Clodia Pulchra, de Palatijnse Medeia (1)

Een Romeinse dame, niet per se Clodia Pulchra (Museum van Palestrina)

Bijna alles wat we weten – of beter: bijna alles wat we dénken te weten – over Clodia Pulchra komt uit een beroemde toespraak van Marcus Tullius Cicero: Voor Caelius ofwel Pro Caelio. De Romeinse redenaar heeft Clodia gered van de vergetelheid waarin zoveel Romeinse vrouwen zijn beland, maar daarmee is dan ook alles gezegd. Zelf zal ze niet blij zijn geweest met de toespraak, want Cicero haalt haar naam op de verschrikkelijkste wijze door het slijk. Dat doet hij ook in zijn brieven. De weinige andere informatie die we over Clodia hebben, maakt het er niet beter op. Zodoende heeft ze door de eeuwen heen gegolden als een van de meest losbandige vrouwen uit het oude Rome.

Maar toch: aan de hand van Voor Caelius kunnen we aspecten van haar levensloop reconstrueren. Weliswaar altijd in relatie tot de mannen met wie ze te maken had, maar dat is tenminste iets. En soms kunnen we haar enig recht doen. Meer recht dan haar mannelijke tijdgenoten haar gunden.

Marcus Caelius Rufus

Om Voor Caelius te begrijpen, moeten we eerst iets weten over de achtergrond waartegen Cicero zijn oud leerling Marcus Caelius Rufus verdedigde. Hij hield deze rede in het voorjaar van 56 v.Chr., toen de vriendschap wat bekoeld was geraakt.

Caelius had zich namelijk ingelaten met Lucius Sergius Catilina, een revolutionaire politicus wiens aanhangers in 63 op last van Cicero, op dat moment consul, standrechtelijk waren terechtgesteld. Na deze affaire was Caelius enige tijd in de luwte in Afrika gebleven, maar daarna probeerde hij in Rome opnieuw naam te maken. Hij had bijvoorbeeld in 59 v.Chr. Cicero’s collega-consul Gaius Antonius Hybrida aangeklaagd en de zaak gewonnen, hoewel deze toch had beschikt over een uitstekende advocaat – Cicero zelf.

Er waren sindsdien wat spanningen tussen de twee mannen. Desondanks nam Cicero de verdediging van zijn oud-leerling op zich toen deze werd verdacht van betrokkenheid bij een moord. De zaak was complex. De aanleiding ook.

Dion van Alexandrië

In 58 v.Chr. was koning Ptolemaios XII de Fluitspeler uit Egypte verdreven en naar Rome gevlucht, waar hij hoopte steun te vinden om zijn troon te herwinnen. De Alexandrijnen zagen zijn terugkeer echter absoluut niet zitten en stuurden daarom de filosoof Dion van Alexandrië naar Italië, samen met honderd man, om in Rome de zaak te bespreken. Al in Puteoli, niet ver van Napels, werd het gezantschap lastiggevallen. Dat was een van de zaken waarvoor Caelius in de rechtbank moest verschijnen.

Ptolemaios XII de Fluitspeler (Louvre, Parijs)

Eenmaal in Rome had Dion verbleven in het huis van Lucius Lucceius. Volgens de aanklagers zou Caelius goud hebben aangenomen om de slaven van Lucceius om te kopen en de ambassadeur te vergiftigen. Dat was een tweede aanklacht. En nu wordt het complex.

Vrijwel zeker zat Ptolemaios achter de moordpoging. Even zeker had Caelius geen enkele rol. Hij had echter ooit een rechtszaak aangespannen tegen Lucius Calpurnius Bestia en die verloren. Dat had Caelius er niet van weerhouden Bestia nog een keer voor het gerecht te dagen. De geadopteerde zoon van Bestia, Lucius Sempronius Atratinus, wilde die zaak verhinderen en klaagde daarom Caelius aan. Met aanklachten die dus vrijwel zeker waren verzonnen.

De zaak diende op 4 april 56 v.Chr. De twee andere eisers waren Publius Clodius Pulcher (de broer van Clodia Pulchra) en Lucius Herennius Balbus.

Bent u er nog? We gaan zo verder.

[Een gastbijdrage van Lauren van Zoonen. Bedankt Lauren!]

Deel dit: