Papeloze kerk

Hunebed D49 bij Schoonoord, de Papeloze Kerk

Als u dit leest, ben ik in Yerevan, de hoofdstad van Armenië. Misschien vind ik daar tijd om wat te schrijven, maar ik weet het niet zeker. En eerlijk gezegd wil ik de avonden op mijn hotelkamer vooral benutten om wat te lezen. Om er toch zeker van te zijn dat hier op de blog wat gebeurt, heb ik voor de komende dagen kleine stukjes gepland over fietstochtjes die ik de afgelopen tijd heb gemaakt. Vandaag de provincie Drenthe en meer in het bijzonder een hunebed met de opmerkelijke naam Papeloze Kerk. U vindt het als u van Schoonoord naar Sleen gaat, aan de rechterhand van de weg.

Een papeloze kerk is een kerk zonder priesters, wat in de negentiende eeuw werd uitgelegd alsof dit de plaats is geweest van protestantse hagepreken in de jaren van de Nederlandse Opstand tegen de Spanjaarden. Enigszins problematisch is die verklaring wel, want deze plek is wel érg ver buiten de bewoonde wereld. Even goed kan de naam zijn ontstaan omdat mensen hebben gedacht dat dit een heidens heiligdom was.

Lees verder “Papeloze kerk”

Beschadigd hunebed

Zomaar een hunebed. D18 bij Rolde om precies te zijn, dus niet D14.

Grappig, de dag is pas een half uur oud, mijn koffie staat nog te pruttelen, of ik heb al twee keer dezelfde opmerking gehoord. Het gaat over dit bericht dat er een deksteen is gevallen van het hunebed bij Eexterhalte – hunebed D14 in jargon. De Stichting Het Drentse Landschap

onderzoekt hoe het hunebed gerepareerd kan worden. Het monument is in de jaren ’90 gerestaureerd, maar het werd toen door een andere organisatie beheerd. “We weten niet precies hoe het toen is gerestaureerd en wat er precies is gedaan”, vertelt Bezuijen.

Of ik dat niet onprofessioneel vind? Nou nee. Ik vond het juist aangenaam om dit te lezen.

Lees verder “Beschadigd hunebed”

MoM | Wadi Awis

Rotsschildering uit de Wadi Awis

Tien jaar geleden reisde ik door de Wadi Awis, ruwweg ten oosten van Ghat in Libië. Ik zal het landschap niet snel vergeten. Uitgeblakerde zwarte rotsen en een woestijn zoals je je een woestijn voorstelt: zand, zand en nog eens zand. Een erg, in geomorfologenjargon. Het is echter, zoals ik al aangaf in mijn eerdere stukje over de Wadi Mathendous, niet altijd zo geweest. Er zijn rotsreliëfs en -schilderingen gevonden die bewijzen dat dit ooit een savanne is geweest.

De reliëfs zijn inmiddels door islamistische vandalen vernietigd en dat biedt weinig hoop voor de schilderingen, die weliswaar zijn aangebracht in abri’s, d.w.z. bewoonbare overhangende rotswanden, maar die desondanks erg kwetsbaar zijn. Het zou wel erg triest zijn als de foto’s die wetenschappers en toeristen ooit maakten, het enige zijn dat resteert van de duizenden jaren oude kunst. Maar ook al zijn de rotsschilderingen er vermoedelijk niet meer, er zijn nog nieuwe dingen over te vertellen.

Lees verder “MoM | Wadi Awis”

Het ontstaan van Byblos

De bron van Byblos

Je hebt steden, je hebt steden en je hebt Byblos in Libanon, dat een van de oudste steden ter wereld is. Het is ook een van de mooiste opgravingen die ik ken, al vermoed ik dat de wijze waarop een en ander wordt gepresenteerd, anno vandaag de dag niet meer mogelijk is. Daarover eerst een woord.

Zoals u weet kennen opgravingen vaak diverse lagen en dat betekent normaliter dat je als archeoloog het publiek maar één laag kunt tonen. Als je Troje VI toont, kun je op die plek niet ook Troje II tonen, dat er immers onder verborgen ligt. De opgravers van Byblos hebben dit probleem opgelost door de gebouwen simpelweg over te plaatsen: het Romeinse odeon ligt nu apart in het noordwesten van de site, maar lag ooit bovenop de “tempel met de obelisken”, die op zijn beurt weer lag boven de “L-vormige tempel” en nu een eindje verder in het oosten is gelegd. Wat ooit verticaal boven elkaar lag, is dus nu horizontaal gescheiden geraakt. Dat is geen heel wetenschappelijke manier om een opgraving te conserveren, maar voor de bezoeker is het ideaal. Jammer genoeg zijn er zelden bezoekers: ik ben er vier of vijf keer geweest en heb er nooit meer dan vier of vijf andere bezoekers gezien. En dat terwijl er zo verschrikkelijk veel moois is te zien.

