Toerist in Zaragoza

Aljafería, Zaragoza

De dingen die ik te doen had in het Catalaanse stadje Lleida – zie een eerder blogje – gingen gemakkelijker dan ik had voorzien en ik had daardoor zomaar een dag vrij. Ik kon dus een dagje naar Zaragoza, voor mij een stad met een magische naam. Zeg maar zoiets als Samarkand of Buchara: je associeert het met een stoer middeleeuws verleden en exotische pracht. De hogesnelheidslijn bracht me in minder dan geen tijd van Lleida naar Zaragoza, en ik ben meteen naar het Aljafería gewandeld, dat maar een kwartier verderop ligt.

Aljafería

Met het Alhambra in Granada, de grote moskee van Córdoba en Madinat al-Zahra vormt het paleis van Zaragoza, om zo te zeggen, “de grote vier” van Arabisch Spanje. Chronologisch ligt het er tussenin: de moskee en Madinat al-Zahra dateren uit de Vroege Middeleeuwen, het Aljafería is gebouwd in de tijd van de Eerste Taifas, en het Alhambra vertegenwoordigt de Late Middeleeuwen. Deze relatie is ook anders te omschrijven: de architectuur van het Alhambra bouwt voort op die van het paleis in Zaragoza, dat weer voortbouwt op de bouwkunst van het Umayyadische Emiraat van Córdoba, die weer een voortzetting is van de architectuur die de Umayyaden prefereerden toen ze nog de macht hadden in het Midden-Oosten.

Lees verder “Toerist in Zaragoza”

Madinat al-Zahra

Huis van Jaffar, Madinat al-Zahra.

Een tijdje geleden kondigde ik een stukje aan over Madinat al-Zahra, de paleisstad die Abd al-Rahman III van Córdoba stichtte nadat hij zich in 929 had uitgeroepen tot kalief. Al bijna twee eeuwen was die titel voorbehouden aan de Abbasidische heerser in Bagdad, en hoewel de Umayyadische heersers van het Emiraat van Córdoba behoorlijk wat eigendunk hadden, hadden ze er nooit moeite mee gehad de kalief te erkennen als de ene heerser der gelovigen. Dat was echter veranderd toen een andere dynastie, de Egyptische Fatimiden, het kalifaat eveneens had opgeëist. Nu er meer dan één kalief was, kon Abd al-Rahman niet achterblijven: ook hij moest de hoogste titel hebben. En dus kon zijn hoofdstad niet minder zijn dan Bagdad of Cairo.

Residentie

Abd al-Rahman stichtte de nieuwe residentie van het nieuwe Kalifaat van Córdoba in 936 en deze werd vier jaar later in gebruik genomen. De naam Madinat al-Zahra, wat misschien “de stralende stad” betekent, is weer zeven jaar later gedocumenteerd op munten, dus in 947. De stad werd na minder dan een eeuw verlaten en zelfs gesloopt: enkele zuilen zijn terecht gekomen in de Alcazar van Sevilla. Het materiaal dat archeologen hebben gevonden, is dus vrij scherp te dateren. De situatie doet wat denken aan Samarra, dat van 836 tot 892 Bagdad verving als kalifale residentie.

Lees verder “Madinat al-Zahra”

Ziryab

Monumentje voor Ziryab, Córdoba

Toen ik eens keek naar een documentaire over het Apolloproject viel me op dat de geleerden die ervoor zorgden dat de mensheid de maan bereikte, meest mannen overigens, allemaal witte overhemden droegen. Toen ben ook ik witte overhemden gaan dragen. Wat ik maar zeggen wil: je hebt smaakmakers en smaakvolgers. En dat was vroeger ook zo. Neem Abu al-Hasan ‘Ali ibn Nafi (789-857), bijgenaamd Ziryab, wat een zangvogel is.

Ziryab speelde de oud (een luit zonder fretten) aan het hof van de Abbasidische kalief Harun ar-Rashid. Op zeker moment – wellicht nadat het Kalifaat van Bagdad in 806 te maken kreeg met een opstand die overging in een conflict tussen Haruns opvolgers – reisde Ziryab af naar het westen. Via het hof van de Aghlabidische emir van Kairouan (in Tunesië) bereikte hij in 822 Córdoba, waar hij in dienst trad van emir Abd ar-Rahman II (r.822-852). Daar gold hij niet alleen als de grootmeester op de oud, maar ook als arbiter elegantiae: hij zette de toon op velerlei gebied.

