De wereld van Clovis

Eerst een “disclaimer”: ik ben geen historicus, gewoon een lezer. Wat ik hier dus schrijf ten goede en kwade over De wereld van Clovis hoeft Jeroen Wijnendaele zich niet aan te trekken, wat hij zo al niet zal doen. Een recensie schrijf je vooral voor jezelf, als een samenvatting, en om je eigen gedachten nog eens te ordenen. De wereld van Clovis is zo’n recensie alvast meer dan waard.

Kriskras door Gallië

Tijdens de lectuur moest ik vaak terugdenken aan De ontdekking van Frankrijk van Graham Robb. Die was per fiets kriskras door Frankrijk gereden en had daarover een soort reisverslag geschreven, verrijkt met historische wetenswaardigheden over de streken die hij doortrapte. Die aanpak deed zeer chaotisch aan en ik vorderde traag in het werk. Het beeld over Frankrijk was eerder troebeler geworden dan helderder. Er was niet zoiets als een homogene hexagon die zich chronologisch of geografisch proper gestructureerd liet ontdekken, laat staan snel veroveren, in militaire of cognitieve zin. Dat was precies de boodschap die Robb wilde brengen en dus vroeg ik me af of hij die hermetische vorm gekozen had om de inhoudelijke kern kracht bij te zetten. Zo ja, dan was het een meesterwerk in de non-fictie.

Lees verder “De wereld van Clovis”

Ach ja, de val van Rome

Zo verliep de val van Rome in elk geval NIET.

Ineens werd een batterij vragen op me afgevuurd. En ze zijn te interessant om niet te beantwoorden. Maar eerst het begin. Er was weer eens een politicus, Axel Ronse (N-VA), die de val van Rome van stal haalde. Knack citeert hem:

Ik hoop dat deze geopolitieke crisis ons ook economisch wakker schudt. We hebben echt niet meer de luxe om het West-Romeinse Rijk in verval na te spelen. Het moet afgelopen zijn met de decadentie.

Daarmee kun je het eens of oneens zijn, maar het tweede zinnetje is irritant. De Oudheid is er niet als voorbeeld voor het heden. Niet dat analogieën geheel onmogelijk zijn. Er bestaat iets dat vergelijkingstheorie heet en ik kan u verklappen dat je een voorindustriële samenleving niet zomaar kunt vergelijken met een postindustriële. Daar komt nog bij dat het zinloos is om in een samenleving waarover we robuuste informatie hebben, de onze dus, de politiek te laten leiden door inzichten, gebaseerd op samenlevingen waarover we geen robuuste informatie hebben. Het is geen kenniswinst het slecht kenbare te gebruiken bij het duiden van het beter kenbare.

Lees verder “Ach ja, de val van Rome”

Vijf dagen Brussel

Brussel, Botanische Tuin

Het idee was om, net als vorig jaar, eind januari een paar dagen te gaan fietsen. Ook om te zien of ik voldoende was gerevalideerd. Vlaanderen leek een mooie bestemming, maar de wind zat in de verkeerde hoek en er was regen voorspeld. Zodat we besloten een hotel in Brussel te nemen, een stad waar zó veel te zien is dat je er moeiteloos twee weken kunt doorbrengen. Bovendien is de treinverbinding vanuit Amsterdam sinds kort sterk verbeterd. En omdat ik het idee heb dat Nederlanders te weinig in België komen, doe ik hier verslag. Misschien inspireert het u tot een bezoek aan de Europese hoofdstad.

Stripverhalen

Ons hotel: Ibis City Centre. Centraal gelegen, opvallend aardig personeel en tussen drie metrostations (Sint-Katelijne, Beurs en De Brouckère), waardoor de hele stad in een oogwenk te bereiken is. Met wat geluk kijk je uit op de Sint-Katelijne-kerk, maar dit keer hadden we niet zoveel geluk. Wel een fijn stille kamer. De Ancienne Belgique is trouwens op loopafstand maar mijn reisgenote zag niets in Front 242, dus dat hebben we maar even gelaten zoals het is.

