Waarom oorlog?

Twaalf Bronstijd-oorlogsgoden, Yazilikaya

Waarom bestaat er eigenlijk zoiets als oorlog? De mens is vanzelfsprekend niet de enige soort die zichzelf te gronde richt. Andere primaten, zoals stokstaartjes en chimpansees, weten er ook wel raad mee, dus het lijkt me geen al te woeste aanname dat agressie diep in ons zit. Het lijkt er bovendien op dat groepsdwang een rol speelt: stokstaartjes vechten als roedels tegen andere roedels. Het gedrag van de vroegste mensen zal dus niet heel anders zijn geweest dan het conflict aan het begin van 2001. A Space Odyssey.

Archeologisch bewijs?

We redeneerden in de vorige alinea vanuit een algemeen biologisch patroon, net zoals we doen als we het hebben over de oorsprong van de menselijke taal. Archeologen hebben echter ook direct bewijs gevonden voor menselijke agressie, zoals kannibalisme in het Paleolithicum, waarbij overigens meestal onduidelijk is of het slachtoffer vooraf werd gedood of dat men zich tegoed deed aan iemand die al overleden was. Verder is er geen enkel bewijs voor collectief geweld. Oorlog is, om zo te zeggen, niet iets waar ze in de Steentijd aan deden.

Lees verder “Waarom oorlog?”

Çatalhöyük

Reconstructie van een huis uit Çatalhöyük (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)

Ik ben er twee keer in de buurt geweest, maar steeds op weg naar iets anders: Çatalhöyük, een van de beroemdste archeologische opgravingen ter wereld. Het is een tell: een plek waar mensen lange tijd hebben gewoond, steeds op de resten van een eerdere nederzetting. Het klassieke voorbeeld is Troje, waar archeologen vele tientallen bewoningslagen boven elkaar hebben gevonden. Steeds als zo’n nederzetting was verwoest, keerden mensen terug om er nieuwe woningen te bouwen. Aangezien niemand voor z’n plezier op ’n ruïne of tussen de geblakerde resten van een oude boerderij gaat wonen, moet er een reden zijn, en inderdaad liggen de meeste tells op vruchtbare gronden, bij een handelsweg of allebei. En als die heuvel maar hoog genoeg was, was ze om een extra reden interessant: zo’n plek was veilig.

Çatalhöyük

De tell van Çatalhöyük, bewoond tussen pakweg 7100 en 5700 v.Chr., was uiteindelijk tweeëntwintig meter hoog. In zijn boek Dageraad, waarover ik het al had, schrijft Johan Hendriks: zeventien meter, en wellicht is dat waar, ik weet het niet, ik ben er immers niet geweest. Feit is: er zijn achttien bewoningslagen, en in de oudste fase bestond de nederzetting uit zo’n tweehonderd woonhuizen. Men had 9000 jaar geleden de deur nog niet uitgevonden, dus je moest vanaf het dak met een ladder in je woonst afdalen. Hierboven ziet u zo’n huis: een haard, wat lage banken langs de beschilderde muren, soms een opslagkamertje, en een decoratie van dierenschedels en -klauwen.

Lees verder “Çatalhöyük”

Cairns en brochs en Skara Brae (2)

Cairn Whiteford Hill, Orkney

[Tweede en laatste blogje van het verslag dat Arnold den Teuling van zijn reis door Schotland. Het eerste was hier.]

We maken nu een flinke sprong terug in de tijd, naar het Late Neolithicum, d.w.z. het midden van het vierde millennium v.Chr., met talloze voorbeelden van cairns, grafmonumenten bestaande uit keien, maar met een of meer grafkamers. Deze kennen we ook uit Bretagne en het Zweedse eiland Gotland, en ze zullen ongetwijfeld op meer plaatsen te vinden zijn. Ze dateren uit dezelfde periode als de hunebedden op het Noord-Europese vasteland. Uit dezelfde tijd dateren stone circles, die ouder zijn dan Stonehenge en Avebury, en ook in rijen opgestelde stenen die ouder zijn dan de alignements van Carnac in Bretagne.

