
In mijn bijdrage Arabië 650: sterke vrouwen, zwakke mannen behandelde ik een Arabisch gedicht uit ongeveer 650 na Chr., dat liet zien hoe de positie van de vrouw in Centraal-Arabië plotseling heel anders werd gezien dan in de tijd daarvoor. Vijftig jaar later blijkt het poëtische motief “sterke vrouw/zwakke man” alweer verder te zijn ontwikkeld. De vrouw is nu niet alleen sterk, maar ook wreed. Ze laat een wat onbenullige, zelfverliefde man een blauwtje lopen – en hij begrijpt nauwelijks wat hem overkomt.
Ik wil dit laten zien aan de hand van een gedicht van ‘Umar ibn abī Rabī‘a,noot die omstreeks 700 leefde in Mekka. Hij behoorde tot een voorname familie uit de stam Quraysh. In Mekka boomde in die tijd het pelgrimswezen. Na jaren van burgeroorlog, waarin de stad afgesneden was geweest van Syrië, toenmaals het centrum van het Kalifaat van Damascus, was nu de eenheid hersteld en sjokten de karavanen uit Damascus af en aan.
Als zovele bedevaartsoorden was Mekka een ontmoetingsplaats waar je kon flirten en een partner kon vinden. ‘Umars poëzie heeft vaak Mekka als locatie; we zien de voorname dames uit het noorden uit hun draagstoelen stappen. Het lyrische ik geeft zijn ogen goed de kost, flirt en laat het allicht niet bij kijken alleen. In hoeverre de gedichten pure fantasie zijn blijft onduidelijk. Hier volgt het gedicht; de prozavertaling uit het Arabisch is van mijn hand.noot
- Ach, had Hind haar belofte maar gehouden en onze ziel van haar lijden genezen!
- Had ze maar éénmaal haar eigen wil gedaan! (Zwak is, wie niet zijn eigen wil kan doen.)
- Ze zeggen dat ze onze buurvrouwen vroeg, toen zij zich eens ontbloot had om zich te verfrissen:
- ‘Zien jullie mij zoals hij me beschrijft, toe zeg het me! Of overdrijft hij?’
- Toen lachten ze onder elkaar en zeiden tegen haar: ‘Schoonheid is in het oog van de beschouwer.’
- Zo spraken zij uit nijd op haar, waarvan zij vol waren. (Vanouds was er onder de mensen nijd.)
- ”Een rank jong ding is het; als zij bij het lachen haar tanden toont zie je kamille of hagelstenen.
- In haar ogen wisselt diep zwart zich af met wit; rank is haar hals.
- Zacht is zij: koel in de zomer, als de hittegloed ’s morgens al oplaait,
- en warm in de winter: een deken voor de jongeman in de nacht, als bittere koude hem bedekt.”
- Ik weet nog dat ik tegen haar zei, terwijl de tranen over mijn wangen stroomden:
- ‘Wie ben jij?’ vroeg ik. ‘O,’ zei ze, ‘iemand uitgeteerd door passie, door kommer verteerd.
- Wij zijn de mensen uit al-Khayf, behorend tot het volk van Mina; voor wie wij doden is er geen vergelding.’
- Ik zei: ‘Welkom; jij bent wat wij begeren; zeg nu hoe je heet!’ ‘Ik ben Hind,’ zei ze,
- ‘mijn hart is tot waanzin gebracht, want het is vol van een fijn geklede jongeman, kaarsrecht als een speer.
- Jouw mensen zijn inderdaad buren van ons; wij en zij zijn één en hetzelfde.’
- Ze hebben me verteld dat zij me behekst heeft – maar wat een heerlijke hekserij!
- Telkens als ik vroeg: ‘Wanneer is onze afspraak?’ lachte Hind en zei: ‘Overmorgen!’
Commentaar
Het gedicht is zonder commentaar onbegrijpelijk. We zullen dus regel voor regel doornemen:
1: onze ziel genezen van haar lijden: de ik spreekt hier in het dichterlijke bescheidenheidsmeervoud; verderop niet meer. In Arabische poëzie kunnen ‘wij’ en ‘ik’ elkaar snel afwisselen. De verliefde man lijdt: dat is anno 700 inmiddels standaard in de liefdespoëzie. De geliefde is daarentegen koud en wreed en speelt spelletjes met hem.
2: haar eigen wil gedaan: De man in dit gedicht, de naïeve ik, gaat ervan uit dat Hind heel graag een afspraakje met hem gemaakt had, maar het niet heeft aangedurfd. Als fatsoenlijke vrouw kan zij zich moeilijk van haar begeleiders losmaken voor een afspraakje met zomaar een jongeman,
2, 6: Zwak is, wie niet zijn eigen wil kan doen, en Vanouds was er onder de mensen nijd: in Arabische gedichten komen dikwijls zulke algemene ‘wijsheden’ voor; ook wel in de vorm van spreekwoorden. Het gedicht wordt ter afwisseling als het ware even stilgezet voor een algemene beschouwing, waarmee de hoorders kunnen instemmen.
