
Ik heb al een paar keer verteld dat de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in het Jubelpark te Brussel menig striptekenaar hebben geïnspireerd. Er is een boekje over dat helaas – en dit is écht jammer – niet langer via uw boekhandel leverbaar is, maar in het museum zelf nog te koop ligt: Museum in strip. Museumstukken als figuranten in een stripverhaal (1996). Alleen al dat boek is een reden om naar Brussel af te reizen, maar het museum zelf is ook heerlijk.
Hergé, de tekenaar van Kuifje, vond hier niet alleen inspiratie voor Het Gebroken Oor (ik schreef daar al eens over), maar ook voor de Inka-koning Rascar Capac uit De zeven kristallen bollen. Diens mummie is door een wetenschappelijke expeditie vanuit Peru naar Europa gebracht, verdwijnt na de inslag van een bolbliksem die u hierboven ziet afgebeeld, en komt dan ’s nachts tot leven – misschien echt, misschien als droom, misschien allebei. In elk geval griezelig.
Het museumstuk dat Hergé inspireerde is geen echte mummie, vervaardigd door mummie-specialisten, maar een natuurlijk uitgedroogd menselijk lichaam. Het gaat om een boer die zo’n zeshonderd jaar geleden leefde in het noorden van Chili, aan de kust. Behalve boer was hij vermoedelijk jager, want zijn tijd- en streekgenoten vulden hun agrarische dieet aan met stukken zeeleeuwenvlees. Hij was klein van stuk, iets meer dan anderhalve meter lang, en liep mank. Na zijn overlijden zetten zijn nabestaanden hem bij in de duinen, samen met wat grafgiften. In 1841 is het stoffelijk overschot overgebracht naar België.

De man leefde in het rijk van de Inka’s, die de gewoonte hadden hun koningen echt te mummificeren. Eens per jaar, zo las ik in het museum, haalden de Inka’s de mummies van hun vorsten uit een binnenhof waar ze stonden opgesteld. Men plaatste ze dan in draagstoelen en nam ze mee op een processie door de hoofdstad Cuzco, terwijl de mensen eromheen dansten en zongen.
Hergé gaf zijn personage de koningsnaam Capac mee en presenteerde hem als Inka-koning. De boerenmummie uit het Brusselse museum was dat vanzelfsprekend niet, maar het is, bij zo’n stripverhaal, natuurlijk een kniesoor die daarop let. Toch was het voor Hergé niet zo dat alle feiten ondergeschikt waren aan een spannende, onderhoudende plot. In de oorspronkelijke versie, gepubliceerd in een krant, had de kroon van Rascar Capac boven diens voorhoofd een vogel met gespreide vleugels …

… maar in de latere uitgaven verving Hergé die door een beter gedocumenteerde precolumbiaanse kroon. Zie het stripje hieronder. Waar het geen afbreuk deed aan de plot, paste Hergé zijn tekeningen voortdurend aan de laatste inzichten aan.

En aanpassen aan nieuwe inzichten, dat doet het museum ook. Waar de boerenmummie vroeger ietwat sinister in het halfdonker stond opgesteld, staat ze nu in een aparte vitrine, afgewend van de rest van een verder lichte zaal, met een bordje dat hierachter menselijke resten zijn te zien. Hedendaagse musea zijn nogal terughoudend bij het tonen van wat, welbeschouwd, het stoffelijk overschot is van iemand die er niet om heeft gevraagd een museumstuk te worden.
(De ironie dat mijn blogje wél menselijke resten toont, is me niet ontgaan.)
Zelfde tijdvak
De Bourgondiërs in Limburgdecember 28, 2025
Turkse TV (7) Mehmet II de Veroveraarapril 22, 2025
Het Lam Gods in Gentseptember 4, 2021

Mooi slot.
Bij Nasca in Peru is een openlucht museum waar je dergelijke mummies ook kunt zien, in kuilen in het zand. Dat komt nog het meest in de buurt van een echte begraafplaats.
“De herlevende Rascar Capac, tweede staat”
Ik kan hier niet goed lezen wat hier het geluid van de uiteenspattende kristallen bol is, maar ik herinner mij (denk ik) uit de Nederlandse versie een origineel woord:
DZIEM!
Vergelijkbaar met een even originele ontploffing uit Astérix (op Corsica):
VLADABABOEM!
“(De ironie dat mijn blogje wél menselijke resten toont, is me niet ontgaan.)”
Misschien moet je het blogje verbergen achter een waarschuwing 😉
“Ironie alert” ?