Als een wetenschap kapot gaat

Een mummie-kartonnage (Archeologisch Museum, Zagreb)

Dit is een zelfstandig vervolg op een stukje dat ik eerder schreef over het papyusfragment dat bekendstaat als eerste-eeuwse Marcus. U hoeft het niet eerst te lezen want het stukje van vandaag staat op zichzelf, maar als u het eerdere stukje toch leest, hebt u weer even paraat waarom papyri zonder geldige provenance wetenschappelijk van nul en generlei waarde zijn, dat een eerste-eeuws fragment van het Evangelie van Marcus niet bleek te zijn wat het leek, dat de vooraanstaande Oxford-geleerde Dirk Obbink lijkt te hebben gelogen en gestolen, dat een grote Amerikaanse collectie  (de Green Collection) heeft opgetreden als heler en dat Oxford een onderzoek instelt.

Wat is het nieuws? Per e-mail verneem ik dat Obbink nu is “suspended” van de Association Internationale de Papyrologues. Dat is een heel harde en gelukkig zeldzame maatregel, die een halve eeuw geleden voor het laatst is genomen (in 1972 om precies te zijn). Zo’n besluit neemt zo’n organisatie niet lichtvaardig en zéker niet als het gaat om iemand die werkelijk vooraanstaand is. Nu is “vooraanstaand” natuurlijk zo’n flauw compliment dat eigenlijk niks betekent, ongeveer zoals Wim Kan alle bewindspersonen “zéér bekwaam” noemde, maar Obbink is echt wel iemand. Ik heb lang geleden al eens geschreven over zijn ontdekking van een enorme lap van een tragedie van de joodse auteur Ezechiël. Wat nu gebeurt is ongeveer hetzelfde als wanneer een club een Nobelprijswinnaar royeert. Er moet verdraaid overtuigend bewijs zijn.

Lees verder “Als een wetenschap kapot gaat”

MoM | Illegale oudheden

ArcheoHotspots zijn ook leuk voor kinderen.

Een maand of wat geleden kreeg ik een vriendelijke brief van iemand die oudheden verzamelde en deze blog volgt. De keuze voor een ouderwets medium vond ik leuk en volgers vind ik ook altijd leuk, dus ik was meteen in een goed humeur. Hij noemde een gemeenschappelijke kennis uit de kunsthandel, wat ik een leuke introductie vond, en wilde me zijn collectie eens tonen, wat ik ook al leuk vond. Meer specifiek vroeg hij alvast mijn aandacht voor enkele papyri die hij lang geleden had aangekocht. Hij wist dat ik daarin geïnteresseerd zou zijn – in papyrologie zit momenteel immers nogal veel oudheidkundig nieuws – en wilde er eens met me over praten.

Zoals te verwachten werd het een aangename middag. Het is altijd fijn als een verzamelaar vertelt, want zo iemand heeft zijn hart erin liggen. Herinneringen hoe hij meteen verliefd was geworden op een mooi Romeins beeldje. Reisverhalen. Een anekdote over een vervalsing. Foto’s van voorwerpen die hij ooit had bezeten maar weer had verkocht.

Lees verder “MoM | Illegale oudheden”

MoM | Hoe dateer ik een papyrus?

Fragment uit Euripides’ Melanippe (Neues Museum, Berlijn)

Stel, archeologen graven in Egypte een kleine verzameling papyri op waarop Griekse teksten blijken te staan. Een classicus die de papyri krijgt te zien, herkent iets raars: het is onmiskenbaar poëzie, want de teksten zijn metrisch, maar ze rijmen ook, wat in de antieke dichtkunst ongebruikelijk is. De oudheidkundigen van ons voorbeeld hebben vanaf nu meer vragen dan antwoorden, maar nog voor ze de eigenlijke vraag hebben kunnen stellen (“wat bracht de dichter op het idee van deze poëtische innovatie?”), moet ze weten wanneer die innovatie plaatsvond. Kortom: hoe oud is een papyrus?

Dagtekeningen

In dit geval weten we zeker dat de papyri antiek zijn, want ze komen uit een opgraving. Onze onderzoekers willen echter specifieker zijn. Het liefst hebben ze natuurlijk dat de datum er gewoon op staat. Dit is ook een redelijk gebruikelijke methode om antieke teksten te dateren, aangezien de kalender die in Egypte werd gehanteerd, weinig geheimen kent. Helaas zijn literaire teksten, zoals die in ons voorbeeld, niet vaak voorzien van een dagtekening. Dat is meer iets voor ambtelijke stukken.

Lees verder “MoM | Hoe dateer ik een papyrus?”

Nachtelijk geblog

Ik zat gisteravond bij vrienden koffie te drinken en terwijl we met een half oog keken naar een film over draken kletsten we, behalve over koetjes en kalfjes, over een paar dingen waar iedereen in onze filterbubbel het momenteel over heeft. De vaste lezers van deze blog kennen enkele van die onderwerpen wel, zoals de openlijke minachting voor de archeologie in Cuijk, waar de gemeente – in een schoolvoorbeeld van wat een vals dilemma is – de wetenschappelijke belangen plaatst tegenover wat ze maatschappelijk relevant vindt.

