Chinese filosofie (1) De oudste tradities

Shang-bronssmeedwerk (Musée Guimet, Parijs)

[De komende tijd zal Kees Alders enkele blogseries schrijven over de antieke Chinese en Indische filosofische stromingen. Een inleiding was hier; vandaag begint de eerste reeks over China met de tijd van de Shang-dynastie.]

Voordat we de filosofie van China kunnen behandelen, is het nodig te kijken naar de Chinese cultuur, hoe deze is ontstaan, en hoe deze de basis vormde voor de filosofie. Lees verder “Chinese filosofie (1) De oudste tradities”

Waarom u op de Bronstijd moet stemmen

Tot de vele dingen die ik in Nederland niet goed begrijp, behoort dat we een ministerie hebben dat Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heet. Alsof je die drie zou kunnen scheiden. Dat kan echter niet. Immers, dat wat de culturele sector ons biedt, inspireert uitsluitend als het wáár is, en we willen dat onze kinderen geen flauwekul leren. Cultuur en onderwijs veronderstellen dus wetenschap, of delen althans het streven naar waarheid. Omgekeerd is wetenschap op haar beurt volstrekt, volkomen & absoluut betekenisloos zonder onderwijs, want als inzicht niet wordt overgedragen, is het overbodig. En wetenschap is natuurlijk ook zelf een cultuuruiting. Wie de schoonheid niet herkent van het bewijs dat de reeks priemgetallen oneindig is, is esthetisch gehandicapt. Trouwens, menig wetenschappelijk resultaat kan zó in een kunstmuseum.

We zouden een ministerie moeten hebben waar onderwijs, cultuur en wetenschap een eenheid vormden. Als het niet wat al te orwelliaans klonk, zou je dat het Ministerie voor de Toekomst kunnen noemen, want alle drie willen een betere, inzichtrijkere wereld.

Lees verder “Waarom u op de Bronstijd moet stemmen”

Prehistorisch China

Laat-Neolithisch aardewerk uit China (Musée Guimet, Parijs)

Deze blog gaat over de antieke wereld, dus de periode tussen pak ’m beet 3000 v.Chr. en 650 na Chr. De chronologische afbakening is simpel: daarvóór hebben we vooral archeologische bewijsmateriaal, daarna hebben we voldoende geschreven bronnen om te komen tot werkelijke geschiedschrijving. In de westelijke periferie ligt de einddatum iets later, maar voor het economisch, stedelijk en cultureel zwaartepunt van de antieke wereld, het oostelijk bekken van de Middellandse Zee, vormt het jaar 650 een mooi eindpunt.

De geografische grens is minder scherp. Daarom besteed ik ook regelmatig aandacht aan de Sao– en de Nok-culturen in subsaharaal Afrika en aan de culturen van Centraal-Eurazië. De Zijderoute is een fijn thema. Zo af en toe komt dus China in beeld, zoals bij de Romeinse beschrijving van het Zijdeland en de Chinese beschrijving van de staat Dà Qín, maar ik heb nooit een echt blogje gewijd aan het Verre Oosten. Een poging dus, met een kritische paragraaf aan het einde.

Lees verder “Prehistorisch China”

Een depositie uit Bronstijd-Drenthe

Depositie uit de Bronstijd uit Roswinkel (Drents Museum, Assen)

Ik was al een paar weken niet in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden geweest. Vandaag was ik er weer eens. Het was druk maar prettig. De vernieuwde afdeling over het antieke Nabije Oosten is mooi geworden, heel helder, met opvallend veel kleitabletten. Ik blijf hopen dat ’ie nog eens wordt vergroot. Er is ook een kleine en véél te brave expositie in de reeks Collectie|Reflectie, gewijd aan verzamelaars die voorwerpen hebben nagelaten aan het museum zonder te weten waar ze zijn gevonden. De vorige expositie was ook al zoutloos; de uitleg dit keer is zelfs zó braaf dat het gênant is.

