MoM | Wadi Awis

Rotsschildering uit de Wadi Awis

Tien jaar geleden reisde ik door de Wadi Awis, ruwweg ten oosten van Ghat in Libië. Ik zal het landschap niet snel vergeten. Uitgeblakerde zwarte rotsen en een woestijn zoals je je een woestijn voorstelt: zand, zand en nog eens zand. Een erg, in geomorfologenjargon. Het is echter, zoals ik al aangaf in mijn eerdere stukje over de Wadi Mathendous, niet altijd zo geweest. Er zijn rotsreliëfs en -schilderingen gevonden die bewijzen dat dit ooit een savanne is geweest.

De reliëfs zijn inmiddels door islamistische vandalen vernietigd en dat biedt weinig hoop voor de schilderingen, die weliswaar zijn aangebracht in abri’s, d.w.z. bewoonbare overhangende rotswanden, maar die desondanks erg kwetsbaar zijn. Het zou wel erg triest zijn als de foto’s die wetenschappers en toeristen ooit maakten, het enige zijn dat resteert van de duizenden jaren oude kunst. Maar ook al zijn de rotsschilderingen er vermoedelijk niet meer, er zijn nog nieuwe dingen over te vertellen.

Lees verder “MoM | Wadi Awis”

Het ontstaan van Byblos

De bron van Byblos

Je hebt steden, je hebt steden en je hebt Byblos in Libanon, dat een van de oudste steden ter wereld is. Het is ook een van de mooiste opgravingen die ik ken, al vermoed ik dat de wijze waarop een en ander wordt gepresenteerd, anno vandaag de dag niet meer mogelijk is. Daarover eerst een woord.

Zoals u weet kennen opgravingen vaak diverse lagen en dat betekent normaliter dat je als archeoloog het publiek maar één laag kunt tonen. Als je Troje VI toont, kun je op die plek niet ook Troje II tonen, dat er immers onder verborgen ligt. De opgravers van Byblos hebben dit probleem opgelost door de gebouwen simpelweg over te plaatsen: het Romeinse odeon ligt nu apart in het noordwesten van de site, maar lag ooit bovenop de “tempel met de obelisken”, die op zijn beurt weer lag boven de “L-vormige tempel” en nu een eindje verder in het oosten is gelegd. Wat ooit verticaal boven elkaar lag, is dus nu horizontaal gescheiden geraakt. Dat is geen heel wetenschappelijke manier om een opgraving te conserveren, maar voor de bezoeker is het ideaal. Jammer genoeg zijn er zelden bezoekers: ik ben er vier of vijf keer geweest en heb er nooit meer dan vier of vijf andere bezoekers gezien. En dat terwijl er zo verschrikkelijk veel moois is te zien.

Lees verder “Het ontstaan van Byblos”

Wadi Mathendous

Reliëf uit de Wadi Mathendous

Tussen 10.000 en 6.000 v.Chr. bestond een groot deel van wat we nu de Sahara noemen, niet uit woestijn maar uit savanne. Er waren destijds grote meren, die sindsdien zijn ingedroogd tot zoutvlaktes. De vrij rijke vegetatie zorgde ervoor dat er ruimte was voor grote grazers en andere dieren die nu in geen velden of wegen te bekennen zijn. Er zijn trouwens überhaupt geen velden meer, al zijn er nog wel wat pistes, gebruikt door mensen die zich met landrovers in de woestijn wagen. Ook kun je op veel plaatsen nog altijd de versteende resten zien van de antieke bomen.

Behalve grote grazers waren er destijds ook mensen: jagers en verzamelaars natuurlijk, die voorwerpen gebruikten van vuursteen. Ik heb die oud-Libische bijlen, pijl- en speerpunten nooit in een Nederlands museum gezien, maar u kunt ervoor naar St-Germain-en-Laye, waar het Franse nationale archeologische museum is. De toenmalige bewoners van de savanne moeten die stenen voorwerpen ook hebben gebruikt om reliëfs aan te brengen in de rotsen. Ze waren onder meer te zien in de Wadi Mathendous in het zuidwesten van Libië en archeologen spreken wel van de “wilde fauna-stijl” omdat er allerlei grote en kleine, maar vooral wilde dieren zijn afgebeeld: neushoorns, krokodillen, nijlpaarden, giraffen, wilde ezels en diverse katachtigen. Ook te zien zijn de nu uitgestorven langhoornige buffels (de buffalus antiquus).

Lees verder “Wadi Mathendous”

De vaart der volkeren (4)

Gordon Childe
Gordon Childe

In de voorgaande stukjes heb ik uitgelegd hoe Montelius in de negentiende eeuw een empirische basis gaf aan het achttiende-eeuwse vooruitgangsidee. Gordon Childe verfijnde en corrigeerde Montelius’ systeem en benutte de archeologische vondsten als basis om de samenleving te reconstrueren die ze had voortgebracht.