Lees verder “Vijf dagen Brussel”

De veerkracht van het Romeinse Rijk

Theodosius II (Bodemuseum, Berlijn)

Eén van de kwesties die tot vervelens toe terugkeren, is die van de zogenaamde val van het Romeinse Rijk. Wanneer mensen daarover beginnen, gaat het eigenlijk steevast over de verdwijning van het keizerlijk gezag in westelijk Europa. Dat proces vertrok zich in de loop van de vijfde eeuw na Chr. Maar dat is natuurlijk maar het halve verhaal. In het oosten van de Romeinse wereld bleef het keizerlijk gezag bestaan. Jeroen Wijnendaele wijdde een tijdje geleden op Twitter een draadje aan de veerkracht (resilience) van het Oosten.

1. Ten eerste: er waren nooit afzonderlijke West-Romeinse en Oost-Romeinse rijken. Er was slechts één Romeins Rijk, zelfs na 395 na Chr. Wel waren er twee regeringen. Oxford-historicus Fergus Millar beschreef dit terecht als de “tweelingregimes” van het Rijk.

2. De eenheid van de twee delen blijkt uit documenten als de Notitia Dignitatum (waarin sprake is van westelijke en oostelijke “delen”), en nog meer uit het wetboek dat keizer Theodosius II opstelde en met zijn neef Valentinianus III afkondigde voor het hele Romeinse Rijk, de Codex Theodosianus. Dat gezegd hebbende, er waren verschillen.
Lees verder “De veerkracht van het Romeinse Rijk”

De verdwijning van het keizerschap

Valentinianus II (Bodemuseum, Berlijn)

Eén van de kwesties die tot vervelens toe terugkeren, is die van de zogenaamde val van het Romeinse Rijk. Wanneer mensen daarover beginnen, gaat het eigenlijk steevast over de verdwijning van het keizerlijk gezag in westelijk Europa in de loop van de vijfde eeuw na Chr. Op andere terreinen overheerste de continuïteit. Jeroen Wijnendaele wijdde er een tijdje geleden op Twitter een draadje aan, waarin hij het interne geweld centraal stelde.

***

1. De vraag wat de oorzaak was van de verdwijning van het keizerschap uit de westelijke provincies van het Romeinse Rijk, kan verder worden verfijnd. Keizer Justinianus herstelde immers het keizerlijk gezag over diverse westelijke regio’s (inclusief Rome). Zijn opvolgers regeerden nog eeuwenlang over delen van Italië. In Apulië zelfs een half millennium!

2. Waar we uiteindelijk mee te maken hebben, is niet de verdwijning van het keizerlijke gezag, maar de verdwijning van het West-Romeinse keizerschap als zodanig. Dit verdwijnt eind vijfde eeuw en zal nooit meer terugkeren. Als we het hebben over “de val van Rome”, dan gaat het feitelijk hierom. Dus wat gebeurde er?

Lees verder “De verdwijning van het keizerschap”

Faits divers (31)

Het amulet uit Frankfurt (© Leibniz-Institut für Archäologie in Mainz)

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: boeken & vondsten. Want wat is oudheidkunde anders dan boeken & vondsten?

***

Boeken

Ik noem nog één keer het boek De wereld van Clovis van Jeroen Wijnendaele, waarover ik al een paar keer eerder blogde. Omdat ik meelezer ben geweest, kan ik het niet geloofwaardig recenseren. Als ik het prijs, prijs ik mezelf; als ik iets bekritiseer, steek ik een dolk in Wijnendaeles rug. Maar ik kan wel zeggen: dit is een belangrijk boek. Daarom schreef ik al dat de musea eens moeten nadenken over een expositie over de Late Oudheid en over de reden waarom de Germaanse volken de afgelopen kwart eeuw uit ’s Neêrlands collectieve geheugen zijn verwijderd.

Lees verder “Faits divers (31)”

Faits divers (30)

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer iets meer persoonlijke dingen dan ik zou willen. Maar eerst iets leuks.

***

Zwitserland

Ik heb weinig gelegenheid om te schrijven over Zwitserland, hoewel het toch een mooi land is met Keltisch en Romeins erfgoed. In de eerste eeuw v.Chr. botsten de Kelten en de Romeinen nogal eens gewelddadig. Eén van de gevechten was in 15 v.Chr. in het zuidoosten van Zwitserland, aan de weg vanaf de Povlakte naar de bovenloop van de Rijn. Een mooie website documenteert recent onderzoek naar de dodelijke efficiëntie van de Romeinse wapens.

