Byblos in verval

Fenicische stadstoren in Byblos

“Kleine staten”, zo lees ik in Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, “konden profiteren van de verzwakking van de grote mogendheden”. De auteurs hebben het over de eeuwen na de verzameling problemen die we aanduiden als de Zeevolken-crisis. De Bronstijd kwam ten einde, de IJzertijd begon.

De stadstaten in Syrië werden weer zelfstandig, hoewel er zich soms nieuwe bewoners gevestigd hadden. In sommige stadstaten heersten vorstenhuizen van Hethitische origine (bijvoorbeeld in Karkemiš). Wij noemen deze rijkjes neo-Hethitische vorstendommen. In andere steden kwamen Aramese dynastieën aan de macht.

Nieuwe bewoners?

Ik weet niet of ik het zo zou schrijven. Ik ben er althans zo zeker niet van dat er nieuwe bewoners waren in de oude steden. Voor de Arameeërs is vaak betoogd dat ze geen nieuwe bewoners waren, maar allang woonden in de regio waar ze in de Bronstijd niet opschreven wat in het Aramees was gesproken. Vergelijk het met Nederland en Vlaanderen in de Vroege Middeleeuwen: in de Merovingische en Karolingische kanselarijen schreef men Latijn, maar de mensen spraken Oudnederlands.

Lees verder “Byblos in verval”

De Zeevolken: meer problemen

Ramses III maakt korte metten met wat Zeevolken, herkenbaar aan hun hoofddeksels.

In de vorige vier stukken (één, twee, drie, vier) over de Zeevolken heb ik uitgelegd dat het bewijsmateriaal een consistent verhaal mogelijk maakt: een klimaatcrisis rond 1200 v.Chr. bracht een migratiegolf op gang van het Egeïsche-Zee-gebied richting Egypte en de Levant. Ik was begonnen uit te leggen dat het bewijsmateriaal echter zo eenduidig niet is. Het is lastig te dateren.

Het aardewerkprobleem

Een andere manier om migratie vast te stellen is kijken naar de verspreiding van deze of gene archeologische cultuur. Als we de voorwerpen die vóór 1200 v.Chr. gangbaar waren op Sardinië na een tijdje ook aantreffen in het Midden-Oosten, en als het daarbij niet alleen gaat om handelsaardewerk maar ook om keukenaardewerk, dan hebben we een aanwijzing voor migratie. Maar aardewerk is in deze periode niet alleen moeilijk te dateren, het is ook lastig te kwalificeren.

Lees verder “De Zeevolken: meer problemen”

De Zeevolken: de problemen

Het verwoeste paleis van Ugarit

In de stukken die ik tot nu toe wijdde aan de Zeevolken vatte ik samen hoe De Blois en Van der Spek in Een kennismaking met de oude wereld uitleggen wat er aan de hand was. Ze doen dat met alle voorzichtigheid die het onderwerp vereist, want veel is onduidelijk. Wat echter inmiddels wél zeker is, is dat er een klimaatverandering is geweest die het maatschappelijke aanpassingsvermogen te boven ging. Ik keek naar het bewijsmateriaal en wees erop dat dit viel te presenteren als een consistent verhaal: zo rond 1200 v.Chr. was er een klimaatomslag; volken uit het Griekse gebied raakten op drift; er was een noordwest-zuidoost-beweging van Zeevolken; steden werden geplunderd; het Hethitische Rijk ging ten onder; de vraag naar tin nam af; de interregionale handelsnetwerken stortten in; men schakelde over op ijzer. We zouden de migratie van de Frygiërs vanaf het zuidelijke Balkanschiereiland naar Anatolië nog kunnen toevoegen.

Complicaties

Het is mogelijk het bewijsmateriaal zo te presenteren, maar er zijn complicaties. De voorgaande alinea past mooi in een negentiende-eeuws frame dat beschavingen à la het West-Romeinse Rijk ten onder gingen door migraties. Dat was destijds een populaire analyse – om niet te zeggen: een koloniaal angstbeeld – maar het is voor de transitie van Oudheid naar Middeleeuwen achterhaald. Op drift geraakte stammen assimileerden en de veranderingen in het Mediterrane wereldrijk hadden vooral te maken met het feit dat het al van binnenuit verzwakt was. Iets dergelijks kan natuurlijk ook spelen bij de Zeevolken: die werden gevaarlijk doordat de oosterse grootmachten al verzwakt waren, waarbij de klimaatomslag die de Zeevolken het ruime sop deed kiezen, slechts één factor was. Moeten we niet zoeken naar andere factoren?