Maar daar kwam ik niet voor. Ik was er voor de Bronstijdexpositie, die ik pas één keer had bezocht. Hierboven een stukje turf met daarop een snoertje met kralen van barnsteen, een kam van hoorn en een stukje brons, dat een fragment van een bijl kan zijn. Het verzamelinkje is gevonden in de buurt van Ter Apel, in de richting van Emmen, bij Roswinkel. Iemand heeft het gebonden in een lapje leer en in het veen achtergelaten, ergens tussen 1800 en 1500 v.Chr., en een turfsteker heeft het vele eeuwen later teruggevonden. Het behoort nu bij de collectie van het Drents Museum in Assen.

Lees verder “Een depositie uit Bronstijd-Drenthe”

Archeologie in Polen

Een neolithische ram (Archeologisch museum, Wroclaw)

In 2024 heb ik voor de derde keer met de camper een vakantiereis gemaakt rond de Oostzee. De eerste twee keer was met mijn vrouw, en omdat zij graag het hele rondje, inclusief Scandinavië, af wilde maken, namen wij te weinig tijd voor Polen. Wij bereisden voornamelijk cultuur en natuur. Sinds haar overlijden probeer ik alle dingen die wij samen hadden overgeslagen alsnog te doen, en zo had ik het afgelopen jaar meer tijd uitgetrokken voor Polen.

Polen is te ver om alleen in één dag te rijden. Een logische pleisterplaats zou Halle geweest zijn, waar sinds ons eerste bezoek een nieuwe opstelling was gerealiseerd in het Museum vor Vor- und Frühgeschichte. Vorig jaar was ik daar al samen met mijn dochter, eveneens classica, geweest, vanwege een tentoonstelling Reiternomaden: Hunnen, Awaren, Ungarn, over de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen. Natuurlijk hebben wij tevens de indrukwekkende blijvende tentoonstelling over de Nebraschijf genoten, en ook de rest van het museum is een openbaring.

Lees verder “Archeologie in Polen”

De Gouden Hoed van Berlijn

De Gouden Hoed van Berlijn (Neues Museum, Berlijn)

Op de Bronstijdexpositie in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, die ik al eens aanstipte, is momenteel de Gouden Hoed van Schifferstadt te zien, die in 1835 is gevonden in de buurt van Spiers. Het wonderlijke voorwerp is ergens tussen 1400 en 1300 v.Chr. vervaardigd. Negen jaar later dook nog zo’n voorwerp op, dit keer in Avanton bij Poitiers. Dat is ruwweg even oud en ik zal niet snel vergeten hoe ik het eind oktober zag in het Musée Archéologie Nationale in Saint-Germain-en-Laye: het cliché “magisch” was zeker op zijn plaats. Een derde hoed is in 1953 in de omgeving van Neurenberg bij Ezelsdorf gevonden. Die wordt gedateerd rond 1000 v.Chr.

Tot slot verwierven de Berlijnse musea in 1996 een hoed met een schimmige herkomst. Ook die Gouden Hoed van Berlijn dateert van rond 1000 v.Chr. Ik heb het een paar keer gezien, sensationalistisch opgesteld in mysterieuze duisternis. Ondanks het gekunstelde pathos waarmee het Neues Museum het presenteert, blijft het een indrukwekkend voorwerp. Het is vijfenzeventig centimeter hoog en weegt een pond.

Lees verder “De Gouden Hoed van Berlijn”

Cycladenkunst

Een keros uit Melos (Antikensammlung, München)

Ik organiseer volgend jaar in juni een reis naar de musea van Beieren, die hun collecties hebben vernieuwd. De Archäologische Staatssammlung in München is het beste voorbeeld: feitelijk een totaal nieuw museum, waarover ik de loftrompet al eens heb gestoken. Aan de andere kant van het stadscentrum is de Königsplatz, waar in de Glyptothek een van ’s werelds mooiste collecties Griekse en Romeinse sculptuur staat opgesteld (zoals, zoals). Aan de andere kant van het plein is de Antikensammlung met aardewerk, sieraden en andere soorten antieke kunst (zoals, zoals, zoals, zoals, zoals, zoals, zoals). U heeft alles te danken aan de verzamelwoede van de Beierse koningen van de negentiende eeuw.

