De uitspraak van het Latijn

Afgietsel van een inscriptie uit Delfi met de Griekse spelling van de Latijnse titel “Caesar” (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

In de reeks video’s waarin ik mensen spreek over de vraag hoe oudheidkundigen weten wat ze weten, is inmiddels ook – na het filmpje waarin Hein van Dolen de Lachmannmethode uitlegt – de tweede aflevering online: Casper Porton van Addisco legt uit hoe classici weten hoe het Latijn vroeger uitgesproken is geweest. Als u meer wil weten, leest u hier meer.

MoM | De uitspraak van Latijnse woorden

Het standbeeld van Ambiorix in Tongeren. Ik zeg dit er voor de zekerheid even bij: dit is dus een negentiende-eeuwse reconstructie en de Belgische held zal er in het echt heel anders hebben uitgezien.

Een kort blogstukje vandaag, ingegeven door een lezersvraag: hoe weet je eigenlijk hoe je antieke naam uitspreekt? Het gaat nu niet om zaken als de uitspraak van de Latijnse letter C, die in de klassieke periode klonk als /k/. Cicero heette dus Kikero. Het gaat vandaag om iets anders, om het accent, dus de lettergreep die je (althans als Nederlanders Latijnse woorden uitspreken) iets harder uitspreekt dan de andere.

Eén van de voornaamste methoden om vast te stellen waar het accent ligt, is het metrum van gedichten. Maar de twee namen waar het om gaat, Noviomagus en Ambiorix, komen niet voor in antieke poëzie. Gelukkig hebben we voldoende Latijnse gedichten om de hoofdregels vast te stellen: als een woord meer dan twee lettergrepen heeft, wordt de voorlaatste lettergreep benadrukt als die een lange klinker heeft, en anders schuift het accent naar de voorvoorlaatste lettergreep. (Lange lettergrepen zijn het simpelst te herkennen aan het feit dat je ze schrijft met twee letters, zoals ae, of doordat ze worden gevolgd door twee medeklinkers.)

Lees verder “MoM | De uitspraak van Latijnse woorden”

Heel oud Latijn

Inscriptie, gevonden onder de Zwarte Steen (Nationaal Museum, Rome)

Het Romeinse forum is een van de interessantste opgravingen die ik ken. De vondsten dateren vanuit de IJzertijd tot en met de huidige dag en de opgraver moet er rekening mee houden dat er – zoals overal natuurlijk – ook nog moedwillig dingen zijn weggehaald. Het Senaatsgebouw, dat er tegenwoordig uitziet als een bakstenen schoenendoos, had een eeuw geleden nog een decoratie van marmer en stucwerk die in opdracht van Mussolini is verwijderd: hij wilde een zakelijk gebouw, passend bij de geest van het fascisme.

Een andere complicatie is dat er allerlei teksten zijn, die enerzijds waardevolle informatie bieden, maar die we anderzijds niet kunnen evalueren. Aan het begin van de jaartelling wisten de Romeinen dat bepaalde huizen stonden op de plek waar ooit het koninklijke paleis had gestaan en archeologen hebben op die plek grote, oeroude woningen gevonden uit de Koningstijd (zevende tot en met zesde eeuw v.Chr.), maar we hebben geen idee of de herinnering een half millennium later correct was. Was dit een paleis? We weten het niet.

Lees verder “Heel oud Latijn”

Land van Latijn

Twee nagebouwde lectrijnen

Franeker telt drie stinsen: de huizen waar ooit de voornaamste Friese families woonden. In een ervan zit tegenwoordig een bakkerij, een tweede wordt verbouwd en in de derde, de van rond 1500 daterende stins van de familie Martena, vindt u het stadsmuseum. Het is drie minuten lopen van het planetarium en bezit een aardige collectie schilderijen, een halve zolder gewijd aan de zeventiende-eeuwse geleerde Anna Maria van Schurman, een zaal met “Franeker verhalen”, een zeventiende-eeuwse keuken, een zaal met achttiende-eeuwse wandschilderingen, een mooie tuin en een halve zolder met mechanische meesterwerken.

