. Het hoeft ons dan ook niet te verbazen dat de weggebruiker (viator) in de opschriften niet zelden wordt aangesproken. Een sprekend voorbeeld is een grafschrift uit Umbrië waarin de reiziger een genadeloze spiegel krijgt voorgehouden (CIL 11.6243):
Viator viator quod tu
es ego fui quod nunc sum
et tu erisReiziger, reiziger, wat jij
bent, ben ik geweest, wat ik nu ben
zul ook jij zijn.
Hardop lezen
Wanneer de reiziger de moeite nam een grafschrift te lezen, deed hij dat hardop. Zo bleef de naam van de dode op de lippen van de levenden. Het is met dit besef in het achterhoofd dat we het forse grafschrift in Pisa moeten begrijpen (CIL 11.1483):
PARTHENI HAVE
BENE BALEAS
QVI ME SALVTAS
CUM SOSSIA FILIA MEAParthenis, gegroet!
Ik wens jou het beste toe
die mij begroet
met Sossia, mijn dochter.
De kloeke kapitalen vormen een dialoog. De eerste twee woorden die de reiziger hardop las waren precies wat de dode wilde horen: de eigen naam en een begroeting. Maar vanaf de tweede regel krijgt de reiziger antwoord als dank voor zijn moeite. Een soort praatpaal dus langs de kant van de weg, maar dan niet voor de pech van de weggebruiker, maar de pech van de dode.
Parthenis en Sossia
Over Parthenis komen we in eerste instantie weinig te weten. Toch onthullen grafschriften in hun weloverwogen beknoptheid heel wat wetenswaardigheden. Het grote verdriet zit in de slotregel: het graf was van een vrouw én haar dochter. Is de laatste regel in kleinere letters er later aan toegevoegd en heeft de dochter dus nog doorgeleefd? Het heeft er alle schijn van dat de tekst één geheel vormt, netjes verdeeld over het oppervlak en door één hand gebeiteld. Gaat het dan om een moeder die haar dochter heeft moeten overleven en samen met haar is begraven? Het droevige, veelvoorkomende fenomeen van kindersterfte is in veel grafschriften nadrukkelijk aanwezig.
Voor mijn allerliefste meisje. Jij had dit graf voor mij moeten maken, niet ik voor jou.
Als ik kon, mijn zoon, zou ik in jouw plaats sterven.
Je moeder vraagt je om haar bij je aan te laten schuiven. (CIL 6.27866; 2.3453; 8.9691).
Het kan ook zijn dat moeder Parthenis en dochter Sossia niet alleen samen zijn begraven, maar ook samen zijn gestorven, bijvoorbeeld bij de bevalling. De nabestaanden waren mogelijk de bedroefde echtgenoot en vader, en/of familieleden die het grafschrift lieten maken. In elk geval waren ze vermogend genoeg om een dergelijke grote grafsteen met tekst zonder afkortingen te laten plaatsen op een plek die vanaf de grote weg ongetwijfeld goed te zien was.
Slavernij
Veel grafschriften zijn aantoonbaar opgericht in opdracht van vrijgelaten slaven, want zij waren het bij uitstek die in de Romeinse samenleving van de keizertijd een vermogen konden vergaren. De moeder heeft een Griekse naam, de dochter een Romeinse. Waarschijnlijk had Parthenis een verleden als slavin. Als haar dochter volgens Romeins gebruik naar de vader genoemd is, zal de man van Parthenis dus Sossius (of Sosius) als familienaam hebben gehad, zelf vermoedelijk een vrijgelaten slaaf van een vrijgeboren Sos(s)ius. Die naam kennen we van enkele historisch interessante naamgenoten, zoals boekhandelaren ten tijde van keizer Augustus. En dat brengt me op een belangrijk verschil tussen grafschriften en de in boeken bewaarde Latijnse literatuur: anders dan de teksten van schrijvers als Cicero of Vergilius zijn grafschriften tot ons gekomen precies zoals ze zijn gepubliceerd, met spelfouten en al.
