Krokodillentranen

Egyptische krokodil (Staatliche Museum Ägyptischer Kunst, München)

Er schijnt een spreekwoord te zijn – al heb ik het maar één keer gehoord en toen ook nog met de toelichting dat het een spreekwoord was – dat er geen beter vermaak is dan leedvermaak. Welnu, ik heb wat leedvermaak te bieden: de firma Hobby Lobby heeft een rechtszaak aangespannen tegen Dirk Obbink en eist zeven miljoen dollar terug.

Hobby Lobby is een andere naam voor de Green-collectie. Steve Green wilde graag een Museum voor de Bijbel openen in Washington – het is er inderdaad gekomen – en verzamelde daarvoor oudheden. Die kocht hij regelmatig aan via zijn bedrijf, Hobby Lobby, dat artikelen verkoopt voor mensen die houden van handwerken.

Lees verder “Krokodillentranen”

Geschiedenis van de Nederlandse papyrologie

Vorig jaar publiceerde ik mijn boekje over papyrologie, Bedrieglijk echt. Ik schreef het niet op een achternamiddag, want ik was begonnen met het verzamelen van documentatie toen het schandaal rond het Evangelie van de Vrouw van Jezus uitbarstte. Of ik destijds professor Klaas Worp al kende, herinner ik me niet. Wel weet ik dat hij ooit contact met me zocht in verband met een andere kwestie: een verzameling schrijfplankjes die we in Nederland prima hadden kunnen onderzoeken maar desondanks was gegaan naar Engelse onderzoekers. De Nederlandse archeologen hebben zich teveel afgezonderd van collega-oudheidkundigen om nog te weten welke expertise er is in eigen land.

Enfin. Klaas stortte sindsdien een waterval van filologische informatie over me uit. We zijn het overigens lang niet altijd eens. Hij neemt aan dat de Artemidorospapyrus echt is en ik denk dat het Italiaanse laboratoriumrapport (hoewel het een onvolmaaktheid bevat waarover ik nog zal schrijven) even vernietigend is als uitgebreid. Het is niet erg dat we elkaar niet overtuigen want juist als je het oneens bent, ga je overdenken wat je niet weet en kom je verder.

Lees verder “Geschiedenis van de Nederlandse papyrologie”

Het Geheime Evangelie van Marcus

Marcus (miniatuur van de Armeense miniaturist Momik; Noravank)

Als één ontdekking de titel “bizarste oudheidkundige vondst van de twintigste eeuw” moet krijgen, dan is het Geheime evangelie van Marcus een geschikte kandidaat. Deze tekst is uitsluitend bekend als citaat uit een brief van de vroeg-derde-eeuwse filosoof Clemens van Alexandrië aan een verder onbekende Theodoros. Die brief is verloren gegaan maar is in de achttiende eeuw in een Palestijns klooster overgeschreven op de laatste bladzijden van een zeventiende-eeuws boek. Dat is in 1958 gefotografeerd door de Amerikaanse oudheidkundige Morton Smith (1915-1991). Hij publiceerde de vondst in 1973. Het achttiende-eeuwse handschrift is voor het laatst gezien in 1983, toen ook nieuwe foto’s zijn gemaakt. Een poging in 2011 om het boek te traceren was succesvol maar op dat moment ontbraken de beschreven bladzijden. Hierdoor is een analyse van de inkt, die zou kunnen helpen bepalen of de tekst van de brief is geschreven in de achttiende eeuw, niet langer mogelijk.

Marcus in meervoud

De eerste, nog onbeantwoordbare vraag is dus of het achttiende-eeuwse handschrift inderdaad stamt uit die tijd. Als dit zo is, mogen we aannemen dat de brief van Clemens aan Theodoros ook echt is, hoewel het argument niet deugdelijker is dan dat we geen reden kunnen bedenken waarom iemand destijds zo’n vervalsing zou hebben gemaakt. De tweede grote vraag is wat Clemens precies citeert. Rond 200 n.Chr. circuleerden al allerlei teksten die dienden om de evangeliën aan te vullen en het is mogelijk dat Geheime Marcus is geschreven om het echte Evangelie van Marcus uit te breiden met informatie waaraan deze of gene groep christelijke gelovigen behoefte had. Het alternatief is dat het canonieke Marcusevangelie een uittreksel is van Geheime Marcus en dat de tekstvondst dus een van de alleroudste christelijke teksten is. Weer een andere mogelijkheid is dat de twee Marcus-teksten allebei teruggaan op een oudere bron, een Oer-Marcus.

