Grieks parfumflesje

Kruikje met afbeelding van een Ethiopiër (British Museum, Londen)

De bovenstaande foto is niet helemaal scherp, ik weet het. Nog erger is: ik heb dit soort flesjes in twee of drie musea gezien en dit is de enige waarvan ik een foto heb gemaakt. We zullen het er dus mee moeten doen maar gelukkig is het interessant.

Het gaat bij mijn weten om een kruikje dat vooral was bedoeld om dure parfums en zalven in te bewaren. De uitleg van het British Museum – de foto van het bordje met tekst is weer wél scherp – is dat ze zijn gemaakt in de tijd van Xerxes’ campagne naar Griekenland, dus in 480 v.Chr. Het leuke is de afbeelding: een Nubiër of (zoals de Grieken het noemden) Ethiopiër. De vaasschilder lijkt gefascineerd te zijn door de rijzige figuur, al kan het zijn dat ik dat er vooral zelf op projecteer, terugdenkend aan de Ethiopische monniken die ik ooit zag in Jeruzalem. Als enigen in de Grafbasiliek straalden ze een stille waardigheid uit. Ik was daarvan onder de indruk.

Lees verder “Grieks parfumflesje”

Tien teksten (deel 1)

Fragment uit de Ilias (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis)

Eigenlijk heb ik een hekel aan lijstjes met “de tien beste…”, maar nu ik heb geschreven dat “Enige Werken der Wet” behoort tot de tien voor ons belangrijkste teksten uit de Oudheid, moet ik de andere negen ook noemen. Uiteraard is de selectie persoonlijk, maar ik heb wel degelijk een criterium: de tien genoemde teksten moeten representatief zijn voor een aspect van de oude wereld dat invloed heeft op onze eigen wereld.

Invloed: dat is een woord met een vrij specifieke betekenis, namelijk het tegengestelde van inspiratie. Simpel gezegd is een invloedrijke tekst een tekst die ons denken en eventueel ons handelen duwt in een bepaalde richting, waarbij we vanzelfsprekend geen marionetten zijn. Als er sprake is van invloed, gaat het om iets dat we doen tenzij we ons ertegen verzetten. Inspiratie is daarentegen datgene wat we niet als vanzelf doen en waarbij we bewust aansluiting zoeken. Het is inspiratie als de architect van het Concertgebouw voor de stalen constructie een Romeinse façade plaatst; het is invloed als een postindustriële samenleving tegen haar eigenbelang in vasthoudt aan een agrarisch dagritme waarin de mensen collectief naar hun werk gaan op het moment dat de koeien net zijn gemolken.

Lees verder “Tien teksten (deel 1)”

Trojaanse Oorlog

Speerpunt uit Troje (Neues Museum, Berlijn)
Speerpunt uit Troje (Neues Museum, Berlijn)

De oudheidkunde kent een aantal onderwerpen waaraan meer inkt is verspild dan zo’n onderwerp rechtvaardigt. De tocht van Hannibal over de Alpen is een voorbeeld, de Trojaanse Oorlog een ander.

Die oorlog vormt de achtergrond van de Ilias, het fenomenale gedicht van Homeros waarmee de klassieke literatuur begint. In dit conflict zou een coalitie van krijgers uit het gebied dat nu Griekenland heet zijn opgetrokken naar Troje ofwel Ilion, een stad aan de Hellespont. Na lange strijd zou de stad zijn ingenomen met de list van het houten paard.

Lees verder “Trojaanse Oorlog”

De Trojaanse Oorlog, een visie

alexander

Een Achilleshiel, een muze, een nestor, een Trojaans Paard binnenhalen: zomaar wat uitdrukkingen die we ontlenen aan de Ilias en de Odyssee, de epen van de legendarische Griekse dichter Homeros. Onze kennis van de klassiekste aller klassieken lijkt echter onderhevig aan slijtage. Ik zie althans in mijn straat wel eens een auto staan van een reisorganisatie met de naam Odysseus Travel, vernoemd naar een homerische held die met tientallen metgezellen op reis was, waarvan niemand het overleefde.

