Confucius 6: De vijf kernwaarden (1)

Geleerde Chinezen in gesprek (Han-periode; Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

[De komende tijd zal Kees Alders enkele blogseries schrijven over de antieke Chinese en Indische filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over China stond daar. Hier is het zesde blogje uit de tweede reeks over China: over Confucius. De introductie las u hier.] 

De confuciaanse ethiek wordt vaak omschreven door middel van vijf kernwaarden. Deze systematisering is in de Analecten nog niet aanwezig, en stamt uit de latere traditie. Desondanks komen de kernwaarden al wel in de Analecten voor, en het is handig om ze te benoemen om de ethiek van het vroege confucianisme te begrijpen.

Gedragsregels (Li)

Met de eerste en bekendste kernwaarde van het confucianisme hebben we in de vorige afleveringen al kennis gemaakt. Dit is Li: het leren en leren praktiseren van de juiste gedragsregels, rituelen en etiquette van de samenleving, en het respecteren van de sociale rollen en normen.

Het woord Li betekent oorspronkelijk ritueel, maar in de Confuciaanse filosofie wordt het iets dat veel breder is slechts een “ritueel”. Het kan refereren aan alledaagse gedragsregels en de sociale harmonie, maar refereert ook naar wetten en de constitutie van de staat.

Wie zondigt tegenover de gedragsregels doet niet alleen de maatschappelijke orde schade aan, maar ook zichzelf. Hij verliest het respect van zijn medemensen, en daarmee zijn eigen potentie om iets te worden en te bereiken in het leven.

De gedragsregels zijn dus niet alleen een manifestatie van de menselijke beschaving, ze zijn ook de beste manier om jezelf te ontwikkelen. Je kan jezelf alleen maar ontwikkelen ten dienste van de samenleving. Het belangrijkste is dat wij onszelf met respect voor de ander en zijn of haar sociale rol proberen blijven gedragen. Alleen op die manier kunnen we onze eigen rol in het leven vinden, en kunnen we in harmonie leven met onze medemensen in de samenleving.

Oprechtheid (Xin)

Het gaat hierboven echter niet om holle omgangsvormen. Je moet ook menen wat je doet! De gedragsregels kunnen niet zomaar opgevolgd worden, ze moeten diep gevoeld en doorleefd worden. Uiteindelijk  ontstaat de sociale orde namelijk niet uit regels en voorschriften, maar uit de juiste intenties en concreet gedrag.

Oprechtheid is dus key. Een confuciaanse wijze is bescheiden, maar doet niet aan valse bescheidenheid. Hij is respectvol, maar niet kruiperig. Hij meent wat hij zegt en doet. En hij zegt wat hij denkt en hij doet wat hij zegt. Hij komt zijn beloftes altijd na. Door deze oprechtheid is de confuciaanse mens door en door betrouwbaar, en daardoor gaan  de mensen hem ook vanzelf vertrouwen.

Menselijkheid (Ren)

Het belangrijkste concept van de Confuciaanse filosofie is “Ren”, dat te vertalen is als “naastenliefde”, “medemenselijkheid” en “empathie”. Confucius wordt niet moe te benadrukken dat dit de kern van zijn leer is.

Iemand die medemenselijk is, is allereerst eerlijk over zijn eigen tekortkomingen, twijfels en onzekerheden, tegenover anderen, maar ook tegenover zichzelf. Iedereen maakt immers fouten, niemand is onfeilbaar. Erkenning dat jij ook zelf feilbaar bent, maakt je milder voor de fouten van anderen en helpt je om medemenselijk te zijn.

Medemenselijkheid houdt dan ook vergevingsgezindheid in. Omdat mensen nu eenmaal niet perfect zijn maakt iedereen fouten, ook degene die werkelijk probeert een goed mens te zijn. Daarom kunnen we onze medemensen alleen maar vergevingsgezind tegemoet treden.

Geef mensen nooit op. Erken dat ook minderwaardige mensen soms iets goeds kunnen zeggen of doen. Verwerp wat iemand zegt dus niet op grond van wie die persoon is. Houd altijd een open en eerlijke houding tegenover je medemens.

Iemand persoonlijk aanvallen omdat hij een ander gezichtspunt heeft, geeft alleen maar narigheid. Bekritiseer argumenten, maar respecteer de persoon. En beoordeel andere mensen liever op hun daden dan alleen op hun woorden. Wat iemand doet is belangrijker dan wat hij zegt. Een hoogstaand mens richt zich bovendien niet op roddels en laster, en trekt zich er zelf ook niets van aan.

Een medemenselijk persoon is uiteraard niet egoïstisch. Hij denkt vanuit het belang van iedereen, wetende dat hij ook zelf daar het meest wel bij vaart. Een medemenselijk persoon is ambitieus, maar niet competitief. Hij helpt de mensen om zich heen om dat te bereiken wat hij zelf ook graag zou bereiken.

In de Confuciaanse filosofie vinden we dan ook een heel vroege (zo niet de vroegste) formulering van de “gulden regel”: behandel anderen zoals je zelf behandeld zou willen worden. In de Analecten wordt dit overigens negatief geformuleerd als “wat jij niet wilt dat jou geschiedt doe dat ook een ander niet”. Deze regel lijkt algemeen menselijk te zijn: we vinden haar terug in alle belangrijke religies en filosofieën.

Het zou echter een misvatting zijn te denken dat iemand die medemenselijk is in totale zelfopoffering leeft, en alles over zijn kant zou laten gaan. De volgende keer kijken we naar Rechtvaardigheid en Wijsheid.

[Deze gastbijdrage van Kees Alders wordt ook morgenochtend weer vervolgd. Dank je wel Kees!]

Deel dit:

3 gedachtes over “Confucius 6: De vijf kernwaarden (1)

  1. Kees Voorburg

    Beste Kees,

    M.b.t. Li:

    In het westerse rechtssysteem is een verdachte formeel onschuldig tot het tegendeel bewezen is en is waarheidsvinding prioriteit (in theorie); een zeer goede, maar uitzonderlijke regel/wet. In menig samenleving, vroeger en nu (soms ook in de onze *), is een verdachte sowieso schuldig aan het verstoren van de maatschappelijke orde; er is een kind vermoord en dus moet iemand, teneinde die orde te herstellen, worden opgehangen, bij voorkeur de dader. In (m.n.) de Chinese rechtspraak valt op dat dat herstel, door bijvoorbeeld een bekentenis, prioriteit heeft boven waarheidsvinding. Ga ik te ver als ik denk dat dit een geperverteerd restant van Li is?

    Denk aan de Schiedammer parkmoord (was destijds één nanoseconde voor de doodstraf; niet voor de dader, maar voor de kinderpsych die de langdurige psychologische marteling van het overlevende jongetje verantwoord achtte).

    1. Daar kom je met iets dat ik nog niet wist, dus ik kan je vraag niet beantwoorden vrees ik. Li is een veel voorkomend begrip in de Chinese filosofie, maar welke uitwerking het heeft hangt nogal af van de discipline. Confucius zelf was niet zo van de kosmische evenwichten. Maar in zijn tijd waren zware lijfstraffen wel in zwang, en ik maak me niet zoveel illusies over de rechtsstaat.

  2. Kees Voorburg

    Hm… Laatste alinea is een voetnoot bij “(soms ook in de onze*)”. Asterisk is weggevallen.

Reacties zijn gesloten.