We hadden het over de aanslag door de Commissie Van Rijn op de letteren en dat leidde tot een discussie over de problemen aan de Amsterdamse letterenfaculteit in 2015. Ik herinnerde me daarvan vooral het gênante onderscheid dat de decaan toen maakte tussen brede, op de maatschappij gerichte opleidingen en wetenschappelijke opleidingen. Nog een voorbeeld van een vals dilemma, want de maatschappij schreeuwt om letterenstudenten die wetenschappelijk zijn opgeleid. Mijn gastheer herinnerde ons echter aan iets anders: aan het feit dat de letterenproblemen destijds waren uitgelopen op een bezetting van het Maagdenhuis die veel kwaad bloed had gezet bij de andere faculteiten. Dat maakte de steun die de bedreigde letteren nu krijgen van medewerkers uit die andere faculteiten, eigenlijk nog veel inspirerender.

Lees verder “Nachtelijk geblog”

Eerste-eeuwse Marcus

Een mummie-kartonnage (Archeologisch Museum, Zagreb)

Ik had nooit verwacht dat ik veel over papyrologie zou gaan bloggen, en ik had voor vandaag ook een heel ander artikel in gedachten, maar er zijn verwikkelingen in papyrologieland die er niet om liegen.

Eén: even wat eerstejaarsstof. Een papyrus is, zolang je antiek materiaal koopt op eBay en het recept gebruikt van antieke inkt, en zolang je het juiste schrijfmateriaal hanteert, zó te vervalsen dat het in een laboratorium niet valt te ontdekken. Een papyrus waarvan de herkomst onbekend is – die geen geldige provenance heeft, in jargon – kan dus niet dienen als wetenschappelijk bewijs omdat het kan gaan om een vervalsing (zie bijv. het Evangelie van de Vrouw van Jezus, de Artemidorospapyrus of de vijf Dode-Zee-rol-snippers van oktober j.l.). Onderzoekers hoeven gelukkig ook niets met unprovenanced papyri te doen aangezien er nog eeuwen werk is met het uitgegeven van de wel provenanced papyri in de museumdepots.

Lees verder “Eerste-eeuwse Marcus”

MoM | Zonder herkomst geen geschiedenis

Wie de Oudheid bestudeert, beschikt over ruwweg twee soorten gegevens: enerzijds materiële resten, anderzijds teksten. De eerste categorie bewijsmateriaal is het domein van archeologen, terwijl teksten het studieobject zijn van classici, papyrologen, qumranologen, egyptologen en andere filologen. Dat een en dezelfde antieke cultuur wordt bestudeerd door twee soorten wetenschappers is historisch gegroeid, wordt dus niet bepaald door wat feitelijk nodig is en is eigenlijk niet zo heel wetenschappelijk. Erger nog is dat wetenschappers hierdoor onvolledige of zelfs onjuiste inzichten kunnen overdragen aan de samenleving.

Dat blijkt wel uit het vrij recente schandaal rond het Evangelie van de Vrouw van Jezus, een zogenaamd antieke tekst waarvan al snel duidelijk was dat het ging om een vervalsing. De ontdekster erkende de problemen echter pas toen journalist Ariel Sabar de maker had opgespoord. Ondertussen was de wereld “verrijkt” met het inzicht dat in de Oudheid het idee had bestaan dat Jezus getrouwd was geweest. De ontdekster had zich onvoldoende gerealiseerd dat nieuw-ontdekte oude teksten uitsluitend wetenschappelijke waarde hebben als ze een gecontroleerde herkomst hebben.

Lees verder “MoM | Zonder herkomst geen geschiedenis”

De Elefantine-papyri

Joods verzoekschrift betreffende de restauratie van de tempel in Elefantine, gericht aan gouverneur Bagoas (Neues Museum, Berlijn)

Eén van de voorbeelden van migratie die ik behandel in Wahibre-em-achet en andere Grieken is het garnizoen van Elefantine in het zuiden van Egypte. De farao’s van de Zesentwintigste Dynastie, die aan de macht was gekomen nadat de Assyriërs begin zevende eeuw v.Chr. de Nubische koningen hadden verdreven, plaatsten aan de nieuw-geschapen zuidgrens een garnizoen met soldaten uit Judea. Zoals in de Oudheid gebruikelijk was kregen de soldaten bij wijze van tegenprestatie een stuk land. Rond 525 v.Chr. veranderde het garnizoen zijn loyaliteit, toen de Perzen de macht in Egypte overnamen, wat eens te meer een aanwijzing vormt dat Egypte viel door verraad van zijn officieren. De inscriptie van admiraal Wedjahor-Resne, die wél vermeldt hoe hoog de Perzen hem waardeerden maar geen enkele zeeslag vermeldt, is een andere clue.

Terug naar de Joden in Elefantine: verschillende papyri en beschreven potscherven documenteren hun aanwezigheid, zoals de brief hierboven, die is te zien in het Neues Museum in Berlijn. Hij is gericht aan de Perzische gouverneur Bagoas en bevat een verzoek om hulp bij de restauratie van de tempel van Jaho, zoals de naam van de joodse god werd gespeld in het Aramees. Een andere beroemde joodse papyrus uit Elefantine beschrijft het pesach-feest van 419 v.Chr. Een van de aardige verrassingen was dat Jaho hier nog een echtgenote had, die hier Anat wordt genoemd. (In Judea werd Mevrouw God aangeduid als Asjera.) De joden van Elefantine zullen de nieuwerwetse regels van Deuteronomium, dat joden uitsluitend in de tempel van Jeruzalem mochten offeren en uitsluitend JHWH mochten vereren, schouderophalend naast zich neer hebben gelegd. Emigranten zijn immers wel vaker conservatiever dan de mensen in het moederland.

Lees verder “De Elefantine-papyri”