Archeologie in Polen

Een neolithische ram (Archeologisch museum, Wroclaw)

In 2024 heb ik voor de derde keer met de camper een vakantiereis gemaakt rond de Oostzee. De eerste twee keer was met mijn vrouw, en omdat zij graag het hele rondje, inclusief Scandinavië, af wilde maken, namen wij te weinig tijd voor Polen. Wij bereisden voornamelijk cultuur en natuur. Sinds haar overlijden probeer ik alle dingen die wij samen hadden overgeslagen alsnog te doen, en zo had ik het afgelopen jaar meer tijd uitgetrokken voor Polen.

Polen is te ver om alleen in één dag te rijden. Een logische pleisterplaats zou Halle geweest zijn, waar sinds ons eerste bezoek een nieuwe opstelling was gerealiseerd in het Museum vor Vor- und Frühgeschichte. Vorig jaar was ik daar al samen met mijn dochter, eveneens classica, geweest, vanwege een tentoonstelling Reiternomaden: Hunnen, Awaren, Ungarn, over de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen. Natuurlijk hebben wij tevens de indrukwekkende blijvende tentoonstelling over de Nebraschijf genoten, en ook de rest van het museum is een openbaring.

Karpacz

Maar ik heb deze keer een andere overnachtingsplaats gekozen, om de volgende dag in Zuid-Polen bij de enige Noorse stavkirke te arriveren die ik in Noorwegen nog niet had gezien: die van Vang, overgeplaatst naar Karpacz, in opdracht van Friedrich Wilhelm IV van Pruisen (r.1840-1861), die het via de schilder Johan Christian Dahl had aangekocht toen het op afbraak werd verkocht. Het gebouw is ondanks ingrijpende restauraties op zijn negentiende-eeuws zeer de moeite waard.

Wrocław

De volgende dag, een zondagmorgen, dacht ik gemakkelijk de camper aan de rand van de binnenstad van Wrocław (Breslau) te kunnen parkeren, naast het voormalige arsenaal dat het archeologische museum huisvest. Dat lukte met enige moeite. Het museum is minstens zo spectaculair als het museum van Halle, drie verdiepingen groot.

Op de bovenste verdieping word je verwelkomd door de neolithische ram in keramiek. Zie de foto bovenaan dit stukje. De bijschriften waren in het Pools, maar er waren kaarten met Engelse vertalingen. Zoals te zien is op de plaatjes, was de opstelling uitsluitend op de voorwerpen gericht, zonder aandacht voor de culturele achtergronden of het archeologisch proces.

Armbanden, Lausitz-cultuur (Archeologisch museum, Wroclaw)

Wat mij onmiddellijk opviel was dat de trechterbekers een opvallende gelijkenis vertonen met die in het Drents Museum in Assen. Na de lezingen door het RMO vanwege de grote expositie over de Bronstijd verbaast dat natuurlijk niet meer. Hunebedden zijn er bij gebrek aan zwerfkeien niet in Zuid-Polen, maar in Noord-Polen komen ze, net als in de Noord-Duitse vlakten en Scandinavië, wel voor.

Een verdieping lager werd bij voorwerpen uit de Bronstijd uitsluitend vermeld dat zij uit de Lusatische cultuur stammen. Na wat googelen blijkt dat dat onder de naam Lausitz-cultuur bekender is, en verbonden is aan de Sorben, een Slavisch volk dat aan weerszijden van de rivier de Neisse woonde of woont. Dat past dus in de migratiebewegingen van het begin van de Bronstijd. Het schijnt dat hun taal in de omgeving van Pirna tot voor kort nog werd gesproken, maar vrijwel uitgestorven is.

Aardewerk met zonnesymbolen, Lausitz-cultuur (Archeologisch museum, Wroclaw)

Aardewerk met zonnesymbolen, kolossale bronzen gespen en (verkleinde) landbouwwerktuigen uit de overgangsperiode van de Brons- naar de IJzertijd. Opmerkelijk vond ik ook een ongedateerde benen fluit, waarvan het aanblaasgedeelte goed bewaard is, en waaraan je kunt zien dat dit een mondstuk als een blokfluit had gehad.

Fluit (Archeologisch museum, Wroclaw)

Wrocław is overigens een prachtige stad aan de rivier de Oder. Dit ondanks de nog zichtbare oorlogsschade. Ik heb echter geen stalinistische wederopbouw gezien, zoals wel in andere voormalige Duitse en nu Poolse steden.

Nysa

Mijn reden om Zuid-Polen wat uitvoeriger te bezoeken was dat ik als amateur-blokfluitist de laat-middeleeuwse blokfluiten van Nysa en (later in Noord-Polen) Elbląg wilde zien. Ze maken daar deel uit van de archeologische collecties van de lokale musea. Op de blokfluit in het museum in Nysa is het duimgat zichtbaar:

Middeleeuwse blokfluit (Museum van Nysa)

Dit museum bezit ook een zogeheten St-Hedwigsbeker van glas,  die vermoedelijk in de tiende of twaalfde eeuw in Egypte is vervaardigd en omstreeks 1750 in een barokke houder is geplaatst.

