De slangenzuil van Delfi

De sokkel van de slangenzuil in Delfi

Eind september 480 v.Chr. versloegen de Griekse schepen de Perzische in de zeeslag bij Salamis. Hiermee lijken de Perzen, die probeerden de Griekse stadstaten te onderwerpen, hun overmacht ter zee te hebben verloren, al moet hierbij meteen worden aangetekend dat onze belangrijkste bron, Herodotos, eveneens vertelt dat het Fenicische eskader wegvoer. We weten niet waarom dit gebeurde, maar het kan weleens belangrijker zijn geweest dan de roemruchte zeeslag.

In elk geval werd het voor de Perzen moeilijk hun landleger voldoende te steunen. In de zomer van 479 slaagden de Grieken er in een zenuwenoorlog in Boiotië in ook de Perzische cavalerie en infanterie terug te drijven. Na deze slag bij Plataia vielen de Grieken nog allerlei Perzische posities aan, culminerend in de val van Eïon, mogelijk het belangrijkste Perzische fort in Europa. De Grieken vierden hun overwinning met een monument in Delfi.

Lees verder “De slangenzuil van Delfi”

De Kastalische Bron

De Kastalische Bron

De Kastalische bron in Delfi bevindt zich niet in het eigenlijke heiligdom van Apollo zelf, maar een eindje vóór de hoofdingang tot het tempelcomplex. Volgens Euripides’ toneelstuk Ion gingen de bezoekers van het orakel eerst naar deze bron om zich ritueel te reinigen. Het wassen van het haar was daarbij voldoende. Alleen moordenaars moesten zich van top tot teen wassen.

Het bronwater diende ook om de tempel van Apollo te besprenkelen. Het kwam van de twee rotsen die bekend stonden als de Faidriades en stortte zich als een beekje naar beneden, om zich onder Delfi te voegen bij de rivier de Pleistos. Volgens de Griekse schrijver Pausanias was het water heerlijk van smaak.

Lees verder “De Kastalische Bron”

Levenswijsheden

Klearchos’ insciptie in Ai Khanum

Ergens in de eerste helft van de derde eeuw v.Chr. arriveerde in Delfi een reiziger die, zoals in een orakel gebruikelijk was, advies kwam vragen van de godheid. De man stelde zich voor als Klearchos en trok de aandacht, want hij sprak een wat ouderwets soort Grieks. Hij kwam uit Baktrië, zei hij, op de uiterste oostelijke grens van de bekende wereld. En zijn stad, waarvan we de antieke naam niet weten, had hem gezonden om Apollo te vragen wat volgens hem het beste was voor de stad.

Stel je het gesprek onder het tempelpersoneel voor! De orakelpriesteres, de pythia, zou in trance wel wat klanken stamelen, dat was het probleem niet, en er viel altijd wel een gedichtje van te brouwen, maar wat adviseerde je in vredesnaam aan iemand die iets van 5500 kilometer had gereisd en afkomstig was uit een stad waarvan ze in Delfi totaal niet wisten wat er speelde? Moesten ze waarschuwen voor de Saken die daar in de buurt woonden? Of waren dat nu net de vrienden van de Baktriërs? Uiteindelijk zal een van de aanwezigen hebben geopperd om maar wat oude maximen mee te geven.

Lees verder “Levenswijsheden”

Kleobis en Biton

Kleobis en Biton (Delfi)
Kleobis en Biton (Delfi)

Aan het begin van zijn eerste boek vertelt Herodotos over de gelukkige regering en uiteindelijk ondergang van de spreekwoordelijke koning Kroisos. Hij gebruikt het om alle thema’s van zijn werk te introduceren, alsof dit de prelude is tot een groot muziekstuk. Eén daarvan is de aard van het menselijk geluk. Dat is volgens Herodotos altijd tijdelijk en dat betekent dat het lot van koningen, wier lot immers grote invloed heeft op dat van hun volk, ons allemaal zou moeten aangaan.

Herodotos presenteert een fictief gesprek tussen Kroisos, de rijke en gulle maar niet al te schrandere Aziaat, en de wijze Solon, een van de Griekse zeven wijzen. Kroisos wil horen dat hij de gelukkigste van alle mensen is, maar Solon aarzelt. De gelukkigste mens over wie hij ooit hoorde, zo zegt hij, was een zekere Tellos, die al zijn kinderen én kleinkinderen gezond zag opgroeien en bovendien een eervolle dood stierf in een zegevierend leger. Krosos wil dan weten wie de op één na gelukkigste mens is. Hier is het antwoord van Herodotos’ Solon:

Lees verder “Kleobis en Biton”