Cycladenkunst

Aan de Königsplatz is ook bovenstaand voorwerp te zien, dat ik, bij gebrek aan beter woord, maar een doos zal noemen. Het is gemaakt van speksteen en gevonden op het Griekse eiland Melos, een van de Cycladen. (Je leest steeds weer dat die zo heten omdat ze als een krans om het eiland Delos liggen. Ik weet niet waarom dat zo is. Volgens mij ligt Syros middenin.) De doos moet een deksel hebben gehad, maar die is niet bewaard.

Lees verder “Cycladenkunst”

Vuur van verandering?

De Zonnewagen van Trundholm (replica; het origineel is in het Nationaal Museum in Kopenhagen)

Ik blogde al enkele keren (een, twee, drie, vier, vijf) over de Bronstijd, waarover onlangs in het Rijksmuseum van Oudheden een tentoonstelling is begonnen. Daar is veel positiefs over te zeggen en dat zal ik ook nog weleens doen. Voor het moment hoeft u alleen maar te weten dat het een goede expositie is. Het verhaal: dankzij enerzijds de Indo-Europese migraties en anderzijds de handel in koper en tin, groeiden pan-Europese verbanden. Niet zonder reden is wel geopperd dat er in het geschiedenisonderwijs meer aandacht moet zijn voor de vroegste tijden. Het museum toont het Bronstijdverhaal met veel interessante en bijzondere stukken, mooie stukken ook, die je niet snel bij elkaar ziet.

Nog één woord van lof voor ik echt aan dit blogje begin: de opstelling is ietwat conservatief. Wel vitrines met voorwerpen, geen noemenswaardige toeters en bellen. Waar de architect een decor neerzette, was het functioneel, zoals het frame van een boerderij. Menselijke resten liggen achter gordijnen en dat vind ik een mooie oplossing voor een naar dilemma. Kortom: een tentoonstelling waar je fijn een uur of twee doorbrengt.

Lees verder “Vuur van verandering?”

Faits divers (28)

De Gouden Hoed van Schifferstadt, nu te zien in Leiden

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer de Bronstijd, slecht nieuws uit Leiden, reclame en een leuk boek.

***

De Bronstijd

In het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is afgelopen vrijdag de langverwachte expositie geopend over de Bronstijd. Dat is de tijd tussen ruwweg 2000 en 800 v.Chr., en het voornaamste erfgoed uit die periode bestaat uit onze genen en onze talen. Ik heb de tentoonstelling nog niet kunnen bezoeken, maar er is al één mooi effect en dat is een fijn artikel in De Volkskrant over de herkomst van het brons dat is gevonden in de Lage Landen. We hebben hier immers geen tin- of koperaders.

Lees verder “Faits divers (28)”

De oudste poëzie

Orfeus improviseert zijn poëzie (Museum van Antiochië)

De woordenschat van de Indo-Europese talen gaat terug op een oertaal die in het huidige Oekraïne gesproken is geweest toen de Steentijd overging in de Bronstijd. Die taal kunnen taalkundigen redelijk goed reconstrueren dankzij goed gefundeerde klankwetten en zo kunnen ze uitspraken doen over de tussenliggende eeuwen. Zeg maar de Bronstijd, de periode waaraan het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden vanaf 18 oktober een overzichtstentoonstelling zal wijden. Taal en archeologie gaan hier hand in hand, want een fors deel van de archeologische interpretatie veronderstelt informatie die de taalkundigen hebben geleverd. Omgekeerd helpt de archeologie tegen al te malle, op taal gebaseerde reconstructies van de oude samenlevingen.

Het potentieel van de taalkunde beperkt zich echter niet tot de vaststelling dat er koningen, gezinnen en hemelgoden zijn geweest, of dat er zaken bestonden als magische rituelen en de uitwisseling van geschenken. Taalkundigen kunnen ook uitspraken doen over de vorm van de poëzie. Niet over de inhoud helaas; wat men in de gedichten vertelde, is voorgoed verloren. Maar hoe de dichters te werk gingen, daarover kunnen taalkundigen uitspraken doen. Ze kijken daarvoor naar de poëzie van de Indo-Europese talen, herkennen overeenkomsten en beredeneren hoe die kan zijn ontstaan uit een gemeenschappelijke Proto-Indo-Europese oerpoëzie.

Lees verder “De oudste poëzie”