Sint-Hedwigsbeker (Museum van Nysa)

Kraków

Nysa ligt op de route naar het volgende reisdoel, Kraków. De topattractie daar is natuurlijk het kasteel Wawel, dat een soort akropolis vormt boven de rivier de Visla (Weichsel), waar ook de funderingen en het daar uitgevoerde onderzoek wordt gepresenteerd. Het archeologisch museum is elders in de stad gevestigd, op de grote zolder van een instituut waarvan ik de functie niet heb ontdekt. Het heeft een mooie tentoonstelling met aandacht voor de culturele omgeving. De geometrische vazen leken sterk op Proto-Myceens. Niettemin vond men deze opstelling niet goed genoeg, want binnenkort zou ze worden gesloten voor herinrichting.

Het Nationaal museum in Kraków vond ik op zich minder interessant. De vaste opstelling toont kunstnijverheid, maar een van de twee tijdelijke tentoonstellingen, Golden Fleece, the art of Georgia, was een verrassing. Zo waren er opmerkelijke zaken uit de Late Steentijd en een prachtige ruiterfibula uit de Bronstijd.

Een ruiter uit Georgië

Elbląg

Na een week historische steden wilde ik niet meteen Warschau bezoeken, dat op de route naar Elbląg (Elbing, in voormalig Oost-Pruisen) ligt. De Poolse hoofdstad bewaar ik voor een volgende keer. Het archeologisch-historisch museum in Elbląg heeft dankzij verwoestingen uit de Tweede Wereldoorlog een opmerkelijke stadsarcheologische tentoonstelling, waar de al genoemde blokfluit, gevonden in 1998, deel van uitmaakt. De eenhandsfluit is wat later gedateerd, met de andere hand roffelde de speler trommeltjes die aan de gordel hingen. (Een harmonie-orkest in Barcelona had nog een speler die dat heel virtuoos deed).

Twee fluiten (Museum Elbląg)

Ik heb mijn reis vervolgd door de drie Baltische landen, waar ik de archeologie nog samen met mijn echtgenote had afgegraasd. De collecties daar zijn minder groots dan die in Polen, en een blokfluit in Tartu (Estland) was te kwetsbaar voor expositie.

Thuisgekomen heb ik de webmaster van The Recorder Home Page de gestuurd foto van de Nysablokfluit, en ontdekt dat er nog twee laatmiddeleeuwse exemplaren waren in Polen, nl. in Puck (boven Gdansk) en Plock (in Mazovië, Oost-Polen). Die komen dus de volgende keer tegelijk met een bezoek aan Warschau aan de beurt.

[Een gastbijdrage van Arnold den Teuling. Dank je wel Arnold!]

Deel dit:

9 gedachtes over “Archeologie in Polen

  1. Prachtig! Ik heb door verleden beroepsbezigheden een extra interesse voor Polen ontwikkeld maar in mijn nieuwe functie kom ik er niet meer. Het land herbergt heel wat verborgen schatten. Ooit was het een fiere gemenebest met Litouwen, daarna heeft het de drie delingen meegemaakt, tot het amper bestond. In de 20ste eeuw bleef het speelbal tussen Duitsland en Rusland, Na 1945 is het opnieuw een fiere natie maar ze is door al die episoden wat afgesneden geraakt van haar verleden.
    ’t Is dus heel interessant om te lezen hoe Polen omgaat met het verre verleden. Dank!

  2. Ja! Polen, een leuk en divers land! Misschien moet je de volgende keer ook het nagebouwde prehistorische dorp Biskupin in je route meenemen. OK, het is ook wel een beetje een archeologisch pretpark, maar het geeft een heel goed beeld hoe zo’n dorp nou in elkaar zat. Alleen zijn er geen fluiten te zien…

    Zie ook mijn verslag https://www.combuijs.nl/reizen/polen.html , inmiddels trouwens al weer 20 jaar geleden…

  3. Huibert Schijf

    Het leuke van de verslagen van Van Teuling is de diversiteit van musea die hij bezocht, inclusief muziekinstrumenten. Wat biedt Polen veel variatie aan musea. Luchtig verteld die allerlei tips hebben opgeleverd. Polen is so wie so een plaats voor de toekomst.

  4. Rob Duijf

    Heel leuk blog, Arnold!

    Leuk om de blokfluiten te zien, zeker ook het prehistorische benen fluitje. Vijf gaatjes veronderstelt een pentatonische toonladder, toch?

  5. Net als de eenhandsfluit uit Elblag heeft het benen fluitje drie vingergaten. Het gat met de afgeschuinde zijde dient om de luchtstroom in trilling te brengen vanuit het mondstuk, dat door een blokje of bijv. een kluit was tot een spleet was verkleind. De vrije hand kan eventueel gebruikt worden om de onderzijde van de fluit af te dekken. Misschien kun je er een pentatonische toonladder op spelen (eenvoudigste is do re mi sol la, dus zonder halve toonsafstanden), maar het spreekt niet vanzelf. Bij reconstructies van de 14de-15de eeuwse blokfluiten (met zeven gaten van boven en een duimgat aan de onderzijde) is gebleken dat de onderste twee tonen juist vaak een halve toonsafstand uit elkaar liggen, i.t.t. de renaissance- en latere blokfluiten.

    1. Rob Duijf

      Dank je wel, Arnold. Ik vroeg me af of er experimenteel onderzoek is gedaan naar de stemming van die prehistorische fluit. Een pentatonische stemming zou helemaal zo gek niet zijn, omdat het een natuurlijke toonreeks is die al vele duizenden jaren geleden in prehistorische samenlevingen werd gewaardeerd.

      Of er op deze fluit secundes en tertsen kunnen worden gespeeld, hangt volgens mij dan weer af van de lengte en diameter van de fluit en de plaatsing en diameter van de vingergaten. Wat denk jij?

Reacties zijn gesloten.