MoM | Zonder herkomst geen geschiedenis

Wie de Oudheid bestudeert, beschikt over ruwweg twee soorten gegevens: enerzijds materiële resten, anderzijds teksten. De eerste categorie bewijsmateriaal is het domein van archeologen, terwijl teksten het studieobject zijn van classici, papyrologen, qumranologen, egyptologen en andere filologen. Dat een en dezelfde antieke cultuur wordt bestudeerd door twee soorten wetenschappers is historisch gegroeid, wordt dus niet bepaald door wat feitelijk nodig is en is eigenlijk niet zo heel wetenschappelijk. Erger nog is dat wetenschappers hierdoor onvolledige of zelfs onjuiste inzichten kunnen overdragen aan de samenleving.

Dat blijkt wel uit het vrij recente schandaal rond het Evangelie van de Vrouw van Jezus, een zogenaamd antieke tekst waarvan al snel duidelijk was dat het ging om een vervalsing. De ontdekster erkende de problemen echter pas toen journalist Ariel Sabar de maker had opgespoord. Ondertussen was de wereld “verrijkt” met het inzicht dat in de Oudheid het idee had bestaan dat Jezus getrouwd was geweest. De ontdekster had zich onvoldoende gerealiseerd dat nieuw-ontdekte oude teksten uitsluitend wetenschappelijke waarde hebben als ze een gecontroleerde herkomst hebben.

Lees verder “MoM | Zonder herkomst geen geschiedenis”

De Elefantine-papyri

Joods verzoekschrift betreffende de restauratie van de tempel in Elefantine, gericht aan gouverneur Bagoas (Neues Museum, Berlijn)

Eén van de voorbeelden van migratie die ik behandel in Wahibre-em-achet en andere Grieken is het garnizoen van Elefantine in het zuiden van Egypte. De farao’s van de Zesentwintigste Dynastie, die aan de macht was gekomen nadat de Assyriërs begin zevende eeuw v.Chr. de Nubische koningen hadden verdreven, plaatsten aan de nieuw-geschapen zuidgrens een garnizoen met soldaten uit Judea. Zoals in de Oudheid gebruikelijk was kregen de soldaten bij wijze van tegenprestatie een stuk land. Rond 525 v.Chr. veranderde het garnizoen zijn loyaliteit, toen de Perzen de macht in Egypte overnamen, wat eens te meer een aanwijzing vormt dat Egypte viel door verraad van zijn officieren. De inscriptie van admiraal Wedjahor-Resne, die wél vermeldt hoe hoog de Perzen hem waardeerden maar geen enkele zeeslag vermeldt, is een andere clue.

Terug naar de Joden in Elefantine: verschillende papyri en beschreven potscherven documenteren hun aanwezigheid, zoals de brief hierboven, die is te zien in het Neues Museum in Berlijn. Hij is gericht aan de Perzische gouverneur Bagoas en bevat een verzoek om hulp bij de restauratie van de tempel van Jaho, zoals de naam van de joodse god werd gespeld in het Aramees. Een andere beroemde joodse papyrus uit Elefantine beschrijft het pesach-feest van 419 v.Chr. Een van de aardige verrassingen was dat Jaho hier nog een echtgenote had, die hier Anat wordt genoemd. (In Judea werd Mevrouw God aangeduid als Asjera.) De joden van Elefantine zullen de nieuwerwetse regels van Deuteronomium, dat joden uitsluitend in de tempel van Jeruzalem mochten offeren en uitsluitend JHWH mochten vereren, schouderophalend naast zich neer hebben gelegd. Emigranten zijn immers wel vaker conservatiever dan de mensen in het moederland.

Lees verder “De Elefantine-papyri”

Datafraude

Leiden, Galgenwater

Als u op straat een fiets krijgt aangeboden voor vijfentwintig euro, hebt u een redelijk vermoeden dat er iets niet in de haak is. U zou vrijwel zeker een heler zijn als u die fiets kocht.

Als een oudheidkundige een papyrus- of perkamentfragment zonder provenance krijgt aangeboden, heeft hij een redelijk vermoeden dat het ding óf vals is óf is verworven door plundering. Hij zou vrijwel zeker datafraude plegen als hij ze uitgaf. Los daarvan ontzegt een wetenschapper die teksten zonder provenance bestudeert, zich een manier om de vondst te dateren: een tekst zonder archeologische context kan alleen paleografisch (dat wil zeggen: aan de vorm van het handschrift) worden gedateerd en dat is een berucht subjectieve methode.

Lees verder “Datafraude”

De jacht op papyri

Dodenboek van Takerheb (Nationaal Museum, Kopenhagen)

Nog even, bij wijze van vervolg op het stukje over de vervalste Dode Zee-rollen van gisteren, een krabbel over antieke teksten. Die worden meestal gevonden in Egypte, waar het droge klimaat ervoor zorgt dat papyri goed bewaard blijven en waar de overheid onmogelijk alle vindplaatsen kan beschermen. Wat er tijdens de Arabische Lente is gebeurd met de met veel bravoure aangekondigde “Vallei van de Gouden Mummies”, weet geen mens. Althans geen enkele wetenschapper.

