Bijbelse zoetigheden

Honing

Suiker wordt doorgaans gemaakt van suikerbieten, van suikerriet of van het sap van de dadelpalm. De suikerbiet kenden ze in de Oudheid niet, maar de Perzen brachten het suikerriet van India naar de Mediterrane kusten, terwijl palmsuiker viel te produceren waar dadelpalmen groeiden – zoals in Palmyra en eigenlijk overal rond de Middellandse Zee. De Romeinse auteur Plinius de Oudere was ermee vertrouwd.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 12.17.

Je zou dus zeker niet hebben opgekeken als de Bijbel, die redelijk wat botanische vermeldingen bevat, ook een verwijzing had bevat naar suiker. Maar die is er niet. Geen joods Suikerfeest dus.

De Bijbel weet echter wel degelijk wat zoet is. Er zijn tientallen vermeldingen van honing (zoals verondersteld in het raadsel van Samson), van vijgen, van kaneel en van andere specerijen. Het land van Israël is zelfs een land waar het wemelt van de zoetigheden: “een land van tarwe en gerst, van wijnstokken, vijgenbomen en granaatappelbomen, een land van olijven en honing”.noot Deuteronomium 8.8. Het laatste product is niet per se bijenhoning, overigens; het kan ook dadelhoning zijn.

In de Handelingen van de apostelen staat dat de mensen die, vervuld door de Heilige Geest, met Pinksteren in alle talen begonnen te spreken, werden bespot met de beschuldiging dat ze vast zoete wijn hadden gedronken.noot Handelingen 2.13. De auteur van de Brief van Jakobus spreekt zijn verbazing uit dat mensen met een en dezelfde mond zowel lelijke als mooie dingen kunnen zeggen – alsof uit een bron zowel bitter als zoet water zou opwellen.noot Jakobus 3.11.

Het zijn geen spectaculaire beelden en ze zijn niet wezenlijk anders dan de manier waarop in de klassieke literatuur over zoetigheid wordt gesproken. Meteen aan het begin van de Ilias spreekt de Griekse held Nestor honingzoete woorden.noot Ilias 1.247-253. Voor zover er, qua zoetigheid, iets unieks is te ontdekken aan de joodse literatuur, zijn het passages waarin de Wet van Mozes zoet wordt genoemd.noot Bijv. Psalm 119.103.

Speciaal voor minister Eppo Bruins, die evangelisch christelijk is en momenteel de Nederlandse kennisinfrastructuur kapot aan het maken is, wijs ik erop dat wijsheid de honing is van het leven.noot Spreuken 24.13. En als hij zo doorgaat zal er, om een andere christendemocraat te parafraseren, na dit zuur denkelijk geen zoets meer komen.

Deel dit:

15 gedachtes over “Bijbelse zoetigheden

  1. Dirk Zwysen

    Morgen wordt in België gestaakt, ook in het onderwijs. Hoewel de N-VA de leerkrachten vaak stroop om de mond smeert, levert het regeerakkoord vooral een bittere pil op. Ik weet dat je niet van links/rechts houdt -dus je mag ophouden met lezen 😉 – maar ik vind het nog wel bruikbare of op zijn minst herkenbare begrippen.
    Onze regering is niet extreem-rechts en we worden (voorlopig) gespaard van de doelbewuste aanval op onderwijs en wetenschap die Nederland moet verduren. Onze regering is wel economisch erg rechts ondanks de aanwezigheid van socialistisch Vooruit: cadeautjes voor bedrijven (de werkgevers zijn dolblij met het regeerakkoord, dat zegt genoeg) en de rijken worden ontzien. Voor elke halve maatregel die hen treft worden er tegelijkertijd uitzonderingen en achterpoortjes voorzien. Men zal actief jagen op “het profitariaat” maar de diensten om fiscale fraude te onderzoeken worden gekortwiekt. Ambtenaren en werknemers zet men met misleidende vergelijkingen tegen elkaar op waarbij vooral de ambtenaren (o.a. leerkrachten) het moeten ontgelden wegens “onproductief en geprivilegieerd”.
    Het klimaat verwaarlozen, “waarde” in een samenleving verengen tot in euro’s meetbare productie, politieke keuzes afschilderen als onontkoombare natuurwetten (TINA), sociale zekerheid afbouwen, zwakkeren culpabiliseren en rijkeren bevoordelen…Dat is blijkbaar wat we mogen verwachten van partijen die zichzelf rechts noemen. En ik zal er morgen tegen staken.

  2. Frans Buijs

    Groot gelijk. Maar het allerergste van allemaal is dat we van partijen die zichzelf links noemen ook helemaal niets hoeven te verwachten. Van de Belgische politiek weet ik weinig, maar ook hier in Nederland heeft ons aller Frenske niets te bieden tegenover Wilders en co. En aan de overkant van de oceaan zijn de Democraten ook onzichtbaar en onhoorbaar terwijl Trump maar door dendert.
    Misschien moeten ze op links eens een keer demonstreren tegen links.

  3. Saskia Sluiter

    Vandaag 31-3 stukje in de Volkskrant: ‘Oud -minister Dijkgraaf hekelt bezuinigingen hoger onderwijs: “afspraken 2022 voor lange termijn”.’
    Daarin zegt Bruins: ‘Ik heb de sectorplannen behouden. Daarmee zijn vaste banen voor wetenschappers in het geding. Mijn ambtenaren zeiden: dat is het enige kwetsbare punt als het gaat om de juridische houdbaarheid. Dat geldt niet voor de nu geschrapte starters- en stimuleringsbeurzen. Die moesten nog worden toegekend, daar zaten nog geen wetenschappers op.’
    Albert Winsemius (vader van P.) zei ooit: ‘Een minister is een schurk met een hoge hoed op’. A. werkte jarenlang bij het ministerie van handel en nijverheid, dus hij had enig recht van spreken.

    1. Rob Duijf

      Het merkwaardige is dat mensen vertrouwen blijven houden in schurken (en schurkinnen) met hoge hoeden (en diepe zakken), terwijl ze keer op keer worden belazerd.

      1. Omdat het grosso modo niet waar is? De meeste mensen deugen, de meeste politici zijn welwillend. Stuntels, zeker; niet zonder fouten, dat ook. Maar grosso modo durf ik het merendeel wel te vertrouwen.

        1. Saskia Sluiter

          Dat snap ik. Een minister is geen mafioso, althans hier (nog?) niet. Hij of zij is een pionnetje dat een een agenda uit te voeren heeft. Linksom of rechtsom, zou Rita Verdonk zeggen. Daarvoor moeten keuzes worden gemaakt. En daarmee komen groepen in de knel, en pionnetje weet dat. Maar hij maakt die keuzes toch want: de agenda. Normaal gesproken schaart pionnetje zich met een stalen gezicht achter het uit te voeren beleid want: het kabinet spreekt met één mond. Ook al heeft pionnetje keuzes moeten maken die lijnrecht tegen zijn eigen principes ingaan. Er is altijd iets ‘scheef’ aan een ministerspost. Iets dat knelt. Je moet als minister niet al te vast in je principes staan.
          Dat het kabinet tegenwoordig in tongen spreekt is denk ik nieuw, en ik hoop niet dat het nog lang duurt. Maar dat terzijde.

        2. Frans Buijs

          Ik adviseer iets minder Rutger Bregman lezen. Helaas is het boek “De meeste mensen bedoelen het goed maar zijn klungels terwijl mensen die het niet goed bedoelen juist heel handig zijn” nog niet geschreven.

Reacties zijn gesloten.