De Archaïsche Periode

Vier kouroi tonen de verbeterde beheersing van de anatomie: v.l.n.r. uit Tenea (ca. 560 v.Chr.), uit een onbekende plaats in Griekenland (ca. 540), uit Anavyssos (ca. 530) en uit Agrigrento (ca. 480 v.Chr.).

In Griekenland heet de tweede helft van de IJzertijd (pakweg 800-480 v.Chr.) de Archaïsche Periode. Die naam gaat bij mijn weten terug op de grote Winckelmann, die de klassieke kunst enorm bewonderde en de aanloop daarheen aanduidde als archaïsch. Het idee dat de periode tussen pakweg Homeros en Marathon een aanloop was naar de klassieken, duikt nog altijd weleens op, bijvoorbeeld omdat beeldhouwers steeds beter in staat waren de menselijke anatomie weer te geven. Zo rond 490 lijken ze het volledig in de vingers te hebben gekregen en vanaf dan noemen we het klassiek. Een beroemd boek, Archaic Greece van Anthony Snodgrass, dat probeert de Archaïsche Periode wat meer recht te doen, ontkomt er ook niet helemaal aan de drie eeuwen te typeren als een “age of experiment” voor de latere bloeitijd.

Het is een aantrekkelijk verhaal. Dat beeldhouwers zochten naar de perfecte anatomie is gewoon wáár. Maar de eigenlijke geschiedenis zal niet naar zo’n doel hebben gewerkt. Misschien is het wel beter de tweede helft van de IJzertijd aan te duiden als de tweede helft van de IJzertijd. Die naam vertelt immers iets over Griekenlands technologisch niveau, wat op zijn beurt weer iets vertelt over het potentieel van een samenleving.

Lees verder “De Archaïsche Periode”

De gedichten van Homeros

Homeros (Museo Barracco, Rome)

Vandaag begint de Week van de Klassieken. Het woord “klassiek” is zo’n term waar iedereen een eigen betekenis aan geven kan. Voor sommigen is het een aanduiding voor iets dat hen inspireert, voor anderen duidt het op een maatstaf, voor weer anderen slaat het op Griekenland en Rome, en ook zijn er mensen die het associëren met een oorsprong. Het een sluit het ander niet uit en het is allemaal waar voor Homeros. Talloze auteurs hebben aansluiting gezocht bij de Griekse dichter; het ethos van de homerische helden heeft gegolden als maatstaf voor adeldom; en de dichter staat aan het begin van de Griekse literatuur.

Het afgezaagde grapje dat die Griekse literatuur begon op een hoogtepunt en dat het sindsdien alleen maar minder is geworden, is natuurlijk onzin. Er spreekt echter erkenning uit dat Homeros iets bijzonders heeft gemaakt. Alle reden om het, bij het begin van de Week van de Klassieken, eens over hem te hebben. Het komt dan goed uit dat ik in mijn reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, deze week het korte achtste hoofdstuk kan behandelen, dat is gewijd aan de Griekse “dark ages” ofwel de Vroege IJzertijd ofwel de periode tussen 1200 en 800 v.Chr.

Lees verder “De gedichten van Homeros”

Wereldrijk Assyrië

Assyrische soldaten branden een Arabisch dorp plat (Vaticaanse Musea, Rome)

Zoals ik al aangaf behandelen De Blois en Van der Spek in hun handboek, Een kennismaking met de oude wereld, eerst de Levantijnse IJzertijdrijkjes en daarna de grote oosterse rijken. Ik attendeerde er al op dat die laatste zijn te beschouwen als één rijk met diverse dynastieën. Dus een Assyrische, een Babylonische, een Achaimenidisch Perzische, een Seleukidische, een Parthische, een Sassanidisch Perzische en een Arabische periode. Er was veel organisatorische en culturele continuïteit, zelfs als de elite steeds een andere, eh, “heersende etnoklasse” was. Dat laatste was een jargonterm om te vermijden dat we moeten schrijven dat dynastieën uit voortdurend andere volken de macht van elkaar overnamen, maar ik voor mij heb niet het idee dat we met deze term veel verder komen.

Assyrië

Over Assyrië is veel te zeggen en dat heb ik hier vier jaar geleden al gedaan in de aanloop naar de Nineveh-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. De Blois en Van der Spek noemen dat de Assyriërs de moeilijke twaalfde eeuw v.Chr. redelijk hadden doorstaan. In de strijd met de Aramese en Neohittitische staatjes in Syrië in het westen bouwden ze een steeds beter leger op. Dat de Assyriërs als eersten het ijzer redelijk wisten te bewerken, leek mij vermeldenswaard maar De Blois en Van der Spek noemen het niet. Misschien hecht ik er ook wel teveel waarde aan. Het eindresultaat is in elk geval onomstreden: in de loop der tijd werden wat eens vazalstaten waren geweest provincies. In de IJzertijd verenigde het Nabije Oosten zich tot één grote staat.

Lees verder “Wereldrijk Assyrië”

De IJzertijd

Relief van koning Warpalas van Tuwanuva (Archeologische Musea van Istanbul)

Het handboek van De Blois en Van der Spek waarover ik elke week blog, Een kennismaking met de oude wereld, gaat na de behandeling van de IJzertijd in de Levant (de Aramese en Neo-Hittitische stadstaatjes, de Fenicische havens, Israël en Juda) over naar het oosterse wereldrijk. Met die parapluterm, waarover zo meteen meer, bedoel ik de opeenvolging Assyrië, Babylonië, Achaimenidisch Perzië, Seleukiden, Parthen, Sassanidisch Perzië, het Kalifaat van Damascus en het Kalifaat van Bagdad. Na algemene hoofdstukken over religie en economie van het Nabije Oosten, verleggen de auteurs hun aandacht naar het westen, naar Griekenland en daarna Rome.

Anatolië en Centraal-Eurazië

Dit is een wat conventionele indeling en dat is op zich niet erg. Zoals gezegd: een handboek moet iets zijn om over te discussiëren. Toch wil ik er – en hier begint dus de discussie – op wijzen dat dit weinig recht doet aan het onderzoek van de afgelopen halve eeuw. Dat betreft in de eerste plaats de IJzertijdrijken van Anatolië. Dus staten als Tarhuntassa, Tuwanuva, Malida en Tabal, de beide Ciliciës, Urartu, Frygië en Lydië. De Blois en Van der Spek behandelen dit nu allemaal nogal stiefmoederlijk. (Een boek dat de recente inzichten samenvat is Christian Mareks Geschichte Kleinasiens in der Antike [2010], verschenen in dezelfde reeks als Pohls boek over de Avaren en Meiers boek over de Grote Volksverhuizingen.)

Lees verder “De IJzertijd”

Filmpjes uit Irak

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, hebben mijn vriendin en ik afgelopen oktober een reis gemaakt door Irak. We bezochten de Sumerische steden in het zuiden, dronken thee bij de Moeras-Arabieren, waren verbaasd over de ontwikkeling van toeristische faciliteiten in Babylon, bezochten de Assyrische hoofdsteden Aššur, Nimrud, Khorsabad en Nineveh, zagen de stadswal van de door Alexander de Grote gestichte stad Charax, waren de eerste toeristen in tijden in Hatra en bezochten de voornaamste sji’itische heiligdommen. Mijn geliefde had het goede idee dat we filmpjes zouden maken. Zo kunt ook u het een en ander zien. Niet iedereen kan immers even twee, drie weken naar Irak.

U vindt de filmpjes hieronder. Verwacht geen Hollywood. We probeerden licht te reizen en hadden alleen een telefoon en een klein microfoontje bij ons, geen statief. De wind, het felle zonlicht en de hitte speelden ons regelmatig parten. Meer dan eens zagen we zelf niet wat we aan het filmen waren. Ook improviseerde ik de tekst te plekke, zonder aantekeningen. Kortom, het was amateurisme – maar in de beste zin van het woord: gemaakt uit liefde. Kees Huyser heeft van het ruwe materiaal nog wat toonbaars gemaakt. Waarvoor veel dank (en een fles met drank).

Lees verder “Filmpjes uit Irak”

Israël en Juda

Jeruzalem, “Large Stone Structure”: dit is vrijwel zeker niet het paleis van koning Salomo, maar dat roeptoeteren archeologen wel de wereld in.

In de reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek,  Een kennismaking met de oude wereld, heb ik al aangegeven dat er na de crisis van de twaalfde eeuw v.Chr. grote veranderingen optraden in het Nabije Oosten. De Bronstijd was voorbij, de IJzertijd begon, en omdat ijzer overal te vinden is, werden kleine politieke eenheden levensvatbaar. Je hoefde niet langer aangesloten te zijn op de grote handelsnetwerken voor tin en koper om toch mee te kunnen doen. Ik heb de Aramese en Neohittitische staatjes in Syrië al genoemd, de Feniciërs eveneens, dus we gaan wat zuidelijker: Israël en Juda.

Die kennen we! We hebben immers de Bijbel, met het grote narratief van de Deuteronomistische Geschiedschrijver. We lezen over de Richteren, over de opkomst van de monarchie ten tijde van de profeet Samuël, over de tragische koning Saul, over koning David, over koning Salomo, over de splitsing van het rijk en over de twee koninkrijken. Israël lag in het noorden, had Samaria als hoofdstad en hield het uit tot 724 v.Chr., toen de Assyriërs het overnamen. Jeruzalem was de hoofdstad van het zuidelijke rijkje Juda, dat in 587 of 586 v.Chr. werd geliquideerd door Nebukadnezzar van Babylonië. Duidelijk verhaal.

Lees verder “Israël en Juda”

De Dame van Schengen

Reconstructie van de Dame van Schengencultr

Het eerste kwart van de vijfde eeuw v.Chr. markeert in de regio van Lotharingen via de Elzas, Baden-Württemberg en Beieren naar Bohemen de overgang van de Hallstatt– naar de La Tène-tijd. Die laatste archeologische cultuur mag u Keltisch noemen. De eerste ook wel, want de tweede komt er geleidelijk uit voort. Er zijn echter wel verschillen. Het makkelijkst te onthouden is dat de wagens in Hallstatt-graven vier wielen hebben (zoals), terwijl La Tène-wagens er twee hebben. Het zijn echte strijdwagens en de opkomst van La Tène gaat dan ook gepaard met agressieve expansie in alle richtingen. Rome is geplunderd in 387/386 en Delfi een eeuw later, terwijl La Tène-krijgers ook Turkije bereikten. In noordwestelijke richting is de onlangs ontdekte bijzetting bij Heumen een zeer vroeg La Tène-graf. Het duidt op culturele expansie.

Uit die overgangstijd dateert ook een vijftal graven dat in 1995-1998 is gevonden bij Schengen in het uiterste zuidoosten van Luxemburg, tegen de Moezel aan (hier). Wonderlijk genoeg lag het kwintet tussen de Bronstijdgraven, drie eeuwen ouder. Het is echter nog wonderlijker.

Lees verder “De Dame van Schengen”

Byblos in verval

Fenicische stadstoren in Byblos

“Kleine staten”, zo lees ik in Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, “konden profiteren van de verzwakking van de grote mogendheden”. De auteurs hebben het over de eeuwen na de verzameling problemen die we aanduiden als de Zeevolken-crisis. De Bronstijd kwam ten einde, de IJzertijd begon.

De stadstaten in Syrië werden weer zelfstandig, hoewel er zich soms nieuwe bewoners gevestigd hadden. In sommige stadstaten heersten vorstenhuizen van Hethitische origine (bijvoorbeeld in Karkemiš). Wij noemen deze rijkjes neo-Hethitische vorstendommen. In andere steden kwamen Aramese dynastieën aan de macht.

