Driemaal werelderfgoed: Centraal Turkije

Rotswoningen in Cappadocië

Wat valt er in Turkije zoal te zien? Ik behandelde eergisteren hier en daar de westkust. Vandaag nemen we het centrum onderhanden. Ik kan dat echter niet doen in de vorm van een rondreis. De beschavingen van Centraal-Anatolië zijn waanzinnig interessant maar ik denk dat ze onvoldoende bekend zijn. Liever dus een chronologisch overzicht. Een logische volgorde voor de auto is overigens Ankara, Alaçahöyük, Bogazköy, Yazilikaya, Kültepe, Kayseri, Kappadocië, Arslantepe, Çatalhöyük en Gordium.

De eerste steden

Eerst Çatalhöyük. Ik ben hier niet geweest maar hier is de officiële website van deze belangrijke opgraving uit het Neolithicum. Het gaat om een nederzetting van ongeveer dertien hectare uit het zevende millennium v.Chr., waar archeologen voor het eerst vaststelden dat er al in de laatste fase van de Steentijd grote nederzettingen waren. Denk aan een omvang van tweemaal het toenmalige Byblos, met dit verschil dat de huizen daar verspreid stonden op de heuvel en er dus niet zoveel mensen waren, terwijl Çatalhöyük compacter is. De deur was nog niet uitgevonden, dus je betrad een huis via een gat in het dak. Van de prachtige beeldjes die archeologen lang zelfverzekerd hebben geïnterpreteerd als moedergodinnen, durft men nu niet meer te zeggen dan dat ze misschien een rituele betekenis hebben gehad.

Lees verder “Driemaal werelderfgoed: Centraal Turkije”

Het schild van Achilleus (2)

[Tweede deel van een stuk over pseudowetenschap, wetenschap en wetenschapscommunicatie. Het eerste was hier.]

Speculaties

Oudheidkunde kenmerkt zich door dataschaarste en dus speculatie. De waarde van het vak is dat je leert nadenken over die onzekerheid en dan kom je al snel bij het onderscheid tussen speculaties over gedocumenteerde en ongedocumenteerde verschijnselen. Ik zal het uitleggen aan de hand van een voorbeeld.

Een classicus kan, als hij op een onbekend woord stuit, speculeren dat het gaat om een bekend maar ongebruikelijk gespeld woord. Hij of zij weet namelijk dat spelfouten bestaan. De diverse typen in kaart zijn gebracht. (Ik zal nog bloggen over zaken als permutatie, dittografie, haplografie.) De classicus kan dus speculeren over het rare woord door te verwijzen naar een verschijnsel dat goed is gedocumenteerd.

Lees verder “Het schild van Achilleus (2)”

Het schild van Achilleus (1)

Hefaistos en Thetis met de nieuwe wapenrusting van Achilleus (Musée royal de Mariemont, Morlanwelz )

Er valt iets te zeggen vóór pseudowetenschap. De theorieën zijn vaak origineel en tonen de menselijke fantasie op haar mooist. Bovendien vinden pseudowetenschappers, steeds op zoek naar argumenten, hun aanwijzingen overal. Ze denken interdisciplinair en dat is goed. Pseudowetenschap daagt je daardoor uit na te denken over wat echte wetenschap is. Als je die uitdaging echter aangaat, lopen de rillingen je over het lijf.

Alle redenatiefouten die je aanwijst in een pseudowetenschappelijke theorie, zie je namelijk ook in de officiële wetenschap (wat dat ook moge zijn). Je zou willen zeggen dat de peer-review weliswaar niet onfeilbaar is maar excessen toch verhindert, maar je kent legio voorbeelden van het tegendeel. Je zou willen zeggen dat het zelfreinigend vermogen van de academische wetenschap blunders uiteindelijk corrigeert. Alleen weet je dat dit verrotte langzaam gaat of onvolledig is. Je zou willen zeggen dat de toetsing aan de empirie uiteindelijk allesbeslissend is. Maar je weet dat dat in de oudheidkunde niet gaat. Er is immers dataschaarste en dus onvoldoende empirie.

