Een Griekse Eerste Openbaring van Jakobus

Een christelijke vrouw op een vierde-eeuwse Koptische grafsteen (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Na de dood van Jezus beriepen diverse groepen zich op zijn leer. Ze legden verschillende accenten. Eén groep concentreerde zich op Jezus’ uitleg van de Wet van Mozes. In deze joods gebleven groep christenen lijkt de tekst ontstaan die bekendstaat als de Didache; hier circuleerden ook eigen evangeliën, waarvan wat zinnetjes over zijn. Deze groep lijkt Jakobus in ere te hebben gehouden, Jezus’ in 62 geëxecuteerde broer. Zijn executie leidde tot een storm van protest onder de joodse leiders en de afzetting van de hogepriester. Dat bewijst dat Jakobus en zijn volgelingen golden als gewone joden.

Er waren meer groepen. Paulus haalde niet-joden bij het Verbondsvolk. Hier lag het accent op aanvaarding van Jezus als verlosser. De groep rond “de leerling die Jezus lief had” lijkt een vrij traumatische breuk te hebben gehad met andere joodse groepen. Hier was het accent gelegd op een platoonse uitleg van de relatie tussen hemel en aarde. We lezen over een Apollos, die ook aanhangers had. Weer iemand anders (we weten niet wie) vond leerlingen in Egypte, waar al snel een wonderlijke rijkdom aan nieuwe ideeën ontstond. Al deze groepen communiceerden met elkaar – om niet te zeggen dat ze ruzieden. Petrus zou op een of andere manier erkend zijn geweest als leider, maar ik verraad geen geloofsgeheim als ik zeg dat de brieven Paulus ruzie met Petrus documenteren.

Lees verder “Een Griekse Eerste Openbaring van Jakobus”

Goed nieuws over papyrologie!

Zomaar een mooie papyrus stuk perkament met een fragment van Euripides’ Melanippe (Neues Museum, Berlijn).

Goed nieuws over de papyrologie, is dat geen oxymoron, is dat geen contradictio in terminis? Kan er goed nieuws zijn over een vakgebied dat ten onder leek te gaan in de eindeloos repeterende crises rond Eerste-eeuwse Marcus en de Sapfo-fragmenten?

Er kan wel degelijk goed nieuws zijn en u leest het hier in detail: Dirk Obbink, die zwendelde met Marcus, die loog over Sapfo en die papyri stal uit de Oxyrhynchoscollectie, is veroordeeld. Hij moet zeven miljoen dollar betalen aan de Green-collectie.

Lees verder “Goed nieuws over papyrologie!”

De Green-collectie, het recht en zijn manke loop

Vrouwe Justitia (Trogir)

Langzaam komt het einde in zicht voor een van de schandalen die de oudheidkunde momenteel teisteren. En wat in zicht komt, oogt niet prettig: de doofpot. Het beste wat we momenteel mogen hopen, is dat de afwikkeling van deze affaire niet indicatief is voor wat gaat volgen. Er is echter weinig grond voor optimisme.

De Green-collectie

Korte inhoud van het voorafgaande: er lopen verschillende schandalen door elkaar. Eén: de Amerikaan Steve Green wilde een museum stichten dat bewees dat de Bijbel vrij letterlijk waar was en dat Amerika groot was geworden dankzij evangelische waarden. Dat was geen belangeloos voornemen. Er was ook een financieel oogmerk. Wie een antiek voorwerp koopt, afwacht tot de waarde is gestegen en dan schenkt aan een museum, heeft een belastingaftrekpost. Om de waardestijging te bespoedigen, betaalde Green oudheidkundigen om het materiaal te bestuderen. Als er een wetenschappelijke publicatie is, was zijn aankoop meer waard. Het schandaal is dat onderzoekers zich leenden voor prijsopdrijving.

Lees verder “De Green-collectie, het recht en zijn manke loop”

Krokodillentranen

Egyptische krokodil (Staatliche Museum Ägyptischer Kunst, München)

Er schijnt een spreekwoord te zijn – al heb ik het maar één keer gehoord en toen ook nog met de toelichting dat het een spreekwoord was – dat er geen beter vermaak is dan leedvermaak. Welnu, ik heb wat leedvermaak te bieden: de firma Hobby Lobby heeft een rechtszaak aangespannen tegen Dirk Obbink en eist zeven miljoen dollar terug.