Voor degenen die wat meer over Homeros wil weten publiceerde classica en journaliste Caroline Alexander in 2009 The War that Killed Achilles, dat nu ook beschikbaar is in een prettig leesbare vertaling: De oorlog die Achilles het leven kostte. Ze neemt ons mee door de Ilias, vanaf Achilles’ besluit zich uit de Trojaanse Oorlog terug te trekken tot het moment waarop zijn vijand Hektor wordt begraven en zowel de dood van Achilles als de val van Troje onafwendbaar zijn geworden. De schrijfster biedt zo een even vlot geschreven als uitgebreid becommentarieerde samenvatting van de oeroude tekst, waarmee dit stuk cultuurgoed (opnieuw) wordt ontsloten.

Lees verder “De Trojaanse Oorlog, een visie”

Ilias

Fragment uit de Ilias (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis)
Fragment uit de Ilias (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis)

Tot de uitvinding van de boekdrukkunst door Laurens Janszoon Coster Johannes Gutenberg konden teksten alleen worden vermenigvuldigd door ze met de hand over te schrijven. De simpele gevolgtrekking is dat wij antieke teksten dan en slechts dan kennen als er middeleeuwse kopiisten waren.

De flessenhals zit in de zesde, zevende en achtste eeuw. We weten dat allerlei belangrijke teksten in de Late Oudheid nog in omloop waren. In de late vierde eeuw was er zelfs een enorme kopieeractiviteit. Tot in de vijfde eeuw was het corpus van antieke letteren daardoor nog min of meer intact.

Lees verder “Ilias”

Universele patronen

Homeros (Glyptothek, München)

[tweede deel van een artikel; het eerste is hier]

Zoals ik al schreef is de Homerische norm dat “adeldom verplicht” wellicht universeel – een norm dus die door alle menselijke samenlevingen wordt aanvaard – maar mag dat niet worden aangenomen als vanzelfsprekend.

Hoe kun je zoiets nu wél weten? Het simpelste antwoord is: door alle samenlevingen te controleren. Een eerste probleem hierbij is echter dat de leden van veel samenlevingen ervoor hebben gekozen zich te laten inspireren door de poëzie van Homeros. Het Wilhelmus, Multatuli en Spider-Man kunnen dus niet zomaar worden aangevoerd: ze bewijzen weliswaar dat er in Europa een traditie is om de normen van de Ilias serieus te nemen, maar niet dat deze normen voor élke samenleving bestaan. Werd het drietal geïnspireerd door een universele norm, of werden ze geïnspireerd door de normen van een samenleving die de Ilias belangrijk vindt? Gaat het om de universele menselijke natuur of de Europese cultuur?

Er is echter een fundamenteler probleem, dat het controleren van alle samenlevingen onmogelijk maakt: veel samenlevingen bestaan niet langer. We kunnen dus nooit weten of een bepaalde norm universeel is.

We stuiten hier op een overbekend wetenschapstheoretisch probleem: hoe weet je zeker dat iets werkelijk algemeen is als je niet alle gevallen kunt toetsen? De middeleeuwse scholastici braken zich hier het hoofd al over, en het klassieke voorbeeld is de Valwet van Galilei: hoe kun je weten dat een voorwerp in werkelijk álle gevallen valt met een eenparig versnelde beweging? Galilei stopte gewoon na een groot aantal metingen, maar het moment waarop hij ermee stopte, was min of meer subjectief.

Inmiddels weten we, dankzij de Gravitatiewet van Newton, min of meer waarom voorwerpen vallen volgens de regels van de Valwet. Omdat je de oorzaak kent, mag je aannemen dat de Valwet wel waar zal zijn, ook al heb je maar een beperkt aantal experimenten gedaan.