Lees verder “Het schild van Achilleus (1)”

De Hemelschijf van Nebra: Naschrift

Hemelschijf van Nebra, reconstructie van de oervorm

[Van Ab Langereis, die vorige week vier keer schreef over de Hemelschijf van Nebra (één, twee, drie, vier) is nog een naschrift gekomen.]

Omdat ik op de dagen waarop Jona mijn stukjes over de Hemelschijf van Nebra op de blog zette elders was, was ik niet in de gelegenheid commentaar te geven op de hier geplaatste opmerkingen. Jona heeft op adequate wijze geantwoord. Echter ook van mij een paar woorden als naschrift.

Eerst een correctie. In het tweede stukje stond oorspronkelijk dat de bladgouden sterren twee millimeter dik waren. De juiste dikte is 0,2  – 0,4 millimeter.

De vervaardiging

We kennen allemaal brons als een gegoten legering van koper en tin, maar gesmeed? Gegoten brons heeft een samenstelling van 8 – 15 % tin en is daarmee een keihard metaal.

Lees verder “De Hemelschijf van Nebra: Naschrift”

Het verhaal van Sinuhe

Senusret (Medelhavsmuseet, Stockholm)

Ik heb op deze plek weleens geschreven over het Verhaal van Wen-Amun, een Egyptische diplomaat die in het buitenland ontdekt dat mensen buiten het eigen land weleens anders naar de dingen kunnen kijken dan hij gewend is. Het is een voorbeeld van het Egyptische genre dat wel is aangeduid als “reisliteratuur”. Andere voorbeelden zijn het Verhaal van de schipbreukeling en het Verhaal van Sinuhe. De pointe van die verhalen is niet heel anders dan die van onze reisliteratuur: de hoofdpersoon verwerft in den vreemde een bepaald inzicht.

Meestal is dat overigens een inzicht dat de hoofdpersoon zonder al dat gereis ook wel thuis zou hebben kunnen opdoen. Maar ja, dan hadden wij geen verhaal vol avonturen en couleur locale gehad. Het is dus maar goed dat de hoofdpersoon doorgaans niet al te snugger is.

Net als in het Verhaal van Wen-Amun lijkt het Verhaal van Sinuhe op het eerste gezicht echt gebeurd. Er wordt verwezen naar historische gebeurtenissen, zoals het overlijden van farao Amenemhet I in 1952 v.Chr., en naar reëel bestaande plaatsen. Ik zal straks nog een detail noemen dat goed getroffen is.

Lees verder “Het verhaal van Sinuhe”

De Hemelschijf van Nebra in Assen

De afgelopen dagen vertelde Ab Langereis al het een en ander over de hemelschijf van Nebra: over de Únětice-cultuur, over de ontdekking, over de mogelijkheid (hoe onwaarschijnlijk ook) van een Babylonische connectie en over de mogelijke redenen waarom het voorwerp uiteindelijk is begraven. De aanleiding voor die vier blogjes was dat het Drents Museum in Assen momenteel een betoverend mooie expositie wijdt aan het voorwerp. Die duurt nog zes weken.

Zoals Ab al aangaf, moeten we veel speculeren. Ik was heel benieuwd hoe het museum in Assen dat zou aanpakken. Ik geloof weinig van de door Harald Meller gelegde relatie met de Babylonische astronomie, die hij overigens ook zelf presenteert als speculatie. Je kunt als museum de puzzel centraal stellen, en omdat we sinds de sluiting van het archeologiemuseum van Brugge nauwelijks uitleg hebben van wat archeologie is, zou het best zinvol zijn geweest weer eens ergens te vertellen over hypothesevorming en -toetsing. Conservator Bastiaan Steffens maakte een andere keuze.

Lees verder “De Hemelschijf van Nebra in Assen”

De hemelschijf van Nebra (4): Aanpassingen

De constatering dat de Hemelschijf van Nebra een astronomische vuistregel bevatte die destijds bekend was in Mesopotamië, maakte het mysterie alleen maar groter. Astronomen menen dat de benodigde kennis niet in het Nebra-gebied kan zijn opgedaan. De hemel, redeneren zijn, is niet helder genoeg om gedurende minimaal veertig jaar de benodigde waarnemingen te doen. Daar staat tegenover dat de mensen in het noordwesten van Europa al ver vóór Nebra een grote kennis van de jaarcyclus hadden; Stonehenge is maar één voorbeeld. Hoe dat ook zij, er speelt nog een ander probleem: hoe zou je in een schriftloze cultuur het inzicht moeten vastleggen en doorgeven?