Lees verder “De Zeevolken: de problemen”

De Zeevolken: het klimaat

Zes Mykeense krijgers trekken ten strijde. Het type helm is ook bekend van Egyptische afbeeldingen van Zeevolken (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

In het vorige stuk over de Zeevolken vatte ik samen wat De Blois en Van der Spek erover schreven in hun handboek Een kennismaking met de oude wereld. Ook benoemde ik twee onderliggende problemen: enerzijds de oorzaak was van de instorting van het Bronstijdsysteem en anderzijds of de Zeevolkencrisis geen negentiende-eeuws construct was. Over die eerste kwestie heb ik het vandaag. Over de tweede volgend week: het in de oudheidkunde altijd aanwezige gebrek aan informatie maakt dat je de gegevens kunt passen in vrijwel elk narratief. Wat in het handboek staat is dan ook niet zozeer verkeerd als wel de ideale handboekenstof, die zich leent voor verdieping en uitwerking. Kortom: wat weten we, waarom weten we het, en wat weten we niet over de Zeevolken?

Klimaatomslag

Om te beginnen: er is destijds, zoals het handboek vermeldt, iets aan de hand geweest met het klimaat. Het staat bekend als “3.2 cal kY event”, ofwel een gebeurtenis die zich 3,2 gekalibeerde kilojaren geleden voltrok. Uiteraard niet van de ene dag op de andere, maar daarom niet minder ingrijpend. Eén voorbeeld van het bewijs komt uit Ashdod, waar dateerbare monsters organisch materiaal zijn gevonden. Daaruit viel af te leiden dat de zee iets zouter werd: een aanwijzing voor verdamping en hogere temperatuur.

Lees verder “De Zeevolken: het klimaat”

De Zeevolken

Het democratische metaal ijzer: klappersteen uit Drenthe (Hunebeddencentrum, Borger)

In de reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, wil ik het vandaag eens hebben over de Zeevolken. Maar eerst iets over wat een handboek eigenlijk is: het bevat de basiskennis die een student beheersen moet voordat hij of zij zich kan verdiepen in de eigenlijke discussies. De stof wordt in het handboekcollege een beetje geproblematiseerd, en wordt daarna werkelijk bekeken door middel van literatuurlijsten en vooral werkcolleges. Zo was het althans in mijn tijd; of het nog steeds zo is, weet ik niet. In elk geval: de Zeevolken zijn typisch een thema waarover een student in een handboek leest, dat een docent bij het handboekcollege problematiseert en dat zich leent voor een werkcollege om te tonen hoe complex het is.

De Blois en Van der Spek wijzen op een reeks verschijnselen op de overgang van de Bronstijd naar de IJzertijd. Er was een “concert van mogendheden”: Egypte, Assyrië, Babylonië en de Hethieten. Het laatste rijk viel rond 1200 v.Chr. uiteen en daaruit kwamen de Neo-Hethitische staten voort. Rond het Egeïsche-Zee-gebied kwam een einde aan de Mykeense paleisburchten. Steden als Ugarit werden verwoest en verlaten.

Lees verder “De Zeevolken”

Een vroege hunebedvorser

Picardt, Vergeten Antiquiten
Picardt, Vergeten Antiquiten

Laat ik eerlijk zijn: ik verwacht niet serieus dat u de recente herdruk van Johan Picardt‘s Korte Beschryvinge van eenige vergetene en verborgene Antiquiteten, het achtste boek dat ik behandel in de bloedstollende reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast”, werkelijk zult gaan lezen. Wie geïnteresseerd is in het prehistorische verleden van Drenthe, kan daarover beter iets recents lezen dan het in 2008 herdrukte zeventiende-eeuwse boek. Neem, als de Prehistorie van Drenthe uw belangstelling heeft, liever Een paleis voor de doden van Herman Clerinx of de Gids voor de hunebedden in Drenthe en Groningen van Wijnand van der Sanden. Eerstgenoemde behoeft in deze blog geen introductie, laatstgenoemde was tot voor kort conservator van het Drents Museum in Assen en hielp ook bij de heruitgave van de Korte Beschryvinge van eenige vergetene en verborgene Antiquiteten.