Skara Brae

Maar het meest spectaculair is toch onmiskenbaar het neolithische dorp Skara Brae op de westkust van het Mainland van Orkney. Het is om onbekende redenen vrijwel intact verlaten, nadat het drie of vier eeuwen bewoond was geweest. Zelfs de aardewerk potten stonden nog in hun rekken toen het halverwege de negentiende eeuw werd ontdekt. Door een storm was het zandduin erbovenop weggeblazen, en een deel van het dorp is ook in zee gespoeld.

Lees verder “Cairns en brochs en Skara Brae (2)”

Prehistorisch China

Laat-Neolithisch aardewerk uit China (Musée Guimet, Parijs)

Deze blog gaat over de antieke wereld, dus de periode tussen pak ’m beet 3000 v.Chr. en 650 na Chr. De chronologische afbakening is simpel: daarvóór hebben we vooral archeologische bewijsmateriaal, daarna hebben we voldoende geschreven bronnen om te komen tot werkelijke geschiedschrijving. In de westelijke periferie ligt de einddatum iets later, maar voor het economisch, stedelijk en cultureel zwaartepunt van de antieke wereld, het oostelijk bekken van de Middellandse Zee, vormt het jaar 650 een mooi eindpunt.

De geografische grens is minder scherp. Daarom besteed ik ook regelmatig aandacht aan de Sao– en de Nok-culturen in subsaharaal Afrika en aan de culturen van Centraal-Eurazië. De Zijderoute is een fijn thema. Zo af en toe komt dus China in beeld, zoals bij de Romeinse beschrijving van het Zijdeland en de Chinese beschrijving van de staat Dà Qín, maar ik heb nooit een echt blogje gewijd aan het Verre Oosten. Een poging dus, met een kritische paragraaf aan het einde.

Lees verder “Prehistorisch China”

Faits divers (35)

Uit het geplunderde museum in Soedan.

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer slecht en goed nieuws.

Roof

Eerst slecht nieuws: zoals bekend woedt in Soedan, het antieke Nubië, een burgeroorlog. Een paar dagen geleden heroverde het leger delen van Khartoum op de rebellen, en daarbij is het Nationaal Museum voor de tweede keer geplunderd. Het doet wat denken aan de plunderingen in de Egyptische stad Malawi en in het nationaal museum in Bagdad, waarvan bekend is dat kunsthandelaren in de stad aanwezig waren om zorg te dragen voor een snelle heling.

Lees verder “Faits divers (35)”

Archeologie in Polen

Een neolithische ram (Archeologisch museum, Wroclaw)

In 2024 heb ik voor de derde keer met de camper een vakantiereis gemaakt rond de Oostzee. De eerste twee keer was met mijn vrouw, en omdat zij graag het hele rondje, inclusief Scandinavië, af wilde maken, namen wij te weinig tijd voor Polen. Wij bereisden voornamelijk cultuur en natuur. Sinds haar overlijden probeer ik alle dingen die wij samen hadden overgeslagen alsnog te doen, en zo had ik het afgelopen jaar meer tijd uitgetrokken voor Polen.

Polen is te ver om alleen in één dag te rijden. Een logische pleisterplaats zou Halle geweest zijn, waar sinds ons eerste bezoek een nieuwe opstelling was gerealiseerd in het Museum vor Vor- und Frühgeschichte. Vorig jaar was ik daar al samen met mijn dochter, eveneens classica, geweest, vanwege een tentoonstelling Reiternomaden: Hunnen, Awaren, Ungarn, over de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen. Natuurlijk hebben wij tevens de indrukwekkende blijvende tentoonstelling over de Nebraschijf genoten, en ook de rest van het museum is een openbaring.

Lees verder “Archeologie in Polen”

Het oudste brood

Brood bakken, met een methode die millennia oud is

Een van de belangrijkste opgravingen in Turkije is Çatalhöyük, dat je mag typeren als een heel groot dorp uit het Neolithicum, ergens tussen 7500 en 6400 v.Chr. Misschien mag je het, met zo’n 700 bewoners, wel een stadje noemen. De mensen woonden in vrij grote huizen, die nog geen deuren hadden, en waarin je met een ladder afdaalde.