Speculaties

In zijn boek De Hemelschijf van Nebra speculeert Harald Meller dat de kroonprins van een (hypothetische) Únětice-staat bij het hof van een Mesopotamische vorst op bezoek is geweest, bijvoorbeeld ter versterking van de goede handelsrelaties. Vergelijk het met de wijze waarop wij tegenwoordig handelsmissies organiseren met onze koning aan het hoofd. Die Mesopotamische vorst zou mogelijk de van zijn Wetten bekende Babylonische koning Hammurabi kunnen zijn geweest, want uit zijn tijd stamt de Hemelschijf van Nebra.

Lees verder “De hemelschijf van Nebra (4): Aanpassingen”

De hemelschijf van Nebra (3): de Plejaden

Hemelschijf van Nebra, reconstructie van de oorspronkelijke vorm (Arche Nebra)

De Hemelschijf van Nebra is, blijkens de analyse van het weinige aan de grafgiften verbonden organisch materiaal, rond 1600 v.Chr. ritueel begraven, maar is 150 tot 200 jaar eerder vervaardigd. Harald Meller is er zeker van dat er maar één schijf is gemaakt en dat dit gebeurde in opdracht van de heersende vorst.

De afbeelding

In zijn oorspronkelijke vorm bestaat de schijf uit de maan (ook te beschouwen als zon), sikkelvormig en vol, een klontering van zeven sterren en vijfentwintig willekeurig  over het vlak geplaatste sterren. In deze vorm heeft het voorwerp enkele generaties gefunctioneerd.

Bijzonder is dat de maansikkel, zoals die is afgebeeld, de schijngestalte heeft van een maan die 4½ dag oud is. Dat is dikker dan de nieuwe maan van 1½ à 2½ dagen oud, die als eerste licht verspreidt. De zeven sterren duiden op de sterrenhoop Plejaden (het Zevengesternte), die in veel oude culturen een belangrijke mythische rol toebedeeld kregen.

Lees verder “De hemelschijf van Nebra (3): de Plejaden”

De hemelschijf van Nebra (2): de ontdekking

De Hemelschijf met twee bronzen bijlen, twee zwaarden, een beitel en twee armspiralen (foto uit Harald Meller & Kai Michel, De Hemelschijf van Nebra, 2019)

De rijkdom van de Únětice- of Aunjetitz-cultuur, die in het vorige stuk is beschreven, uitte zich onder meer in het opwerpen van enorme grafheuvels voor overleden stamhoofden. Het is in deze wereld dat rond 1800 v.Chr. de Hemelschijf van Nebra is vervaardigd.

Het verhaal van deze schijf leest als een detective in drie bedrijven, waarbij James Bond, moderne wetenschap en sciencefiction samenkomen:

  • het vinden;
  • het maken;
  • de betekenis.

Lees verder “De hemelschijf van Nebra (2): de ontdekking”

De hemelschijf van Nebra (1): de Únětice-cultuur

De hemelschijf van Nebra

Mijn “relatie” met de Hemelschijf van Nebra begon drie jaar geleden. Ik las toen in de weekendeditie van 27/28 april  2019 van de NRC de recensie van Theo Toebosch over De Hemelschijf van Nebra. Dit boek is geschreven door Harald Meller directeur van het Landesmuseum für Vorgeschichte in Halle Duitsland in samenwerking met de historicus en journalist Kai Michel. En zoals het soms gaat na het lezen van een boeiend verhaal, het laat je niet meer los.

Deze Hemelschijf, brons met gouden afbeeldingen van sterren, manen, horizon-bogen en een schip, is de oudste gevonden afbeelding van de hemel op aarde.

Lees verder “De hemelschijf van Nebra (1): de Únětice-cultuur”