Picardts verleden

Het boek van Johan Picardt is eerder in zichzelf interessant dan dat het nog relevant is. De auteur was dominee in Coevorden – ik ben weleens omgefietst om zijn kerk te bekijken – en heeft het een en ander gedaan om de regio te moderniseren. Er is nog steeds een naar hem vernoemd kanaal, net over de Duitse grens. In zijn boek over de Drentse oudheden geeft hij er blijk van te begrijpen dat er delen van de Oudheid zijn geweest die én kenbaar waren én niet stonden beschreven in de antieke bronnen.

Lees verder “Een vroege hunebedvorser”

De seizoenscyclus

Reconstructie van een Romeins dorp (Prehistorisch Dorp, Eindhoven)

Vorige week wandelde ik over de markt van Apeldoorn, waar sinds mijn jeugd werkelijk niets is veranderd. In een nostalgische opwelling kocht ik een brok balkenbrij. Ik had het de afgelopen vijfendertig jaar, toen ik in Amsterdam woonde, één keer klaargemaakt en het smaakte toen niet heel bijzonder. Dit keer was ik echter succesvoller bij het bakken van dit seizoensgerecht.

Ineens vroeg ik me af hoe het nu eigenlijk zat met al die seizoensgerechten. In onze tijd is vrijwel alles het hele jaar door te koop, maar dat is weleens anders geweest. Kortom, ik heb de seizoenscyclus eens uitgezocht. Hoe leefden Romeinse boeren in Nederland? Voor verbeteringen staan de commentaarsectie open.

Lees verder “De seizoenscyclus”

De Valtherbrug

Het veengebied waar de Valtherbrug lag, zoals het er nu uitziet

Ik blog nu al dagen over de Mediterrane wereld, dus we moeten eens rap overschakelen naar onze eigen contreien. Naar het Drentse dorpje Valthe om precies te zijn, waar in de Romeinse tijd een enorm bouwwerk was te vinden, de zogeheten Valtherbrug. Dit was een van hout gemaakte weg door het veengebied dat de grens vormt tussen oostelijk Drenthe en het zuidoosten van Groningen. Hoewel waterbouwkundig ingenieur J.W. Karsten geldt als degene die de weg in 1818 heeft ontdekt, waren het turfstekers die hem er al een jaar eerder op hadden geattendeerd. U ziet het parcours hier.

Knuppelweg

Houten veenwegen waren niet zeldzaam. Ze zijn al aangelegd in het vierde millennium v.Chr. en werden nog steeds gebouwd in de zeventiende eeuw. Na Christus wel te verstaan. De Romeinen noemden ze pontes longi, “lange bruggen”, en hebben ze aan het begin van de jaartelling gebouwd over de moerassen rond Münster. In het Nederlands heten ze ook wel knuppeldam of knuppelweg. Kortom, niets bijzonders allemaal, maar de Valtherbrug is wel érg lang: twaalf kilometer van Valthe richting Ter Apel. Er moeten 50.000 bomen voor de aanleg zijn geveld. Dat riep aan het begin van de negentiende eeuw nogal wat vragen op, want wie konden dit in vredesnaam hebben gebouwd? En waarom?

Lees verder “De Valtherbrug”

Een Keltisch graf bij Heumen

Ritueel vernietigde bronzen situla (© Restaura/Museum Het Valkhof)

Misschien heeft u in het Handelsblad het stuk van mijn hand gelezen waarin staat dat in Heumen, even ten zuiden van Nijmegen, een Keltisch wagengraf is gevonden. Samenvatting:

  • een elitegraf uit de vijfde eeuw v.Chr. (La Tène A) met een strijdwagen;
  • een opvallende luxe voor een regio met een vrij egalitaire samenleving;
  • uit alles blijkt dat de betrokkenen aansluiting hadden bij de Keltische cultuur en ermee om wisten te gaan;
  • het is onduidelijk hoe de overledene aan zijn welvaart kan zijn gekomen maar hij kan deel hebben uitgemaakt van de cliënteel (Gefolgschaft) van iemand uit zuidelijker streken.

Het schrijven was een leuke klus, waar ik eigenlijk al anderhalf jaar op hoopte. Toen Nico Roymans een week of twee geleden belde om te vertellen dat het nieuws nu dan toch naar buiten zou komen, overviel het me desondanks toch, maar ik heb veel plezier beleefd aan het schrijven van dit stuk. Vandaag wat aanvullinkjes voor wie meer wil weten.

Lees verder “Een Keltisch graf bij Heumen”