Lees verder “Het Geheime Evangelie van Marcus”

De dag waarop de oudheidkunde een robuustere wetenschap werd

U ziet het verschil niet, maar er zijn hier twee kopiisten aan het werk geweest

Je hebt twee soorten nieuws. Enerzijds de dingen die dit jaar actueel zijn en straks vergeten zijn. Vijf jaar geleden was het voorpaginanieuws dat de gemeente Rotterdam voor een vermogen was opgelicht en was de Grexit nog actueel. Anderzijds de dingen die zachtjes op de achtergrond spelen, zoals het echte wetenschapsnieuws: een doorbraak, eenmaal geboekt, die resultaten oplevert waardoor onze kinderen en kleinkinderen meer zullen weten dan wij. Zulk nieuws is niet de waan van de dag, maar is wel het echte, feitelijke, werkelijk belangrijke nieuws.

Vanavond maken we het mee. Op het eerste gezicht is het wat banaal: onderzoekers van het Qumran-instituut in Groningen zijn erin geslaagd vast te stellen dat de Grote Jesaja-rol uit Grot 1 is vervaardigd door twee mensen die zó schreven dat het resultaat eenvormig was. De meeste qumranologen dachten dat er maar één kopiist aan het werk was geweest. Maar het zijn er twee en dat is niet door een slimme hedendaagse filoloog geconstateerd, zoals bij dit soort onderzoek normaliter gebeurt, maar is vastgesteld met behulp van Artificiële Intelligentie.

Lees verder “De dag waarop de oudheidkunde een robuustere wetenschap werd”

Sapfo: de retractie die je wist dat zou komen

Sapfo, door de Brygos-schilder (Antikensammlung, Munchen)

Uitgeverij Brill heeft een retractie (een officiële terugtrekking van een wetenschappelijke publicatie) gedaan van een door Dirk Obbink geschreven hoofdstuk in een boek over Sapfo, namelijk Bierl & Lardinois, The Newest Sappho (2016).

Ik heb op deze plaats al eens aangegeven waarom retractie onvermijdelijk was. De vraag is waarom we er zo lang op hebben moeten wachten. De tekst van de retractie suggereert dat “in the years following the first publication of this book, serious doubts have been raised about the provenance”. Dit is misleidend. Die twijfels waren er meteen na de ontdekking begin 2014. In onze eigen Nederlandse Volkskrant maakte Lardinois, dus een van de editors van het nu ingetrokken hoofdstuk, duidelijk geen geloof te hechten aan Obbinks eerdere claim dat de provenance was gedocumenteerd. Dat de twijfel pas na publicatie van het boek zou zijn opgekomen, is simpelweg niet de volledige waarheid.

Lees verder “Sapfo: de retractie die je wist dat zou komen”

Gestolen papyri, een samenvatting (2)

De nachtwacht van Oxyrhynchos heeft een verzoek aan de politie. Grenfell en Hunt zorgden ervoor dat ook musea buiten Oxford beschikking kregen over delen van hun materiaal. Daarom is dit verzoekschrift te zien in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel

[Dit is het tweede deel van een overzicht van wat bekend is over de handel en handelingen van papyroloog Dirk Obbink. Het eerste deel is hier.]

Prijsopdrijving

Over de gang van zaken rond het Marcusfragment begrijpen we iets meer dankzij de zojuist genoemde verklaring van Daniel Wallace. Obbink wilde deze tekst verkopen aan een van de instellingen rond de Amerikaanse verzamelaar Steve Green, die een eigen collectie heeft waarvandaan hij vondsten doneerde aan een eigen bijbels museum om te profiteren van de belastingaftrek. Door Wallace te laten verklaren dat het fragment stamde uit de eerste eeuw, dreef Obbink de prijs op.

