De uitspraak van “Caesar”

De naam Caesar gespeld als Caisar verraadt de uitspraak.

Waarom wordt de naam Caesar soms uitgesproken met /ts/ en /e/ aan het begin (‘Tsesar’) en soms met /k/ en /ai/ (‘Kaisar’)? En Cicero soms met /ts/ of /s/ aan het begin (‘Tsitsero’ of ‘Sisero’), soms met /k/ (‘Kikero’)? Hoe kunnen we weten hoe de Romeinen destijds spraken, we hebben toch geen opnames uit die tijd?

Dat is waar natuurlijk, maar we kunnen desondanks de uitspraak tot op zekere hoogte reconstrueren. Zo is de naam Caesar in verschillende moderne talen overgenomen als term voor de hoogste heerser, namelijk als ‘keizer’ in het Nederlands en als ‘tsaar’ in het Russisch. Uit de zeer verschillende spelling en uitspraak blijkt dat de termen in beide gevallen in zeer verschillende perioden werden overgenomen. Toen de Germanen het woord ‘keizer’ overnamen, werd Caesar door de Romeinen blijkbaar nog met /k/ en een tweeklank uitgesproken. Toen de Russen het woord overnamen, werd het uitgesproken met /ts/ en een eenvoudige klinker.

Grieks alfabet

Dit kunnen op zichzelf ook interne ontwikkelingen in de moderne talen zijn geweest, maar er zijn nog andere aanwijzingen. Zo schreven de Grieken in de Romeinse tijd ook over Caesar en Cicero. Aangezien zij een ander alfabet hadden, moesten zij beslissen met welke letters zij de naam goed konden weergeven. Plutarchus en andere tijdgenoten schrijven consequent Καισαρ (Kaisar) en Κικερων (Kikeron), niet iets met τσ (ts) of ζ (z) aan het begin en η (è) of ε (e) in plaats van ai.

Inscripties

Inscripties kunnen ons ook helpen bij het onderzoek naar de uitspraak. Aangezien inscripties rechtstreeks uit de Romeinse tijd stammen en niet zijn overgeleverd door meervoudig kopiëren zoals bij literaire teksten het geval is, kunnen zij achteraf niet zijn gecorrigeerd. Variaties in de spelling kunnen ons dus aanwijzingen geven over de uitspraak. Zo werd de titel Caesar in de vroege keizertijd ook geschreven als Caisar. Op een inscriptie uit 51/54 na Chr. (zie boven) zien we linksonder Caisaris geschreven. Het kan natuurlijk zijn dat hier een poging is gedaan om een oude stijl te imiteren, maar toch moeten de Romeinen op een gegeven moment /ai/ uitgesproken hebben en niet /e/.

Uit latere eeuwen vinden we inscripties waarin Cesar met een /e/ werd geschreven, dus het lijkt erop dat de uitspraak daadwerkelijk is veranderd. Een tweeklank werd een eenvoudige klinker.

Wastafeltjes

In Pompeii zijn wastafeltjes gevonden, alle daterend uit de eerste helft van de eerste eeuw na Chr. Het gaat om een archief van een bankier. Hier zien we dus alledaagse taal en geen teksten volgens een literaire standaard. Ook al deden de schrijvers hun best om correct te schrijven, toch schrijft één persoon altijd Cessar in plaats van Caesar, dus met een /e/.

Literaire hints

Auteurs uit de oudheid noteerden zelf ook iets over de uitspraak wanneer zij verbaasd over iets waren of grapjes wilden maken. Zo zegt Varro, een auteur uit de eerste eeuw voor Christus, over de uitspraak van het woord haedus (‘bok’):

In Latio rure hedus, qui in urbe ut in multis a addito haedus.

in Latium op het platteland “hedus”, wat in de stad “haedus” is met een a ervoor, zoals gewoonlijk het geval is. (Varro ling. 5, 97)

Op het platteland lijkt de overgang van /ae/ naar /e/ eerder te hebben plaatsgevonden dan in de stad. Grappen kunnen ook aanwijzingen geven voor verschillen in uitspraak:

Cecilius pretor ne rusticus fiat.

De pretor Cecilius moet oppassen geen boer te worden. (Lucilius 1130)

Blijkbaar wordt de praetor Caecilius hier bespot omwille van zijn uitspraak: in plaats van praetor Caecilius schrijft Lucilius, een auteur uit de tweede eeuw v.Chr., pretor Cecilius, vermoedelijk omdat deze laatste zelf zo sprak.

Conclusie

Uit verschillende aanwijzingen kunnen we dus concluderen dat /ae/ oorspronkelijk werd uitgesproken als /ai/, maar dat de uitspraak geleidelijk veranderde in /e/. Over de letter /k/ hebben we veel minder bewijzen, maar gezien de ontwikkelingen in de Romaanse talen moet de uitspraak in bepaalde gevallen veranderd zijn van een /k/ zoals in “kat” in een /ts/. Deze ontwikkeling heeft zich waarschijnlijk pas zeer laat voorgedaan, mogelijk in de zesde eeuw n. Chr. Hoe dan ook, in de tijd van Caesar en Cicero was de uitspraak die als ‘correct’ werd beschouwd ‘kaisar’ en ‘kikero’. En aangezien op school vooral het Latijn van hun tijd wordt gelezen, is deze uitspraak ook vandaag gangbaar geworden.

[Oorspronkelijk door Josine Schrickx gepubliceerd op de beëindigde website Grondslagen.net. Meer over deze materie hier.]

Deel dit:

6 gedachtes over “De uitspraak van “Caesar”

  1. Juliadrusilla

    De Italiaanse vriendin van mijn moeder protesteerde altijd hevig als ik het over ‘kaisar’ en ‘kikero’ had.
    Zij beschouwde het Latijn als een directe voorloper van het Italiaans.

  2. Rob Alberts

    Interessant verhaal.
    Mijn docent Engels vertelde ooit dat de uitspraak van Oud-Engels terug te horen is in de huidige spelling van het Engels.
    Terwijl wij in Nederland onze spelling maar blijven veranderen.

    Vriendelijke groet,

  3. De correcte uitspraak van het Latijn is volgens mij niet van groot belang voor de uitspraak van die Latijnse namen in het Nederlands: wij zeggen Sezar, Sisero en Drusus, zoals wij ook – bij voorbeeld – in Moskou en Oeral de klemtoon op de eerste lettergreep leggen. Kaisar zou ik in het Nederlands een beetje pedant vinden.

      1. Een Romeins gedicht lees je toch voor in het Latijn? Als je daar de uitspraak van redelijk van kan benaderen moet je dat zeker niet laten, en in dit stukje staan daarvan heel leuke voorbeelden. Ik heb alleen maar willen zeggen dat je dat niet moet doortrekken naar hoe je die namen in het Nederlands uitspreekt.

Reacties zijn gesloten.