
Een nieuwe aflevering in de reeks faits divers, met deze keer – nou ja, faits divers dus.
Papyrologie
Dit is dus gewoon leuk: in Egypte is in 2022 bij de opgraving van de antieke stad Filadelfeia (in de Fayyum) een papyrus gevonden met achtennegentig regels van twee tragedies van Euripides, Polyeidos en Ino. Meer informatie hier.
Of dit belangrijk nieuws is, is een kwestie van smaak. Het is dataverwerving, en dat is geen nieuws. Astronomen melden het ook niet als ze een ster hebben ontdekt. Dataverwerving is slechts een voorwaarde voor wetenschap. Dankzij deze achtennegentig zinnen zullen wel nieuwe inzichten ontstaan maar geen nieuwe soorten inzicht. Dit is normale, gestaag voortgaande wetenschap, geen nieuwe wetenschap.
Tegelijk is het wel fijn eens te kunnen melden dat het in de papyrologie ook weleens gewoon goed gaat: dit komt uit een opgraving, we weten daardoor dat deze papyrus echt antiek is en classici kunnen ermee verder. Dat dit niet vanzelfsprekend is, bleek wel uit de Sapfo-fragmenten: ten overvloede herinner ik eraan dat vanaf de bekendmaking alles verkeerd ging, en dat zelfs de retractie een aanfluiting was. Samengevat & herhalend: de ontdekking van een kleine honderd regels Euripides is gewoon leuk.
[V]Andalusië
Een tijdje geleden noemde ik dat Andalusië is vernoemd naar de Vandalen, die er om en nabij twee decennia hebben gewoond, alvorens over te steken naar de Maghreb. Het gebied heette, schreef ik, daarom oorspronkelijk [V]Andalusië. Jeroen Wijnendaele attendeerde me erop dat de naam Andalusië pas veel later opduikt, ná de Visigotische tijd. Toen de Byzantijnen zuidelijk Spanje heroverden, stoften ze de oude naam Hispania af. Als ik het goed begrijp, is de eerste geschreven vermelding een Arabische munt uit 715: El-Andalus. De aanname is dus dat een woord drie eeuwen mondeling heeft gecirculeerd; daarvoor zijn parallellen, maar het blijft een hypothese.
Een alternatieve verklaring vond ik in Gods’ Crucible van David Levering Lewis, die oppert dat Al-Andalus een weergave is van *Landa-hlauts, een hypothetische Germaanse vertaling van het Latijnse sortes Gothica, wat zoiets wil zeggen als “de gebieden die aan de Goten zijn toegewezen”. De aanname bij deze theorie is dat de Visigoten, toen ze in de regio aankwamen, nog Germaans zouden hebben gesproken. Ik weet niet of dat waar is.
Kortom: twee theorieën die allebei een aanname veronderstellen. Bij wijze van afronding spring ik nog even van de hak op de tak. Het zijn immers faits divers. Dus ik noem nog even dat Wijnendaeles lang verwachte boek over koning Clovis binnenkort verschijnt. U bestelt het hier. En ik weet dat het een goed boek is omdat ik het al heb gelezen.
Tweetaligheid
De universiteit in Leuven heeft de sympathieke gewoonte van studenten te vragen of ze van hun scriptie een samenvatting willen maken die is te presenteren als een A4-tje of als een poster. Een voorbeeld dat ik erg leuk vond, is de poster van Nathan Van Hoof Hoefnagels. Hij onderzocht een kleine vierhonderd tweetalige grafschriften: Grieks-Palmyreens, Grieks-Frygisch, Grieks-Hebreeuws en Grieks-Egyptisch. Een leuke conclusie is dat het Griekse deel van het grafschrift meestal op de meer prestigieuze plek stond, bovenaan dus; hier werd ook de overledene geïdentificeerd. De religieuze formules waren dan weer vaker geschreven in de andere taal. Anders gezegd: als de nabestaanden de dode moesten voorstellen, deden ze het in de algemeen gesproken taal, maar de eigenlijke religieuze kant was toch meer “zoals het altijd was gegaan”.
Ik zou er een lief ding voor over hebben als we meer van dit soort posters zouden kunnen lezen.

“Toen de Byzantijnen zuidelijk Spanje heroverden”
Hier heb ik wel eens naar gezocht op internet, maar nooit iets kunnen vinden. Dus als er iets over bekend is wil ik er graag een blogstukje over lezen.
Ik ben me daar een beetje in gaan verdiepen toen ik erachter kwam dat Carthagena Byzantijnse muren had.
Ik weet helaas niet meer waar ik het vandaan heb, maar om Jona te stimuleren zo’n blogstukje te schrijven doe ik maar even een korte variant. Kan hij me mooi corrigeren.
Belisarius (we spreken dus over de tijd van Justinianus) heeft de vloot voor de kust van Zuid-Spanje gelegd en stimuleerde lokale leiders om in opstand te komen tegen het centrale Visigotische gezag. Toen die het vuile werk hadden opgeknapt heeft hij ze vriendelijk bedankt en belasting geheven, waarna de lokale leiders inzagen dat ze niet veel opgeschoten waren. De herovering heeft dan ook niet lang stand gehouden…
Volgens de Spaanse Wikipedia ontstonden er omstreeks 550 verschillende opstanden in het Visigotische koninkrijk. De Hispanoromaanse bevolking kwam in opstand in Cordoba, en binnen de Visigotische elite waren er strijdende partijen, waarvan er een de Byzantijnen te hulp riep. Die hielpen vervolgens vooral zichzelf. Omstreeks 575 was er weer een krachtig centraal gezag van Leovigild, dat wel een stukje heroverde maar er niet in slaagde de Byzantijnen weer te verdrijven. Pas in 625 lukt dat aan Suintila. Daarbij kan van belang zijn geweest dat de Visigoten in 589 van Ariaans Katholiek waren geworden. Het artikel blinkt niet uit door verwijzingen. De belangrijkste bron voor dit stukje is E.A.Thompson, The Goths is Spain, Clarendon 1969. Het is voor € 93,94 te koop bij BOL.com
Ah, dank je. De Engelse variant van Wikipedia is ook uitgebreid: https://en.wikipedia.org/wiki/Spania. Geen Belisarius dus waarschijnlijk 🙁 . Daar staat nog wel een interessant boek bij: Collins, R. (2004). Visigothic Spain, 409–711. Die naam heb ik wel vaker horen vallen.
Ja, in 550 stond Belisarius op non-actief. Na het schrijven van mijn bijdrage realiseerde ik met dat 625 valt in de periode dat Byzantium bijna kopje onder ging tegen de Perzen. Heraklios had grotere zorgen dan het meest westelijke deel van zijn rijk.