Het aardigste is dat de diverse bewoningslagen tonen dat de mensen beter werden in de landbouw. In de jongste strata is waarneembaar dat de bewoners hun vaardigheden aan het aanscherpen waren. Soms op manieren waarvan hedendaagse boeren denken “dat klopt”, en soms op manieren waarvan je weet “dat zal niet veel hebben geholpen”, zoals wanneer ze in de graanbakken beeldjes legden van beschermgodinnen. Die zullen de muizen niet hebben weggehouden. Een kat zou dat beter hebben gedaan. Maar die talismans zijn natuurlijk ook leuk.

Lees verder “Het oudste brood”

Byblos in het Neolithicum

Een begraving in een kruik uit Byblos (Nationaal Museum, Beiroet)

Ik vertelde het u al: mijn geliefde en ik wilden weten hoe het met onze Libanese vrienden ging. Los daarvan werk ik met David Kertai aan het publieksboek over de komende expositie over Byblos, waarvoor ik nog wat landschapsfotografie wilde doen. En het leek me leuk om, zoals we deden in Irak, wat filmpjes te maken in Byblos. Het Rijksmuseum van Oudheden gunde een bijdrage uit het potje dat ze hebben voor persreizen. En dus was ik onlangs in Libanon.

Hoe het met mijn vrienden ging? Naar omstandigheden redelijk. Hoe de foto’s zijn geworden? U ziet het wel als het boek er is. Hoe de filmpjes eruit zien? Dat kunt u vandaag zien. Zoals u weet: het is simpel gedaan, zonder veel toeters en bellen, maar de inhoud is zo goed als ik kon, en Kees Huijser was zo vriendelijk nog even een begin en einde toe te voegen.

Lees verder “Byblos in het Neolithicum”

Chalcolithicum: het begin van de Oudheid

Heerser uit Uruk, einde Chalcoithicum (Pergamonmuseum, Berlijn)

Objectieve kennis kan niet bestaan, maar als mensen met diverse achtergronden aan de hand van dezelfde data en dezelfde methoden tot dezelfde conclusies komen, zitten we aan de veilige kant. En je krijgt betere informatie als je meer en uiteenlopender data in je analyse betrekt. Klinkt logisch, gebeurt onvoldoende. De oudheidkundige opleidingen zijn te kort. Daarnaast zijn er twee andere problemen, namelijk dat inzichten achter betaalmuren liggen en dat het daardoor niet mogelijk is het publiek normaal te informeren. Daarom twijfel ik al een tijdje aan de zin van mijn activiteiten en keerde ik terug naar het handboek waarmee ik over oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek.

Ik blogde er al eens over – een, twee, drie – en een van de auteurs, Van der Spek, reageerde al. Deze reeks kan leuk worden. Vandaag: het begin van de Oudheid. Ofwel de overgang van de laatste fase van de Prehistorie, het Chalcolithicum, naar de Bronstijd.

Lees verder “Chalcolithicum: het begin van de Oudheid”

Echt archeologie-nieuws

Ik mopper weleens dat het in de voorlichting over archeologie meer gaat over vondsten dan over archeologie. Zo’n vondst wordt dan opgehypet tot sensatie en vervolgens valt het tegen: er is géén graf van Alexander (of zelfs maar van een tijdgenoot) in Amfipolis, we zouden Israël inmiddels kunnen bezaaien met paleizen van koning David als elke claim waar was gebleken, het badhuis van Heerlen is niet Nederlands oudste gebouw en in Nijmegen herhalen ze negentiende-eeuwse ideeën. En die kamers in het graf van Toetanchamon, die vielen ook al tegen.

Dit is cruciaal. Sensationalisme dat niet wordt waargemaakt is alleen maar sensationalisme. Hierdoor haakt de voor elke wetenschap cruciale doelgroep af: de mensen die geïnteresseerd zijn. Als je die groep verliest, is er niemand die namens jou uitlegt waar je vak zinvol voor is. Dan gaat de staatssecretaris van Cultuur zich afvragen wat hij moet met musea vol opgegraven potten en pannen. Dan ontslaat de gemeente Cuijk zichzelf van zijn wettelijke verplichtingen. Als je je pas gaat uitleggen als de kritiek daar is, zal een sceptisch publiek je uitleg niet meer geloven (het backfire-effect). Wetenschapsvoorlichting moet en kan proactief zijn.

Lees verder “Echt archeologie-nieuws”