Lees verder “Ziryab”

Toerist in Sevilla

De kathedraal van Sevilla

Sevilla! Het is de laatste stad in onze Spaanse zwerftocht, want morgenochtend begint terugreis. Ik ben eind jaren tachtig hier geweest, kort na de ontdekking van de Lex Irnitana (de meest complete versie van de Romeinse gemeentewet), die hier in het museum zou zijn. Een paar dagen daarvoor had ik de plek bezocht waar de bronzen tabletten waren gevonden. Ze bleken destijds echter niet aanwezig in Sevilla, maar zouden worden geëxposeerd in Madrid. Toen ik later daar aankwam, bleek de tentoonstelling nog niet geopend. Nu ik opnieuw in Sevilla ben, is het plaatselijke archeologische museum gesloten. Dat wisten we al vóór we de reis planden, dus dit is geen teleurstelling.

Stad aan een rivier

En we hebben gewoon een leuke dag gehad. Zoals de trouwe lezers van dit narcistische winterfeuilleton weten, staat deze reis een beetje in het teken van de Oudheid en de Arabische Middeleeuwen, en daarover valt in Sevilla genoeg te zien. De stad ligt aan de benedenloop van de Guadalquivir; antieke en middeleeuwse zeeschepen konden tot hier komen. (Dit is dan ook de stad waar Christoffel Columbus vertrok.) Er was dus altijd een basis voor welvaart. De vroegste geschiedenis is onduidelijk, maar de schat van El Carambolo, die ik al eens noemde, is vlakbij Sevilla gevonden.

Lees verder “Toerist in Sevilla”

Toerist in Córdoba

Puerta de Sevilla

Ik liet u in de vorige aflevering van dit narcistische winterfeuilleton gistermiddag achter op het station in Málaga, in de hoop dat we fors vertraagd om half drie zouden vertrekken naar Córdoba. Dat gebeurde inderdaad, maar na 500 meter stopte de trein, en na twee uur stilstand reed hij terug naar het station. Dat was niet naar de zin van de eveneens aanwezige Feyenoordsupporters. “Kankerland”, herhaalde een zo’n fan luidkeels, en zo klonk er meer. Niet handig, als de politie op scherp staat voor een risicowedstrijd. Toen we de trein verlieten, moesten we onze legitimatie tonen en haalde de politie supporters uit de mensenmassa. Toen een andere trein ons later naar Córdoba reed, ontbrak in onze coupé de Feyenoordaanhang.

Een snelle wandeling

We hadden, achteraf bezien, vijf uur langer kunnen doorbrengen in Málaga, maar goed: we zijn aangekomen in Córdoba, ooit de hoofdstad van het gelijknamige emiraat. Mijn vriendin was er al eens met haar zus geweest en ook voor mij is de stad niet nieuw – zie dit blogje.

Lees verder “Toerist in Córdoba”

Toerist in Málaga

De alcazaba van Málaga

Málaga, wat Fenicisch is voor “zoutstad”, stond eigenlijk niet op ons reisprogramma, maar toen we de reis afgelopen november voorbereidden, hadden we de indruk dat we hier, komend vanuit Almería, de overstap naar de trein naar Córdoba weleens zouden kunnen missen. Dus kozen we ervoor om in Málaga te overnachten en later in alle rust door te reizen.

Het zou, zo dachten we, een superkort bezoek zijn. Eigenlijk wilden we gewoon niets bekijken. Ik was hier eerder geweest en het Romeinse theater wilde ik mede daarom niet nog eens zien: ik heb – zei hij blasé en niet voor het eerst – in mijn leven zó veel van die waaiervormige schouwburgen gezien dat het opnieuw bekijken ervan me niet erg aansprak. Er boven verrijst de Alcazaba die de Nasriden van Granada hier bouwden; die moesten we laten wat ze was, omdat we vreesden dan te laat op het station te zijn om de trein naar Córdoba te halen. Hetzelfde gold voor de kathedraal. We beperkten ons dus tot het museum.

Lees verder “Toerist in Málaga”

Toerist in Almería

Poort in de Alcazaba van Almería

Vanuit onze hotelkamer in Almería keken we uit op een zonsopkomst over het water, dat hier Alboránzee heet, maar natuurlijk gewoon een deel is van de Middellandse Zee. De bus uit Cartagena was gisteren vrij laat in Almería aangekomen, maar nu het daglicht was, konden we de havenstad gaan verkennen.

Al-Marrya

Almería heette ooit Al-Marrya, wat zoiets betekent als “spiegel van de zee”. De stad is ontstaan toen zeelieden huizen begonnen te bouwen op een plek waar ze al weleens handel dreven met de boeren in deze omgeving. Graan voor vis. In 955 stichtte kalief Abd al-Rahman III van Córdoba hier een vlootbasis, die vanzelfsprekend moest worden beschermd met stadsmuren en met een moskee om te bidden om goddelijke bescherming. (Een inscriptie die de bouwwerkzaamheden documenteert, is te zien in het plaatselijke museum.) Op de rotsen achter de stad verrees de enorme burcht die bekendstaat als Alcazaba.