Kunnen we vaststellen waarom noblesse oblige een universele norm zou moeten zijn? Ik sluit niet uit dat ethologen hierop een antwoord weten, maar ik ken het niet. Ik vermoed dat classici in feite niet weten of de normen die ze als universeel typeren, dat werkelijk zijn. Het is slechts een vermoeden.

Dat is helemaal niet erg. Alle wetenschap begint immers met vermoedens en als je die niet kunt verifiëren, dan kun je ze altijd nog falsifiëren. Anders gezegd: als een classicus een vermoeden niet kan bevestigen, moet hij zoeken naar de informatie die het weerlegt. Ik heb lang niet alles gelezen wat over Homeros is geschreven (al behoort het tot een van de boeiendste deelgebieden), maar ik ken geen publicatie van een auteur die heeft geprobeerd het vermoeden te toetsen.

Het wordt simpelweg gepostuleerd dat de Homerische thematiek universeel is. Misschien is ze dat ook, maar van een wetenschapper zou je toch verwachten dat hij met sterkere argumenten aankomt dan onbewezen vermoedens.

De Ilias

Apotheose van Homeros (British Museum)

Troje is een legendarische plaats, in de letterlijkste zin des woords. Dat komt door één gedicht, de Ilias. Het moet ergens in de achtste eeuw v.Chr. zijn samengesteld (hoewel niet per se in de vorm waarin wij het kennen) door een dichter die “Homeros” wordt genoemd. Hij snijdt verschillende thema’s aan, maar de centrale gedachte is hoe erg het is als tijdens een oorlog de leiders verdeeld raken.

En passant legt Homeros uit wat van een leider wordt verwacht, zoals in het gesprek tussen de twee aanvoerders van de krijgers uit Lycië, Sarpedon en Glaukos. De eerste legt de tweede uit waar het in het leven om draait:

Waartoe zijn wij beiden in Lycië geëerd boven allen door erezetels, door gebraden vlees en altijd gevulde bekers? Waartoe ziet men tot ons op als tot de goden? Waartoe bewonen wij aan de oevers van de Xanthos een groot domein, aan wijngaarden en aan ander vruchtbaar land rijk?

Verplicht dat ons nu niet te staan in het voorste gelid van de Lyciërs en ons te storten in het hete gevecht, opdat de hecht gepantserde Lyciërs aldus spreken: “Waarachtig, niet roemloos waren onze koningen, die in Lycië over ons heersen; zij eten de vetste schapen en drinken de beste wijn, als honing zo zoet, maar zij strijden in onze voorste gelederen.” (vertaling M.A. Schwartz)

With great power, there must also come great responsibility. Wie op een bepaalde manier bevoorrecht is, heeft ook plichten. In onze tijd heeft deze norm echter niet meer te maken met de privileges die bij je afstamming behoren, want wij leven niet meer in een aristocratische wereld. Onze elites zijn financieel, intellectueel en bestuurlijk.

Maar ook al zijn onze elites veranderd, de norm lijkt van de Ilias tot Spider-Man niet te zijn veranderd. Ik heb al eens geblogd over het Wilhelmus, maar ik zou ook Multatuli kunnen noemen, die zijn inkomen en pensioen als bestuurder opofferde omdat hij zich aan zijn eer en geweten verplicht voelde op te komen voor de Javaan.

Misschien is het idee dat wie geprivilegieerd is, bereid moet zijn offers te brengen voor de gemeenschap, een universele norm. Classici nemen dat vaak voor vanzelfsprekend aan (voorbeeld), zonder daarvoor werkelijk bewijs aan te dragen. De voorbeelden die ik hier noemde zijn maar een selectie – in een kladversie van dit stukje stonden er meer – maar zelfs meer voorbeelden vormen nog geen bewijs dat de norm bestaat in álle samenlevingen en dus universeel is.

Misschien is noblesse oblige inderdaad een universele norm. Misschien is het dat ook niet. Ik voor mij vermoed van wel, maar het mag niet worden aangenomen als vanzelfsprekend.

[wordt vervolgd]