4: Haar naakte lichaam beschouwend vraagt Hind zich af of zij echt zo mooi is als de ik-figuur beweert in het gedichtje dat hij haar blijkbaar heeft gestuurd. Bevestiging van de ‘buurvrouwen’ – haar begeleidsters – krijgt zij niet.
5: Schoonheid is in het oog van de beschouwer is weer zo’n wijsheid; hier elegant in de mond van de buurvrouwen gelegd, die uit jaloezie niet willen toegeven dat Hind mooi is.
7-10: Een rank jong ding … koude hem bedekt. De suggestie wordt gewekt dat deze hier schuin gedrukte verzen het gedichtje vormen dat de man op Hind had gecomponeerd.noot Maar er is niets individueels aan de beschrijving van haar schoonheid; het zijn precies de clichés die te verwachten waren. Clichés horen thuis in de oude Arabische poëzie; de dichter toont zijn kunnen door daarop knap te variëren.
In de volgende dialoog betoont het lyrische ik zich nogal een sul, terwijl Hind geraffineerd en wreed is.
12: uitgeteerd door passie, door kommer verteerd, zegt zij te zijn. Dat is een brutale rolwisseling! Zij zou verliefd zijn? Normaal worden dit soort woorden door de verliefde man in het gedicht gesproken. Hind is natuurlijk helemaal niet verliefd, maar gaat hem om haar vinger winden.
13: al-Khayf … Mina; voor wie wij doden is er geen vergelding. Mina, waar de pelgrims verblijven, behoort tot het heiligdom van Mekka, waar bloedwraak niet geoorloofd is. Vandaar dat Hind ongestraft haar prooi zal kunnen doden; ze waarschuwt maar vast. Het doden is in overdrachtelijke zin: de vrouw wordt vaak voorgesteld als iemand die pijlen afschiet uit haar ogen en daarmee de smachtende minnaar doodt. Een ‘liefde op het eerste gezicht’ leidt vaak tot de liefdesdood, althans in de literatuur.
15: Mijn hart is tot waanzin gebracht: Nogmaals doet Hind alsof zíj degene is die door liefde tot waanzin wordt gedreven. Met de fijn geklede, jongeman, kaarsrecht als een speer, eveneens een vleiend cliché, is natuurlijk de ik-figuur bedoeld.
17: Ze hebben me verteld: de vrienden van de ik-figuur, personen die traditioneel de lijdende minnaar proberen te redden, wat hier wel niet zal lukken.
17: behekst: de vrouw is hoe dan ook schuld aan de jammerlijke toestand waarin de man zich bevindt.
18: overmorgen: met dit woord laat Hind tenslotte nog weten dat er nooit een rendez-vous met de arme kerel plaats zal hebben. Dat hadden alle hoorders van het gedicht al begrepen; alleen hij zelf niet.
Na het laatste vers begint zijn verzuchting als het ware weer van voren af aan. Als we de eerst twee regels nogmaals lezen, zien we hoe verkeerd hij de situatie had ingeschat. Hind is maar al te goed in staat, haar eigen wil te doen – en laat hem een blauwtje lopen.
***
De thematiek van deze Arabische liefdespoëzie ging overigens een eigen leven leiden en heeft het nog eeuwen volgehouden: in Arabische liederen tot in de twintigste eeuw (bijv. Umm Kulthum), maar ook in het Perzisch en Turks. En in Europa bij de troubadours, en in de liederen van Frankrijk en Italië tot diep in de achttiende eeuw. Petrarca en het petrarkisme! De zogenaamde ‘minnezang‘ heeft zijn wortels niet in de Grieks-Romeinse wereld, maar stamt uit de Arabische zevende eeuw.
***
Meer Arabische poëzie
Er bestaan diverse Nederlandse vertalingen van de klassieke Arabische poëzie.
- Geert Jan van Gelder, Een Arabische tuin. Klassieke Arabische poëzie (2008, Amsterdam/Leuven)
- Hafez Bouazza, Schoon in elk oog is wat het bemint (herziene, uitgebreide versie, 2021, Amsterdam)
Bouazza heeft ook elders Arabische poëzie vertaald. De titel van zijn bundel doet vermoeden dat hij ook het hier behandelde gedicht vertaald en misschien besproken heeft. Ik kan dat niet nagaan; in mijn buitenlandse woonomgeving is zijn boek niet te krijgen.
[Dit stuk verscheen oorspronkelijk op de eigen blog van Wim Raven. Dank voor het delen Wim!]
Zelfde tijdvak
De grote Arabische veroveringennovember 21, 2012
Kunst uit Xinjiangaugustus 28, 2023
Het Rijk van Toledo (2)juli 22, 2025

Het Hooglied lijkt mij een heel vroege minnezang.
Ik lees (nu al vijf of zes keer) een geraffineerd psychologisch gedicht op een oeroud thema: de vrouw speelt een wreed spel met haar aanbidder. Fenomenaal!
https://music.youtube.com/watch?v=pzJ3hiqsi0U&si=Gihuxi-KgT89Sj6q
Soundtrack! En de versie van Wanda Jackson is ook nog eens veel leuker dan die van Elvis Presley.