Een interactief grafschrift in Pisa

Het grafschrift van Parthenis (© CIL)

Op een steenworp afstand van de Toren van Pisa wordt een opmerkelijke, roerende Latijnse inscriptie bewaard. De grote marmeren plaat van ruim twee meter breed en een meter hoog moet eens een flink grafmonument hebben getooid aan een doorgaande weg ergens in Toscane, voordat het via allerlei wisselingen van eigenaar terecht kwam op zijn huidige plek in de Campo Santo.

Dodensteden

Het opschrift komt hoe dan ook niet uit Pisa zelf. Volgens een oude Romeinse wet mochten de stoffelijke resten van overledenen niet worden begraven in wat we nu de bebouwde kom zouden noemen. Als gevolg daarvan ontstonden er aan stedelijke uitvalswegen kilometerslange rijen grafmonumenten in allerlei soorten en maten. Wie tussen de steden der levenden reisde, kwam onvermijdelijk door deze lintvormige ‘dodensteden’ heen. Het hoeft ons dan ook niet te verbazen dat de weggebruiker (viator) in de opschriften niet zelden wordt aangesproken. Een sprekend voorbeeld is een grafschrift uit Umbrië waarin de reiziger een genadeloze spiegel krijgt voorgehouden (CIL 11.6243):

Lees verder “Een interactief grafschrift in Pisa”

WvdK | Euripides over een Grieks huwelijk

Medea doodt haar kinderen (Antikensammlung, München)

In mijn reeks vertaalde bronnen, hier gepresenteerd in het kader van de Week van de Klassieken, vandaag een stukje dat ik, anders dan de eerdere stukjes, niet aan de datum kan ophangen. Het is meer algemeen geldig: een beschrijving van een Grieks huwelijk. Het fragment komt uit de tragedie Medeia van Euripides, een van de allerklassiekste teksten van een van de allerklassiekste auteurs. Ik durf de plot daarom wel bekend te veronderstellen: Medeia is naar Griekenland gekomen om te trouwen, maar door haar echtgenoot verstoten. De enige manier waarop ze nog wraak kan nemen is het doden van haar eigen kinderen. Voordat ze die wanhoopsdaad ten uitvoer brengt, maakt ze duidelijk wat het huwelijksleven voor haar inhield.

Of het representatief is, weet ik niet. Ik zou denken dat veel huwelijken weliswaar waren gearrangeerd, maar dat ze daarom niet per se ongelukkig waren. Dat vermoeden baseer ik echter op niet meer dan enerzijds de twee gearrangeerde huwelijken die ik ken (maar je kunt de eenentwintigste eeuw niet vergelijken met de Oudheid) en anderzijds de aanname dat mensen niet met elkaar kunnen samenleven als er niet minimaal enige sympathie is. Dat laatste is natuurlijk een ongeldige redenering: je zegt in feite “het is niet zo want ik geloof het niet”. Daarmee kun je rector magnificus worden aan de universiteit van Groningen maar dat maakt het nog niet tot een geldige redenering.

Lees verder “WvdK | Euripides over een Grieks huwelijk”

Zuigelingensterfte

Een loden waterleidingsbuis (met bronzen kranen) uit het antieke Himera (Archeologisch Museum, Palermo)

We hebben in Nederland een stuk of wat Valkenburgen en één daarvan ligt halverwege Leiden en Katwijk. Een Romein zou hebben gezegd: halverwege Matilo en Lugdunum ligt Praetorium Agrippina, het keizerlijke hoofdkwartier (praetorium) dat is vernoemd naar de moeder van Caligula, Agrippina. Het fort in kwestie is opgegraven bij de huidige kerk en een van de best-bewaarde militaire nederzettingen uit de Oudheid. Even stroomopwaarts is de opgraving van het Marktveld, waar onder meer 145 graven zijn gevonden.

Die mensen waren niet gecremeerd maar onverbrand begraven. Dat is geen standaardpraktijk maar is ook niet heel uitzonderlijk. Wat wél uitzonderlijk is, is dat er 114 kindergraven bij waren, waarvan negentig zuigelingen. En dat klopt niet. Als je 145 graven hebt, zou je volgens de antieke mortaliteitsstatistieken ruwweg evenveel baby’s als kinderen als volwassenen moeten vinden. Van alle mensen werd ruwweg een derde maximaal één, werd een derde maximaal twaalf en werd een derde volwassen. In plaats daarvan stierf drie vijfde in het eerste levensjaar.

Lees verder “Zuigelingensterfte”

Herlevingswonderen

O.L.V. Sterre der Zee, Maastricht

Eén van de wetenschapsjournalisten met wie ik vrijdag in Maastricht werd rondgeleid, was Herman Clerinx, wiens boek Een paleis voor de doden ik een maand of twee geleden heb gelezen. Het was een leuk toeval kennis met hem te kunnen maken, zo kort nadat ik zijn boek had besproken in het NRC Handelsblad. Hij vertelde me dat hij nu bezig was met een boek over de Kelten en attendeerde me op een andere publicatie van zijn hand, een artikel over “herlevingswonderen”.

Daar had ik nog nooit van gehoord, maar het gaat om een intens-menselijk stukje van de rooms-katholieke traditie. In de voorindustriële tijd, toen gezonde voeding en goede hygiëne niet vanzelfsprekend waren, was de zuigelingensterfte immens – ik zal er binnenkort over bloggen – en werden ook veel kinderen dood geboren. Was dat al verschrikkelijk voor de ouders, het werd nog erger doordat de kerk verbood ongedoopte kinderen te begraven in gewijde aarde. De baby werd dan bijgezet te midden van moordenaars en andere mensen die hun plaats in het Koninkrijk hadden verspeeld. Niet bepaald troostrijk.

Lees verder “Herlevingswonderen”

Erotion

children_louvre
Spelende kinderen (Louvre)

Het bewerken van steen is niet eenvoudig, en daarom bevatten Romeinse inscripties allerlei afkortingen. Makkelijk voor de steenhouwer, en een mooie bezuiniging voor de opdrachtgever. Eén van die afkortingen, alleen gevonden in grafschriften, is STTL, sit tibi terra levis, “moge de aarde licht voor je zijn”.

Ik weet het niet zeker, maar ik denk dat “aarde” hier moet worden opgevat als een verwijzing naar het hiernamaals: “moge het verblijf in de Onderwereld je niet te zwaar vallen”. (Deze stijlfiguur heet metonymie.) De Romeinse dichter Martialis gebruikt de woorden echter letterlijk in het grafschrift voor Erotion, een meisje dat vermoedelijk de dochter was van twee van Martialis’ slaven.

Lees verder “Erotion”