Momenteel is in het Martenamuseum de expositie “Land van Latijn”, gewijd aan de Latijnse wereld die ooit in Franeker heeft bestaan, toen de stad nog een universiteit bezat. Opgericht in 1585 was het de op één na oudste van Nederland. Er was een befaamde protestantse theologische opleiding die studenten trok vanuit heel Europa – het filmpje waarmee de tentoonstelling begint noemt bijvoorbeeld de Hongaren. Docenten en studenten spraken onderling Latijn, dat in de zeventiende en vroege achttiende eeuw de positie had die het Frans, het Duits en het Engels daarna zouden bezitten: dé academische voertaal die internationale uitwisseling van ideeën mogelijk maakte.

Lees verder “Land van Latijn”

Filmen in Leiden

Ruim een jaar geleden kondigde ik aan dat Livius (de vennootschap waar ik lid van ben) een reeks korte filmpjes wilde maken om uit te leggen hoe oudheidkundigen weten wat ze weten. Een soort “Methode op maandag” dus, maar dan in een ander medium. Een wetenschap die haar methoden niet uitlegt, lijkt immers geen methode te hebben, trekt dus amateurs aan, is niet in staat een overtuigend weerwoord te bieden aan kwakhistorici en kan niet langer spreken met het gezag dat nodig is om de samenleving adequaat te informeren. We hebben al twee draaidagen gehad en gisteren was de derde.

En zo zat ik – letterlijk, zie boven – zondag in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden voor een interview met Casper Porton van Addisco. Hij legde uit hoe taalkundigen de klanken van het oude Latijn reconstrueren. Ik heb zelden een zó gemakkelijk interview afgenomen. Handig was dat er een inscriptie aan de muur hing waar een spelfout in zat: het soort dingen dat helpt bij de reconstructie van de uitspraak.

Lees verder “Filmen in Leiden”

NWA: Ingewikkelde oude talen

Manuscript van Caesars Gallische Oorlog (Biblioteca Nazionale, Napels)
Manuscript van Caesars Gallische Oorlog (Biblioteca Nazionale, Napels)

[In onze reeks rond de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) komt vandaag een vraag aan de orde over een onderwerp waar ik zelf te weinig van weet om er veel zinvols van te zeggen. Daarom geef ik het estafettestokje vandaag door aan Suzanne Adema, een classica die werkzaam is aan de VU en UvA. Dank je wel Suzanne!]

Hoe komt het dat de grammatica van oude talen, zoals Grieks en Latijn, ingewikkelder is dan die van moderne talen, zoals Nederlands en Engels?

En de toelichting:

Sinds de opkomst van de eerste beschavingen en de uitvinding van het schrift is de maatschappij steeds complexer geworden. Hierdoor is ook het belang van goede communicatie toegenomen. Hoe is het dan te verklaren dat de voornaamste vorm van communicatie, onze taal, steeds simpeler wordt? We gebruiken geen naamvallen meer, geen mannelijke of vrouwelijke woordvormen meer, nog maar weinig verschillende werkwoorduitgangen. Hoe komt dat?

Lees verder “NWA: Ingewikkelde oude talen”

Latijn voor beginners

brandaan
Sint-Brandaan

Een tijdje geleden vroegen de Livius-cursisten mijn schooltje eens iets te doen met de oude talen. Omdat het idee me aansprak, staat die cursus nu op het programma. Ook zonder er een gastspreker bij te halen is er genoeg over historische talen te vertellen, maar het scheen me toe dat de cursus incompleet zou zijn als er niet op een of andere manier “van binnenuit” naar werd gekeken, vanuit het perspectief van de sprekers. Nu is dat met dode talen wat lastig, maar gelukkig is het Latijn niet echt dood: er komen nog steeds nieuwe woorden bij, zelfs al is de ontwikkeling van de grammatica tot stilstand gekomen.

Het lag in de rede een classicus uit te nodigen, en niemand lag toen meer voor de hand dan Vincent Hunink, die enorm veel teksten heeft vertaald en dus een ruime ervaring heeft met het maken van de vertaalslag naar het grote publiek. Kortom, ik vroeg hem om een liefdesverklaring voor zijn vak, en dat was, zoals hij het afgelopen donderdag typeerde, an offer you can’t refuse. Het werd een geslaagde les.

Lees verder “Latijn voor beginners”