Hobby Lobby is een andere naam voor de Green-collectie. Steve Green wilde graag een Museum voor de Bijbel openen in Washington – het is er inderdaad gekomen – en verzamelde daarvoor oudheden. Die kocht hij regelmatig aan via zijn bedrijf, Hobby Lobby, dat artikelen verkoopt voor mensen die houden van handwerken.

Lees verder “Krokodillentranen”

Geschiedenis van de Nederlandse papyrologie

Vorig jaar publiceerde ik mijn boekje over papyrologie, Bedrieglijk echt. Ik schreef het niet op een achternamiddag, want ik was begonnen met het verzamelen van documentatie toen het schandaal rond het Evangelie van de Vrouw van Jezus uitbarstte. Of ik destijds professor Klaas Worp al kende, herinner ik me niet. Wel weet ik dat hij ooit contact met me zocht in verband met een andere kwestie: een verzameling schrijfplankjes die we in Nederland prima hadden kunnen onderzoeken maar desondanks was gegaan naar Engelse onderzoekers. De Nederlandse archeologen hebben zich teveel afgezonderd van collega-oudheidkundigen om nog te weten welke expertise er is in eigen land.

Enfin. Klaas stortte sindsdien een waterval van filologische informatie over me uit. We zijn het overigens lang niet altijd eens. Hij neemt aan dat de Artemidorospapyrus echt is en ik denk dat het Italiaanse laboratoriumrapport (hoewel het een onvolmaaktheid bevat waarover ik nog zal schrijven) even vernietigend is als uitgebreid. Het is niet erg dat we elkaar niet overtuigen want juist als je het oneens bent, ga je overdenken wat je niet weet en kom je verder.

Lees verder “Geschiedenis van de Nederlandse papyrologie”

Het Geheime Evangelie van Marcus

Marcus (miniatuur van de Armeense miniaturist Momik; Noravank)

Als één ontdekking de titel “bizarste oudheidkundige vondst van de twintigste eeuw” moet krijgen, dan is het Geheime evangelie van Marcus een geschikte kandidaat. Deze tekst is uitsluitend bekend als citaat uit een brief van de vroeg-derde-eeuwse filosoof Clemens van Alexandrië aan een verder onbekende Theodoros. Die brief is verloren gegaan maar is in de achttiende eeuw in een Palestijns klooster overgeschreven op de laatste bladzijden van een zeventiende-eeuws boek. Dat is in 1958 gefotografeerd door de Amerikaanse oudheidkundige Morton Smith (1915-1991). Hij publiceerde de vondst in 1973. Het achttiende-eeuwse handschrift is voor het laatst gezien in 1983, toen ook nieuwe foto’s zijn gemaakt. Een poging in 2011 om het boek te traceren was succesvol maar op dat moment ontbraken de beschreven bladzijden. Hierdoor is een analyse van de inkt, die zou kunnen helpen bepalen of de tekst van de brief is geschreven in de achttiende eeuw, niet langer mogelijk.

Marcus in meervoud

De eerste, nog onbeantwoordbare vraag is dus of het achttiende-eeuwse handschrift inderdaad stamt uit die tijd. Als dit zo is, mogen we aannemen dat de brief van Clemens aan Theodoros ook echt is, hoewel het argument niet deugdelijker is dan dat we geen reden kunnen bedenken waarom iemand destijds zo’n vervalsing zou hebben gemaakt. De tweede grote vraag is wat Clemens precies citeert. Rond 200 n.Chr. circuleerden al allerlei teksten die dienden om de evangeliën aan te vullen en het is mogelijk dat Geheime Marcus is geschreven om het echte Evangelie van Marcus uit te breiden met informatie waaraan deze of gene groep christelijke gelovigen behoefte had. Het alternatief is dat het canonieke Marcusevangelie een uittreksel is van Geheime Marcus en dat de tekstvondst dus een van de alleroudste christelijke teksten is. Weer een andere mogelijkheid is dat de twee Marcus-teksten allebei teruggaan op een oudere bron, een Oer-Marcus.

