De evocatio van Koningin Juno

Koningin Juno (Villa Giulia, Rome; © Wikimedia Commons | gebruiker Giuseppe Savo)

In het zuiden van het historische centrum van Rome ligt de heuvel Aventijn. Het is tegenwoordig een rustige woonwijk waar betrekkelijk weinig oudheidkundig bodemonderzoek is verricht. Het is echter zeker dat in de buurt van de huidige kerk van Santa Sabina (een van de mooiste kerken van Rome) de oudste tempel heeft gestaan voor de godin die de Romeinen Koningin Juno noemden. Van oorsprong was zij een Etruskische godin die Uni heette; ze gold als zuster en echtgenote van Aplu ofwel Apollo.

Dit heiligdom was aan deze godin beloofd door de Romeinse veldheer Marcus Furius Camillus, toen deze aan het begin van de vierde eeuw v.Chr. op het punt stond de Etruskische stad Veii in te nemen. De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius heeft daarover het volgende te vertellen:

Toen trad de gezagvoerder, na de vogeltekenen te hebben waargenomen, naar buiten en gaf de soldaten de order zich te wapenen. “Onder uw leiding, Pythische Apollo,” sprak hij, “en bezield door uw goddelijke almacht, ga ik nu voorwaarts om de stad Veii te vernietigen; aan u wijd ik een tiende van de buit. En u, Koningin Juno, die nu in Veii woont, smeek ik om, wanneer wij hebben gezegevierd, met ons mee te gaan naar onze stad, die spoedig ook de uwe zal zijn en waar een tempel, uw verheven grootheid waardig, u zal ontvangen.”noot Livius 5.21.1-3; vert. F.H. van Katwijk-Knapp.

Dit gebed is een zogenaamde evocatio: de beschermgodin van de belegerde stad werd een betere tempel in het vooruitzicht gesteld en zo werd zij weggelokt naar de stad van de belegeraar. Het afstaan van een tiende van de buit aan de god Apollo in Delfi heeft er weinig mee van doen, maar het is interessant dat het gebeurde. De Romeinen lieten er een mengvat van maken, dat later nog te zien was in het Schathuis van de Massilioten.

Uni verhoorde Camillus’ bede en de Romeinen veroverden de stad:

Toen alle bezittingen van de mensen uit Veii waren weggehaald, maakten de Romeinen aanstalten om de eigendommen van de goden en de goden zelf te verwijderden, maar meer als vrome vereerders dan als rovers. Want er werden uit het hele leger jonge mannen uitgekozen, aan wie, nadat ze zich schoongewassen en in een wit gewaad gehuld hadden, de taak werd toevertrouwd Koningin Juno naar Rome over te brengen. Zij betraden eerbiedig de tempel en werden eerst door een heilige schroomweerhouden haar met de handen te beroeren, omdat volgens de Etruskische gewoonte slechts een priester uit een bepaalde familie haar mocht aanraken. Toen vroeg een van hen, uit goddelijke vervoering of om geestig te zijn: “Wilt u met ons meegaan naar Rome, Juno?”, waarop de anderen allemaal riepen dat de godin ja geknikt had. Later werd er nog bij verteld dat ze haar ook hadden horen zeggen dat ze mee wilde.

In elk geval vermelden de bronnen dat zij met werktuigen van geringe kracht van haar plaats is verwijderd, alsof ze zelf meewerkte, en dat ze licht en gemakkelijk te vervoeren was. Behouden kwam ze aan op de Aventijn, haar woning voor eeuwig, waarheen de gebeden van de Romeinse dictator haar hadden geroepen. Daar werd haar later een tempel gewijd door dezelfde Camillus die hem had beloofd.noot Livius 5.22.3-7; vert. F.H. van Katwijk-Knapp.

Het heiligdom is herbouwd ten tijde van keizer Augustus, maar wordt daarna niet meer genoemd in onze bronnen. Ik ben niet op de hoogte van archeologische resten van deze tempel, maar ik heb weleens gelezen dat de zuilen uit het heiligdom zijn gerecycled in de Santa Sabina. Dat kan best waar zijn. Ik weet het niet.


De Thraciërs (3)

februari 25, 2026
Deel dit:

2 gedachtes over “De evocatio van Koningin Juno

  1. Dirk Zwysen

    Carandini doet een suggestie in zijn Atlas of Ancient Rome. Net onder en ten zuiden van de Santa Sabina zijn de resten gevonden van een tempel uit de 4de eeuw. Op basis van een tufstenen fundament en twee zuilen reconstrueert hij een kleine tetrastyle tempel op een hoog podium.

    In 207 sloeg de bliksem op de tempel in, wat ten tijde van Punische dreiging niet veel goeds kon betekenen. Vijfentwintig matrones probeerden het onheil af te wenden met een offer op Juno’s altaar. Om helemaal zeker te zijn bestelden de priesters een lied voor de Koningin bij Livius Andronicus dat een processie met zeventwintig dansende maagden en twee koeien moest opluisteren. Voor de koeien was de tempel het traditionele eindpunt.

    Het gebouwtje werd in de eerste eeuw uitgebreid met een portico waarvan nog enkele delen, onder andere een Ionisch kapiteel, resten.

    Onder Augustus werd de kleine tempel afgebroken. Enkele delen werden geïncorporeerd in muren die dienden als fundament voor het ophogen van het gebied. Men bouwde een nieuwe, grotere tempel net iets ten noordwesten. Hiervan zouden resten in opus quadratum vandaag deel uitmaken van de muur van de Santa Sabina. In de 16de eeuw tekende Giovanni Antonio Dosio enkele nog zichtbare overblijfselen van een tempel, waaronder fragmenten van een fries met krijgers aan een feestmaal.

    De vierentwintig zuilen van de Santa Sabina zouden kunnen komen uit deze tempel, net als de een marmeren doorgang in de kerk en een troon met fabeldieren.

    Het standbeeld op de foto bij dit stukje toont geen zachtmoedige Regina Caeli, zoals katholieken die kennen. Dit is het ietwat zure gezicht van de godin wiens onverzoenlijke haat Aeneas zo lang zou achtervolgen.

Reacties zijn gesloten.