Het cruciale punt is dat Wallace zich daarvoor leende. Elke eerstejaarsstudent weet namelijk dat hij zijn vingers niet moet branden aan oudheden met een onduidelijke herkomst (vakterm: zonder gedocumenteerde provenance). Zulke dingen kunnen vals zijn en hebben dus wetenschappelijk geen waarde; wetenschappelijke belangstelling heeft geen nut, behalve dat het de verkoopprijs opdrijft. Nogmaals: elke student weet dit na het eerstejaarscollege wetenschapsleer en -ethiek. Waarom Wallace de gedragscodes negeerde, is een nog onopgelost raadsel, al heeft hij het fatsoen gehad zijn fout toe te geven.

De aandacht concentreert zich daardoor niet op Wallace maar op Obbink, die dus een Marcus-fragment uit de Oxyrhynchos-collectie stal om te verkopen aan de Green-collectie. In de loop van 2019/2020 is vastgesteld dat de EES 120 fragmenten kwijt is en dat Steve Green niet de enige koper is geweest. Het leidde tot Obbinks royement bij de Association Internationale de Papyrologues, tot aangifte, arrestatie en verhoor. En toen gebeurde er even niets.

Rechtszaak

Het bericht waarmee ik het vorige stukje opende meldt dat eenentwintig fragmenten zijn teruggevonden in Greens bijbelse museum en nu teruggaan naar Oxford. Aangezien er nog een half miljoen onuitgegeven fragmenten zijn, is het geen echt nieuws dat er nog wat terugkomen. De crux is dát het naar buiten wordt gebracht. Dit bewijst dat er inmiddels conclusies zijn en dat suggereert weer dat er onderzoek is afgerond. We mogen dus verwachten dat de rechtszaak tegen Obbink nu snel van start zal gaan.

Ik wijs nog even op dit eerdere stuk, waarin ik inga op oudheden die Green en zijn museum aan Egypte teruggeven. Daarbij zit een papyrus die, als we Obbink mogen geloven, hoort bij de gedichten van Sapfo die hij uit een kartonnage zou hebben gehaald. Zoals gezegd is de herkomst feitelijk onbekend.

Tot slot

Nog twee dingen. Eén: de uitgave van papyri met onduidelijke herkomst, of het nu Marcus of Sapfo is, is volstrekt onprofessioneel. Het gebeurt echter vaker; zie ook de Artemidorospapyrus, fragmenten uit de Dode-Zee-rollen en het zogenaamde Evangelie van de Vrouw van Jezus. Collegiale controle had deze verspilling van tijd, intellect en geld behoren te verhinderen. Er is echter geen collegiale controle. Een Obbink kan profiteren van het amateurisme van de Wallaces.

Het falen is dus institutioneel. En dat is het zorgwekkende.

Twee: classici en bijbelwetenschappers hebben het nu weleens over “the material turn”, waarmee ze bedoelen dat ze het materiële aspect van hun teksten inmiddels belangrijk meer waarderen en niet meer alleen kijken naar wat er staat geschreven. Met andere woorden, ze erkennen nu dat archeologen verstandige dingen zeggen. Dat dit een recent inzicht zou zijn, een turn in het debat, is echter een rookgordijn. Grenfell en Hunt wisten dit al in 1896. Bijbelwetenschappers en classici hebben een eeuw lang hun vingers in de oren gestoken om niet te luisteren naar deskundigen. Nogmaals: hun falen is institutioneel en zorgwekkend.

[Als u meer wil weten over vervalsingen, lees dan mijn boekje Bedrieglijk echt. Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Gestolen papyri, een samenvatting (1)

Een mummie-kartonnage (Archeologisch Museum, Zagreb)

Je verwacht het niet: opnieuw blijken uit Oxford verdwenen papyri in New York te zijn. U leest er hier meer over. Hieronder is een overzicht van de stand van zaken waar de dagelijkse lezers van deze blog weinig nieuws in zullen vinden.

Achtergrond

In 1896 begonnen de Britse oudheidkundigen Bernard Grenfell (1870-1926) en Arthur Hunt (1871-1934) met de opgraving van Oxyrhynchos, een antiek stadje aan een wetering langs de Nijl. Ze deden dit met het expliciete doel antieke teksten in situ te vinden. Zolang oudheidkundigen niet wisten waar een tekst vandaan kwam, konden ze namelijk ook niet weten of die echt was. Dat is sindsdien niet veranderd; papyri zijn simpel te vervalsen en ook met koolstofdateringen en spectrometrie is niet vast te stellen dat zo’n snipper een authentieke tekst bevat. Na een jaar of tien hadden Grenfell en Hunt ongeveer een half miljoen snippers, die worden beheerd door de Egypt Exploration Society (EES) in Oxford. In de afgelopen eeuw zijn ruim 5000 fragmenten uitgegeven.