Lees verder “Het Geheime Evangelie van Marcus”

De dag waarop de oudheidkunde een robuustere wetenschap werd

U ziet het verschil niet, maar er zijn hier twee kopiisten aan het werk geweest

Je hebt twee soorten nieuws. Enerzijds de dingen die dit jaar actueel zijn en straks vergeten zijn. Vijf jaar geleden was het voorpaginanieuws dat de gemeente Rotterdam voor een vermogen was opgelicht en was de Grexit nog actueel. Anderzijds de dingen die zachtjes op de achtergrond spelen, zoals het echte wetenschapsnieuws: een doorbraak, eenmaal geboekt, die resultaten oplevert waardoor onze kinderen en kleinkinderen meer zullen weten dan wij. Zulk nieuws is niet de waan van de dag, maar is wel het echte, feitelijke, werkelijk belangrijke nieuws.

Vanavond maken we het mee. Op het eerste gezicht is het wat banaal: onderzoekers van het Qumran-instituut in Groningen zijn erin geslaagd vast te stellen dat de Grote Jesaja-rol uit Grot 1 is vervaardigd door twee mensen die zó schreven dat het resultaat eenvormig was. De meeste qumranologen dachten dat er maar één kopiist aan het werk was geweest. Maar het zijn er twee en dat is niet door een slimme hedendaagse filoloog geconstateerd, zoals bij dit soort onderzoek normaliter gebeurt, maar is vastgesteld met behulp van Artificiële Intelligentie.

Lees verder “De dag waarop de oudheidkunde een robuustere wetenschap werd”

Sapfo: de retractie die je wist dat zou komen

Sapfo, door de Brygos-schilder (Antikensammlung, Munchen)

Uitgeverij Brill heeft een retractie (een officiële terugtrekking van een wetenschappelijke publicatie) gedaan van een door Dirk Obbink geschreven hoofdstuk in een boek over Sapfo, namelijk Bierl & Lardinois, The Newest Sappho (2016).

Ik heb op deze plaats al eens aangegeven waarom retractie onvermijdelijk was. De vraag is waarom we er zo lang op hebben moeten wachten. De tekst van de retractie suggereert dat “in the years following the first publication of this book, serious doubts have been raised about the provenance”. Dit is misleidend. Die twijfels waren er meteen na de ontdekking begin 2014. In onze eigen Nederlandse Volkskrant maakte Lardinois, dus een van de editors van het nu ingetrokken hoofdstuk, duidelijk geen geloof te hechten aan Obbinks eerdere claim dat de provenance was gedocumenteerd. Dat de twijfel pas na publicatie van het boek zou zijn opgekomen, is simpelweg niet de volledige waarheid.

Lees verder “Sapfo: de retractie die je wist dat zou komen”

Gestolen papyri, een samenvatting (2)

De nachtwacht van Oxyrhynchos heeft een verzoek aan de politie. Grenfell en Hunt zorgden ervoor dat ook musea buiten Oxford beschikking kregen over delen van hun materiaal. Daarom is dit verzoekschrift te zien in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel

[Dit is het tweede deel van een overzicht van wat bekend is over de handel en handelingen van papyroloog Dirk Obbink. Het eerste deel is hier.]

Prijsopdrijving

Over de gang van zaken rond het Marcusfragment begrijpen we iets meer dankzij de zojuist genoemde verklaring van Daniel Wallace. Obbink wilde deze tekst verkopen aan een van de instellingen rond de Amerikaanse verzamelaar Steve Green, die een eigen collectie heeft waarvandaan hij vondsten doneerde aan een eigen bijbels museum om te profiteren van de belastingaftrek. Door Wallace te laten verklaren dat het fragment stamde uit de eerste eeuw, dreef Obbink de prijs op.

Het cruciale punt is dat Wallace zich daarvoor leende. Elke eerstejaarsstudent weet namelijk dat hij zijn vingers niet moet branden aan oudheden met een onduidelijke herkomst (vakterm: zonder gedocumenteerde provenance). Zulke dingen kunnen vals zijn en hebben dus wetenschappelijk geen waarde; wetenschappelijke belangstelling heeft geen nut, behalve dat het de verkoopprijs opdrijft. Nogmaals: elke student weet dit na het eerstejaarscollege wetenschapsleer en -ethiek. Waarom Wallace de gedragscodes negeerde, is een nog onopgelost raadsel, al heeft hij het fatsoen gehad zijn fout toe te geven.