Om die samenleving te beschrijven, benutte hij twee tegengestelde bronnen van inspiratie: het functionalisme en de archeologie van de Sovjet-Unie. Het eerste analyseerde de samenleving alsof deze een organisme was, waarin alles met elkaar samenhing. De diverse delen hadden alle als functie een bijdrage te leveren aan de stabiliteit en het voortbestaan van het geheel. Het was een op harmonie gerichte, conservatieve visie met weinig ruimte voor verandering. De tweede visie, geïnspireerd door het marxisme, stelde zich daarentegen ten doel te beschrijven hoe er in een samenleving allerlei spanningen waren: de klassenstrijd die de “motor” vormde achter de wereldgeschiedenis. Nu ik dit schrijf, herinner ik me hoe in het Maastrichtse Bonnefantenmuseum, toen dat nog een archeologische afdeling had, bij een bepaald tijdvak als uitleg werd gegeven dat dit de eerste aanwijzingen waren voor sociale ongelijkheid in de Lage Landen. Het maakte destijds (1976) indruk op me dat je zó kon kijken naar die oude voorwerpen. Inmiddels hoor ik Gordon Childe lachen.

Lees verder “De vaart der volkeren (4)”

Een oeroud standbeeld

Standbeeld van een man (Şanlı Urfa Müzesi)
Standbeeld van een man (Şanlı Urfa Müzesi)

De visvijver van Sanli Urfa, waarover ik gisteren schreef, trekt nogal wat pelgrims en toeristen. In de jaren tachtig werd daarom een onderaardse garage aangelegd en er kwam ook een complex met restaurantjes en souvenirwinkeltjes. En een verkeerstunnel, als ik me goed herinner. De archeologen vonden het bovenstaande standbeeld, waar ze aanvankelijk niet veel van konden maken.

Het was zeer oud, zoveel was duidelijk, maar er waren geen parallellen die konden helpen bij de interpretatie. Een staande man, iets meer dan levensgroot, die lijkt te masturberen. Ogen die met obsidiaan ingelegd moeten zijn geweest. Een kledingstuk met een v-hals. Meer viel er aanvankelijk niet van te maken. Het beeld werd aanvankelijk weggezet in de tuin van het plaatselijke archeologische museum.

Lees verder “Een oeroud standbeeld”

Koude Oorlog-archeologie

Mesopotamisch aardewerk uit het derde millennium v.Chr. (Ashmolean Museum, Oxford)

In 1948 vertrok een Amerikaanse expeditie naar Iraaks Koerdistan, voor wat bekend is komen staan als het “Iraq-Jarmo-project”. Archeoloog Robert Braidwood gaf tot en met 1955 leiding aan een voor die tijd uitzonderlijk groot en gevarieerd team. Het onderzoek had een duidelijke vraagstelling. De beroemde archeoloog Gordon Childe, die om een of andere reden nooit de Nobelprijs voor de Letteren heeft gekregen, had geopperd dat de uitvinding van de landbouw een vrij snelle, revolutionaire gebeurtenis was geweest, die tussen 4500 en 4000 v.Chr. had plaatsgevonden. Braidwood wilde toetsen of er wel zo’n “neolithische revolutie” was geweest. De Amerikaanse overheid steunde de onderneming met grotere subsidies dan ze ooit eerder had toegekend aan een archeologisch project.

Het team was met zorg samengesteld. Alle leden waren gescreend op on-Amerikaanse activiteiten en Braidwood was aangezocht omdat hij openlijk had getwijfeld aan de ideeën van Childe. Archeologie was een van de ideologische strijdtonelen van de Koude Oorlog, want de subsidiënten wilden natuurlijk vooral bewijzen in handen krijgen dat de wereldgeschiedenis niet, zoals de marxisten dachten, vooruitging door revoluties, maar werd getypeerd door een geleidelijke ontwikkeling.

Lees verder “Koude Oorlog-archeologie”

Sie bauten die ersten Tempel

Göbekli Tepe

Ik blogde al eens over mijn bezoekjes aan Göbekli Tepe bij Sanli Urfa in Zuidoost-Turkije. Het gaat om een belangrijke opgraving uit het vroege, voor-keramische Neolithicum. Wát er nu eigenlijk is opgegraven, is eigenlijk niet helemaal duidelijk, hoewel opgraver Klaus Schmidt er vrij zeker van is dat de plek een religieuze functie heeft gehad. In zijn aardige, mooi geïllustreerde boek Sie bauten die ersten Tempel biedt hij veel informatie.

Het zit goed in elkaar. In het eerste hoofdstuk legt hij uit hoe de vindplaats werd geïdentificeerd. Dat is een aardig verhaal, want de plek was al enkele tientallen jaren bekend. De echte vinder zag enkele grote stenen echter aan voor een islamitische begraafplaats, en begreep daardoor het belang niet. Schmidt, die profiteerde van de resultaten van de opgravingen bij Çatal Höyük, Çayönü, Nevali Çori en Gürcütepe die sinds de eerste ontdekking waren gedaan, was de eerste die wél begreep hoe enorm belangrijk Göbekli Tepe (“buikheuvel”) in feite was.

Lees verder “Sie bauten die ersten Tempel”