Het helpt ook niet dat in Egypte een traditie is ontstaan die echt kan worden aangeduid als het jagen op papyri. Westerse geleerden reisden naar de Nijlvallei om papyri te bemachtigen, waren bereid daarvoor te betalen en boden de bevolking zo een kans om goed geld te verdienen. Terugblikkend op zijn reizen in 1909-1911 schreef Ernest Alfred Wallis Budge (1857-1934) dat hij “urged the natives to search for more unopened graves in ancient Coptic cemeteries, and to try to find me more ancient texts”.

Het is overigens een misverstand dat veel teksten in graven zouden worden gevonden, al is het weleens gebeurd, zoals met het Evangelie van Petrus.

Lees verder “De jacht op papyri”

Valse Dode Zee-rollen (vervolg)

Een commentaar op Jesaja: een (wel echt) fragment van een Dode Zee-rol, nu in het Jordan Museum in Amman.

Ik heb het al wel vaker verteld maar het kan geen kwaad het nog eens te vertellen: het is niet moeilijk een “antieke” tekst te maken die wetenschappers niet als vals kunnen herkennen. Je koopt op eBay wat oud papyrus of perkament, zodat een koolstofdatering uitwijst dat het materiaal antiek is. Daarna maak je inkt volgens het antieke recept – een mengsel van Arabische gom en roet – zodat een spectrometer niets vreemds herkent. Zolang je geen al te scherp schrijfmateriaal gebruikt, zal de elektronenmicroscoop de minuscule krasjes niet zien die duiden op recente schrijfactiviteit.

Met deze materialen schrijf je iets dat de aandacht niet trekt, bijvoorbeeld een al bekende tekst. Daar kun je dan geen miljoen dollar voor vragen, maar als je op een veilige manier tien keer honderdduizend dollar binnenhaalt, ben je evengoed miljonair. Tot slot heb je een sufferd nodig die het koopt. Bijvoorbeeld een vrome Amerikaanse miljonairsfamilie die een museum wil bouwen om het gelijk van de Bijbel te bewijzen. Ik heb het inderdaad over de Green Collection, waarover ik al eerder heb geschreven. Vorige week bleek dat de familie Green vervalste Dode Zee-rollen heeft aangekocht.

Lees verder “Valse Dode Zee-rollen (vervolg)”

Transparantie

Zo ben je evangelist, zo ben je de inzet van wetenschapsfraude. Arme Marcus.

Ik zit op een hotelkamer in Vlorë, ben te vroeg wakker en lees dit. Het komt erop neer dat het eerste-eeuwse fragment van het Evangelie van Marcus dat een tijd geleden is opgedoken, nu wordt uitgegeven. Dat is op zich aardig nieuws, maar er lijkt een bommetje te zijn verborgen. Ik schrijf “lijkt” want ik kan het hier, op een hotelkamer dus, niet zo snel controleren.

Waarom is dat bijzonder? Omdat het papyrusfragment waar het om gaat, ooit met veel bombarie uit een kartonnage is gehaald. Een kartonnage is het papier-maché-deel van een mummie; de methode om zo portretten aan te brengen, kwam aan het begin van de jaartelling ten einde. Degenen die de kartonnage destijds “disassembleerden” toonden het op film en vertelden dat het geen probleem was omdat ze het voorwerp hadden gekocht. Het probleem is nu dat een Marcus-fragment nooit voor het jaar 70 n.Chr. (de datering van dat evangelie) kan zijn geschreven. Een eerste-eeuws Marcusfragment is dus niet alleen verschrikkelijk oud (en reden tot vreugde voor evangelische christenen) maar vormt tevens bewijs dat de gewoonte mummies te voorzien van kartonnages langer heeft bestaan dan we wisten. De evangelische christenen hadden onvervangbare egyptologische data vernietigd.

Lees verder “Transparantie”

Vervalste Dode Zee-rol-fragmenten

Twee snippers van de Dode Zee-rollen met daarop de tekst van Prediker (Jordan Museum, Amman). Om misverstanden te vermijden: deze fragmenten zijn afkomstig uit een gecontroleerde opgraving en hebben wetenschappelijk wél betekenis.

Het is al honderd keer gezegd: oude teksten hebben dan en slechts dan wetenschappelijk belang als ze afkomstig zijn uit een gecontroleerde opgraving. Een vervalsing is immers niet in het lab te herkennen, zoals elke student leert in zijn eerste jaar en de rest van de mensheid weet sinds het schandaal van het Evangelie van de Vrouw van Jezus.

Hoe belangrijk het is ook naar dit simpele inzicht te handelen, blijkt uit de gang van zaken rond de Green Collection, die op grote schaal gestolen oudheden opkocht voor een Bijbelmuseum in Washington (dat overigens afgelopen maand open ging). De verzamelaars, een rijke Amerikaanse familie met een christelijke achtergrond, kregen de FBI achter zich aan en hebben inmiddels ingestemd met een schikking voor het door hen gepleegde culturele misdrijf. Over enkele stukken die door de handen van deze verzamelaars zijn gegaan, heerst echter nog altijd onduidelijkheid.

Lees verder “Vervalste Dode Zee-rol-fragmenten”