Lees verder “Het ontstaan van Byblos”

Wadi Mathendous

Reliëf uit de Wadi Mathendous

Tussen 10.000 en 6.000 v.Chr. bestond een groot deel van wat we nu de Sahara noemen, niet uit woestijn maar uit savanne. Er waren destijds grote meren, die sindsdien zijn ingedroogd tot zoutvlaktes. De vrij rijke vegetatie zorgde ervoor dat er ruimte was voor grote grazers en andere dieren die nu in geen velden of wegen te bekennen zijn. Er zijn trouwens überhaupt geen velden meer, al zijn er nog wel wat pistes, gebruikt door mensen die zich met landrovers in de woestijn wagen. Ook kun je op veel plaatsen nog altijd de versteende resten zien van de antieke bomen.

Behalve grote grazers waren er destijds ook mensen: jagers en verzamelaars natuurlijk, die voorwerpen gebruikten van vuursteen. Ik heb die oud-Libische bijlen, pijl- en speerpunten nooit in een Nederlands museum gezien, maar u kunt ervoor naar St-Germain-en-Laye, waar het Franse nationale archeologische museum is. De toenmalige bewoners van de savanne moeten die stenen voorwerpen ook hebben gebruikt om reliëfs aan te brengen in de rotsen. Ze waren onder meer te zien in de Wadi Mathendous in het zuidwesten van Libië en archeologen spreken wel van de “wilde fauna-stijl” omdat er allerlei grote en kleine, maar vooral wilde dieren zijn afgebeeld: neushoorns, krokodillen, nijlpaarden, giraffen, wilde ezels en diverse katachtigen. Ook te zien zijn de nu uitgestorven langhoornige buffels (de buffalus antiquus).

Lees verder “Wadi Mathendous”

Hunebedden, dolmens en menhirs

Drie jaar geleden publiceerde de Vlaamse wetenschapsjournalist Herman Clerinx Romeinse sporen, een van de meest lezenswaardige boeken over de oude geschiedenis van de Lage Landen. Het bevatte niet alleen een reeks korte beschrijvingen van wat er in de eerste eeuwen van onze jaartelling zoal in onze contreien is gebeurd, maar ging ook in op aspecten van het wetenschappelijk onderzoek én het vermeldde 309 vindplaatsen.

In Een paleis voor de doden. Over hunebedden, dolmens en menhirs volgt Clerinx dezelfde formule: paragrafen van twee, hooguit drie bladzijden; informatie over zowel de steentijdmonumenten als de wetenschappelijke voetangels en klemmen; een overzicht van vindplaatsen, waarbij naast de Benelux ook de omringende landen aan bod komen, compleet met gps-coördinaten en routebeschrijvingen. En ook dit keer is het weer uiterst lezenswaardig.

Lees verder “Hunebedden, dolmens en menhirs”

De vaart der volkeren (4)

Gordon Childe
Gordon Childe

In de voorgaande stukjes heb ik uitgelegd hoe Montelius in de negentiende eeuw een empirische basis gaf aan het achttiende-eeuwse vooruitgangsidee. Gordon Childe verfijnde en corrigeerde Montelius’ systeem en benutte de archeologische vondsten als basis om de samenleving te reconstrueren die ze had voortgebracht.

Om die samenleving te beschrijven, benutte hij twee tegengestelde bronnen van inspiratie: het functionalisme en de archeologie van de Sovjet-Unie. Het eerste analyseerde de samenleving alsof deze een organisme was, waarin alles met elkaar samenhing. De diverse delen hadden alle als functie een bijdrage te leveren aan de stabiliteit en het voortbestaan van het geheel. Het was een op harmonie gerichte, conservatieve visie met weinig ruimte voor verandering. De tweede visie, geïnspireerd door het marxisme, stelde zich daarentegen ten doel te beschrijven hoe er in een samenleving allerlei spanningen waren: de klassenstrijd die de “motor” vormde achter de wereldgeschiedenis. Nu ik dit schrijf, herinner ik me hoe in het Maastrichtse Bonnefantenmuseum, toen dat nog een archeologische afdeling had, bij een bepaald tijdvak als uitleg werd gegeven dat dit de eerste aanwijzingen waren voor sociale ongelijkheid in de Lage Landen. Het maakte destijds (1976) indruk op me dat je zó kon kijken naar die oude voorwerpen. Inmiddels hoor ik Gordon Childe lachen.

Lees verder “De vaart der volkeren (4)”