Lees verder “Toerist in Almería”

Toerist in Elche

Het centrum van Alcudia

In de vorige aflevering van mijn narcistische winterfeuilleton vertelde ik over Alicante, een havenplaats van het Iberische volk der Contestaniërs. Even landinwaarts lag een belangrijke nederzetting, die destijds Ilici heette en tegenwoordig Elche. De eigenlijke ruïnes liggen op een lage heuvel ten zuiden van het stadje, Alcudia (van het Arabische Al-Kudia, “de heuvel”). Hier is het beroemde beeld van de Dame van Elche gevonden. De beheerders van het terrein zijn bezig een soort gedenkteken te bouwen op de plek.

Work in progress

En daarmee is een voornaam punt al genoemd: Alcudia is heel erg work in progress. Er vinden al een eeuw opgravingen plaats, die Iberische en Romeinse huizen aan het daglicht hebben gebracht, plus een stadsmuur, talloze waterwerken, een Iberisch heiligdom, een Visigotische basiliek en een enorme hoeveelheid aardewerk. Het onderzoek is nog in volle gang, de diverse opgegraven gebouwen liggen op enige afstand van elkaar en zijn niet allemaal even makkelijk “leesbaar”. Ze zijn wel interessant, zoals de opstapeling van Iberische, Romeinse en laatantieke huizen, of de van complexe waterleidingen voorziene Romeinse huizen, of de centrale sector van nog niet voldoende geïnterpreteerde representatieve gebouwen.

Lees verder “Toerist in Elche”

Toerist in Alicante

Alicante, Castell de Santa Bàrbara

Over Alicante, de havenstad waaraan ik deze zesde aflevering van mijn narcistisch winterfeuilleton wijd, is een hoop te vertellen. Historisch bezien gaat het om twee plaatsen: het huidige Alicante, dat ligt aan de voet van het 160 meter hoge Castell de Santa Bàrbara, en een antieke stad op een uur wandelen ten noordoosten van het huidige centrum. Deze plek heet tegenwoordig Tossal de Manises, en het gaat om een gebied van ongeveer drie hectare met een Romeins badhuis, marktplein, woonhuizen, stadsmuur en een islamitisch grafveld.

Drie namen voor twee plaatsen

De Latijnse naam voor deze plaats was Lucentum, waarin het woord lux zit, “licht”. Dat zal wel verwijzen naar een landschappelijk fenomeen dat stralend wit was. In het Grieks heette de stad, gesticht door Hannibals vader Hamilkar Barka, Akra Leukè, “de witte burcht”. De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius vermeldt bovendien een fort, waarvan de naam meestal wordt weergegeven als Castrum Album, wat opnieuw “de witte burcht” betekent. Die lezing lijkt ingegeven door de betekenis van het Griekse Akra Leukè, en de aanname is dat het gaat om dezelfde plek.

Lees verder “Toerist in Alicante”

Toerist in Valencia (2)

Standbeeld van El Cid, Valencia

Het was toeval dat wij in Valencia waren op de feestdag van de Romeinse heilige Vincentius. Bij leven was hij in Zaragoza diaken, wat betekent dat hij verantwoordelijk was voor de uitdeling van aalmoezen en het beheer van kerkelijke goederen. In 304, tijdens de vervolging door keizer Diocletianus, werd hij gearresteerd en terechtgesteld in Valencia. Dat is eigenlijk alles wat met zekerheid bekend is, maar dat heeft vanzelfsprekend niet verhinderd dat er allerlei verhalen kwamen.

Vincentius

Een eeuw na zijn marteldood vertelde de Spaanse christelijke auteur Prudentius in zijn Kransrede welke martelingen Vincentius onderging. De arme diaken zou op de pijnbank zijn gelegd en met gloeiende haken zou zijn vlees van zijn botten gerukt. Hij was levend verbrand op een rooster, maar niet helemaal, want daarna was hij in een gevangeniscel gelegd op een bed van gebroken scherven. Daar gaf hij de geest. Zoals te doen gebruikelijk was de beul zó onder de indruk van de sereniteit waarmee de aspirant-heilige zijn martelingen verdroeg, dat hij zich bekeerde. De Kransrede is dus een voorspelbare, brave, kortom stomvervelende tekst.

Lees verder “Toerist in Valencia (2)”