De aandacht concentreert zich daardoor niet op Wallace maar op Obbink, die dus een Marcus-fragment uit de Oxyrhynchos-collectie stal om te verkopen aan de Green-collectie. In de loop van 2019/2020 is vastgesteld dat de EES 120 fragmenten kwijt is en dat Steve Green niet de enige koper is geweest. Het leidde tot Obbinks royement bij de Association Internationale de Papyrologues, tot aangifte, arrestatie en verhoor. En toen gebeurde er even niets.

Rechtszaak

Het bericht waarmee ik het vorige stukje opende meldt dat eenentwintig fragmenten zijn teruggevonden in Greens bijbelse museum en nu teruggaan naar Oxford. Aangezien er nog een half miljoen onuitgegeven fragmenten zijn, is het geen echt nieuws dat er nog wat terugkomen. De crux is dát het naar buiten wordt gebracht. Dit bewijst dat er inmiddels conclusies zijn en dat suggereert weer dat er onderzoek is afgerond. We mogen dus verwachten dat de rechtszaak tegen Obbink nu snel van start zal gaan.

Ik wijs nog even op dit eerdere stuk, waarin ik inga op oudheden die Green en zijn museum aan Egypte teruggeven. Daarbij zit een papyrus die, als we Obbink mogen geloven, hoort bij de gedichten van Sapfo die hij uit een kartonnage zou hebben gehaald. Zoals gezegd is de herkomst feitelijk onbekend.

Tot slot

Nog twee dingen. Eén: de uitgave van papyri met onduidelijke herkomst, of het nu Marcus of Sapfo is, is volstrekt onprofessioneel. Het gebeurt echter vaker; zie ook de Artemidorospapyrus, fragmenten uit de Dode-Zee-rollen en het zogenaamde Evangelie van de Vrouw van Jezus. Collegiale controle had deze verspilling van tijd, intellect en geld behoren te verhinderen. Er is echter geen collegiale controle. Een Obbink kan profiteren van het amateurisme van de Wallaces.

Het falen is dus institutioneel. En dat is het zorgwekkende.

Twee: classici en bijbelwetenschappers hebben het nu weleens over “the material turn”, waarmee ze bedoelen dat ze het materiële aspect van hun teksten inmiddels belangrijk meer waarderen en niet meer alleen kijken naar wat er staat geschreven. Met andere woorden, ze erkennen nu dat archeologen verstandige dingen zeggen. Dat dit een recent inzicht zou zijn, een turn in het debat, is echter een rookgordijn. Grenfell en Hunt wisten dit al in 1896. Bijbelwetenschappers en classici hebben een eeuw lang hun vingers in de oren gestoken om niet te luisteren naar deskundigen. Nogmaals: hun falen is institutioneel en zorgwekkend.

[Als u meer wil weten over vervalsingen, lees dan mijn boekje Bedrieglijk echt. Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Gestolen papyri, een samenvatting (1)

Een mummie-kartonnage (Archeologisch Museum, Zagreb)

Je verwacht het niet: opnieuw blijken uit Oxford verdwenen papyri in New York te zijn. U leest er hier meer over. Hieronder is een overzicht van de stand van zaken waar de dagelijkse lezers van deze blog weinig nieuws in zullen vinden.

Achtergrond

In 1896 begonnen de Britse oudheidkundigen Bernard Grenfell (1870-1926) en Arthur Hunt (1871-1934) met de opgraving van Oxyrhynchos, een antiek stadje aan een wetering langs de Nijl. Ze deden dit met het expliciete doel antieke teksten in situ te vinden. Zolang oudheidkundigen niet wisten waar een tekst vandaan kwam, konden ze namelijk ook niet weten of die echt was. Dat is sindsdien niet veranderd; papyri zijn simpel te vervalsen en ook met koolstofdateringen en spectrometrie is niet vast te stellen dat zo’n snipper een authentieke tekst bevat. Na een jaar of tien hadden Grenfell en Hunt ongeveer een half miljoen snippers, die worden beheerd door de Egypt Exploration Society (EES) in Oxford. In de afgelopen eeuw zijn ruim 5000 fragmenten uitgegeven.

Lees verder “Gestolen papyri, een samenvatting (1)”