Schrijffouten
Ook Parthenis’ grafschrift heeft twee afwijkingen in spelling. De begroeting have werd in formelere teksten meestal zonder h gespeld, maar deze schrijfvariant zien we wel vaker in inscripties. Opmerkelijker is baleas in plaats van valeas, de persoonsvorm die samen met bene vertaald kan worden als “het ga je goed.” In dat deel van Italië was er voor de toenmalige spreker (vanaf de latere keizertijd) kennelijk geen hoorbaar onderscheid tussen de /b/ en de /v/. Dat laat zich goed vergelijken met een bekend kenmerk van het Spaans. In die taal wordt bijvoorbeeld vale (waarvan de betekenis “vaarwel” is overgegaan tot “oké”), uitgesproken als bale.
In een ander grafschrift leidt het voor sommigen onhoorbare verschil tussen de b en de v (of de verhaspeling ervan) tot een melige woordgrap (CIL 3.6825/6):
Dum vixi
bibi libenter bibite vos
qui vivitisZolang ik leefde,
dronk ik graag. Drink, jullie
die leven!
De alliteratie wordt nog sterker als je alle b’s en v’s op dezelfde manier uitspreekt. Leven (vivere) wordt synoniem aan drinken (bibere) – het lot van menig sterveling die zijn verdriet tevergeefs verlangt te vergeten.
Minder is meer
De zeggingskracht van grafschriften hangt samen met de beperkingen: er is weinig ruimte, elke letter kost geld, de weggebruiker moet het in een flits kunnen lezen. Dat keurslijf dwong de bedenker tot een bondig en snedig geheel waarmee de dode de levende wist te raken, zoals we in Parthenis’ grafschrift ook pas aan het einde over haar dochtertje leren. Zo ontwikkelde het grafschrift zich bij de Grieken al tot een apart genre light verse, het epigram of puntdicht.
[Oorspronkelijk door Alexander Smarius gepubliceerd op de beëindigde website Grondslagen.net.]

“deze schrijfvariant (have) zien we wel vaker in inscripties”
Dat vind ik wel opmerkelijk, want inscripties zijn duur. Dus ik zou verwachten dat men de h zou weg laten om kosten te besparen.
Dat beide vormen (‘ave’ en ‘have’) in Latijnse teksten voorkomen impliceert nog niet dat de keuze daartussen vrij was. Ik denk dat de (plaats- en/of tijdgebonden) conventie juist bij traditioneel bepaalde teksten een belangrijke rol speelde: men spelde zoals men meende dat het hoorde.
Dank u wel!
Da’s een goeie! Twee gedachten:
1. De opdrachtgevers van dit specifieke grafschrift waren welvarend genoeg, blijkens de omvang van de steen (en vermoedelijk van het ooit bijbehorende monument); ze lieten “hun” Latijn beitelen.
2. Ze mikten op zoveel mogelijk aandacht met een zo kort mogelijke tekst, zodat ook de luie lezer die helemaal zou lezen.
Maar ik ben benieuwd naar andere ideeën!
Grappig, ik had de vertaling
“Ik wens jou het beste toe
die mij begroet
met Sossia, mijn dochter.”
geïnterpreteerd als: ik wens diegene die met mijn dochter Sossia langs mijn graf komt het beste toe. Dus een soort van dank je als je hier met mijn dochter langs bent gekomen. Mijn latijn is niet goed genoeg om vast te kunnen stellen of de oorspronkelijke tekst deze interpretatie toestaat. Vast niet…
Dag Joost, er bestaat geen taalkundig bezwaar tegen jouw roerende interpretatie. Zelf denk ik niet dat de begroeting beperkt was tot de allicht beperkte groep mensen die, zolang dat kon, met Sossia op pad ging. Vergelijking met andere grafschriften waarbij de levende wordt gestimuleerd om de namen van de doden hardop te noemen bracht mij tot de hierboven beschreven uitleg. Maar jouw reactie laat zien dat teksten verschillende dingen kunnen losmaken bij lezers, en dat het leuk is daarover van gedachten te wisselen. Veel dank dus!
B en v liggen lang niet altijd zo dicht bij elkaar. De Latijnse v wordt in Griekse teksten meestal als ou getranscribeerd en dus als bilabiale w uitgesproken. Dat maakt de tekst met bibete qui vivitis nog wulpser. Die klinkt dan als vivete oe-os koe-i oe-ioe-ities. (Fonetisch alfabet helaas niet beschikbaar).
Coïtus? Ja, het wordt inderdaad steeds gekker. Hoe zijn we hier toch op uitgekomen via een grafschrift?🤔
Dank u wel!