Nieuwe bewoners?

Ik weet niet of ik het zo zou schrijven. Ik ben er althans zo zeker niet van dat er nieuwe bewoners waren in de oude steden. Voor de Arameeërs is vaak betoogd dat ze geen nieuwe bewoners waren, maar allang woonden in de regio waar ze in de Bronstijd niet opschreven wat in het Aramees was gesproken. Vergelijk het met Nederland en Vlaanderen in de Vroege Middeleeuwen: in de Merovingische en Karolingische kanselarijen schreef men Latijn, maar de mensen spraken Oudnederlands.

Lees verder “Byblos in verval”

De Zeevolken: meer problemen

Ramses III maakt korte metten met wat Zeevolken, herkenbaar aan hun hoofddeksels.

In de vorige vier stukken (één, twee, drie, vier) over de Zeevolken heb ik uitgelegd dat het bewijsmateriaal een consistent verhaal mogelijk maakt: een klimaatcrisis rond 1200 v.Chr. bracht een migratiegolf op gang van het Egeïsche-Zee-gebied richting Egypte en de Levant. Ik was begonnen uit te leggen dat het bewijsmateriaal echter zo eenduidig niet is. Het is lastig te dateren.

Het aardewerkprobleem

Een andere manier om migratie vast te stellen is kijken naar de verspreiding van deze of gene archeologische cultuur. Als we de voorwerpen die vóór 1200 v.Chr. gangbaar waren op Sardinië na een tijdje ook aantreffen in het Midden-Oosten, en als het daarbij niet alleen gaat om handelsaardewerk maar ook om keukenaardewerk, dan hebben we een aanwijzing voor migratie. Maar aardewerk is in deze periode niet alleen moeilijk te dateren, het is ook lastig te kwalificeren.

Lees verder “De Zeevolken: meer problemen”

De Zeevolken: de problemen

Het verwoeste paleis van Ugarit

In de stukken die ik tot nu toe wijdde aan de Zeevolken vatte ik samen hoe De Blois en Van der Spek in Een kennismaking met de oude wereld uitleggen wat er aan de hand was. Ze doen dat met alle voorzichtigheid die het onderwerp vereist, want veel is onduidelijk. Wat echter inmiddels wél zeker is, is dat er een klimaatverandering is geweest die het maatschappelijke aanpassingsvermogen te boven ging. Ik keek naar het bewijsmateriaal en wees erop dat dit viel te presenteren als een consistent verhaal: zo rond 1200 v.Chr. was er een klimaatomslag; volken uit het Griekse gebied raakten op drift; er was een noordwest-zuidoost-beweging van Zeevolken; steden werden geplunderd; het Hethitische Rijk ging ten onder; de vraag naar tin nam af; de interregionale handelsnetwerken stortten in; men schakelde over op ijzer. We zouden de migratie van de Frygiërs vanaf het zuidelijke Balkanschiereiland naar Anatolië nog kunnen toevoegen.

Complicaties

Het is mogelijk het bewijsmateriaal zo te presenteren, maar er zijn complicaties. De voorgaande alinea past mooi in een negentiende-eeuws frame dat beschavingen à la het West-Romeinse Rijk ten onder gingen door migraties. Dat was destijds een populaire analyse – om niet te zeggen: een koloniaal angstbeeld – maar het is voor de transitie van Oudheid naar Middeleeuwen achterhaald. Op drift geraakte stammen assimileerden en de veranderingen in het Mediterrane wereldrijk hadden vooral te maken met het feit dat het al van binnenuit verzwakt was. Iets dergelijks kan natuurlijk ook spelen bij de Zeevolken: die werden gevaarlijk doordat de oosterse grootmachten al verzwakt waren, waarbij de klimaatomslag die de Zeevolken het ruime sop deed kiezen, slechts één factor was. Moeten we niet zoeken naar andere factoren?

Lees verder “De Zeevolken: de problemen”