Lees verder “Gestolen papyri, een samenvatting (1)”

Nog even iets over papyrologie

De Leidse Amunpapyrus (foto Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Het filmpje dat u hierna ziet, illustreert de tijd waarin we leven. Mijn uitgever, Omniboek, wilde reclamefilmpjes hebben voor het interessante Mohammed-boek dat Marcel Hulspas heeft geschreven en voor mijn boek over de wedloop tussen papyrologie en vervalsers. Hulspas zou mij interviewen en ik Hulspas. Alles was al geregeld, toen de coronamaatregelen werden verscherpt en er niks van kwam. Als ik me goed herinner, kwam het nieuws dat we niet in de studio terecht konden, op de ochtend zelf. De tijd waarin we leven.

Hulspas’ boek is echter niet alleen interessant, zijn thematiek is ook belangrijk. En eerlijk gezegd vind ik ook mijn eigen boek redelijk belangrijk. Het gemak waarmee oudheidkundigen misdadigers een handje helpen, is voldoende schokkend om het, vooruitlopend op de rechtszaak tegen Obbink, nog eens over het voetlicht te brengen. En dus zaten Hulspas en ik onlangs in een uitgestorven Rijksmuseum van Oudheden. Zonder professionele apparatuur maar met een hoop praatjes.

Lees verder “Nog even iets over papyrologie”

Komt er duidelijkheid over de Sapfo-fragmenten?

Enkele teruggegeven papyri (©Egypt Independent)

Er is nieuws over de in januari 2014 opgedoken fragmenten van Sapfo. De Amerikaanse familie Green, die gedwongen is een enorme collectie illegale oudheden terug te geven aan de landen van herkomst, heeft inmiddels ruim 5000 stukken teruggestuurd naar Egypte. Dit volgt op de teruggave van gestolen Mesopotamische voorwerpen aan Irak. U leest hier meer over de Egyptische retourzending en foto’s zijn daar.

Sapfo

Voor wie geïnteresseerd is in de Sapfo-papyri, een van de interessantste ontdekkingen uit het afgelopen decennium, is dit groot nieuws. Wat we momenteel denken te weten is:

  • Een tussenhandelaar heeft enkele fragmenten, behorend tot één rol, verkocht aan de Green-collectie.
  • Deze behield enkele delen en droeg andere delen (met daarop de meeste poëzie) over aan iemand anders (hierna: Anonymus 1).
  • Die liet ze door Oxford-geleerde Obbink onderzoeken.
  • Deze ontdekte dat het ging om Sapfo.
  • Wetenschappelijke publicaties dreven de veilingprijs op.

Het is zeker dat de fragmenten die bij de Greens waren, nu naar Egypte gaan. Daar komen ze in het Koptisch Museum in Cairo, waar ze onderzocht kunnen worden.

Lees verder “Komt er duidelijkheid over de Sapfo-fragmenten?”

Sapfo: van kwaad tot erger

Nog een Sapfo waarvan we niet weten of ze echt is: een buste uit Herculaneum, nu in het Museo nazionale archeologico in Napels.

Op een bepaald moment moet iets klaar zijn. Ik wilde, nadat Bedrieglijk echt was verschenen, niet meer over papyrologie willen schrijven. Het was een afgerond project. Soms drijft de verontrusting je echter terug.

Echt of vals?

Sapfo dus. In Bedrieglijk echt behandelde ik diverse dossiers: Artemidoros (vals), Geheime Marcus (incompetent beoordeeld), het Evangelie van de Vrouw van Jezus (vals), de Dode Zee-rol-fragmenten uit de Green-collectie (vals), de Dode Zee-rol-fragmenten uit de Schøyen-collectie (vals), het Marcusfragment (gestolen) – steeds was wel duidelijk hoe de vlag erbij hing. De Sapfo-fragmenten vormden echter een open einde. Er is geen afdoende gedocumenteerde provenance.

Lees verder “Sapfo: van kwaad tot erger”