Lees verder “Faits divers (30)”

De Franken van Nebisgast tot Elegast

Eindelijk, eindelijk, eindelijk: er is een nieuw boek over de Franken. Het heet De Wereld van Clovis. De Val van Rome en de Geboorte van het Westen en is geschreven door de Vlaamse historicus Jeroen Wijnendaele. Niet dat er helemaal nooit iets wordt gepubliceerd over de mensen die ik gemakshalve even “onze voorouders” zal noemen. We hebben bijvoorbeeld het boek van Luit van der Tuuk. Maar de Franken, die lange tijd toch golden als het begin van de Nederlandse identiteit, hebben het de laatste twintig jaar publicitair moeten afleggen tegen de Romeinen. Een boek over de Franken is daarom welkom.

En niet uit nostalgie naar een traditioneler geschiedbeeld. De Late Oudheid is belangrijk en krijgt de laatste tijd eindelijk de aandacht die ze verdient. Recent onderzoek leidt tot nieuwe inzichten, zoals de muntschat die in 2017 is ontdekt bij Lienden: nog in 461 had Rome invloed in het Nederlandse rivierenlandschap. De Franken zijn echter niet alleen wetenschappelijk “hot”, ze zijn ook belangrijk. De ondertitel van Wijnendaeles boek mag dan klinken als goedkope hype, al in de inleiding is duidelijk waarom ze accuraat is: Clovis schiep in een versnipperd politiek landschap een West-Europese eenheid – en dat ideaal is sindsdien blijven bestaan. En van idealen kan vormende werking uitgaan. Kortom, een belangrijk boek.

Lees verder “De Franken van Nebisgast tot Elegast”

Faits divers (27)

Obligaat Andalusisch plaatje

Een nieuwe aflevering in de reeks faits divers, met deze keer – nou ja, faits divers dus.

Papyrologie

Dit is dus gewoon leuk: in Egypte is in 2022 bij de opgraving van de antieke stad Filadelfeia (in de Fayyum) een papyrus gevonden met achtennegentig regels van twee tragedies van Euripides, Polyeidos en Ino. Meer informatie hier.

Of dit belangrijk nieuws is, is een kwestie van smaak. Het is dataverwerving, en dat is geen nieuws. Astronomen melden het ook niet als ze een ster hebben ontdekt. Dataverwerving is slechts een voorwaarde voor wetenschap. Dankzij deze achtennegentig zinnen zullen wel nieuwe inzichten ontstaan maar geen nieuwe soorten inzicht. Dit is normale, gestaag voortgaande wetenschap, geen nieuwe wetenschap.

Lees verder “Faits divers (27)”

Oost en West

Het missorium van Theodosius, met naast hem Valentinianus II en Arcadius: drie keizers in oost en west (Archeologisch Museum, Mérida)

Het zestiende hoofdstuk van het handboek van De Blois en Van der Spek zou beter in tweeën gesplitst kunnen worden.noot Net als het voorgaande, dat beter verdeeld kan worden in een hoofdstuk over het politieke systeem van de Vroege Keizertijd en een hoofdstuk over sociale, economische en religieuze aspecten. De eerste helft van hoofdstuk zestien zou dan kunnen gaan over de Crisis van de Derde Eeuw tot en met Constantijn, en de tweede helft zou dan de Late Oudheid behandelen.

Periodisering

Een eerste punt is hier dat van de periodisering. De geleerden van de Renaissance introduceerden een drieslag: eerst was er de Oudheid (goed), toen waren er de Middeleeuwen (niet goed) en tot slot was er de Nieuwe Tijd, waarin men aansluiting zocht bij de Oudheid. Die verdeling is sindsdien grotendeels gehandhaafd, maar is uiteraard problematisch. Elke begrenzing schept grensgevallen. De laatste tijd leggen historici vooral de nadruk op de continuïteit van Constantijn tot Karel de Grote en schuiven ze de late Romeinse tijd en de Vroege Middeleeuwen ineen tot een nieuw tijdvak, de Late Oudheid. Daarna beginnen de Arabische en Latijnse bronnen even rijk te stromen als de Griekse en is er definitief een einde gekomen aan de Oudheid, die we definiëren als de tijd waarin we naast de archeologie wel bronnen hebben maar onvoldoende voor echte geschiedschrijving.

Lees verder “Oost en West”